Fedora 11

Installatie gids

Het installeren van Fedora 11 op x86, AMD64, and Intel® 64 architecturen

Uitgave 1.0

Logo

Fedora Documentation Project


Bericht

Copyright © 2009 Red Hat, Inc. and others.
The text of and illustrations in this document are licensed by Red Hat under a Creative Commons Attribution–Share Alike 3.0 Unported license ("CC-BY-SA"). An explanation of CC-BY-SA is available at http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/. The original authors of this document, and Red Hat, designate the Fedora Project as the "Attribution Party" for purposes of CC-BY-SA. In accordance with CC-BY-SA, if you distribute this document or an adaptation of it, you must provide the URL for the original version.
Red Hat, as the licensor of this document, waives the right to enforce, and agrees not to assert, Section 4d of CC-BY-SA to the fullest extent permitted by applicable law.
Red Hat, Red Hat Enterprise Linux, the Shadowman logo, JBoss, MetaMatrix, Fedora, the Infinity Logo, and RHCE are trademarks of Red Hat, Inc., registered in the United States and other countries.
For guidelines on the permitted uses of the Fedora trademarks, refer to https://fedoraproject.org/wiki/Legal:Trademark_guidelines.
Linux® is the registered trademark of Linus Torvalds in the United States and other countries.
All other trademarks are the property of their respective owners.
Samenvatting
Verstrekt documentatie voor het installeer proces.

Voorwoord
1. Document Conventie
1.1. Typografische Conventies
1.2. Pull-quote Conventies
1.3. Noten en waarschuwingen
2. We hebben terugkoppeling nodig!
Inleiding
1. Achtergrond
1.1. Over Fedora
1.2. Extra hulp krijgen
2. Over dit document
2.1. Doelen
2.2. Doelgroep
1. Snel starten voor gevorderden
1.1. Overzicht
1.2. Bestanden downloaden
1.3. De installatie voorbereiden
1.4. Installeer Fedora
1.5. Post-installatie stappen uitvoeren
2. Nieuwe gebruikers
2.1. Hoe download ik installatie bestanden?
2.1.1. Van een Spiegel
2.1.2. Met BitTorrent
2.2. Welke architectuur heeft mijn computer
2.3. Welke bestanden moet ik downloaden?
2.4. Hoe maak ik Fedora media?
2.4.1. CD of DVD schijven maken
2.4.2. USB media maken
2.5. Wat te doen als ik Fedora niet kan downloaden?
2.6. Hoe start ik het installatie programma?
I. Voordat je begint
3. Stappen om op gang te komen
3.1. Upgraden of installeren?
3.2. Is je hardware compatibel?
3.3. Heb je genoeg schijf ruimte?
3.4. Kun je installeren met gebruik van de CD-ROM of DVD?
3.4.1. Alternatieve opstart methodes
3.4.2. Maken van een installatie opstart CD-ROM
3.5. Voorbereiden voor een netwerk installatie
3.5.1. Voorbereiden voor FTP en HTTP installatie
3.5.2. Voorbereiden voor een NFS installatie
3.6. Voorbereiden voor een harde schijf installatie
4. Systeem specificatie lijst
5. Driver media voor Intel en AMD systemen
5.1. Waarom heb ik driver media nodig?
5.2. Wat is driver media eigenlijk?
5.3. Hoe krijg ik driver media?
5.3.1. Maak een driver diskette van een image bestand
5.4. Gebruik van een driver image gedurende de installatie
II. Het installatie proces
6. Beginnen met de installatie
6.1. Het boot menu
6.2. Installeren van een andere bron
6.3. Media verifieren
6.3.1. Verifieren van de Live CD
6.3.2. Verifieren van de DVD
6.4. Opstarten van een netwerk met gebruik van PXE
6.5. Grafische en tekst interfaces
7. Installeren op Intel en AMD systemen
7.1. De grafische installatie programma gebruikers interface
7.1.1. Een notitie over virtuele consoles
7.2. De tekst mode installatie programma gebruikers interface
7.2.1. Gebruik het toetsenbord om te navigeren
7.3. Starten van het installatie programma
7.3.1. Het opstarten van het installatie programma op x86, AMD64, en Intel 64 systemen
7.3.2. Extra opstart opties
7.4. Selecteren van een installatie methode
7.5. Installeren van DVD/CD-ROM
7.5.1. Wat te doen als de IDE CD-ROM niet werd gevonden?
7.6. Installeren van een harde schijf
7.7. Een netwerk installatie uitvoeren
7.8. Installeren met NFS
7.9. Installeren met FTP of HTTP
7.10. Welkom bij Fedora
7.11. Language Selection
7.12. Keyboard Configuration
7.13. Initialiseren van de harde schijf
7.14. Een bestaande installatie upgraden
7.14.1. Upgrade aanvraag
7.14.2. Upgraden met behulp van het installatie programma
7.14.3. Bootloader configuratie upgraden
7.15. Netwerk Configuratie
7.15.1. Handmatige configuratie
7.16. Selecteren van de tijdzone
7.17. Instellen van het root wachtwoord
7.18. Disk Partitioning Setup
7.18.1. RAID en andere schijf apparaten
7.19. Advanced Storage Options
7.20. Create Default Layout
7.21. Je systeem partitioneren
7.21.1. Grafische scherm van harde schijf/schijven
7.21.2. Het partitionerings scherm
7.21.3. Partitie velden
7.21.4. Aanbevolen partitionerings schema
7.21.5. Partities toevoegen
7.21.6. Bewerken van partities
7.21.7. Een partitie verwijderen
7.22. x86, AMD64, en Intel 64 Boot loader configuratie
7.22.1. Geavanceerde bootloader instellingen
7.22.2. Reddings Mode
7.22.3. Alternative bootloaders
7.23. Package Group Selection
7.23.1. Installeren van extra repositories
7.23.2. Software selectie aanpassen
7.24. Voorbereiden om te installeren
7.24.1. Voorbereiden voor het installeren
7.25. Pakketten installeren
7.26. Installatie compleet
8. Installatie foutzoeken op een Intel of AMD systeem
8.1. Je bent niet in staat om Fedora op te starten
8.1.1. Kun je niet opstarten met je RAID kaart?
8.1.2. Laat je systeem signaal 11 fouten zien?
8.2. Problemen met het beginnen van de installatie
8.2.1. Problemen met opstarten in de grafische installatie
8.3. Problemen tijdens de installatie
8.3.1. No devices found to install Fedora fout boodschap
8.3.2. Opslaan van traceback boodschappen zonder verwijderbare media
8.3.3. Problemen met partitie tabellen
8.3.4. Overblijvende ruime gebruiken
8.3.5. Andere partitionerings problemen
8.3.6. Zie je Python fouten?
8.4. Problemen na installatie
8.4.1. Problemen met het grafische GRUB scherm op een x86 gebaseerd system?
8.4.2. Opstarten in een grafische omgeving
8.4.3. Problemen met het X windows systeem (GUI)
8.4.4. Problemen met de X server die crasht en niet-root gebruikers
8.4.5. Problemen als je probeert in te loggen
8.4.6. Wordt je RAM niet herkend?
8.4.7. Je printer werk niet
8.4.8. Problemen met geluidsconfiguratie
8.4.9. Apache-gebaseerde httpd voorziening/Sendmail hangt tijdens het opstarten
III. Gevorderde installatie opties
9. Opstart opties
9.1. Configureren van het installatie systeem in het opstart menu
9.1.1. De taal opgeven
9.1.2. Configuren van de interface
9.1.3. Anaconde vernieuwen
9.1.4. De installatie methode opgeven
9.1.5. Handmatig de netwerk instellingen configureren
9.2. Toegang op afstand toestaan naar het installatie systeem
9.2.1. Toegang op afstand toestaan met VNC
9.2.2. Het installatie systeem verbinden met een VNC luisteraar
9.2.3. Toegang op afstand met Telnet toestaan
9.3. Inloggen op een systeem op afstand tijdens de installatie
9.3.1. Een log server instellen
9.4. De installatie automatiseren met Kickstart
9.5. Hardware ondersteuning verbeteren
9.5.1. Hardware ondersteuning toevoegen met driver schijven.
9.5.2. Automatische hardware detectie aanpassen
9.6. Gebruik van de onderhouds boot modes
9.6.1. Laden van de geheugen (RAM) test mode
9.6.2. Boot media verifieren
9.6.3. Je computer opstarten met de reddings mode
9.6.4. Je computer upgraden
10. Installeren zonder media
10.1. Boot bestanden verkrijgen
10.2. Verander de GRUB Configuratie
10.3. Opstarten om te Installeren
11. Het Opzetten van een installatie server
11.1. cobbler opzetten
11.2. De distributie opzetten
11.3. Een netwerk locatie spiegelen
11.4. De distributie importeren
11.5. Handmatig een PXE server instellen
11.5.1. Het opzetten van de netwerk server
11.5.2. PXE boot configuratie
11.5.3. PXE hosts toevoegen
11.5.4. TFTPD
11.5.5. De DHCP server configureren
11.5.6. Voeg een aangepaste opstart boodschap toe
11.5.7. De PXE installatie uitvoeren
12. Installeren via VNC
12.1. VNC viewer
12.2. VNC modes in Anaconda
12.2.1. Directe mode
12.2.2. Connect mode
12.3. Installateren met VNC
12.3.1. Installatie voorbeeld
12.3.2. Kickstart overwegingen
12.3.3. Firewall Overwegingen
12.4. Referenties
13. Kickstart installaties
13.1. Wat zijn Kickstart installaties?
13.2. Hoe voer je een Kickstart installatie uit?
13.3. Het kickstart bestand maken
13.4. Kickstart opties
13.4.1. Geavanceerd partitionerings voorbeeld
13.5. Package Selection
13.6. Pre-installatie script
13.6.1. Voorbeeld
13.7. Post-installatie script
13.7.1. Voorbeelden
13.8. Maak het kickstart bestand beschikbaar
13.8.1. Kickstart boot media maken
13.8.2. Het kickstart bestand beschikbaar maken op het netwerk
13.9. Maak de installatie boom beschikbaar
13.10. Opstarten van een kickstart installatie
14. Kickstart configurator
14.1. Basisconfiguratie
14.2. Installatie methode
14.3. Bootloader opties
14.4. Partitie-informatie
14.4.1. Partities aanmaken
14.5. Netwerk Configuratie
14.6. Aanmeldingscontrole
14.7. Firewall configuratie
14.7.1. SELinux configuratie
14.8. Beeldschermconfiguratie
14.9. Package Selection
14.10. Pre-installatie script
14.11. Post-installatie script
14.11.1. Chroot-omgeving
14.11.2. Een interpreter gebruiken
14.12. Het bestand opslaan
IV. Na de installatie
15. Eerste keer opstarten
15.1. Licentie informatie
15.2. Gebruiker aanmaken
15.3. Datum en tijd
15.4. Hardware profiel
16. Je volgende stappen
16.1. Je systeem updaten
16.2. Een upgrade afmaken
16.3. Schakel om naar een grafische login
16.4. Abonneren op Fedora aankondigingen en nieuws
16.5. Documentatie en ondersteuning vinden
16.6. Aansluiten bij de Fedora gemeenschap
17. Basis systeemherstel
17.1. Algemene problemen
17.1.1. Fedora start niet op
17.1.2. Hardware/software problemen
17.1.3. Root Password
17.2. Opstarten in de reddings mode
17.2.1. Herinstalleren van de bootloader
17.3. Opstarten in enkele-gebruiker mode
17.4. Opstarten in de noodsituatie mode
18. Je huidige systeem upgraden
18.1. Bepalen om of te upgraden of te herinstalleren
18.2. Je systeem upgraden
19. Fedora verwijderen
19.1. Fedora is het enigste operating systeem op je computer
19.2. Je computer is dual-boot voor Fedora en een ander oprating systeem
19.2.1. Je computer is dual-boot met Fedora en een Microsoft Windows operating systeem
19.2.2. Je computer is dual-boot voor Fedora en Mac OS X
19.2.3. Je computer is een dual-boot machine om Fedora en een andere Linux distributie op te starten.
19.3. Vervang Fedora met MS-DOS of eigendomsmatige versies van Microsoft Windows
V. Technische aanhangsels
A. Een inleiding voor schijf partities
A.1. Harde schijf basis concepten
A.1.1. Het is niet wat je schrijft, maar hoe je het schrijft
A.1.2. Partities: verander een schijf in meerdere
A.1.3. Partities binnen partities — Een overzicht van extended partities
A.1.4. Maak plaats voor Fedora
A.1.5. Partitie naam schema
A.1.6. Schijf partities en andere operating systemen
A.1.7. Schijfpartities een koppelpunten
A.1.8. Hoeveel partities?
B. ISCSI schijven
B.1. iSCSI schijven in anaconda
B.2. iSCSI schijven tijdens opstarten
C. Schijfversleutelings gids
C.1. Wat is block apparaat versleuteling?
C.2. Block apparaten versleutelen met gebruik van dm-crypt/LUKS
C.2.1. Overzicht van LUKS
C.2.2. Hoe krijg ik toeganng tot versleutelde apparaten na de installatie? (Systeem opstart)
C.2.3. Een goede wachtzin kiezen
C.3. Het aanmaken van versleutelde block apparaten met Anaconda
C.3.1. Welke soorten block apparaten kunnen versleuteld worden?
C.3.2. Beperkingen van de versleuteling van block apparaten in Anaconda
C.4. Het maken van versleutelde block apparaten op geinstalleerde systemen na de installatie
C.4.1. Aanmaken van block apparaten
C.4.2. Optioneel: Vul het apparaat met random data
C.4.3. Formateer het apparaat als een dm-crypt/LUKS versleuteld apparaat
C.4.4. Maak een afbeelding om toegang naar de versleutelde inhoud van het apparaat toe te staan
C.4.5. Maak bestandssystemen op afgebeelde apparaten, of ga verder met het bouwen van complexe geheugen structuren met het gebruik van afgebeelde appraten
C.4.6. Voeg de afbeeldings informatie toe aan /etc/crypttab
C.4.7. Voeg een regel toe aan /etc/fstab
C.5. Algemene taken na de installatie
C.5.1. Stel een random gegenereerde sleutel in als een extra manier om toegang te krijgen tot een versleuteld blok apparaat.
C.5.2. Voeg een nieuwe wachtzin toe aan een bestaand apparaat
C.5.3. Een wachtzin of sleutel verwijderen van een apparaat
D. LVM begrijpen
E. De GRUB boot loader
E.1. GRUB
E.1.1. GRUB en het x86 opstart proces
E.1.2. Eigenschappen van GRUB
E.2. Installing GRUB
E.3. GRUB terminologie
E.3.1. Aparaat namen
E.3.2. Bestandsnamen en bloklijsten
E.3.3. Het root bestandssyteem en GRUB
E.4. GRUB interfaces
E.4.1. Interface laad volgorde
E.5. GRUB commando's
E.6. GRUB menu configuratie bestand
E.6.1. Configuratie bestandsstructuur
E.6.2. Configuratie bestand instructies
E.7. Runlevels tijden het opstarten veranderen
E.8. Extra bronnen
E.8.1. Geinstalleerde documentatie
E.8.2. Nuttige websites
E.8.3. Gerelateerde boeken
F. Opstart proces, initialiseren, en afsluiten
F.1. Het opstart proces
F.2. Een gedetaileerde kijk naar het opstart proces
F.2.1. De BIOS
F.2.2. De boot loader
F.2.3. De kernel
F.2.4. Het /sbin/init programma
F.3. Extra programma's draaien tijdens het opstarten
F.4. SysV init runlevels
F.4.1. Runlevels
F.4.2. Runlevel gereedschappen
F.5. Uitzetten
G. Andere technische documentatie
H. Medewerkers en productie methodes
H.1. Medewerkers
H.2. Productie methodes
I. Herzienings geschiedenis
Register

Voorwoord

1. Document Conventie

Dit handboek hanteert verscheidene conventies om bepaalde woorden of zinsdelen te benadrukken en aandacht te vestigen op specifieke delen van informatie.
In PDF en papieren edities gebruikt dit handboek Liberation Fonts set lettertypen. Het Liberation lettertype wordt ook gebruikt in HTML-edities indien dit lettertype op uw computer geïnstalleerd is. Indien dat niet het geval is, worden alternatieve, gelijkwaardige lettertypen gebruikt. Noot: bij Red Hat Enterprise Linux 5 en later wordt de Liberation Font set standaard meegeleverd.

1.1. Typografische Conventies

Vier typografische conventies worden gebruikt om aandacht te vestigen op specifieke woorden en zinsdelen. Deze conventies -en de omstandigheden waaronder zij gebruikt worden- luiden als volgt:
Mono-spaced Bold
Wordt gebruikt om systeem input, waaronder shell commando's, bestandsnamen en paden aan te geven. Wordt ook gebruikt bij toetsaanduiding of toetsencombinaties. Voorbeeld:
Om de inhoud van het bestand mijn_onwijsgoed_verkopende_boek in uw huidige directory te zien, voert u het commando cat mijn_onwijsgoed_verkopende_boek in bij de shell-prompt en drukt u op Enter om het commando uit te laten voeren.
Bovenstaande bevat een bestandsnaam, een shell-commando en een toetsaanduiding, alle getoond in Mono-spaced Bold en alle te onderscheiden dankzij hun context.
Toetsencombinaties kunnen worden onderscheiden van toetsaanduiding door het plusteken dat elk deel van een toetsencombinatie aan elkaar verbind. Voorbeeld:
Druk op Enter om het commando te laten uitvoeren.
Druk op Ctrl+Alt+F1 om naar de eerste virtuele terminal over te schakelen. Druk op Ctrl+Alt+F7 om terug te keren naar uw X-Windows sessie.
De eerste zin benadrukt de bepaalde toets die moet worden ingedrukt. De tweede benadrukt twee reeksen van drie toetsen, waarbij de toetsen van elke reeks tegelijk moet worden ingedrukt.
Indien broncode wordt besproken, worden klassennamen, functies, variabele namen en resultaten die in een paragraaf worden genoemd, weergegeven als hier boven afgedrukt, namelijk in Mono-spaced Bold. Voorbeeld:
Onder bestandsgerelateerde klassen vallen filesystem voor bestandsystemen, file voor bestanden, en dir voor directories. Elke klasse heeft haar eigen set van permissies.
Proportional Bold
Wordt gebruikt om woorden of zinsdelen op een systeem aan te duiden, waaronder applicatie namen, dialoogtekst-boxen, gelabelde toetsen, checkbox en radiobutton labels, menutitels en submenutitels. Voorbeeld:
Kies Systeem > Voorkeuren > Muis uit de hoofdmenubalk om Muis Voorkeuren te openen. In de Knoppen tab, klik de Linkshandige muis checkbox aan en klik Sluiten om de primaire muisknop van links naar rechts te wisselen (waardoor de muis beter geschikt is geworden voor linkshandig gebruik).
Om een speciaal teken in een gedit bestand op te nemen, kiest u Toepassingen > Hulpmiddelen > Tekentabel uit de hoofdmenubalk. Vervolgens kiest u Zoeken > Find… uit de Tekentabel menubalk, typ de naam van het teken in het Zoek veld en klik Volgende. Het teken dat u zoekt zal worden gemarkeerd in de Tekentafel. Dubbel-klik op dit teken om het in de Te kopiëren tekst veld op te nemen en klik dan de Kopiëren knop. Keer terug naar uw document en kies Bewerken > Plakken uit de gedit menubalk.
De bovenstaande tekst bevat applicatienamen, systeemwijde menunamen en onderdelen, applicatie specifieke menunamen, en knoppen en tekst van een GUI-interface, alle vertoond in Proportional Bold en alle te onderscheiden dankzij hun context.
Merk het >-teken op, gebruikt om aan te geven dat door een menu en sub-menu wordt gelopen. Dit voorkomt het gebruik van de nogal omslachtige 'Selecteer Muis van het Voorkeuren sub-menu in het Systeem menu uit de hoofdmenubalk'-omschrijvingen.
Mono-spaced Bold Italic of Proportional Bold Italic
Mono-spaced Bold of Proportional Bold behandelt indien cursief gedrukt altijd vervangbare of wisselende teksten. Cursief wijst op niet letterlijke tekst of toont tekst dat wisselt naar omstandigheden. Voorbeeld:
Om verbinding te maken met een andere computer met behulp van ssh, typt u ssh gebruikersnaam@domein.naam bij een shell prompt.
Het mount -o remount file-system commando mount opnieuw het genoemde bestandsysteem. Om bijvoorbeeld het /home bestandsysteem opnieuw te mounten, gebruikt men het mount -o remount /home commando.
Om de versie van een huidig geïnstalleerd pakket te zien, gebruikt u het rpm -q package commando. Dit zal het volgende resultaat opleveren: package-version-release .
Let op de woorden in bold italics in bovenstaande tekst — username, domain.name, file-system, package, version en release. Elk woord is een [plaatshouder], hetzij voor tekst dat u invult indien u een commando typt, hetzij voor tekst die door het systeem wordt getoond.
Buiten het standaard gebruik bij het presenteren van een titel van een werk, wordt cursief ingezet om het eerste gebruik van een nieuwe en belangrijke term te benadrukken. Voorbeeld:
Wanneer de Apache HTTP Server verzoeken accepteert, zet het childprocessen of threads ter afhandeling in. Deze groep van childprocessen of threads staan bekend als een server-pool. Onder Apache HTTP Server 2.0 is de verantwoordelijkheid voor het creëren en onderhouden van deze server-pools toegewezen aan een groep modules genaamd Multi-Processing Modules (MPMs). Anders dan bij de andere modules kan slechts één module van de MPM groep door de Apache HTTP Server geladen zijn.

1.2. Pull-quote Conventies

Twee, normaal gesproken uit meerdere regels bestaande, datatypes worden visueel van de omringende tekst gescheiden.
Tekst gezonden naar een terminal wordt getoond in Mono-spaced Roman en als volgt gepresenteerd:
books        Desktop   documentation  drafts  mss    photos   stuff  svn
books_tests  Desktop1  downloads      images  notes  scripts  svgs
Opsommingen van broncode worden ook vertoond in Mono-spaced Roman maar worden alsvolgt gepresenteerd en benadrukt:
package org.jboss.book.jca.ex1;

import javax.naming.InitialContext;

public class ExClient
{
   public static void main(String args[]) 
       throws Exception
   {
      InitialContext iniCtx = new InitialContext();
      Object         ref    = iniCtx.lookup("EchoBean");
      EchoHome       home   = (EchoHome) ref;
      Echo           echo   = home.create();

      System.out.println("Created Echo");

      System.out.println("Echo.echo('Hello') = " + echo.echo("Hello"));
   }
   
}

1.3. Noten en waarschuwingen

Tenslotte gebruiken we drie visuele stijlen om aandacht te vestigen op informatie die anders misschien over het hoofd zou worden gezien.

Noot

Een noot is een tip of handigheidje of een alternatieve benadering voor de taak die uitgevoerd gaat worden. Het negeren van een noot zou geen ernstige gevolgen moeten hebben, maar het leven kan een stuk makkelijker worden indien de noot gevolgd wordt.

Belangrijk

Belangrijk aanduidingen wijzen op zaken die makkelijk over het hoofd kunnen worden gezien: veranderingen van configuratie die alleen voor de huidige sessie gelden, of voorzieningen die herstart moeten worden om een bepaalde verandering in te laten gaan. Het negeren van zaken met deze aanduiding heeft geen dataverlies tot gevolg, maar kan leiden tot verhoogde bloeddruk en extreme irritatie.

Waarschuwing

Een waarschuwing dient niet genegeerd te worden. Waarschuwingen negeren zal ongetwijfeld leiden tot data- en haarverlies.

2. We hebben terugkoppeling nodig!

Indien u fouten meldt, vergeet dan alstublieft niet het kenmerk: Installation_Guide te vermelden.
Indien u suggesties hebt om de documentatie te verbeteren, probeer dan zo duidelijk mogelijk deze suggesties te omschrijven. Indien u fouten hebt ontdekt, vermeldt dan alstublieft het sectienummer en wat omringende tekst, opdat we de fout makkelijker kunnen vinden.

Inleiding

Deze gids omvat de installatie van Fedora, een Linux distributie gebouwd met vrije en open software. Deze handleiding helpt je om Fedora te installeren op desktops, laptops, en servers. Het installatie systeem is eenvoudig te gebruiken zelfs als je geen ervaring hebt met Linux of met computer netwerken. Als je de standaard opties kiest, zal Fedora je een kompleet desktop operating systeem geven, inclusief productiviteit toepassingen, Internet programma's en werkblad gereedschappen.
Dit document beschrijft niet alle eigenschappen van het installatie systeem tot in detail.

1. Achtergrond

1.1. Over Fedora

Om meer te weten te komen over Fedora, ga naar http://fedoraproject.org/. Om andere documentatie te lezen over met Fedora gerelateerde onderwerpen, ga naar http://docs.fedoraproject.org/.

1.2. Extra hulp krijgen

Voor informatie over extra hulp bronnen voor Fedora, ga naar http://fedoraproject.org/wiki/Communicate.

2. Over dit document

2.1. Doelen

Deze gids help een lezer:
  1. Te begrijpen hoe een Fedora distributie on-line te vinden
  2. Configuratie data te maken die het de computer mogelijk maakt om Fedora op te starten
  3. Het Fedora installatie programma te begrijpen en te besturen
  4. De configuratie na de installering van een Fedora systeen af te maken

Andere documentatie bronnen

Deze gids beschrijft het gebruik van Fedora niet. Om te leren hoe je een geinstalleerd Fedora systeem gebruikt, refereer je naar http://docs.fedoraproject.org/ voor andere documentatie.

2.2. Doelgroep

Deze gids is bedoeld voor nieuwe en gemiddeld ervaren Fedora gebruikers. Geavanceerde Fedora gebruikers met vragen over de gedetaileerde werking van de expert installatie worden verwezen naar de Anaconda ontwikkelings mail lijst op http://www.redhat.com/archives/anaconda-devel-list/.

Hoofdstuk 1. Snel starten voor gevorderden

Dit hoofdstuk geeft een kort overzicht van de installatie taken voor gevorderde gebruikers die niet kunnen wachten om te beginnen. Merk op dat verduidelijkende notities en nuttige tips aanwezig zijn in de volgende hoofdstukken van deze gids. Als zich een probleem voordoet tijdens het installatie proces, raadpleeg dan de desbetreffende hoofdstukken in de volledige gids voor hulp.

Alleen voor gevorderden

Dit hoofdstuk is alleen voor gevorderden bedoeld. Andere lezers zullen misschien niet bekend zijn met sommige begrippen die hier gebruikt worden, en moeten daaarom doorgaan met Hoofdstuk 2, Nieuwe gebruikers.

1.1. Overzicht

Het installatie proces is redelijk eenvoudig, en bestaat slechts uit een paar stappen:
  1. Download de bestanden om media te maken of een andere opstartbare configuratie.
  2. Bereidt het systeem voor op de installatie.
  3. Start de computer op en draai het installatie proces.
  4. Herstart en voer de post-installatie configuratie uit.

1.2. Bestanden downloaden

Doe een van de volgende:

Verifieer je downloads

Downloads kunnen op een aantal manieren fout gaan. Verifieer altijd de sha1sum van de bestanden die je download.
  1. Download het ISO image bestand voor een Live image. Maak CD media van het ISO bestand met je favoriete toepassing. Je kunt ook het livecd-tools pakket gebruiken om de image naar andere opstartbare media te schrijven zoals een USB flash pen. Om de distributie op je harde schijf te installeren, gebruik je de link op je desktop nadat je ingelogd bent.
  2. Voor informatie over het opzetten van een netwerk boot server waarvan je Fedora kan installeren, ga je naar Hoofdstuk 11, Het Opzetten van een installatie server.

1.4. Installeer Fedora

Start op met de gewenste media, en gebruik opties van toepassing voor jouw hardware en installatie methode. Zie Hoofdstuk 9, Opstart opties voor meer informatie over de boot opties. Als je van de Live CD opstart, selecteer de "Installeer naar Harde Schijf" optie op de desktop om het installatie programma te draaien. Als je opstart van minimale media of een gedownloade kernel, selecteer een netwerk of harde schijf bron waarvan geinstalleerd gaat worden.
Ga door alle stappen van het installatie programma. Het installatie programma verandert je systeem niet totdat je op het laatst toestemming geeft om verder te gaan. Als de installatie klaar is, start je je systeem opnieuw op.

1.5. Post-installatie stappen uitvoeren

Nadat het systeem opgestart is, toont het extra configuratie opties. Maak de juiste veranderingen aan je systeem en vervolg met in te loggen.

Hoofdstuk 2. Nieuwe gebruikers

Dit hoofdstuk legt uit hoe je de bestanden voor het installeren en draaien van Fedora op je systeem kunt verkrijgen. Concepten in dit hoofdstuk kunnen nieuw zijn, zeker als dit je eerste vrije en open-bron operating systeem is. Als je problemen met dit hoofdstuk hebt, kun je misschien hulp vinden door de Fedora Forums te bezoeken op http://www.fedoraforum.org/.

Download verwijzingen

Om een Web gebaseerde gids te vinden over hoe te downloaden, bezoek je http://get.fedoraproject.org/. Voor hulp over het kiezen van de architectuur te downloaden, refereer je naar Paragraaf 2.2, “Welke architectuur heeft mijn computer”.

2.1. Hoe download ik installatie bestanden?

Het Fedora Project geeft Fedora op vele manieren uit, waarvan de meeste gratis zijn en zijn te downloaden over het Internet. De meest gebruikte verspreidings methode is CD en DVD media. Er zijn verschillende types CD en DVD media beschikbaar, waaronder:
  • Een volledige set van de software op DVD media
  • Live images die je kunt gebruiken om Fedora uit te proberen, en op je systeem te installeren als je daarvoor kiest
  • Minimale boot CD en USB flash pen images die het mogelijk maken om te installeren via een Internet verbinding
  • Bron code op DVD media
Meeste gebruikers zullen kiezen voor, of de Live image, of de volledige set van installeerbare software op DVD of CD's. De minimale boot CD images zijn geschikt voor gebruikers met een snelle Internet verbinding en die Fedora op slechts een computer willen installeren. Bron code schijven worden niet gebruikt om Fedora te installeren, maar zijn bronnen voor ervaren gebruikers en software ontwikkelaars.
Fedora software is beschikbaar om gratis te downloaden op een aantal manieren.

2.1.1. Van een Spiegel

Spiegels bieden Fedora software aan met een goed georganiseerde hierarchie van folders. Bijvoorbeeld, de Fedora 11 distributie verschijnt normaal in de map fedora/linux/releases/11/. Deze map bevat een folder voor iedere architectuur die door die release van Fedora wordt ondersteund. CD en DVD media bestanden verschijnen binnen die folder, in een folder met de naam iso/. Bijvoorbeeld je kunt het bestand voor de DVD distributie van Fedora 11 voor x86_64 vinden in fedora/linux/releases/11/x86_64/iso/F-11-x86_64-DVD.iso.

2.1.2. Met BitTorrent

BitTorrent is een manier om informatie te downloaden in samenwerking met andere computers. Elke computer, die samenwerkt in de groep, haalt stukjes van de informatie op in een bepaalde torrent van andere leden in de groep. Computers die klaar zijn met het downloaden van alle informatie in de torrent blijven in de zwerm om te zaaien, of data leveren aan de andere leden. Als je data download met BitTorrent, moet je uit beleefdheid de torrent blijven zaaien totdat je tenminste dezelfde hoeveelheid data upload als je download.
Als BitTorrent niet op je computer is geinstalleerd, ga dan naar de BitTorrent home pagina op http://www.bittorrent.com/download/ om het te downloaden. BitTorrent client software is beschikbaar voor Windows, Mac OS, Linux, en vele andere operating systemen.
Je hoeft geen speciale spiegel te zoeken voor BitTorrent bestanden. Het BitTorrent protocol verzekert dat je computer deelneemt in een vlak bij gelegen groep. Om bestanden te downloaden met gebruik van BitTorrent, ga naar http://torrent.fedoraproject.org/.

Minimale boot images

Minimale boot CD en USB flash pen images zijn niet beschikbaar via BitTorrent.

2.3. Welke bestanden moet ik downloaden?

Je hebt verschillende opties om Fedora te downloaden. Lees hieronder welke voor jou het beste is.
Het architectuur type verschijnt in de naam van de bestanden die voor iedere Fedora distributie zijn te downloaden. Bijvoorbeeld, het bestand voor de DVD distributie van Fedora 11 voor x86_64 heeft de naam Fedora-11-x86_64-DVD.iso. Zie Paragraaf 2.2, “Welke architectuur heeft mijn computer” als je niet zeker bent van je computer architectuur.
  1. Volledige distributie op DVD
    Als je voldoende tijd en een snelle Internet verbinding hebt, en je wilt in staat zijn om een bredere keus van software te hebben, download dan de volledige DVD versie. Zodra je DVD gebrand hebt, is deze opstartbaar, en bevat een installatie programma, maar ook een mode om herstel werkzaamheden op je Fedora systeem te verrichten in een noodgeval. Je kunt de DVD direct van de spiegel downloaden, of BitTorrent gebruiken.
  2. Live image
    Als je Fedora wilt uitproberen voordat je het installeert op je computer, download dan de Live image versie. Als je computer opstarten van CD of USB ondersteunt, kun je het operating systeem opstarten zonder veranderingen op je harde schijf te maken. De Live image voorziet ook in een Installeer naar Harde Schijf optie op de desktop. Als je besluit dat het er niet gek uitziet, en je wilt het installeren, aktiveer dan eenvoudig die optie om Fedora naar je harde schijf te schrijven. Je kunt de Live image direct van een spiegel downloaden, of BitTorrent gebruiken.
  3. Minimale boot media
    Als je een snelle Internet verbinding hebt, maar je wilt niet de gehele distributie downloaden, kun je een kleine boot image downloaden. Fedora biedt images aan voor een minimale boot omgeving op CD. Als je je systeem opstart met de minimale media, kun je Fedora direct over het Internet installeren. Hoewel deze methode nog steeds verlangt dat je een behoorlijke hoeveelheid data via het Internet download, is het bijna altijd veel minder dan de afmetingen van de volledige distributie media. Als je klaar bent met installeren, kun je software toevoegen of verwijderen van je systeem zoals gewenst.

    Grootte van download bestanden

    Het installeren van de standaard software voor Fedora over het Internet kost meer tijd dan de Live image, maar minder dan de gehele DVD distributie. De aktuele resultaten hangen af van de software die je selecteert en de netwerk verkeers condities.
De volgende tabel legt uit waar de gewenste bestanden op een spiegel site te vinden zijn. Vervang arch met de architectuur van de te installeren computer.
Media type Bestand locaties
Volledige distributie op DVD fedora/linux/releases/11/Fedora/arch/iso/Fedora-1110-arch-DVD.iso
Live image fedora/linux/releases/11/Live/arch/iso/Fedora-11-arch-Live.iso, fedora/linux/releases/11/Live/arch/iso/Fedora-11-KDE-arch-Live.iso
Minimale CD boot media fedora/linux/releases/11/Fedora/arch/os/images/boot.iso
Tabel 2.2. Bestanden opsporen

2.4. Hoe maak ik Fedora media?

Je kunt Fedora ISO bestanden omzetten naar CD of DVD schijven. Je kunt Fedora Live ISO bestanden omzetten naar opstartbare USB media maar ook naar CD of DVD.

2.4.1. CD of DVD schijven maken

Om te leren hoe ISO image bestanden om te zetten zijn in CD of DVD media, refereer naar http://docs.fedoraproject.org/readme-burning-isos/.

2.4.2. USB media maken

Om opstartbare USB media te maken, gebruik je of een Fedora Live image bestand. Je kunt zowel een Windows als een Linux systeem gebruiken om opstartbare USB media te maken.

USB image schrijven is niet destructief

Een Live image naar het USB media schrijven is niet destructief. Alle bestaande data op de media zal niet beschadigd worden.
Het is altijd een goed idee om een backup te maken van belangrijke data voordat je kritische schijf operaties uitvoert.
Voordat je begint, moet je er zeker van zijn dat je voldoende vrije ruimte op je USB media beschikbaar hebt. Je hoeft je media niet te herpartitioneren of te herformateren. Het is altijd een goed idee om een backup te maken van belangrijke data voordat je gevoelige schijf bewerkingen uitvoert.

2.4.2.1. Het maken van een USB image onder Windows

  1. Download een Live ISO bestand zoals getoond in Paragraaf 2.3, “Welke bestanden moet ik downloaden?”.
  2. Download het Windows liveusb-creator programma op http://fedorahosted.org/liveusb-creator.
  3. Volg de aanwijzingen op die gegeven worde op de site en in het liveusb-creator programma om een opstartbare USB media te maken.

2.4.2.2. USB image maken in Linux

USB media heeft vaak de vorm van flash apparaten soms USB pen of USB stick genaamd, of als een extern aangesloten harde schijf. Bijna altijd is media van dit type geformateerd als een vfat bestandsysteem. Je kunt opstartbare USB media maken op media die geformateerd is als ext2, ext3, of vfat.

ext4 and Btrfs

De GRUB bootloader ondersteunt de ext4 of Btrfs bestandssystemen niet. Je kunt geen opstartbare USB media maken op media die geformateerd is als ext4 of Btrfs.

Ongebruikelijke USB media

In sommige gevallen met vreemd geformateerde of gepartitioneerde USB media, kan het schrijven van de image mislukken.
  1. Download een Live ISO bestand zoals getoond in Paragraaf 2.3, “Welke bestanden moet ik downloaden?”.
  2. Installeer het livecd-tools pakket op je systeem. Voor Fedora systemen, gebruik je het volgende commando:
    su -c 'yum -y install livecd-tools'
    
  3. Plug je USB media in.
  4. Zoek de apparaat naam van je USB media op. Als de media een volume naam heeft, zoek je de naam in /dev/disk/by-label, of gebruik het commando findfs:
    su -c 'findfs LABEL="MyLabel"'
    
    Als de media geen volume naam heeft, of je weet deze niet, dan raadpleeg je de /var/log/messages log voor details:
    su -c 'less /var/log/messages'
    
  5. Gebruik het livecd-iso-to-disk commando om de ISO image naar de media te schrijven:
    su -c 'livecd-iso-to-disk the_image.iso /dev/sdX1'
    
    Vervang sdX1 met de apparaat naam voor de partitie op de USB media. De meeste flash pennen en externe harde schijven gebruiken slechts een partitie. Als je dit veranderd hebt of als je een vreemd gepartitioneerde media hebt, moet je misschien andere bronnen voor hulp raadplegen.

2.5. Wat te doen als ik Fedora niet kan downloaden?

Als je geen snelle Internet verbinding hebt, of je hebt een probleem met het maken van boot media, kan downloaden via het Internet geen optie zijn. Fedora DVD en CD distributie media zijn beschikbaar van een aantal online bronnen over de gehele wereld voor een minimale prijs. Gebruik je favoriete Web zoek machine om een verkoper te vinden, of ga naar http://fedoraproject.org/wiki/Distribution.

2.6. Hoe start ik het installatie programma?

Volg deze procedure om het installatie programma op te starten van minimale boot media, een Live image, of de distributie DVD:
Het kan nodig zijn om een specifieke toest of toets kombinatie te gebruiken om op te starten van de media, of configureer de Basic Input/Output System, of BIOS, van je systeem om op te starten van de media. Op de meeste computers moet je de boot of BIOS optie selecteren direct na het aanzetten van de computer. De meeste Windows-compatibele computer systemen gebruiken een speciale toets zoals F1, F2, F12, of Del om het BIOS configuratie menu op te starten. Op Apple computers zal de C toest het systeem van het DVD station opstarten. Op oudere Apple hardware moet je misschien Cmd +Opt+Shift+Del gebruiken om op te starten van de DVD drive.

De BIOS configureren

Als je er niet zeker van bent welke mogelijkheden jouw computer heeft, of hoe de BIOS te configureren, raadpleeg dan de documentatie die door de fabrikant geleverd is. Gedetaileerde informatie over hardware specifikaties en configuraties is buiten het bestek van dit document.

Deel I. Voordat je begint

Dit gedeelte van de Fedora installatie gids behandelt besluiten die je moet nemen en hulpbronnen die je moet verzamelen voordat je Fedora installeert, zoals:
  • de beslissing of je een bestaande Fedora installatie gaat upgraden of dat je een nieuwe versie installeert.
  • hardware overwegingen, en hardware details die je nodig hebt tijdens de installatie.
  • voorbereiden om Fedora over het netwerk te installeren.
  • driver media maken.

Hoofdstuk 3. Stappen om op gang te komen

3.1. Upgraden of installeren?

Voor informatie om je te helpen te beslissen op je een upgrade of een installatie gaat uitvoeren, refereer je naar Hoofdstuk 18, Je huidige systeem upgraden.

3.3. Heb je genoeg schijf ruimte?

De schijfruimte gebruikt door Fedora moet apart zijn van de schijfruimte die gebruikt wordt door andere OS'en die op je systeem geinstalleerd kunnen zijn, zoals Windows, OS/2, of zelfs een andere versie van Linux. Voor x86, AMD64, en Intel® 64 systemen, moeten ten minste twee partities (/ en swap) toegekend worden aan Fedora.
Voordat je met het installatie proces begint, moet je
  • genoeg niet-gepartitioneerde[1] schijfruimte hebben voor de installatie van Fedora, of
  • een of meer partities hebben die verwijderd kunnen worden, en op die manier voldoende ruimte vrij te maken om Fedora te installeren.
Om een beter idee te krijgen hoeveel ruimte je werkelijk nodig hebt, refereer je naar de aanbevolen partitie groottes besproken in Paragraaf 7.21.4, “Aanbevolen partitionerings schema”.
Als je er niet zeker van bent of je hieraan voldoet, of je wilt weten hoe je vrije schijf ruimte voor je Fedora installatie kunt maken, refereer je naar Bijlage A, Een inleiding voor schijf partities.

3.4. Kun je installeren met gebruik van de CD-ROM of DVD?

Er zijn verschillende methodes die gebruikt kunnen worden om Fedora te installeren.
Installeren van een CD-ROM of DVD vereist dat je een Fedora 11 CD-ROM of DVD hebt, en dat je een DVD/CD-ROM station hebt op je systeem waarvan je kunt opstarten.

3.5. Voorbereiden voor een netwerk installatie

Note

Wees er zeker van dat er geen installatie CD (of welk type CD dan ook) in het CD/DVD station van je computer zit als je een netwerk installatie uitvoert. Het hebben van een CD in het station kan onverwachte fouten veroorzaken.
De Fedora installatie media moet beschikbaar zijn voor of een netwerk installatie (met NFS, FTP, of HTTP), of een installatie met locale opslag. Gebruik de volgende stappen als je een NFS, FTP, of HTTP installatie gaat uitvoeren.
De NFS, FTP, of HTTP server die gebruikt wordt voor de installatie over het netwerk moet een aparte machine zijn die de complete inhoud van de installatie DVD of de installatie CD-ROM's kan leveren.

Note

Het Fedora installatie programma heeft de mogelijkheid om de integriteit van de installatie media te testen. Dit werkt met de CD/DVD, harde schijf ISO, en NFS ISO installatie methodes. We bevelen aan dat je alle installatie media test voordat je met het installatie proces begint, en voordat je problemen met de installatie aanmeldt (veel van de aangemelde installatie problemen worden vaak veroorzaakt door foutief gebrande CD's). Om deze test te gebruiken, type je het volgende coomando in op de boot: prompt:
linux mediacheck

Note

In de volgende voorbeelden zal de map op de installatie server die de installatie bestanden zal bevatten gespecificeerd zijn als /locatie/van/schijf/ruimte. De map die publiek beschikbaar wordt gemaakt met FTP, NFS, of HTTP zal worden gespecificeerd als /publiek/beschikbare/map. Bijvoorbeeld, /locatie/van/schijf/ruimte kan een map zijn die je aangemaakt hebt met de naam /var/isos. /publiek/beschikbare/map kan zijn /var/www/html/f11, voor een HTTP installatie.
Om de bestanden van de installatie DVD of CD-ROM's naar een Linux machine te copieeren die dient als een installatie server, voer je de volgende stappen uit:
  • Maak een ISO image van de installatie schijf/schijven met het volgende commando (voor DVD's):
    dd if=/dev/dvd of=/locatie/van/schijf/ruimte/f11.iso
    waarin dvd refereert naar je DVD station.
    Voor instructies over het voorbereiden van een netwerk installatie met behulp van CD-ROM's, refereer je naar de instructies in het README-en bestand op schijf #1.

3.5.1. Voorbereiden voor FTP en HTTP installatie

Copieer de bestanden van de ISO image van de installatie DVD of de ISO images van de installatie CD's naar een map die gedeeld wordt met FTP of HTTP.
Overtuig je er vervolgens van dat de map gedeeld wordt met FTP of HTTP, en test de toegang voor de client. Je kunt testen om te zien of de map bereikbaar is vanaf de server zelf, en daarna vanaf een andere machine op hetzelfde sub-netwerk waarin je gaat installeren.

3.5.2. Voorbereiden voor een NFS installatie

Voor een NFS installatie is het niet nodig om de ISO image aan te koppelen. Het is voldoende om de ISO image zelf beschikbaar te maken met NFS. Je kunt dit doen door de ISO image(s) te verplaatsen naar de NFS geexporteerde map:
  • Voor DVD:
    mv /locatie/van/schijf/ruimte/f11.iso /publiek/beschikbare/map/
  • Voor CD-ROM's:
    mv /locatie/van/schijf/ruimte/f11-disk*.iso /publiek/beschikbare/map/
Verzeker je ervan dat de /publiek/beschikbare/map map is geexporteerd met NFS met een regel in /etc/exports.
Om naar een specifiek systeem te exporteren:
/publiek/beschikbare/map client.ip.address(ro,no_root_squash)
Om naar alle systemen te exporteren gebruik je een regel zoals:
/publiek/beschikbare/map *(ro,no_root_squash)
Start de NFS daemon (op een Fedora systeem gebruik je /sbin/service nfs start). Als NFS al draait, herlaad je het configuratie bestand (gebruik op een Fedora systeem /sbin/service nfs reload).
Harde schijf installaties vereisen het gebruik van de ISO (of DVD/CD-ROM) images. Een ISO image is een bestand dat een exacte copie is van een DVD/CD-ROM image. Na het plaatsen van de vereist ISO images (de binaire Fedora DVD/CD-ROM's) in een map, kies je de installatie van een harde schijf. Je kunt daarna het installatie programma verwijzen naar die map om de installatie uit te voeren.
Om je systeem voor te bereiden op een harde schijf installatie, moet je het systeem instellen met een van de volgende manieren:
  • Met gebruik van een set CD-ROM's, of een DVD — Maak ISO image bestanden van elke installatie CD-ROM, of van de DVD. Voor iedere CD-ROM (eenmaal voor de DVD), voer je het volgende commando uit op een Linux systeem:
    dd if=/dev/cdrom of=/tmp/file-name.iso
    
  • Met gebruik van ISO images — verplaats deze images naar het te installeren systeem.
    Her verifieren dat de ISO images intact zijn voordat je een installatie begint, helpt om problemen te vermijden. Om te verifieren dat de ISO images intact zijn voor het uitvoeren van een installatie, gebruik je een md5sum programma (vele md5sum programma's zijn beschikbaar voor verscheidene operating systemen). Een md5sum programma moet beschikbaar zijn op dezelfde machine als de ISO images.

Note

Het Fedora installatie programma heeft de mogelijkheid om de integriteit van de installatie media te testen. Dit werkt met de CD/DVD, harde schijf ISO, en NFS ISO installatie methodes. We bevelen aan dat je alle installatie media test voordat je met het installatie proces begint, en voordat je problemen met de installatie aanmeldt (veel van de aangemelde installatie problemen worden vaak veroorzaakt door foutief gebrande CD's). Om deze test te gebruiken, type je het volgende coomando in op de boot: prompt:
linux mediacheck
Als bovendien een bestand met de naam updates.img bestaat op de locatie waarvan je installeert, wordt het gebruikt voor vernieuwingen voor anaconda, het installatie programma. Refereer naar het bestand install-methods.txt in het anaconda RPM pakket voor gedetaileerde informatie over de verschillende manieren om Fedora te installeren, en ook hoe installatie programma vernieuwingen toegepast kunnen worden.


[1] Niet gepartitioneerde schijfruimte betekent dat de beschikbare ruimte op de harde schijf/schijven waarop je gaat installeren nog niet in secties verdeeld is voor data. Als je een schijf partitioneert, gedraagt iedere partitie zich als een aparte harde schijf.

Hoofdstuk 4. Systeem specificatie lijst

Als je echter bepaalde installatie types gaat uitvoeren, kunnen sommige specifieke details handig zijn en soms zelfs essentieel.
  • Als je van plan bent om een aangepaste partitie indeling te maken, noteer dan:
    • Het model nummer, grootte, type, en interface van de harde schijven die aangesloten zijn in het systeem. Bijvoorbeeld, Seagate ST3320613AS 320 GB op SATA0, Western Digital WD7500AAKS 750 GB op SATA1. Dit staat je toe om specifieke harde schijven tijdens het installatie proces te herkennen.
  • Als je Fedora installeert als extra operating systeem op een bestaand systeem, noteer dan:
    • De aankoppelpunten van de bestaande partities op het systeem. Bijvoorbeeld, /boot op sda1, / op sda2, en /home op sdb1. Dit staat je toe om specifieke partities tijdens het partitionerings proces te herkennen.
  • Als je van plan bent om te installeren van een image op een locale harde schijf:
  • Als je van plan bent om te installeren van een netwerk locatie, of installeren op een iSCSI doel:
    • De fabrikant en modelnummers van de netwerk adapters in je systeem. Bijvoorbeeld, Netgear GA311. Dit staat je toe om de adapters te identificeren als je het netwerk handmatig configureert.
    • IP, DHCP, en BOOTP adressen
    • Netmasker
    • Gateway IP adres
    • Een of meer IP adressen van naamservers (DNS)
    Als een van deze netwerk vereisten of termen onbekend voor je zijn, neem dan contact op met je netwerkbeheerder voor hulp.
  • Als je van plan bent om te installeren van een netwerk locatie:
  • Als je van plan bent te installeren op een iSCSI doel:
    • De locatie van het iSCSI doel. Afhankelijk van je netwerk, heb je misschien ook een CHAP gebruikersnaam en wachtwoord nodig, en misschien een reverse CHAP gebruikersnaam en wachtwoord; zie Paragraaf 7.19, “Advanced Storage Options ”.
  • Als je computer onderdeel is van een domein:
    • Je moet nagaan of de domein naam geleverd gaat worden door de DHCP server. Als dat niet zo is, moet je de domein naam handmatig opgeven tijdens de installatie.

Hoofdstuk 5. Driver media voor Intel® en AMD systemen

5.1. Waarom heb ik driver media nodig?

Terwijl het Fedora installatie programma geladen wordt, kan een scherm verschijnen die je vraagt om de driver media. Het driver media scherm wordt het vaakst gezien in de volgende scenario's:
  • Er is geen driver beschikbaar voor een stuk hardware dat nodig is om de installatie voort te zetten.
  • Als je het installatie programma draait door het intypen van linux dd op de installatie boot prompt.

5.2. Wat is driver media eigenlijk?

Driver media kan ondersteuning toevoegen voor hardware dat misschien niet ondersteund wordt door het installatie programma. Driver media kan een driver diskette zijn, of een image gemaakt door Red Hat, of een diskette of CD-ROM gemaakt door jezelf van driver images die op het Internet gevonden zijn, of het kan een diskette of CD-ROM zijn die de hardware leverancier meelevert met de hardware.
Driver media wordt gebruikt als je toegang nodig hebt tot een specifiek apparaat om Fedora te installeren. Drivers kunnen nodig zijn voor niet-standaard, erg nieuwe, of ongebruikelijke apparaten.

Note

Als het niet ondersteunde apparaat niet nodig is voor de installatie van Fedora op je systeem, ga dan verder met de installatie en voeg ondersteuning voor het nieuwe apparaat toe als de installatie klaar is.

Deel II. Het installatie proces

Dit gedeelte van de Fedora installatie gids geeft details over het installatie proces zelf, vanaf verschillende manieren voor het opstarten van de installer tot en met het punt waar de computer opnieuw opgestart moet worden om de installatie af te maken. Dit deel van de gids bevat ook een hoofdstuk over het oplossen van problemen met het installatie proces.

Inhoudsopgave

6. Beginnen met de installatie
6.1. Het boot menu
6.2. Installeren van een andere bron
6.3. Media verifieren
6.3.1. Verifieren van de Live CD
6.3.2. Verifieren van de DVD
6.4. Opstarten van een netwerk met gebruik van PXE
6.5. Grafische en tekst interfaces
7. Installeren op Intel en AMD systemen
7.1. De grafische installatie programma gebruikers interface
7.1.1. Een notitie over virtuele consoles
7.2. De tekst mode installatie programma gebruikers interface
7.2.1. Gebruik het toetsenbord om te navigeren
7.3. Starten van het installatie programma
7.3.1. Het opstarten van het installatie programma op x86, AMD64, en Intel 64 systemen
7.3.2. Extra opstart opties
7.4. Selecteren van een installatie methode
7.5. Installeren van DVD/CD-ROM
7.5.1. Wat te doen als de IDE CD-ROM niet werd gevonden?
7.6. Installeren van een harde schijf
7.7. Een netwerk installatie uitvoeren
7.8. Installeren met NFS
7.9. Installeren met FTP of HTTP
7.10. Welkom bij Fedora
7.11. Language Selection
7.12. Keyboard Configuration
7.13. Initialiseren van de harde schijf
7.14. Een bestaande installatie upgraden
7.14.1. Upgrade aanvraag
7.14.2. Upgraden met behulp van het installatie programma
7.14.3. Bootloader configuratie upgraden
7.15. Netwerk Configuratie
7.15.1. Handmatige configuratie
7.16. Selecteren van de tijdzone
7.17. Instellen van het root wachtwoord
7.18. Disk Partitioning Setup
7.18.1. RAID en andere schijf apparaten
7.19. Advanced Storage Options
7.20. Create Default Layout
7.21. Je systeem partitioneren
7.21.1. Grafische scherm van harde schijf/schijven
7.21.2. Het partitionerings scherm
7.21.3. Partitie velden
7.21.4. Aanbevolen partitionerings schema
7.21.5. Partities toevoegen
7.21.6. Bewerken van partities
7.21.7. Een partitie verwijderen
7.22. x86, AMD64, en Intel 64 Boot loader configuratie
7.22.1. Geavanceerde bootloader instellingen
7.22.2. Reddings Mode
7.22.3. Alternative bootloaders
7.23. Package Group Selection
7.23.1. Installeren van extra repositories
7.23.2. Software selectie aanpassen
7.24. Voorbereiden om te installeren
7.24.1. Voorbereiden voor het installeren
7.25. Pakketten installeren
7.26. Installatie compleet
8. Installatie foutzoeken op een Intel of AMD systeem
8.1. Je bent niet in staat om Fedora op te starten
8.1.1. Kun je niet opstarten met je RAID kaart?
8.1.2. Laat je systeem signaal 11 fouten zien?
8.2. Problemen met het beginnen van de installatie
8.2.1. Problemen met opstarten in de grafische installatie
8.3. Problemen tijdens de installatie
8.3.1. No devices found to install Fedora fout boodschap
8.3.2. Opslaan van traceback boodschappen zonder verwijderbare media
8.3.3. Problemen met partitie tabellen
8.3.4. Overblijvende ruime gebruiken
8.3.5. Andere partitionerings problemen
8.3.6. Zie je Python fouten?
8.4. Problemen na installatie
8.4.1. Problemen met het grafische GRUB scherm op een x86 gebaseerd system?
8.4.2. Opstarten in een grafische omgeving
8.4.3. Problemen met het X windows systeem (GUI)
8.4.4. Problemen met de X server die crasht en niet-root gebruikers
8.4.5. Problemen als je probeert in te loggen
8.4.6. Wordt je RAM niet herkend?
8.4.7. Je printer werk niet
8.4.8. Problemen met geluidsconfiguratie
8.4.9. Apache-gebaseerde httpd voorziening/Sendmail hangt tijdens het opstarten

Hoofdstuk 6. Beginnen met de installatie

De installatie stoppen

Om de installatie af te breken druk je op Ctrl +Alt+Del of sluit je computer af met de voedingsschakelaar. Je kunt de installatie zonder gevolgen afbreken op elk moment voordat je Veranderingen naar schijf schrijven op het Schrijven van partitionering naar schijf scherm selecteert. Fedora brengt voor dit tijdstip geen permanente veranderingen aan. Let op dat het stoppen van de installatie na het begin van de partitionering je computer onbruikbaar kan maken.

6.1. Het boot menu

De boot media laat een grafisch boot menu met verscheidene opties zien. Als binnen 60 seconden geen toets wordt ingedrukt, start de standaard boot optie op. Om de standaard te kiezen wacht je tot die tijd verstreken is of je drukt op de Enter toets op het toetsenbord. Om een andere dan de standaard optie te kiezen, gebruik je de pijl toetsen op je toetsenbord, en druk op Enter als de juiste optie geselecteerd is. Als je de boot opties wilt aanpassen voor een specifieke optie, druk je op de Tab toets.

Boot opties gebruiken

Voor een lijst en verklaring van de meest gebruikte boot opties, refereen je naar Hoofdstuk 9, Opstart opties.
Bij het gebruik van Fedora Live media brengt het duwen op een willekeurige toets tijdens het aftellen van het opstarten het Boot Options menu op. De boot opties zijn:
  • Boot
    Deze option is de standaard. Als je deze optie kiest, worden alleen de kernel en de opstart programma's in het geheugen geladen. Deze optie gebruikt minder tijd om te laden. Als je programma's gebruikt dan worden ze van de schijf geladen, wat meer tijd kost. Deze optie kan gebruikt worden op machines met weinig totaal geheugen.
  • Verify and Boot
    Deze optie zal eerst de schijf verifieren voordat de Live CD omgeving gedraaid wordt. Refereer naar Paragraaf 6.3, “Media verifieren” voor meer informatie over het verificatie proces.
  • Memory Test
    Deze optie draait een grondige test van het geheugen in je systeem. Voor meer informatie refereer je naar Paragraaf 9.6.1, “Laden van de geheugen (RAM) test mode”.
  • Boot from local drive
    Deze optie start het systeem op van de eerste geinstalleerde schijf. Als je deze schijf per ongeluk hebt opgestart, gebruik je deze optie om rechtstreeks van de harde schijf op te starten zonder dat de installer opgestart wordt.
Als je opstart van de DVD, rescue CD, of minimale boot media, dan zijn de boot menu opties:
  • Install or upgrade an existing system
    Deze optie is de standaard. Kies deze optie om Fedora op je computer te installeren met gebruik van een grafisch installatie programma.
  • Install system with basic video driver
    Deze optie staat je toe om Fedora in de grafische mode te installeren zelfs als het installatie programma niet in staat is de juiste driver voor je video kaart te laden. Als je scherm vervormt lijkt of zwart blijft als je de Install or upgrade an existing system optie gebruikt, kun je je computer opnieuw starten en in plaats daarvan deze optie proberen.
  • Rescue installed system
    Kies deze optie om een probleem met je geinstalleerde Fedora systeem te verhelpen dat je tegenhoudt om normaal op te starten. Hoewel Fedora een heel stabiel computer systeem is, is het toch mogelijk dat een probleem ontstaat waardoor je niet kunt opstarten. De reddings omgeving bevat programma's waarmee je een groot aantal van deze problemen kunt oplossen.
  • Boot from local drive
    (zoals voor Live CD)
  • Memory Test
    (zoals voor Live CD)

6.2. Installeren van een andere bron

Alle boot media behalve de distributie DVD geeft je een menu dat je toestaat om de installatie bron te kiezen, zoals het netwerk of een harde schijf. Als je opstart van een installatie DVD en je wilt niet installeren van die DVD, tik dan op de Tab toets in het boot menu. Voeg een spatie toe en de optie askmethod op het einde van de regel die verschijnt onder het menu.
Je kunt Fedora installeren van ISO images opgeslagen op de harde schijf, of van een netwerk met behulp van NFS, FTP of HTTP. Ervaren gebruikers gebruiken vaak een van deze methodes omdat het vaak sneller is om data van een harde schijf of netwerk server te lezen dan van een CD of DVD.
De volgende tabel geeft een overzicht van de verschillende opstart methodes en de aanbevolen installatie methode hierbij te gebruiken:
Opstart methode Installation method
DVD DVD, netwerk of harde schijf
Minimale boot CD of USB, reddings CD Netwerk of harde schijf
Live CD of USB Naar harde schijf installeren toepassing
Tabel 6.1. Opstart methodes en installatie methodes

Paragraaf 7.4, “Selecteren van een installatie methode” bevat gedetaileerde informatie over het installeren vanaf andere locaties.

6.3. Media verifieren

De distributie DVD media en de Live CD media geven een optie om de integriteit van de media te verifieren. Met het maken van CD of DVD media met thuis computers treden soms schrijffouten op. Een fout in de data voor een pakket dat gekozen is om te installeren kan de installatie laten afbreken. Om de kans te verkleinen dat datafouten de installatie beinvloeden, moet je de media verifieren voordat je gaat installeren.

6.3.1. Verifieren van de Live CD

Als je opstart van de Live CD, kies je Verify and Boot van het boot menu. Het verificatie proces draait automatisch tijdens het opstart proces, en als het succesvol is, gaat de Live CD verder met laden. Als de verificatie niet slaagt, moet je een nieuwe Live CD maken van de ISO image die je eerder hebt gedownload.

6.3.2. Verifieren van de DVD

Als je opstart van de Fedora distributie DVD, verschijnt de optie om de media te verifieren nadat je hebt gekozen voor het installeren van Fedora. Als het verificatie proes lukt, dan vervolgt het installatie. Als het proces niet lukt, dan moet je een nieuwe DVD maken van de ISO image die je eerder hebt opgehaald.

6.4. Opstarten van een netwerk met gebruik van PXE

Configureer de computer om op te starten van het netwerk interface. Deze optie is in de BIOS, en kan aangegeven zijn met Network Boot or Boot Services. Als je opstarten met PXE juist geconfigureerd hebt, kan de computer het Fedora installatie systeem opstarten zonder andere media te gebruiken.
Om een computer van een PXE server op te starten:
  1. Verzeker je ervan dat de netwerk kabel bevestigd is. Het link indicatie lampje op de netwerk connector moet aan zijn, zelfs als de computer uit staat.
  2. Schakel de computer in.
  3. Een menu scherm verschijnt. Druk op de nummer toets die overeenkomt met de gewenste optie.

PXE problemen oplossen

Als je PC niet opstart van de netboot server, verzeker je ervan dat de BIOS is geconfigureerd om als eerste van het juiste netwerk interface op te starten. Sommige BIOS systemen specificeren het netwerk interface als een mogelijk boot apparaat, maar ondersteunen de PXE standaard niet. Refereer naar je hardware documentatie voor meer informatie.

Meerdere NIC's en PXE installatie

sommige servers met meerdere netwerk interfaces zullen eth0 misschien niet toekennen aan de eerste interface kaart zoals gezien door de BIOS, wat kan veroorzaken dat de installer een ander netwerk interface gebruikt dan die gebruikt door PXE. Om dit gedrag te veranderen, gebruik je het volgende in de pxelinux.cfg/* configuratie bestanden:
IPAPPEND 2
APPEND ksdevice=bootif
De bovenstaande configuratie opties laat de installer hetzelfde netwerk interface gebruiken als de BIOS en PXE. Je kunt ook de volgendie optie gebruiken:
ksdevice=link
Deze optie laat de installer het eerste netwerk device gebruiken die het vindt en aangesloten is aan een netwerk switch.

6.5. Grafische en tekst interfaces

Fedora 11 ondersteunt grafische en tekst-gebaseerde installaties. Echter, de installer image moet, of in het RAM geheugen passen, of aanwezig zijn in lokaal geheugen zoals de installatie DVD of Live media. Daarom kunnen alleen systemen met meer dan 192 MB RAM of systemen die opstarten van de istallatie DVD of Live Media die grafische installer gebruiken. Systemen met 192 MB of minder zullen automatisch de tekst-gebaseerde installer gebruiken. Merk op dat je een minimum van 64 MB RAM nodig hebt om verder te gaan in de tekst mode. Als er zelf voor kiest om de tekst-gebaseerde installer te gebruiken, type je linux text op de boot: prompt.
Als zich een van de volgende situaties voordoet, gebruikt het installatie programma een tekst mode:
  • Het installatie systeem slaagt er niet in om de display hardware op je computer te herkennen
  • Je computer heeft minder dan 192 MB RAM
  • Je koos de tekst mode installatie van het opstart menu
De tekst schermen bieden de meeste functies aan van de standaard schermen, hoewel het partitioneren van de schijven vereenvoudigd is, en de bootloader configuratie en pakket selectie in de tekst mode automatisch afgehandeld worden. Als je er voor kiest om Fedora in de tekst mode te installeren, kun je nog steeds je systeem configureren om na de installatie een grafische interface te gebruiken.

Grafische interface gebruik

Installeren in tekst mode weerhoudt je niet om een grafische interface te gebruiken op je systeem nadat het geinstalleerd is. Als je problemen hebt om je systeem voor grafische interface gebruik te configureren, raadpleeg je andere bronnen om problemen op te lossen zoals gegeven in Paragraaf 1.2, “Extra hulp krijgen”.

Installatie vereist ten minste 64 MB RAM

Als je systeem minder dan 64 MB RAM heeft, zal de installatie stoppen.

Hoofdstuk 7. Installeren op Intel® en AMD systemen

7.1. De grafische installatie programma gebruikers interface
7.1.1. Een notitie over virtuele consoles
7.2. De tekst mode installatie programma gebruikers interface
7.2.1. Gebruik het toetsenbord om te navigeren
7.3. Starten van het installatie programma
7.3.1. Het opstarten van het installatie programma op x86, AMD64, en Intel 64 systemen
7.3.2. Extra opstart opties
7.4. Selecteren van een installatie methode
7.5. Installeren van DVD/CD-ROM
7.5.1. Wat te doen als de IDE CD-ROM niet werd gevonden?
7.6. Installeren van een harde schijf
7.7. Een netwerk installatie uitvoeren
7.8. Installeren met NFS
7.9. Installeren met FTP of HTTP
7.10. Welkom bij Fedora
7.11. Language Selection
7.12. Keyboard Configuration
7.13. Initialiseren van de harde schijf
7.14. Een bestaande installatie upgraden
7.14.1. Upgrade aanvraag
7.14.2. Upgraden met behulp van het installatie programma
7.14.3. Bootloader configuratie upgraden
7.15. Netwerk Configuratie
7.15.1. Handmatige configuratie
7.16. Selecteren van de tijdzone
7.17. Instellen van het root wachtwoord
7.18. Disk Partitioning Setup
7.18.1. RAID en andere schijf apparaten
7.19. Advanced Storage Options
7.20. Create Default Layout
7.21. Je systeem partitioneren
7.21.1. Grafische scherm van harde schijf/schijven
7.21.2. Het partitionerings scherm
7.21.3. Partitie velden
7.21.4. Aanbevolen partitionerings schema
7.21.5. Partities toevoegen
7.21.6. Bewerken van partities
7.21.7. Een partitie verwijderen
7.22. x86, AMD64, en Intel 64 Boot loader configuratie
7.22.1. Geavanceerde bootloader instellingen
7.22.2. Reddings Mode
7.22.3. Alternative bootloaders
7.23. Package Group Selection
7.23.1. Installeren van extra repositories
7.23.2. Software selectie aanpassen
7.24. Voorbereiden om te installeren
7.24.1. Voorbereiden voor het installeren
7.25. Pakketten installeren
7.26. Installatie compleet
Dit hoofdstuk legt uit hoe je een Fedora installatie uitvoert met de DVD/CD-ROM, met gebruik van het grafische installatie programma en gebruik van een muis. De volgende onderwerpen worden behandeld:
  • Bekend raken met het gebruikersinterface van het installatie programma
  • Het installatie programma starten
  • Het kiezen van een installatie methode
  • Configuratie stappen tijdens de installatie (taal, toetsenbord, muis, partitioneren, enz.)
  • De installate beeindigen

7.1. De grafische installatie programma gebruikers interface

Als je al eerder een grafische user interface (GUI) hebt gebruikt, zul je al bekend zijn met dit proces; gebruik je muis om door de schermen te navigeren, klik op knoppen, of type in tekst velden.
Je kunt ook door de installatie navigeren met gebruik van het toetsenbord. De Tab toets staat je toe door het scherm te bewegen, de Up en Down pijltjes toetsen schuifen door lijsten, + en - toetsen laten lijsten openklappen en dichtklappen, terwijl Space en Enter selecteren of verwijderen een oplichtend item van een selectie. Je kunt ook de Alt+X toetscombinatie gebruiken als een manier om op knoppen te klikken en andere scherm selecties te maken, waarbij X wordt vervangen door een onderstreepte letter die in dat scherm verschijnt.

Note

Als je een x86, AMD64, of Intel® 64 systeem gebruikt, en je wilt geen GUI installatie programma gebruiken, is het tekst mode installatie programma ook beschikbaar. Om het tekst mode installatie programma te starten, duw je op de Esc toets op het moment dat het Fedora opstart menu wordt getoond, en gebruik dan het volgende commando op de boot: prompt:
linux text
Refereer naar Paragraaf 6.1, “Het boot menu” voor een beschrijving van het Fedora opstart menu en naar Paragraaf 7.2, “De tekst mode installatie programma gebruikers interface” voor een kort overzicht van tekst mode installatie instructies.
Het wordt ten strekste aangeraden dat installaties worden uitgevoerd met het GUI installatie programma. Het GUI installatie programma biedt de volledige functionaliteit van het Fedora installatie programma, inclusief LVM instelling welke niet beschikbaar is in de tekst mode installatie.
Gebruikers die het tekst mode installatie programma moeten gebruiken kunnen de GUI installatie instructies opvolgen en zo alle benodigde informatie verkrijgen.

7.1.1. Een notitie over virtuele consoles

Het Fedora installatie programma biedt meer dan de dialoog vakken van het installatie proces. Verscheidene soorten diagnostische boodschapen zijn beschikbaar voor jou, en ook een manier om commando's op een shell prompt in te typen. Het installatie programma laat deze boodschappen zien op vijf virtuele consoles, waartussen je kunt omschakelen met een enkele toetsaanslag.
Een viruele console is een shell prompt in een niet-grafische omgeving, te bereiken vanaf de fysieke machine, niet op afstand. Meerdere virtule consoles kunnen tegelijkertijd benaderd worden.
In het algemeen is er geen reden om de standaard console (virtuele console #6) voor grafische installatie te verlaten behalve als je probeert installatie problemen te onderzoeken.
console toetsaanslagen inhoud
1 ctrl+alt+f1 installatie dialoog
2 ctrl+alt+f2 shell prompt
3 ctrl+alt+f3 installeer log (berichten van het installatie programma)
4 ctrl+alt+f4 systeem gerelateerde berichten
5 ctrl+alt+f5 andere berichten
6 ctrl+alt+f6 grafisch scherm
Tabel 7.1. Console, toetsaanslagen, en inhoud

7.2. De tekst mode installatie programma gebruikers interface

Het Fedora tekst mode installatie programma gebruikt een scherm-gebaseerd interface dat de meeste van de widgets gebruikt die gewoonlijk op grafische gebruikers interfaces gevonden worden. Figuur 7.1, “Installatie programma widgets zoals te zien in Boot loader configuratie”, en Figuur 7.2, “Installatie programma widgets zoals te zien in het partitionerings scherm” illustreren de schermen die veschijnen tijdens het installatie proces.
De cursor wordt gebruikt om een bepaald widget te selecteren (en er interactie mee te hebben). Als de cursor verplaatst wordt van widget naar widget, kan de widget van kleur veranderen, of de cursor zelf kan alleen verschijnen gepositioneerd in of naast de widget.

Note

Hoewel tekst mode installaties niet expliciet gedocumenteerd zijn, zullen zij die het tekst mode installatie programma gebruiken de GUI installatie instructies gemakkelijk kunnen volgen. Omdat de tekst mode je echter een eenvoudiger, meer gestroomlijnd installatie proces biedt, zullen sommige opties van de grafische mode niet beschikbaar zijn in de tekst mode. Deze verschillen zijn aangegeven in de beschrijving van het installatie proces in deze gids en omvatten:
  • aanpassen van de partitie opmaak.
  • aanpassen van de bootloader configuratie.
  • selectie van pakketten tijdens de installatie.
Merk op dat ook manipulatie van LVM (Logical Volume Management) schijf volumes alleen mogelijk is in de grafische mode. In de tekst mode is het alleen mogelijk om de standaard LVM instelling te bekijken en te accepteren.

Note

Niet elke taal die ondersteund wordt in de grafische installatie mode is ook ondersteund in de tekst mode. In het bijzonder zullen talen die met een andere karakterset anders dan het latijnse of cyrillische alfabet niet beschikbaar zijn in de tekst mode. Als je een taal kiest die geschreven wordt met een karakterset die niet ondersteund wordt in de tekst mode, zal het installatie programma je de engelse versies van de schermen tonen.
Installatie programma widgets zoals te zien in Boot loader configuratie
Installatie programma widgets zoals te zien in Boot loader configuration
Figuur 7.1. Installatie programma widgets zoals te zien in Boot loader configuratie

Verklaring van de tekens
  1. Venster — Vensters (ook wel naar gerefereerd in deze gids als dialogen) verschijnen op je scherm gedurende het gehele installatie proces. Soms kan een venster een ander overlappen, in die situatie kun je alleen interactief zijn met het bovenste venster. Als je klaar bent met dat venster, verdwijnt het en kun je verder gaan met het onderliggende venster.
  2. Vak — Vakken staan je toe om een eigenschap aan of uit te zetten. Het vakje laat of een asterix zien (geselecteerd) of is leeg (ongeselecteerd). Als de cursor in een vakje is, druk je op Spatie om een eigenschap aan of uit te zetten.
  3. Tekst invoer — Tekst invoer regels zijn gebieden waar je informatie kan intypen die nodig is voor het installatie programma. Als de cursor op een tekst invoer regel is, kun je informatie op die regel intypen of veranderen.
Installatie programma widgets zoals te zien in het partitionerings scherm
Installatie programma widgets zoals te zien in het partitionerings scherm
Figuur 7.2. Installatie programma widgets zoals te zien in het partitionerings scherm

Verklaring van de tekens
  1. Tekst veld — Tekstvelden zijn gebieden van het scherm voor het tonen van tekst. Soms kunnen tekst velden ook andere widgets bevatten, zoals afvinkvakjes. Als een tekst veld meer informatie bevat dan wat past in de gereserveerde ruimte, verschijnt een schuifbalk; als je de cursor in het tekst veld plaatst, kun je de Up en Down pijltjes toetsen gebruiken om door alle beschikbare informatie heen te schuiven. Je huidige positie wordt op de schuifbalk getoond door een # karakter, welke op en neer in de schuifbalk beweegt als je schuift.
  2. Schuifbalk — Schuifbalken verschijnen aan de zijkant of op de boden van een venster om te bepalen welk deel van een lijst of document op dat moment in het venster zichtbaar is. De schuifbalk maakt het eenvoudig om naar elk deel van een bestand te bewegen.
  3. Knop — Knoppen zijn de belangrijkste manier van interactie met het installatie programma. Je gaat voortuit door de vensters van het installatie programma door met deze knoppen te nagiveren, met gebruikt van de Tab en Enter toetsen. Knoppen kunnen geselecteerd worden als ze oplichen.
Om te beginnen wees er dan eerst zeker van dat je alle benodigde bronnen voor de installatie hebt. Als je Hoofdstuk 3, Stappen om op gang te komen al gelezen hebt, en de instructies daar hebt opgevolgd, moet je klaar zijn om het installatie proces te beginnen. Als je kunt bevestigen dat je klaar bent om te beginnen, start je het installatie programma met de Fedora DVD of CD-ROM #1 of enig ander opstart media die je gemaakt hebt.

7.3.1. Het opstarten van het installatie programma op x86, AMD64, en Intel® 64 systemen

Je kunt het installatie programma opstarten met gebruik van een van de volgende media (afhankelijk van wat jouw systeem ondersteunt):
Om een boot CD-ROM te maken of een USB stick voor te bereiden voor installatie, refereer je naar Paragraaf 3.4.2, “Maken van een installatie opstart CD-ROM”.
Plaats de boot media in je machine en start het systeem opnieuw op. Je BIOS instelling moet misschien veranderd worden om je toe te staan van de CD-ROM of USB apparaat op te starten.

Note

Om je BIOS instelling te veranderen van een x86, AMD64, of Intel® 64 systeem, kijk je naar de instructies die op het scherm verschijnen als je jouw computer opstart. Een tekst regel verschijnt, die je vertelt welke toets je in moet drukken om naar de BIOS instellingen te gaan.
Zodra je in het BIOS instel programma bent, zoek je naar de sectie waar je jouw opstart volgorde kan veranderen. De standaard is vaak C, A of A, C (afhankelijk van of je opstart van je harde schijf [C] of van een diskette station [A]. Verander deze volgorde zo dat de CD-ROM als eerste in je opstart volgorde verschijnt en dat C of A (welke dan ook je typische opstart standaard is) als tweede. Dit vertelt je computer om eerst te kijken naar het CD-ROM station voor opstartbare media, en als het geen opstartbare media in het CD-ROM station vindt, het naar de harde schijf of diskette gaat kijken.
Bewaar je veranderingen voordat je de BIOS verlaat. Voor meer informatie, refereer je naar de documentie die met je systeem is meegeleverd.
Na een kleine vertraging, moet een scherm verschijnen met de boot: prompt. Het scherm bevat informatie over een aantal opstart opties. Bij iedere opstart optie hoort ook een of meerdere hulpschermen. Om het hulpscherm te bereiken, druk je op de juitste toets zoals aangegeven in de regel onderaan in het scherm.
Als je het installatie programma opstart, denk dan aan twee zaken:
  • Zodra de boot: prompt verschijnt, begint het installatie programma automatisch als je niet binnen een minuut reageert. Om dit te vermijden, druk je op een van de hulpscherm functie toetsen.
  • Als je op een hulpscherm functie toets drukt, is er een kleine vertraging gedurende welke het hulpscherm van de boot media wordt gelezen.
Gewoonlijk hoef je alleen maar op Enter te duwen om op te starten. Wees er zeker van om de opstart boodschappen te bekijken om te zien of de Linux kernel al je hardware detecteert. Als je hardware juist gedetecteerd is, vervolg je met de volgende sectie. Als het je hardware niet juist gedetecteerd is, moet de installatie misschien opnieuw op starten en een van de boot opties gebruiken zoals gegeven in Hoofdstuk 9, Opstart opties.

7.3.2. Extra opstart opties

Hoewel het het eenvoudigste is om op de starten van een CD-ROM of DVD en dan een grafische installatie uit te voeren, kunnen er soms installatie scenario's zijn waarbij het opstarten op een andere manier nodig kan zijn. Deze sectie beschrijft de extra opstart opties die voor Fedora beschikbaar zijn.
Om opstart opties door te geven aan de boot loader op een x86, AMD64, of Intel® 64 systeem, gebruik je de instructies zoals gegeven in de boot loader optie voorbeelden hieronder.

Note

Refereer naar Hoofdstuk 9, Opstart opties voor extra opstart opties die niet in deze sectie behandeld worden.

7.4. Selecteren van een installatie methode

Welk type installatie methode wil je gebruiken? De volgende installatie methodes zijn beschikbaar:
Als je opgestart hebt met de distributie DVD en geen alternatieve installatie bron optie askmethod hebt gebruikt, wordt de volgende stap automatisch uitgevoerd vanaf de DVD. Ga naar Paragraaf 7.10, “Welkom bij Fedora”.

CD/DVD activiteit

Als je opstart met een Fedora installatie media, laadt het installatie programma de volgende fase van die disk. Dit gebeurt ongeacht welke installatie methode je koos, behalve als je de disk uitwerpt voordat je verder gaat. Het installatie programma zal de pakket data nog steeds downloaden van de bron die jij koos.

7.5. Installeren van DVD/CD-ROM

Om Fedora van een DVD/CD-ROM te installeren, plaats je de DVD of CD #1 in je DVD/CD-ROM apparaat en start je je systeem op van de DVD/CD-ROM. Zelfs als je opstart van alternatieve media, kun je Fedora nog steeds installeren van CD of DVD media.
Het installatie programma onderzoekt je systeem en probeert je CD-ROM apparaat te herkennen.Het begint met zoeken naar een IDE (ook bekend als een ATAPI) CD-ROM apparaat.
Als je CD-ROM apparaat niet herkent wordt , en het is een SCSI CD-ROM, vraagt het installatie programma je om een SCSI driver te kiezen. Kies de driver die het dichts bij jouw adapter komt. Je kunt, indien nodig, opties voor de driver opgeven; echter de meeste drivers herkennen je SCSI adapter automatisch.
Het Partitie selecteren scherm is alleen van toepassing als je installeert van een schijfpartitie (dat betekent, als je Hard schijf hebt geselecteerd in de Installatiemethode dialoog). Deze dialoog staat je toe om de schijfpartitie en de map op te geven van waaruit je Fedora wilt installeren.
De ISO bestanden moeten op een harde schijf staan die in de computer aanwezig is, of die aangesloten is op je computer via USB. Bovendien moet het install.img bestand binnen de ISO bestanden gecopieerd worden naar een map met de naam images. Je kunt deze optie gebruiken om Fedora te installeren op computers die geen netwerkverbinding en ook geen CD of DVD stations hebben.
Om het install.img uit de iso te halen, voer je deze stappen uit:
mount -t iso9660 /pad/naar/Fedora11.iso /mnt/punt -o loop,ro
  cp -pr /mnt/punt/images /pad/images/
  umount /mnt/punt
Voordat je begint met het installeren vanaf een harde schijf, controleer je het partitie type om er zeker van de zijn dat Fedora die kan lezen. Om het bestandssysteem van een partitie te controleren met Windows, gebruik je het Disk Management gereedschap. Om het bestandssysteem van een partitie te controleren met Linux, gebruik je het fdisk programma.

Installeren van LVM partities kan niet

Je kut geen ISO bestanden gebruiken op partities die gecontroleerd worden door LVM (Logical Volume Management).
Partitie selecteren dialoog voor harde schijf installatie
Partitie selecteren dialoog voor harde schijf installatie.
Figuur 7.3. Partitie selecteren dialoog voor harde schijf installatie

Selecteer de partitie die de ISO bestanden bevat in de lijst van beschikbare partities. Interne IDE, SATA, SCSI, en USB apparaatnamen beginnen met /dev/sd. Elk indivueel apparaat heeft een eigen letter, bijvoorbeeld /dev/sda. Elke partitie op een apparaat is genummerd, bijvoorbeeld /dev/sda1.
Geef ook de Map die de image bevat op. Vul het volledige map pad in van het station dat de ISO image bestanden bevat. De volgende tabel laat een paar voorbeelden zien hoe je deze informatie in kunt vullen:
Partitie type Volume Originele pad naar bestanden Te gebruiken map
VFAT D:\ D:\Downloads\F11 /Downloads/F11
ext2, ext3, ext4 /home /home/user1/F11 /user1/F11
Tabel 7.2. Locatie van ISO images voor verschillende partitie types

Als de ISO images zich in de root (hoogste niveau) map van een partitie bevinden, vul je een / in. Als de ISO images zich bevinden in een submap van een aangekopplde partitie, vul je de naam in van de map die de ISO images bevat binnen die partitie. Bijvoorbeeld, als de partitie waarin de ISO images zich bevinden normaal aangekoppeld is als /home/, en de images bevinden zich in /home/new/, moet je /new/ invullen.

Gebruik een schuine streep aan het begin

Een toevoeging die niet begint met een schuine streep kan de installatie laten mislukken.

7.7. Een netwerk installatie uitvoeren

Het installatie programma is zich bewust van het netwerk en kan het netwerk gebruiken voor een aantal doeleinden. Bijvoorbeeld, je kunt Fedora installeren vanaf een netwerk server met FTP, HTTP, of NFS protocollen. Je kunt aan het installatie programma ook opgeven extra repositories later in het proces te raadplegen.
Als je een netwerk installatie uitvoert, verschijnt het TCP/IP configureren dialoog. Deze dialoog vraagt om je IP en andere netwerkadressen. Je kunt ervoor kiezen om het IP adress en netmasker van het apparaat in te stellen met DHCP of handmatig.
Standaard gebruikt het programma DHCP om automatisch de netwerk instellingen te geven. Als je een kabel of DSL modem, router, firewall of andere netwerk apparaat gebruikt voor het kontakt met het Internet, dan is DHCP een goede optie. Als je netwerk geen DHCP server heeft, de-selecteer het veld Dynamic IP configuration (DHCP)
Geef het IP adres op dat tijdens de installatie gaat gebruiken en druk op Enter.
TCP/IP configuratie
Stel het netwerk apparaat adres(sen) in voor installatie.
Figuur 7.4. TCP/IP configuratie

Als het installatie proces klaar is, zal het deze instellingen overbrengen naar je systeem.
Je kunt installeren vanaf een Web, FTP, of NFS server op je locale netwerk of, als je verbonden bent, op het Internet. Je kunt Fedora installeren vanaf je eigen prive mirror, of een van de publieke mirrors gebruiken die onderhouden worden door de gemeenschap. Om er zeker van te zijn dat de verbinding zo snel en betrouwbaar is als mogelijk, gebruik je een server die dicht bij jouw geografische locatie ligt.
Het Fedora Project onderhoudt een lijst van Web en FTP publieke spiegels, gesorteert volgens ligging, op http://fedoraproject.org/wiki/Mirrors. Om het komplete pad voor de installatie bestanden te bepalen, voeg je /11/Fedora/architecture/os/ toe aan het pad wat getoond wordt op de web pagina. Een goede spiegel locatie voor een i386 systeem lijkt op de URL http://mirror.example.com/pub/fedora/linux/releases/11/Fedora/i386/os.

7.8. Installeren met NFS

De NFS dialoog is alleen van toepassing als je installeert vanaf een NFS server (als je NFS-map in de Installatiemethode dialog selecteerde).
Vul de domein naam of IP adres van je NFS server in. Bijvoorbeeld, als je installeert van een host met de naam eastcoast in het domein example.com, vul je eastcoast.example.com in op het NFS-server naam veld.
Als de NFS server een mirror van de Fedora installatie boom exporteert, vul je de map in die de root van de installatie boom bevat. Je moet later in het process een Installatie sleutel invullen wat zal bepalen welke submappen worden gebruikt voor het installeren. Als alles correct opgegeven is, verschijnt een boodschap dat het installatie programma voor Fedora draait.
NFS instellen dialoog
NFS instellen dialoog.
Figuur 7.5. NFS instellen dialoog

Als de NFS server de ISO images van de Fedora CD-ROM's exporteert, vul je de map in die de ISO images bevat.
Next, the Welcome dialog appears.
De taal die je hier selecteert wordt de standaard taal voor het operating systeem zodra het geinstalleerd is. Het selecteren van de juiste taal geeft ook een doel in de tijdzone configuratie later in de installatie. Het installatie programma probeert de juiste tijdzone te bepalen afhankelijk van wat je in dit scherm opgeeft.
Om ondersteuning voor extra talen toe te voegen, pas je de installatie aan in de pakket selectie stap. Voor meer informatie, zie Paragraaf 7.23.2.2, “Extra taal ondersteuning”.
Language Selection
Taal selectie scherm
Figuur 7.7. Language Selection

Zodra je de juiste taal gekozen hebt, klik je op Volgende om verder te gaan.
Als je ervoor kiest om je systeem te upgraden met het installatie programma, dan worden alle programma's die niet door Fedora geleverd zijn en een conflict krijgen met Fedora programma's overschreven. Voordat je op deze manier met een upgrade begint, maak een lijst van de huidige pakketten op je systeem om later naar te kunnen refereren:
rpm -qa --qf '%{NAME} %{VERSION}-%{RELEASE} %{ARCH}\n' > ~/old-pkglist.txt
Raadpleeg deze lijst na de installatie om te ontdekken welke pakketten je opnieuw moet bouwen of verkrijgen van niet-Fedora programma repositories.
Maak vervolgens een backup van alle configuratie gegevens:
su -c 'tar czf /tmp/etc-`date +%F`.tar.gz /etc' su -c 'mv /tmp/etc-*.tar.gz /home'
Je moet ook een volledige backup maken van alle belangrijke gegevens voordat je een upgrade uitvoert. Belangrijke gegevens kunnen zijn de inhoud van je gehele /home map maar ook gegevens van voorzieningen zoals een Apache, FTP, of SQL server of een bron code beheers systeem. Hoewel een upgrade niet destruktief is, als je hem niet goed uitvoert is er een kleine mogelijkheid van gegevens verlies.

Backups bewaren

Merk op dat de bovenstaande voorbeelden de backup gegevens bewaren in een /home map. Als jouw /home map zich niet in een aparte partitie bevindt, dan moet je deze voorbeelden niet letterlijk uitvoeren!. Bewaar je backup op een ander apparaat zoals CD of DVD schijven of een extern schijf station.
Voor meer informatie over het afmaken van het upgrade proces later, refereer naar Paragraaf 16.2, “Een upgrade afmaken”.

7.14.3. Bootloader configuratie upgraden

Als de bestaande boot loader geinstalleerd was door een Linux distributie, dan kan het installatie systeem deze veranderen om het nieuwe Fedora systeem op te starten. Om de bestaande Linix boot loader aan te passen, selecteer Bootloader-configuratie vernieuwen. Dit is de normale manier als je een bestaande Fedora of Red Hat Linux installatie gaat upgraden.
GRUB is de standaard boot loader voor Fedora. Als je machine een andere boot loader gebruikt, zoals BootMagic™, System Commander™, of de loader geinstalleerd door Microsoft Windows, dan kan de Fedora installatie deze niet vernieuwen. In dat geval, selecteer Bootloader bijwerken overslaan. Als het installatie proces afgemaakt is refereer dan naar de documentatie van je produkt voor ondersteuning.
Installeer een nieuwe boot loader tijdens het upgrade proces alleen als je er zeker bent om de bestaande boot loader te vervangen. Als je een nieuwe boot loader installeert, kun je mogelijk geen andere operating systemen opstarten op dezelfde machine totdat je de nieuwe boot loader hebt geconfigureerd. Selecteer Nieuwe bootloader-configuratie maken om de bestaande boot loader te verwijderen en GRUB te installeren.
Nadat je je keuze gemaakt hebt, klik Volgende om verder te gaan..

7.15. Netwerk Configuratie

Fedora biedt ondersteuning voor zowel IPv4 als IPv6. Standaard echter configureert Fedora de netwerk interfaces in je computer voor IPv4, en het gebruik van DHCP met NetworkManager. Op dit moment ondersteunt NetworkManager IPv6 niet. Als je netwerk alleen IPv6 ondersteunt moet je system-config-network gebruiken om na de installatie je netwerk interfaces te configureren.
Setup vraagt je om een hostnaam en domeinnaam voor deze computer op te geven in de vorm hostnaam.domeinnaam. Veel netwerken hebben een DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) voorziening dat de aangesloten systemen automatisch voorziet met een domeinnaam, zodat de gebruiker alleen maar een hostnaam hoeft op te geven.
De hostname opgeven
De hostname opgeven
Figuur 7.11. De hostname opgeven

Voor het opzetten van een netwerk achter een Internet firewall of router zul je hostnaam.localdomain willen gebruiken voor je Fedora systeem. Als je meer dan een computer in dit netwerk hebt, moet je elke een andere computernaam geven in dit domain.

Geldige computernamen

Je kunt je systeem elke naam geven mits de volledige computernaam uniek is. De computernaam kan letters, cijfers en leestekens bevatten.
Geef een tijdzone aan zelfs als je van plan bent om NTP (Netwerk Tijd Protocol) te gebruiken om de nauwkeurigheid van de systeem klok te handhaven.
Stel je tijdzone in door het selecteren van de stad die het dichtst bij de geografische locatie van je computer ligt. Klik op de kaart om die uit te vergroten voor een bepaald geografisch gebied van de wereld.
Geef een tijdzone aan zelfs als je van plan bent om NTP (Netwerk Tijd Protocol) te gebruiken om de nauwkeurigheid van de systeem klok te handhaven.
Van hier uit zijn er twee manieren om je tijdzone te selecteren:
  • Met gebruik van de muis klik je op de interactieve kaart om een specifieke stad (gerepresenteerd met een gele stip) te selecteren. Een rode X verschijnt om je keuze aan te geven.
  • Je kunt ook door de lijst onder de kaart bladeren om je tijdzone te selecteren. Met gebruik van de muis, klik je op een locatie om je selectie te maken.
Tijdzone instellen
Tijdzone configuratie scherm
Figuur 7.13. Tijdzone instellen

Als Fedora het enigste operating systeem op je computer is, selecteer je Systeemklok gebruikt UTC. De systeemklok is een hardware onderdeel van je computer. Fedora gebruikt de tijdzone instelling om het verschil te bepalen tussen de locale tijd en de UTC op de systeemklok. Dit gedrag is standaard voor UNIX-achtige operating systemen.

Windows en de systeemklok

Zet de Systeemklok gebruikt UTC optie niet aan als je machine ook Microsoft Windows draait. Microsoft operating systemen veranderen de BIOS klok om overeen te komen met de locale tijd in plaats van UTC. Dit kan onverwachte resultaten geven onder Fedora.

Note

Om je tijdzone configuratie na de installatie te veranderen, gebruik je het Datum/tijd eigenschappen gereedschap.
Type het system-config-date commando in op een shell promp omhet Datum/tijd eigenschappen gereedschap op te starten. Als je geen root bent, wordt je om het root wachtwoord gevraagd om verder te gaan.
Om het Datum/tijd eigenschappen gereedschap te draaien als een op tekst gebaseerde toepassing, gebruik je het commando timeconfig.
Selecteer Volgende om verder te gaan..
Het instellen van een root account en wachtwoord is een van de belangrijkste stappen gedurende de installatie. Je root account is vergelijkbaar met het administrator account op Microsoft Windows machines. Het root account wordt gebruikt om pakketten te installeren, RPM's op te waarderen, en voor het uitvoeren van het meeste systeem onderhoud. Inloggen als root geeft je complete controle over jouw systeem.

Note

De root gebruiker (ook bekend als superuser) heeft complete toegang tot het gehele systeem; daarom moet je alleen inloggen als root gebruiker om systeem onderhoud of administratie uit te voeren.
Root Password
Je root wachtwoord instellen.
Figuur 7.14. Root Password

Gebruik het root account alleen voor systeem administratie. Maak een niet-root account aan voor algemeen gebruik en gebruik su - als je als root iets snel wilt herstellen. Deze basis regels verkleinen de kans dat een typefout of een foutief commando je systeem zal beschadigen.

Note

Om root te worden, type je su - in op de shell prompt in een terminal scherm en tik daarna op Enter. Type daarna het root wachtwoord in en tik op Enter.
Het installatie programma vraagt je om een root wachtwoord[2] voor je systeem in te stellen. Je kunt niet verdergaan met de volgende stap van het installatie proces als je geen root wachtwoord hebt opgegeven.
Het root wachtwoord moet uit tenminste zes karakters bestaan; het wachtwoord dat je intypt wordt niet op het scherm getoond. Je moet het wachtwoord twee keer intypen; als de twee wachtwoorden niet gelijk zijn, zal het installatie programma je vragen om ze opnieuw op te geven.
Je moet voor het root wachtwoord iets kiezen dat je kunt onthouden, maar niet iets dat door een ander eenvoudig te raden is. Je naam, je telefoonnummer, qwerty, wachtwoord, root, 123456, en miereneter zijn allemaal voorbeelden van slechte wachtwoorden. Goede wachtwoorden vermengen cijfers met hoofd en kleine letters en bevatten geen woordenboek woorden: bijvoorbeeld Aard387vark of 420BMttNT. Denk eraan dat het wachtwoord hoofd/kleine letter gevoelig is. Als je je wachtwoord opschrijft, bewaar het dan op een veilige plaats. Het is echter aan te bevelen dat je dit, of elk ander wachtwoord dat je aanmaakt, niet opschrijft.

Note

Gebruik niet een van de voorbeeld wachtwoorden uit deze handleiding. Het gebruik van een van deze wachtwoorden is een veiligheids risico.

Note

Om je root wachtwoord te veranderen nadat je de installatie voltooid hebt, gebruik je het Root-wachtwoord gereedschap.
Type het system-config-rootpassword commando in een shell prompt om het Root-wachtwoord gereedschap te starten. Als je geen root bent, vraagt het om je root wachtwoord om verder te gaan.
Type het root wachtwoord in het Root-wachtwoord veld. Voor de veiligheid laat Fedora de karakters zien als asterisks. Type hetzelde wachtwoord in het Bevestigen veld om er zeker van te zijn dat het correct is. Na het instellen van het root wachtwoord, selecteer je Volgende om verder te gaan.

7.18. Disk Partitioning Setup

Op dit scherm kun je ervoor kiezen om de standaard opmaak te maken of je kiest voor de handmatige opmaak door de Aangepaste opmaak maken optie te gebruiken.
De eerste drie opties staan je toe om een automatische installatie uit te voeren zonder dat je zelf je schijf/schijven moet opmaken. Als je je niet op je gemak voelt om je systeem te partitioneren, wordt het aanbevolen dat je niet kiest voor een aangepaste opmaak maar in plaats daarvan het installatie programma de partitionering laat uitvoeren.
Je kunt een iSCSI-doel toevoegen aan de installatie, of een dmraid-apparaat uitzetten vanaf dit scherm door op de 'Geavanceerde opslagconfiguratie' knop de klikken. Voor meer informatie refereer je naar Paragraaf 7.19, “Advanced Storage Options ”.

Warning

De PackageKit vernieuwings software download vernieuwde pakketten standaard naar /var/cache/yum/. Als je het systeem handmatig partitioneert, en je maakt een aparte /var/ partitie, wees er dan zeker van deze groot genoeg (3.0 GB of meer) te maken om vernieuwings pakketten te kunnen downloaden.
Disk Partitioning Setup
Kies automatisch opmaak maken of handmatig opmaak maken;
Figuur 7.15. Disk Partitioning Setup

Als je er voor kiest om een aangepaste opmaak te maken, refereer je naar Paragraaf 7.21, “Je systeem partitioneren”.

Warning

Als je een foutmelding krijgt na de Schijf partitionering instelling fase van de installatie die iets zegt lijkend op het volgende:
" De partitetabel op station hda was niet leesbaar. Om nieuwe partities aan te maken moet het geinitialiseerd worden, wat het verlies van ALLE DATA op de schijf betekent."
you may not have a partition table on that drive or the partition table on the drive may not be recognizable by the partitioning software used in the installation program.
Gebruikers die programma's zoals EZ-BIOS hebben gebruikt hebben gelijksoortige problemen ondervonden, wat data verlies veroorzaakte (er van uitgaande dat er geen backup van de data was gemaakt voordat de installatie begon).
No matter what type of installation you are performing, backups of the existing data on your systems should always be made.

7.19. Advanced Storage Options

Advanced Storage Options
Geavanceerde opslagopties
Figuur 7.16. Advanced Storage Options

Om een ISCSI doel in te stellen start je de 'iSCSI-parameters configureren' dialoog door het selecteren van 'iSCSI-doel toevoegen' en te klikken op de 'Station toevoegen" knop. Vul de details in voor het doel IP-adres en geef een unieke iSCSI-initiator naam op om dit systeem te identificeren. Als het iSCSI doel CHAP (Challenge Handshake Authentication Protocol) gebruikt voor identificatie, vul je de CHAP-gebruikersnaam en wachtwoord in. Als je omgeving 2-weg CHAP (ook "Mutual CHAP" genaamd) gebruikt, geeft dan ook de reverse CHAP gebruikersnaam en wachtwoord op. Klik op de 'Doel toevoegen' knop om te proberen verbinding te maken met het iSCSI doel met gebruik van deze informatie.
Configureer ISCSI parameters
Configureer ISCSI parameters.
Figuur 7.17. Configureer ISCSI parameters

Merk a.u.b. op dat je dit opnieuw kunt proberen met een andere iSCSI doel IP mocht je dit verkeerd ingevuld hebben, maar om de iSCSI-initiator naam te veranderen moet je de installatie opnieuw opstarten.

7.20. Create Default Layout

Standaard opmaak maken staat je toe om enige controle te hebben over welke data van je systeem (mogelijk) verwijderd wordt. Je opties zijn:
  • Gebruik de gehele schijf — selecteer deze optie als je alle partities op je harde schijf/schijven wilt verwijderen (dit omvat ook partities aangemaakt door andere operating sustemen zoals Windows VFAT of NTFS partities).

    Warning

    Als je deze optie selecteert, wordt alle data op de geselecteerde harde schijf/schijven verwijderd door het installatie programma. Selecteer deze optie niet als je informatie hebt die je wilt behouden op de harde schijf/schijven waarop je Fedora gaat installeren.
  • Vervang bestaand Linux systeem — selecteer deze optie om alleen Linux partities te verwijderen (partities die door een vorige Linux installatie zijn aangemaakt). Dit verwijdert de andere partities die je op je harde schijf/schijven kunt hebben niet (zoals VFAT of FAT32 partities).
  • Gebruik vrije ruimte — selecteer deze optie als je je huidige data en partities wilt behouden, veronderstelt dat je voldoende vrije ruimte op je harde schijf/schijven beschikbaar hebt.
Create Default Layout
Automatisch partitioneren
Figuur 7.18. Create Default Layout

Met gebruik van je muis, kies je de geheugen station(s) waarop je Fedora wilt installeren. Als je twee of meer stations hebt, kun je kiezen welke stations(s) deze installatie moet gebruiken. Niet geselecteerde stations, en alle data daarop, worden niet aangeraakt.

Warning

Het is altijd een goed idee om een backup te maken van alle data die je op je systeem hebt. Bijvoorbeeld, als je gaat upgraden, of een dual-boot systeem gaat maken, moet je een backup maken van alle data die je op je station(s) wilt houden. Ongelukken gebeuren en kunnen resulteren in het verlies van al je data.

Note

Als je een RAID kaart hebt, let er dan op dat soms een BIOS het opstarten van de RAID kaart niet ondersteunt. In zo'n geval, moet de /boot/ partitie aangemaakt worden op een partitie buiten het RAID opstelling, bijvoorbeeld op een aparte harde schijf. Een interne harde schijf is noodzakelijk om te gebruiken voor het aanmaken van partities met problematische RAID kaarten.
Een /boot/ partitie is ook nodig voor software RAID opstellingen.
Als je ervoor hebt gekozen om je systeem automatisch te partitioneren, moet je De partitieopmaak herzien en aanpassen selecteren en je /boot/ partitie handmatig bewerken.
Selecteer Systeem versleutelen om alle partities behalve de /boot partitie te versleutelen.
Gebruik de Geavanceerde opslagconfiguratie optie als:
  • Je wilt Fedora installeren op een station dat aangeloten is met het iSCSI protocol. Selecteer Geavanceerde opslagconfiguratie, selecteer dan iSCSI-doel toevoegen, en selecteer daarna Station toevoegen. Geef een IP adres op en de iSCSI-initiator naam, en selecteer Doel toevoegen.
  • Je wilt een dmraid apparaat dat tijdens het opstarten ontdekt is uitzetten.
Om de partities die gemaakt zijn door automatisch partitioneren te bekijken en eventueel veranderingen in aan te brengen, selecteer je de De partitieopmaak herzien en aanpassen optie. Als je daarna op Volgende klikt om verder te gaan, verschijnen de partities die anaconda voor jou heeft aangemaakt. Je kunt nu veranderingen in deze partities aanbrengen als ze je niet bevallen.

Installing in text mode

Als je Fedora in de tekst mode wilt installeren, kun je alleen het standaard partitie schema gebruiken zoals beschreven in deze sectie. Daarom kun je de partitie layout niet wijzigen, hoewel je er voor kunt kiezen om de gehele schijf te gebruiken, om bestaande Linux partities te verwijderen, of om de vrije ruitme op de schijf te gebruiken. Dit betekent dat je geen partities of bestandssystemen kunt toevoegen of verwijderen anders dan wat de installer automatisch toevoegt of verwijdert. Als je een aangepaste layout gedurende de installatie nodig hebt, moet je een grafische installatie over een VNC verbinding of een kickstart installatie uitvoeren.
Verder zijn geavanceerde opties zoals LVM, versleutelde bestandssystemen, en in grootte veranderbare bestandssystemen alleen beschikbaar in de grafische mode en met kickstart.
Klik Volgende zodra je je keuzes hebt gemaakt om verder te gaan.
Als je een van de automatische partitionerings opties kiest en De partitieopmaak herzien en aanpassen selecteert, kun je de huidige partitieopmaak, of accepteren (klik op Volgende), of de opmaak handmatig in het partionerings scherm veranderen.

Opmerking

Merk op dat in de tekst mode installatie het niet mogelijk is om met LVM (Logical Volumes) te werken, anders dan het bekijken van de bestaande instelling. LVM kan alleen ingesteld worden gedurende een grafische installatie.
Als je kiest om een aangepaste opmaak te maken, moet je het installatie programma vertellen waar het Fedora moet installeren. Dit wordt gedaan door koppelpunten op te geven voor een of meer schijfpartities waarin Fedora geinstalleerd gaat worden. Je moet nu misschien ook partities aanmaken of verwijderen.

Note

Als je nog niet bedacht hebt hoe je jouw partities in gaat stellen, refereer je naar Bijlage A, Een inleiding voor schijf partities en Paragraaf 7.21.4, “Aanbevolen partitionerings schema”. Je hebt tenminste een root partitie van geschikte grootte nodig, en een swap partitie gelijk aan twee keer de hoeveelheid RAM die je in het systeem hebt. Itanium gebruikers moeten een /boot/efi/ partitie hebben van ongeveer 100 MB met type FAT (VFAT), een swap partitie van tenminste 512 MB, en een root (/) partitie van geschikte grootte.
Partitioneren van x86, AMD64, en Intel 64 systemen
Het hoofd partitie scherm
Figuur 7.19. Partitioneren van x86, AMD64, en Intel® 64 systemen

Met uitzondering van bepaalde esoterische situaties, kan anaconda de partitionerings vereisten voor een typische installatie afhandelen.

7.21.1. Grafische scherm van harde schijf/schijven

Het partitionerings scherm biedt een grafische representatie van je harde schijf/schijven.
Met gebruik van je muis klik je eenmaal om een bepaald veld in het grafische scherm te selecteren. Dubbelklik om een bestaande partitie te bewerken of een nieuwe partitie te maken van bestaande vrije ruimte.
Boven in het scherm kun je de Station naam (zoals /dev/hda), de Geometrie (wat de geometrie van de harde schijf laat zien en bestaat uit drie nummers die het aantal cylinders, koppen en sectoren weergeven zoals opgegeven door de harde schijf), en het Model van de harde schijf zoals gedetecteerd door het installatie programma.

7.21.2. Het partitionerings scherm

Deze knoppen worden gebruikt om de eigenschappen van een partitie (bijvoorbeeld het bestandssysteem type en koppelpunt) te veranderen, maar ook voor het maken van RAID apparaten. Knoppen op dit scherm worden ook gebruikt om de veranderingen die je gemaakt hebt te accepteren, of om het partitie scherm te verlaten. Voor meer informatie, neem je een kijkje naar iedere knop in volgorde:

7.21.3. Partitie velden

Boven de partitie hierarchie zijn velden die informatie geven over de partities die je maakt. De velden zijn als volgt gedefinieerd:
  • Apparaat: Dit veld geeft de apparaat naam van de partitie.
  • Koppelpunt/RAID/Volume: Een koppelpunt is de locatie binnen de map hierarchie waarin een volume zich bevindt; het volume is "gekoppeld" aan die locatie. Dit veld geeft aan waaraan de partitie is gekopped. Als een partitie bestaat, maar het is niet ingesteld, dan moet je zijn koppelpunt definieren. Dubbelklik op de partitie of klik de Bewerken knop.
  • Type: Dit veld laat het bestandssysteem type van de partitie zien (bijvoorbeeld, ext2, ext3, ext4, of vfat).
  • Formatteren: Dit veld geeft aan of de partitie die aangemaakt wordt geformatteerd gaat worden.
  • Grootte (MB): Dit veld geeft de groote van de partitie (in MB).
  • Start: Dit veld geeft de cylinder op je harde schijf waar de partitie begint.
  • Einde: Dit veld geeft de cylinder op je harde schijf waar de partitie eindigt.
Onderdelen van RAID-opstellingen/LVM Volume Group verbergen: Selecteer deze optie als je de RAID-opstellingen of LVM volumegroepen die je hebt gemaakt niet wilt zien.

7.21.4. Aanbevolen partitionerings schema

7.21.4.1. x86, AMD64, en Intel® 64 systemen

Als je geen reden hebt om het anders te doen, bevelen we aan dat je de volgende partities aanmaakt voor x86, AMD64, en Intel® 64 systemen:
  • Een swap partitie
  • Een /boot partitie
  • Een / partitie
  • Een swap partitie (tenminste 256 MB)
    Swap partities worden gebruikt om virtueel geheugen te ondersteunen. Met andere woorden, data wordt naar een swap partitie geschreven als er niet voldoende RAM aanwezig is om de data op te slaan die je systeem bewerkt. Bovendien bewaren sommige vermogensbeheer eigenschappen het gehele geheugen van een suspended systeem in de beschikbare swap partitie.
    Als je er niet zeker van bent welke grootte de swap partitie moet hebben, maak het dan twee keer de hoeveelheid RAM die je in je machine hebt. Het moet van het type swap zijn.
    Het aanmaken van de juiste hoeveelheid swap ruimte hangt af van een aantal factoren zoals de volgende (in volgorde van afnemende belangrijkheid):
    • De toepassingen die op de machine draaien.
    • De hoeveelheid fysieke RAM in de machine.
    • De versie van het OS.
    Swap moet gelijk zijn aan 2 keer de fysieke RAM voor fysieke RAM tot en met 2 GB, en daarna een extra 1 keer de fysieke RAM voor elke hoeveelheid boven 2 GB, maar moet nooit minder dan 32 MB zijn.
    Dus, als:
    M = de hoeveelheid RAM in GB, en S = de hoeveelheid swap in GB, dan:
    If M < 2
            S = M *2
    Else
            S = M + 2
    
    Met gebruik van deze formule, zal een systeem met 2 GB fysieke RAM een swap ruimte van 4 GB hebben, terwijl een met 3 GB fysieke RAM een swap ruimte van 5 GB zal hebben. Het maken van een grote swap partitie kan in het bijzonder nuttig zijn als je van plan bent om je RAM later uit te breiden.
    Voor systemen met zeer grote hoeveelheden RAM (meer dan 32 GB) kun je waarschijnlijk een kleinere swap partitie toestaan (ongeveer 1 keer, of minder, de fysieke RAM).
  • Een /boot/ partitie (100 MB)
    De partitie gekoppeld aan /boot/ bevat de kernel van het operating systeem (welke je systeem toestaat om Fedora op te starten), te samen met bestanden die tijdens het opstartproces gebruikt worden. Door beperkingen is het aanmaken van een ext3 partitie nodig voor deze bestanden. Voor de meeste gebruikers is een 100 MB boot partitie voldoende.

    ext4 and Btrfs

    De GRUB bootloader ondersteunt de ext4 of Btrfs bestandssystemen niet. Je kunt geen ext4 of Btrfs partitie gebruiken voor /boot/.

    Note

    Als je harde schijf meer dan 1024 cylinders heeft (en je systeem is meer dan twee jaar geleden gemaakt), moet je misschien een /boot/ partitie aanmaken als je de / (root) partitie de overblijvende ruimte op je harde schijf wilt laten gebruiken.

    Note

    Als je een RAID kaart hebt, let er dan op dat sommige BIOS'en het opstarten van de RAID paart niet ondersteunen. In zulke gevallen, moet de /boot/ partitie aangemaakt worden op een partitie buiten de RAID-opstelling, zoals op een aparte harde schijf.
  • Een root partitie (3.0 GB - 5.0 GB)
    Dit is waar "/" (de root map) zich bevindt. In deze opstelling bevinden alle bestanden (behalve die in /boot) zich in de root partitie.
    Een 3.0 GB partitie staat je toe een minimale installatie uit te voeren, terwijl een 5.0 GB root partitie je een volledige installatie laat uitvoeren, met het kiezen van alle pakketgroepen.

    Root en /root

    De / (of root) partitie is de top van de map structuur. De /root (soms uitgesproken als "slash-root") map is de persoonlijke map van het gebruikersaccount voor de systeembeheerder.
Als je meerdere partities aanmaakt in plaats van een grote / partitie, wordt het upgraden eenvoudiger. Refereer naar de beschrijving van de Bewerken optie in Paragraaf 7.21.2, “Het partitionerings scherm” voor meer informatie.
De volgende tabel vat de minimale partitie grootte samen voor de partities die de getoonde mappen bevatten. Je hoeft geen aparte partitie te maken voor ieder van deze mappen. Bijvoorbeeld, als de map die /foo bevat tenminste 500 MB moet zijn, en je wilt geen aparte /foo partitie maken, dan moet de / (root) partitie tenminste 500 MB zijn.
Map Minimale grootte
/ 250 MB
/usr 250 MB, maar voorkom om dit op een aparte partitie te plaatsen
/tmp 50 MB
/var 384 MB
/home 100 MB
/boot 75 MB
Tabel 7.3. Minimale partitie groottes

Laat overblijvende ruimte vrij

Ken alleen opslagruimte toe aan die partities die je onmiddelijk nodig hebt. Je kunt vrije ruimte ten alle tijde toekennen, om aan behoeftes te voldoen als dit nodig is. Om meer te weten te komen over een flexibele manier van opslagbeheer, refereer je naar Bijlage D, LVM begrijpen.
Als je er niet zeker van bent hoe je de partities van jouw computer het beste in kan stellen, accepteer dan de standaard partitie opmaak.
7.21.4.1.1. Advies voor partities
De optimale partitie instelling hangt af van het gebruik van het Linux systeem in kwestie. De volgende tips kunnen je helpen om te beslissen hoe je je diskruimte kunt toekennen.
  • Als je verwacht dat jij of andere gebruikers data op het systeem willen bewaren, maak dan een aparte partitie voor de /home map binnen een volume groep. Met een aparte /home partitie, kun je Fedora upgraden of herinstalleren zonder data bestanden van gebruikers te wissen.
  • Elke kernel die op je systeem geinstalleerd wordt vereist ongeveer 10 MB op de /boot partitie. Behalve als je van plan bent heel veel kernels te installeren, moet de standaard partitie grootte van 100 MB voor /boot voldoende zijn.

    ext4 and Btrfs

    De GRUB bootloader ondersteunt het ext4 of Btrfs bestandssystemen niet. Je kunt geen ext4 of btrfs partitie gebruiken voor /boot.
  • De /var map bewaart data voor een aantal toepassingen, inclusief de Apache web server. Het wordt ook gebruikt om vernieuwings pakketten die gedownload zijn tijdelijk te bewaren. Verzeker je ervan dat de partitie die de /var map bevat voldoende ruimte heeft om aanstaande vernieuwingen te kunnen downloaden en je andere data kan bevatten.

    Aanstaande vernieuwingen

    Omdat Fedora een zich snel onwikkelende verzameling van software is, zullen veel vernieuwingen laat in de vrijgave cyclus beschikbaar komen. Je kunt een vernieuwings repository voor de bronnen maken voor latere installatie om dit probleem te minimaliseren. Refereer naar Paragraaf 7.23.1, “Installeren van extra repositories” voor meer informatie.
  • De /usr map bevat de meerderheid van de software inhoud op een Fedora systeem. Voor een installatie van de standaard software set heb je tenminste 4 GB ruimte nodig. Als je een software ontwikkelaar bent of je bent van plan om je Fedora systeem te gebruiken om software ontwikkel vaardigheden te leren, moet je deze toekenning tenminste verdubbelen.

    Plaats /usr niet op een aparte partitie

    Als /usr op een andere partie is dan /, dan wordt het boot proces veel complexer, en in sommige situaties (zoals installaties op iSCSi stations),zal het helemaal niet werken.
  • Overweeg om een gedeelte van de ruimte in een LVM groep niet toe te kennen. Deze vrije ruimte geeft je flexibiliteit als je ruimte vereisten veranderen maar je geen data van andere partities wilt verwijderen om ruimte vrij te maken.
  • Als je submappen onderverdeelt in partities, kun je de inhoud van die submappen bewaren als je besluit om een nieuwe versie van Fedora te installeren bovenop je huidige systeem. Bijvoorbeeld, als je van plan bent om een MySQL database te draaien in /var/lib/mysql, maak dan een aparte partitie voor die map voor het geval dat je later opnieuw moet installeren.
De volgende tabel is een mogelijke partitie opzet voor een systeem met een enkele, nieuwe 80 GB harde schijf en 1 GB RAM. Merk op dat ongeveer 10 GB van de volume groep niet toegewezen is om toekomstige groei mogelijk te maken.

Voorbeeld gebruik

Deze opzet is niet optimaal voor alle gebruikers profielen.
Partitie Grootte en type
/boot 100 MB ext3 partitie
swap 2 GB swap
LVM fysische volume Overblijvende ruimte, als een LVM volume groep
Tabel 7.4. Voorbeeld partitie opzet

De fysische volume is toegekend aan de standaard volume groep en onderverdeeld in de volgende logische volumes:
Partitie Grootte en type
/ 13 GB ext4
/var 4 GB ext4
/home 50 GB ext4
Tabel 7.5. Voorbeeld partitie opzet: LVM fysische volume

Voorbeeld 7.1. Voorbeeld partitie opzet

7.21.5. Partities toevoegen

Note

Je moet tenminste een partitie aan deze installatie toewijzen, en optioneel meer. Voor meer informatie, refereer je naar Bijlage A, Een inleiding voor schijf partities.
Een nieuwe partitie aanmaken
Een nieuwe partitie aanmaken.
Figuur 7.24. Een nieuwe partitie aanmaken

  • Koppelpunt: Vul het koppelpunt van de partitie in. Bijvoorbeeld, als deze partitie de root partitie moet worden, vul / in; vul /boot voor de /boot partitie,enzovoort. Je kunt ook het uitklap menu gebruiken om het juiste koppelpunt voor je partitie te kiezen. Voor een swap partitie moet het koppelpunt niet gezet worden - het instellen van het bestandssysteem type als swap is voldoende.
  • Type bestandssysteem: Met gebruik van het uitklap menu, selecteer je het juiste bestandssysteem type voor deze partitie. Voor meer informatie over bestandssysteem types, refereer je naar Paragraaf 7.21.5.1, “Bestandssysteem types”.
  • Toegestane stations: Dit veld bevat een lijst van de harde schijven die op je systeem geinstalleerd zijn. Als het vakje van een harde schijf aangevinkt is, dan kan de gewenste partitie op die harde schijf aangemaakt worden. Als dit vakje niet aangevinkt is, dan zal de partitie nooit op die harde schijf aangemaakt worden. Door het gebruiken van verschillende instellingen van de vakjes, kun je anaconda partities laten plaatsen daar waar je ze nodig hebt, of je kunt anaconda laten beslissen waar de partities naar toe gaan.
  • Grootte (MB): Vul de grootte (in megabytes) in van de partitie. Merk op dat dit veld begint met 100MB; tenzij het veranderd wordt, zal slechts een 100 MB partitie aangemaakt worden.
  • Extra grootte-opties: Kies hier om de partitie een vaste grootte te geven, om het toe te staan om te "groeien" (opvullen van de beschikbare harde schijf ruimte) tot een gegeven punt, of om het toe te staan te groeien totdat alle beschikbare ruimte op de harde schijf opgevuld is.
    Als je kiest voor Alle ruimte opvullen tot (MB), moet je de grootte beperking opgeven in het veld rechts van deze optie. Dit staat je toe om een bepaalde hoeveelheid ruimte op je harde schijf vrij te houden voor toekomstig gebruik.
  • Forceren als primaire partitie: Selecteert of de partitie die je aanmaakt een van de vier eerste partities op je harde schijf moet zijn.Als dit niet geselecteerd is, wordt de partitie aangemaakt als een logische partitie. Refereer naar Paragraaf A.1.3, “Partities binnen partities — Een overzicht van extended partities”, voor meer informatie.
  • OK: Selecteer OK zodra je tevreden bent met de instellingen en de patitie wilt aanmaken.
  • Annuleren: Selecteer Annuleren als je de partitie niet wilt aanmaken.

7.21.5.1. Bestandssysteem types

Fedora staat je toe om verschillende partitie types te maken, gebaseerd op het bestandssysteem dat ze zullen gebruiken. Het volgende is een korte beschrijving van de beschikbare bestandssystemen, en hoe ze ingezet kunnen worden.

7.22. x86, AMD64, en Intel® 64 Boot loader configuratie

Om het systeem zonder boot media op te starten, moet je gewoonlijk een bootloader installeren. Een bootloader is het eerste software programma dat draait als een computer opstart. Het is verantwoordelijk voor het laden en het doorgeven van de contole aan de kernel software van het operating systeem. De kernel, op zijn beurt, initialiseert de rest van het operating systeem.

Installing in text mode

Als je Fedora installeert in de tekst mode, configureert de installer de bootloader automatisch en kun je de bootloader instellingen niet aanpassen tijdens het installatie proces.
GRUB (GRand Unified Bootloader), welke standaard geinstalleerd wordt, is een zeer krachtige bootloader. GRUB kan een groot aantal vrije operating systemen laden, maar ook eigendomsmatige operating systemen met keten laden (het mechanisme voor het laden van niet ondersteunde operating systemen, zoals DOS of Windows, door het laden van een andere bootloader).

Het GRUB boot menu

Standaard is het GRUB menu verborgen, behalve op dual-boot systemen. Om het GRUB menu tijdens een systeem opstart te laten zien, houd je de Shift toets ingedrukt voordat de kernel is geladen. (Elke andere toests werkt ook maar de Shift toets is de veiligste om te gebruiken).
Bootloader configuratie
Configureren hoe je het systeem wilt opstarten.
Figuur 7.25. Bootloader configuratie

Je hebt misschien al een bootloader op je systeem geinstalleerd. Een operating systeem kan zijn eigen voorkeurs bootloader installeren, of je hebt een bootloader van derden geinstalleerd. Als je bootloader geen Fedora partities herkent, ben je misschien niet in staat om Ferdora op te starten. Gebruik GRUB als je bootloader om Linux en de meeste andere operating systemen op te starten. Volg de aanwijzingen op in dit hoofdstuk om GRUB te installeren.

Installing GRUB

Als je GRUB installeert, kan het je bestaande bootloader overschrijven.
Het installatie programma installeert GRUB standaard in de master boot record, of MBR, van de schijf voor het root bestandssysteem. Om de installatie van een nieuwe bootloader tegen te houden, verwijder je de selectie Bootloader op /dev/sda installeren.

Warning

Als je om wat voor reden dan ook ervoor kiest om GRUB niet te installeren, zul je niet in staat zijn om het systeem rechtstreeks op te starten, en moet je een andere boot metohde gebruiken (zoals een commerciele bootloader toepassing). Gebruik deze optie alleen als je er zeker van bent dat je een andere manier hebt om je systeem op te starten.
Als je al andere operating systemen hebt geinstalleerd, probeert Fedora om ze automatisch te detecteren en stelt GRUB in om ze te kunnen opstarten. Je kunt extra operating systemen handmatig instellen als GRUB ze niet detecteert.
Om gedetecteerde operating systeem instellingen toe te voegen, te verwijderen, of te veranderen, gebruik je de geboden opties.
Toevoegen
Selecteer Toevoegen om een extra operating systeem toe te voegen in GRUB.
Selecteer de schijf partitie die het opstartbare operating system bevat van de neerklap lijst en geef de keuze een label. GRUB laat deze label in zijn boot menu zien.
Bewerken
Om een regel in het GRUB boot menu te veranderen, selecteer je deze regel en dan selecteer je Bewerken.
Verwijderen
Om een regel van het GRUB boot menu te verwijderen, selecteer je de regel en daarna selecteer je Verwijderen.
Selecteer Standaard naast de voorkeurs boot partitie om je standaard op te starten OS te kiezen. Je kunt niet verdergaan met de installatie totdat je een standaard boot image hebt gekozen.

Note

De Label kolom laat zien wat je moet intypen op de boot prompt, voor niet-grafische bootladers, om het gewenste operating systeem op te starten.
Zodra het GRUB boot scherm geladen is, gebruik je de pijltjes toetsen om een boot label te kiezen en type e voor bewerken. Je krijgt een lijst van items te zien uit het configuratie bestand voor het boot labl dat je geselecteerd hebt.
Bootloader wachtwoorden bieden een beveiligings mechanisme in een omgeving waar fysieke toegang tot je server aanwezig is.
Als je een bootloader installeert, moet je een wachtwoord aanmaken om je systeem te beschermen. Zonder bootloader wachtwoord, kunnen gebruikers met toegang tot je systeem opties aan de kernel doorgeven die je systeembeveiliging in gevaar kunnen brengen. Met een ingesteld bootloader wachtwoord, moet het wachtwoord eerst opgegeven worden voordat een niet-standaard boot optie opgegeven kan worden. Het is echter nog steeds mogelijk voor iemand met fysieke toegang tot de machine om op te starten met een diskette, CD-ROM, of USB media als de BIOS dat ondersteunt. Beveiligings plannen die ook bootloader wachtwoorden bevatten moeten ook rekening houden met alternatieve opstart methodes.

GRUB wachtwoorden niet vereist

Je hebt misschien geen GRUB wachtwoord nodig als je systeem alleen vertrouwde operators heeft, of als het fysiek beveiligd is met een gecontroleerde console toegang. Als een onvertrouwd persoon echter fysieke toegang tot het toestenbord en scherm van je computer krijgt, kan die persoon het systeem opnieuw opstarten om toegang te krijgen tot GRUB. In dat geval is een wachtwoord nuttig.
Als je er voor kiest om een bootloader wachtwoord te gebruiken om je systeembeveiliging te verbeteren, selecteer dan het hokje bij Bootloader-wachtwoord gebruiken.
Zodra het geselecteerd is, geef je het wachtwoord op en bevestig je het.
GRUB bewaart het wachtwoord in versleutelde vorm, dus het kan niet gelezen of ontdekt worden. Als je het bootloader wachtwoord vergeet, start het systeem dan normaal op en verander dan de wachtwoord regel in het /boot/grub/grub.conf bestand. Als je niet kunt opstarten, ben je misschien in staat om de "reddings" mode te gebruiken op de eerste Fedora installatie schijf om het GRUB wachtwoord te herstellen.
Als je het GRUB wachtwoord moet veranderen, gebruik je het grub-md5-crypt programma. Voor informatie over het gebruik van dit programma, gebruik je het commando man grub-md5-crypt in een terminal scherm om de manual pagina's te lezen.
Om meer geavanceerde bootloader opties in te stellen, zoals het veranderen van de schijfvolgorde, of het doorgeven van opties aan de kernel, wees er dan zeker van dat Geavanceerde bootloader opties instellen geselecteerd is voordat je op Volgende klikt.

7.22.1. Geavanceerde bootloader instellingen

Nu dat je gekozen hebt welke bootloader te installeren, kun je ook bepalen waar de bootloader geinstalleerd moet worden. Je kunt de bootloader op twee plaatsen installeren:

Note

Als je een RAID kaart hebt, denk er dan aan dat sommige BIOS'en opstarten van een RAID kaart niet ondersteunen. In zulke gevallen moet de bootloader niet geinstalleerd worden op de MBR van de RAID opstelling. De bootloader moet geinstalleerd worden op de MBR van dezelfde schijf waarop de /boot/ partitie was aangemaakt.
Als je systeem alleen Fedora gebruikt, moet je de MBR kiezen.
Klik op de BIOS-stationsvolgorde knop als je de volgorde van je stations wilt veranderen of als je BIOS niet de juiste volgorde teruggeeft. Het veranderen van de stationsvolgorde kan nuttig zijn als je meerdere SCSI adapters hebt, of zowel SCSI als IDE adapters, en je wilt opstarten van het SCSI apparaat.
Nu je de meeste keuzes voor je installatie gemaakt hebt, ben je nu klaar om de standaard pakket selectie voor je systeem te bevestigen of de pakket selectie aan te passen voor je systeem.
Het Pakket installatie standaarden scherm verschijnt en laat de standaard pakket set voor je Fedora installatie zien. Dit scherm is afhankelijk van de Fedora versie die je installeert.

Installing from a Live Image

Als je installeert van een Fedora Live image, kun je geen pakket selecties maken. Deze installatie methode brengt een copie van de Live image over in plaats van het installeren van pakketten vanaf een repository. Om de pakket selectie te veranderen, maak je eerst de installatie af, en gebruik je dan de Software toevoegen/verwijderen toepassing om de gewenste veranderingen te maken.

Installing in text mode

Als je Fedora installeert in de tekst mode, kun je geen pakket selecties maken. De installer selecteert automatisch pakketten van alleen de basis en kern groepen. Deze pakketten zijn voldoende om te verzekeren dat het systeem werkt op het eind van het installatie proces, klaar voor het installeren van vernieuwingen en nieuwe pakketten. Om de pakket selectie te veranderen, maak je eerst de installatie af, en daarna gebruik je de Software toevoegen/verwijderen toepassing om de gewenste veranderingen te maken.
Package Group Selection
Kies welke pakketgroepen je wilt installeren.
Figuur 7.27. Package Group Selection

Standaard laadt het Fedora installatie proces een software selectie die geschikt is voor een dektop systeem. Om software toe te voegen of te verwijderen voor bepaalde taken, selecteer je de relevantie items van de lijst:
Kantoor en productiviteit
Deze optie biedt de OpenOffice.org productiviteit suite, de Planner projectbeheer toepassing, grafische gereedschappen zoals de Gimp, en multimedia toepassingen.
Software ontwikkeling
Deze optie biedt de noodzakelijke gereedschappen om software op je Fedora systeem te compileren.
Web server
Deze optie biedt de Apache webserver.
Om een onderdeel te selecteren, klik je op het afvinkhokje ernaast (referereer naar Figuur 7.27, “Package Group Selection”).
Om de pakket selectie verder aan te passen, selecteer je de Nu aanpassen optie op het scherm. Klikken op Volgende brengt je naar het Pakket groep selectie scherm.

7.23.1. Installeren van extra repositories

Je kunt extra repositories definieren om de beschikbare software voor je systeem tijdens de installatie uit te breiden. Een repositorie is een netwerk locatie die software pakketten bevat te samen met metadata die de pakketten beschrijft. Veel van de software pakketten gebruikt in Fedora vereisen dat andere software geinstalleerd is. De installer gebruikt de metadata om er zeker van te zijn dat aan de vereisten voor ieder pakket dat je selecteert voor installatie wordt voldaan.
De basis opties zijn:
  • De Installatie Repo repository is automatisch voor je geselecteerd. Dit stelt de verzameling software voor die beschikbaar is op je installatie CD of DVD.
  • De Fedora 11 - i386 repository bevat de complete verzameling software die is vrijgegeven als Fedora 11, met alle software van de versie die geldig was ten tijde van de vrijgave. Als je installeert van de Fedora 11 DVD of CD set, geeft deze optie je niets extra. Echter als je installeert van een Fedora Live CD, biedt deze optie toegang tot veel meer software dan beschikbaar op de schijf. Merk op dat de computer toegang tot het internet moet hebben om deze optie te kunnen gebruiken.
  • De Fedora 11 - i386 - Updates repository bevat de complete verzameling software die is vrijgegeven als Fedora 11, met alle software van de versie die op dit moment actueel is. Deze optie installeert niet alleen de software die je selecteert, maar zorgt er ook voor dat het volledig bij de tijd is. Merk op dat de computer toegang tot het internet moet hebben om deze optie te kunnen gebruiken.
Een software repositorie toevoegen
Geef de details op van extra software repositories
Figuur 7.28. Een software repositorie toevoegen

Om software toe te voegen van repositories anders dan de Fedora pakket selectie, selecteer je Extra repositories toevoegen. Je kunt de locatie van een repository met software van derden opgeven. Afhankelijk van de configuratie van die repository, kun je misschien niet-Fedora software selecteren tijdens de installatie.
Om een bestaande software repository locatie aan te passen, selecteer je de repository in de lijst en selecteer je daarna Repository aanpassen.

Netwerk toegang noodzakelijk

Als je de repository informatie verandert tijdens een installatie zonder netwerk, zoals van een Fedora DVD, vraagt de installer je om informatie voor het configureren van het netwerk.
Als je Extra repositories toevoegen selecteert, verschijnt de Repository bewerken dialoog. Geef een Repository-naam en de Repository-URL voor zijn locatie.

Fedora software spiegels

Om een Fedora software spiegel bij je in de buurt te vinden, refereer je naar http://fedoraproject.org/wiki/Mirrors.
Zodra je een spiegel gelocaliseerd hebt en de te gebruiken URL wilt bepalen, zoek je naar de map op de spiegel dat een map bevat met de naam repodata. Bijvoorbeeld, de "Everything" repository voor Fedora is gewoonlijk in een map boom releases/11/Everything/arch/os, waarin arch een systeem architectuur naam is.
Zodra je de informatie voor een extra repository hebt opgegeven, leest de installer de pakket metadata via het netwerk. Software die speciaal gemarkeerd is wordt dan toegevoegd in het pakketgroep selectie systeem. Zie Paragraaf 7.23.2, “Software selectie aanpassen” voor meer informatie over pakket selectie.

Terug gaan verwijdert repository metadata

Als je Terug kiest op het pakket selectie scherm, zal alle extra repository data die je misschien hebt opgegeven verloren gaan. Dit staat je toe om extra repositories effectief te verwijderen. Op dit moment is er geen manier om een enkele repository die je opgegeven hebt te verwijderen

7.23.2. Software selectie aanpassen

Selecteer Nu aanpassen om de software pakketten voor je uiteindelijke systeem in meer detail op te geven. Deze optie laat het installatie proces een extra aanpassings scherm tonen als je Volgende selecteert.

Ondersteuning installeren voor extra talen

Selecteer Nu aanpassen om ondersteuning voor exta talen te installeren. Refereer naar Paragraaf 7.23.2.2, “Extra taal ondersteuning” voor meer informatie over het instellen van taalondersteuning.
Pakketgroep details
Kies om optionele pakketten toe te voegen of te verwijderen van deze pakketgroep.
Figuur 7.29. Pakketgroep details



[2] Een root wachtwoord is het administratie wachtwoord voor je Fedora systeem. Je moet alleen als root inloggen als dat nodig is voor systeem onderhoud. Het root account werkt niet met de beperkingen die gewone gebruikersaccounts opgelegd krijgen, dus veranderingen gemaakt als root hebben implicaties voor je gehele systeem.

[3] De fsck toepassing wordt gebruikt om het bestandssysteem te controleren voor metadata consistentie en als optie een of meer Linux bestandssystemen te herstellen.

Hoofdstuk 8. Installatie foutzoeken op een Intel® of AMD systeem

Deze appendix bespreekt een aantal standaard installatie problemen en hun oplossingen.

8.1. Je bent niet in staat om Fedora op te starten

Een signaal 11 fout, algemeen bekend als een segmentatie fout, betekent dat het programma een geheugen locatie adresseert die er niet aan toegekend is. Een signaal 11 fout kan veroorzaakt worden door een bug in een van de software programma's die geinstalleerd zijn, of door kapotte hardware.
Als je een fatale signaal 11 fout krijgt tijdens de installatie, is de oorzaak waarschijnlijk een hardware fout in het geheugen op de systeem bus. Zoals andere operating systemen, heeft Fedora bepaalde verwachtingen van de hardware van je systeem. Sommige hardware is misschien niet in staat om hieraan te voldoen, zelfs als ze correct werkte met andere operating systemen.
Wees er zeker van dat je de laatste vernieuwingen en images hebt. Bekijk de on-line errata om te zien of nieuwere versies beschikbaar zijn. Als de laatste images nog steeds falen, kan het een probleem met je hardware zijn. Gewoonlijk zitten deze fouten in je geheugen of CPU-cache. Een mogelijke oplossing voor deze fout is het uitzetten van de CPU-cache in de BIOS, als je systeem dit ondersteunt. Je kunt ook proberen om je geheugen om te wisselen in de moederbord connectors om te kijken of het probleem connector of geheugen gerelateerd is.
Een andere optie is het uitvoeren van een media test op je installatie CD-ROM's. Anaconda, het installatie programma, heeft de mogelijkheid om de integriteit van de installatie media te testen. Dit werkt met de CD, DVD, harde schijf ISO, en NFS ISO installatie methodes. Wij bevelen aan dat je alle installatie media test voordat je de installatie begint, en voordat je fouten gerelateerd aan de installatie rapporteert (vele van de gerapporteerde bugs zijn in feite foutief gebrande CD's). Om deze test te gebruiken, type je het volgende commando in op de boot: prompt:
linux mediacheck
Voor meer informatie over signaal 11 fouten, refereer je naar:
http://www.bitwizard.nl/sig11/

8.3. Problemen tijdens de installatie

De partitie tabel op apparaat hda was onleesbaar. Om nieuwe partities aan te maken moet het geinitialiseerd worden, wat verlies van ALLE DATA op deze schijf inhoudt.
you may not have a partition table on that drive or the partition table on the drive may not be recognizable by the partitioning software used in the installation program.
Gebruikers die programma's zoals EZ-BIOS hebben gebruikt hebben soortgelijke problemen ondervonden, het veroorzaken dat data is verloren (ervan uitgaande er geen backup van de data is gemaakt voor de installatie) die niet hersteld kon worden.
No matter what type of installation you are performing, backups of the existing data on your systems should always be made.
Tijdens sommige upgrades of installaties van Fedora, kan het installatie programma (ook bekend als anaconda) falen met een Python of traceback fout. Deze fout kan optreden na de selectie van individuele pakketten of terwijl het probeert de upgrade log op te slaan in de /tmp/ map. De fout kan er ongeveer zo uitzien:
Traceback (innermost last):
File "/var/tmp/anaconda-7.1//usr/lib/anaconda/iw/progress_gui.py", line 20, in run
rc = self.todo.doInstall ()    
File "/var/tmp/anaconda-7.1//usr/lib/anaconda/todo.py", line 1468, in doInstall 
self.fstab.savePartitions ()    
File "fstab.py", line 221, in savePartitions      
sys.exit(0)  
SystemExit: 0   
Local variables in innermost frame:  
self: <fstab.GuiFstab instance at 8446fe0>  
sys: <module 'sys' (built-in)>  
ToDo object:  (itodo  ToDo  p1  (dp2  S'method'  p3  (iimage  CdromInstallMethod  
p4  (dp5  S'progressWindow'  p6   <failed>
Deze fout treedt op in sommige systemen waar links naar /tmp/ symbolisch naar andere locaties wijzen of veranderd zijn sinds het aanmaken. Deze symbolische of veranderde links zijn niet geldig tijdens het installatie proces, dus het installatie programma kan geen informatie wegschrijven en faalt.
Als je zo'n fout tegenkomt, probeer dan eerst eventuele vernieuwingen voor anaconda te downloaden. Vernieuwingen voor anaconda en instructies voor het gebruik hiervan kunnen gevonden worden op:
http://fedoraproject.org/wiki/Anaconda/Updates
De anaconda website kan ook een nuttige referentie zijn en kan gevonden worden op:
http://fedoraproject.org/wiki/Anaconda
Je kunt ook zoeken naar bugrapporten gerelateerd aan dit probleem. Om in het bug traceer systeem van Red Hat te zoeken, ga je naar:
http://bugzilla.redhat.com/bugzilla/

8.4. Problemen na installatie

Als je het X windows systeem hebt geinstalleerd maar je ziet geen grafische desktop omgeving als je ingelogd hebt, kun je de X windows grafische interface opstarten met gebruik van het commando startx.
Zodra je dit commando hebt ingetypt en op Enter hebt geduwd, wordt de grafische desktop omgeving getoond.
Merk echter op dat dit een eenmalige reparatie is en het verandert niets aan het login proces voor toekomstige log-in's.
Om het systeem zodanig in te stellen dat je in kan loggen met een grafisch scherm, moet je een bestand bewerken, /etc/inittab, door het veranderen van slechts een getal in de runlevel sectie. Als je klaar bent, start je de computer opnieuw op. De volgende keer dat je inlogt, krijg je een grafische login prompt te zien.
Open een shell prompt. Als je in je gebruikers account bent, wordt dan root door het intypen van het su commando.
Type nu gedit /etc/inittab om het bestand te bewerken met gedit. Het bestand /etc/inittab opent. Binnen het eerste scherm verschijnt een sectie die er ongeveer als volgt uit ziet:
# Default runlevel. The runlevels used are: 
#   0 - halt (Do NOT set initdefault to this) 
#   1 - Single user mode 
#   2 - Multiuser, without NFS (The same as 3, if you do not have networking) 
#   3 - Full multiuser mode 
#   4 - unused 
#   5 - X11 
#   6 - reboot (Do NOT set initdefault to this) 
#  id:3:initdefault:
Om te veranderen van een console naar een grafische login, moet je het nummer in de regel id:3:initdefault: veranderen van een 3 naar een 5.

Warning

Verander alleen het getal van het standaard runlevel van 3 naar5.
Je veranderde regel moet er nu ongeveer zo uitzien:
 id:5:initdefault: 
Als je tevreden bent met je verandering, sla je het bestand op en verlaat de bewerker met de Ctrl+Q toetsen. Een scherm verschijnt en vraagt of je de veranderingen wilt opslaan. Klik op Opslaan.
De volgende keer dat je inlogt na het opnieuw opstarten van je systeem, krijg je een grafische login prompt gepresenteerd.
Als je geen gebruikersaccount hebt aangemaakt in de firstboot schermen, log je in als root met gebruik van het wachtwoord dat je aan root toekende.
Als je je root wachtwoord niet meer kunt herinneren, start je je system op met linux single.
Als je een x86-gebaseerd systeem gebruikt en GRUB je geinstalleerde bootloader, type je e in voor bewerken als het GRUB opstart scherm is geladen. Je krijgt een lijst te zien met items in het configuratie bestand voor de boot label die je hebt gekozen.
Kies de regel die begint met kernel en type e in om deze boot regel te bewerken.
OP het einde van de kernel regel, voeg je toe:
single
Press Enter to exit edit mode.
Once the boot loader screen has returned, type b to boot the system.
Zodra je in de enkele-gebruiker mode bent opgestart en toegang hebt tot de # prompt, moet je intypen passwd root, wat je toestaat om een nieuw wachtwoord voor root op te geven. Op dit punt aangekomen kun je shutdown -r now intypen om het systeem opnieuw op te starten met het nieuwe root wachtwoord.
Als je je gebruikersaccount wachtwoord niet meer kunt herinneren, moet je root worden. Om root te worden, type je su - in en vult je root wachtwoord in als er om gevraagd wordt. Daarna type je passwd <username>. Dit staat je toe om een nieuw wachtwoord op te geven voor de gespecificeerde gebruikersaccount.
Als het grafische login scherm niet verschijnt, controleer dan je hardware voor compatibiliteits problemen. Linuxquestions.org onderhoudt een Hardware compatibiliteits lijst op:
http://www.linuxquestions.org/hcl/index.php

8.4.6. Wordt je RAM niet herkend?

Soms herkent de kernel niet al je geheugen (RAM). Je kunt dit controleren met het cat /proc/meminfo commando.
Verifieer dat de getoonde hoeveelheid overeenkomt met de bekende hoeveelheid RAM in je systeem. Als ze niet gelijk zijn, voeg je de volgende regel toe aan /boot/grub/grub.conf:
mem=xxM
Vervang xx met de hoeveelheid RAM die je hebt in megabytes.
In /boot/grub/grub.conf, zal het bovenstaande voorbeeld lijken op het volgende:
# NOTICE: You have a /boot partition. This means that 
#  all kernel paths are relative to /boot/ 
default=0 
timeout=30 
splashimage=(hd0,0)/grub/splash.xpm.gz 
 title Fedora (2.6.27.19-170.2.35.fc10.i686)
root (hd0,1)
kernel /vmlinuz-2.6.27.19-170.2.35.fc10.i686 ro root=UUID=04a07c13-e6bf-6d5a-b207-002689545705 mem=1024M
initrd /initrd-2.6.27.19-170.2.35.fc10.i686.img
Als je opnieuw hebt opgestart, worden de veranderingen die gemaakt zijn in grub.conf actief op je systeem.
Zodra het GRUB opstart scherm verschijnt, type je e voor bewerken. Je ziet een lijst van items in het configuratie bestand voor de boot label die je hebt geselecteerd.
Kies de regel die begint met kernel en type e in om deze boot regel te bewerken.
Aan het einde van de kernel regel voeg je toe:
mem=xxM
waarin xx gelijk is aan de hoeveelheid RAM in je systeem.
Press Enter to exit edit mode.
Once the boot loader screen has returned, type b to boot the system.
Itanium gebruikers moeten opstart commando's binnengaan met elilo gevolgd door het opstart commando.
Denk eraan om xx te vervangen door de hoeveelheid geheugen in je systeem. Druk op Enter om op te starten.

Inhoudsopgave

9. Opstart opties
9.1. Configureren van het installatie systeem in het opstart menu
9.1.1. De taal opgeven
9.1.2. Configuren van de interface
9.1.3. Anaconde vernieuwen
9.1.4. De installatie methode opgeven
9.1.5. Handmatig de netwerk instellingen configureren
9.2. Toegang op afstand toestaan naar het installatie systeem
9.2.1. Toegang op afstand toestaan met VNC
9.2.2. Het installatie systeem verbinden met een VNC luisteraar
9.2.3. Toegang op afstand met Telnet toestaan
9.3. Inloggen op een systeem op afstand tijdens de installatie
9.3.1. Een log server instellen
9.4. De installatie automatiseren met Kickstart
9.5. Hardware ondersteuning verbeteren
9.5.1. Hardware ondersteuning toevoegen met driver schijven.
9.5.2. Automatische hardware detectie aanpassen
9.6. Gebruik van de onderhouds boot modes
9.6.1. Laden van de geheugen (RAM) test mode
9.6.2. Boot media verifieren
9.6.3. Je computer opstarten met de reddings mode
9.6.4. Je computer upgraden
10. Installeren zonder media
10.1. Boot bestanden verkrijgen
10.2. Verander de GRUB Configuratie
10.3. Opstarten om te Installeren
11. Het Opzetten van een installatie server
11.1. cobbler opzetten
11.2. De distributie opzetten
11.3. Een netwerk locatie spiegelen
11.4. De distributie importeren
11.5. Handmatig een PXE server instellen
11.5.1. Het opzetten van de netwerk server
11.5.2. PXE boot configuratie
11.5.3. PXE hosts toevoegen
11.5.4. TFTPD
11.5.5. De DHCP server configureren
11.5.6. Voeg een aangepaste opstart boodschap toe
11.5.7. De PXE installatie uitvoeren
12. Installeren via VNC
12.1. VNC viewer
12.2. VNC modes in Anaconda
12.2.1. Directe mode
12.2.2. Connect mode
12.3. Installateren met VNC
12.3.1. Installatie voorbeeld
12.3.2. Kickstart overwegingen
12.3.3. Firewall Overwegingen
12.4. Referenties
13. Kickstart installaties
13.1. Wat zijn Kickstart installaties?
13.2. Hoe voer je een Kickstart installatie uit?
13.3. Het kickstart bestand maken
13.4. Kickstart opties
13.4.1. Geavanceerd partitionerings voorbeeld
13.5. Package Selection
13.6. Pre-installatie script
13.6.1. Voorbeeld
13.7. Post-installatie script
13.7.1. Voorbeelden
13.8. Maak het kickstart bestand beschikbaar
13.8.1. Kickstart boot media maken
13.8.2. Het kickstart bestand beschikbaar maken op het netwerk
13.9. Maak de installatie boom beschikbaar
13.10. Opstarten van een kickstart installatie
14. Kickstart configurator
14.1. Basisconfiguratie
14.2. Installatie methode
14.3. Bootloader opties
14.4. Partitie-informatie
14.4.1. Partities aanmaken
14.5. Netwerk Configuratie
14.6. Aanmeldingscontrole
14.7. Firewall configuratie
14.7.1. SELinux configuratie
14.8. Beeldschermconfiguratie
14.9. Package Selection
14.10. Pre-installatie script
14.11. Post-installatie script
14.11.1. Chroot-omgeving
14.11.2. Een interpreter gebruiken
14.12. Het bestand opslaan

Hoofdstuk 9. Opstart opties

Het Fedora installatie systeem bevat een aantal funkties en opties voor beheerders. Om opstart opties te gebruiken, type linux option in op de boot: prompt.
Als je meer dan een optie opgeeft, wordt iedere optie gescheiden door een enkele spatie. Bijvoorbeeld:
linux option1 option2 option3

Anaconda boot opties

De anaconda installer heeft vele boot opties, de meeste worden getoond op de wiki http://fedoraproject.org/wiki/Anaconda/Options.

Kernel boot opties

De http://fedoraproject.org/wiki/KernelCommonProblems pagina laat een aantal veel gebruikte kernel boot opties zien. De volledige lijst van kernel opties is in het bestand /usr/share/doc/kernel-doc-version/Documentation/kernel-parameters.txt, welke geinstalleerd wordt met het kernel-doc pakket.

Reddings Mode

De Fedora installatie en reddings schijven kun opstarten of met de reddings mode, of met het laden van het installatie systeem. Voor meer informatie over reddings schijven en reddings mode, ga naar Paragraaf 9.6.3, “Je computer opstarten met de reddings mode”.

9.1. Configureren van het installatie systeem in het opstart menu

Je kunt het opstart menu gebruiken om een aantal instellingen voor het installatie systeem op te geven, zoals:
  • taal
  • beeldscherm resolutie
  • interface type
  • Installatie methode
  • netwerk instellingen

9.1.1. De taal opgeven

Om de taal in te stellen voor zowel het installatie proces als het uiteindelijke syteem, geef je de ISO code op voor die taal met de lang optie. Gebruik de keymap optie om de korrekte toetsenbord indeling op te geven.
Bijvoorbeeld, de ISO codes el_GR en gr identificeren de Griekse taal en de Grieks toetsenbord indeling:
linux lang=el_GR keymap=gr
Installatie methode Optie formaat
CD of DVD schijfstation method=cdrom
Harde Schijf method=hd://device/
HTTP server method=http://server.mydomain.com/directory/
FTP server method=ftp://server.mydomain.com/directory/
NFS server method=nfs:server.mydomain.com:/directory/
Tabel 9.1. Installatie methodes

9.1.5. Handmatig de netwerk instellingen configureren

Standaard gebruikt het installatie systeem DHCP om automatisch de juiste netwerk instellingen te verkrijgen. Om zelf de netwerk instellingen handmatig te configureren, kun je ze opgeven of in het Netwerkapparaten scherm, of op de boot: prompt. Je kunt ip adres, netmask, gateway en dns server instelling voor het installatie systeem opgeven bij de prompt. Als je de netwerk instellingen op de boot: prompt opgeeft, worden deze instellingen gebruikt voor het installatie proces, en het Netwerkapparaten scherm verschijn niet.
Dit voorbeeld configureert de netwerk instellingen voor een installatie systeem dat het IP adres 192.168.1.10 gebruikt:
linux ip=192.168.1.10 netmask=255.255.255.0 gateway=192.168.1.1 dns=192.168.1.2,192.168.1.3

Het geinstalleerde systeem configureren

Gebruik het Netwerkapparaten scherm om de netwerk instellingen voor het nieuwe systeem te configureren. Refereer naar Paragraaf 7.15.1, “Handmatige configuratie” voor meer informatie over het configureren van de netwerk instellingen voor het geinstalleerde systeem.

9.2. Toegang op afstand toestaan naar het installatie systeem

Je kunt toegang krijgen tot of de grafische of de tekst interface voor het installatie systeem vanaf elk ander systeem. Toegang tot een tekst mode weergave scherm vereist telnet, welke standaard in Fedora systemen is geinstalleerd. Om op afstand toegang te krijgen tot het grafische scherm van het installatie systeem, gebruik je client software dat het VNC (Virtual Network Computing) scherm protocol ondersteunt. Een aantal aanbieders hebben VNC clienten voor Microsoft Windons en MAC OS, en ook voor op UNIX gebaseerde systemen.
linux syslog=192.168.1.20:514
linux ks=location/kickstart-file.cfg
Kickstart bron Optie formaat
CD of DVD schijfstation ks=cdrom:/directory/ks.cfg
Harde Schijf ks=hd:/device/directory/ks.cfg
Ander apparaat ks=file:/device/directory/ks.cfg
HTTP server ks=http://server.mydomain.com/directory/ks.cfg
FTP server ks=ftp://server.mydomain.com/directory/ks.cfg
NFS server ks=nfs:server.mydomain.com:/directory/ks.cfg
Tabel 9.2. Kickstart bronnen

Om een Kickstart bestand te verkrijgen van een script of toepassing op een Web server, specifieer je de URL van de toepassing met de ks= optie. Als je de optie kssendmac toevoegt, stuurt het verzoek ook HTTP headers naar de Web toepassing. Je toepassing kan deze headers gebruiken om de computer te herkennen. De volgende regel stuurt een verzoek met headers naar de toepassing http://server.mydomain.com/kickstart.cgi:
linux ks=http://server.mydomain.com/kickstart.cgi kssendmac

9.5. Hardware ondersteuning verbeteren

Standaard probeert Fedora alle onderdelen van je computer te ontdekken en er ondersteuning voor te configureren. Fedora ondersteunt de meeste gebruikelijke hardware met software drivers die meegeleverd worden met het operating systeem. Om andere apparaten te ondersteunen kun je tijdens het installatie proces, of later, extra drivers toevoegen aan het installatie proces.

9.5.1. Hardware ondersteuning toevoegen met driver schijven.

Het installatie systeem kan drivers laden van schijven, USB pennen, of netwerk servers om ondersteuning voor nieuwe apparaten te configureren.
dd if=drivers.img of=/dev/fd0
linux dd
Image bron Optie formaat
selecteer een apparaat dd
HTTP server dd=http://server.mydomain.com/directory/drivers.img
FTP server dd=ftp://server.mydomain.com/directory/drivers.img
NFS server dd=nfs:server.mydomain.com:/directory/drivers.img
Tabel 9.3. Driver schijf image bronnen

9.5.2. Automatische hardware detectie aanpassen

Voor sommige apparaten kan automatische hardware detectie falen, of instabiliteit veroorzaken. In die gevallen, moet je automatische configuratie voor die apparaten uitzetten, en extra stappen nemen om het apparaat te configureren nadat het installatie proces is beeindigd.

Check de Vrjgave informatie

Refereer naar de Vrijgave informatie voor informatie over bekende problemen met specifieke apparaten.
Om de automatische hardware detectie uit te zetten, gebruik je een of meer van de volgende opties:
Compatibiliteit Optie
Zet alle hardware detectie uit noprobe
Zet grafisch scherm, toetsenbord en muis detectie uit headless
Zet het doorgeven van toetsenbord en muis informatie naar trap 2 van het installatie programma uit. nopass
Gebruik de basis VESA driver voor video xdriver=vesa
Zet shell toegang naar virtuele console 2 gedurende de installatie uit noshell
Zet geavanceerde configuratie en vermogens interface (ACPI) uit acpi=off
Zet machine test uitzondering (MCE) CPU zelf-diagnode uit. nomce
Zet niet-uniform geheugen toegang op de AMD64 architectuur uit numa-off
Forceer de kernel om een specifieke hoeveelheid geheugen te detecteren, waar xxx een waarde in megabytes is mem=xxxm
Zet DMA aan alleen voor IDE en SATA stations libata.dma=1
Zet BIOS-ondersteunde RAID uit nodmraid
Zet Firewire detectie uit nofirewire
Zet parallelle poort detectie uit noparport
Zet PC Card (PCMCIA) detectie uit nopcmcia
Zet USB geheugen apparaat detectie uit nousbstorage
Zet alle USB apparaat detectie uit nousb
Zet alle probing van netwerk hardware uit nonet
Tabel 9.4. Hardware opties

Extra scherm

De isa optie laat het systeem een extra tekst scherm zien aan het begin van het installatie proces. Gebruik dit scherm om de ISA apparaten in je computer te configureren.

Belangrijk

Andere kernel boot opties hebben geen bijzondere betekenis voor anaconda en beinvloeden het installatie proces niet. Als je deze opties echter gebruikt om het installatie systeem op te starten,zal anaconda ze bewaren in de bootloader configuratie.

9.6. Gebruik van de onderhouds boot modes

9.6.1. Laden van de geheugen (RAM) test mode

Fouten in geheugen modules kunnen je systeem laten bevriezen of onvoorspelbare crashes veroorzaken. In sommige gevallen, kunnen geheugen fouten alleen problemen geven in bepaalde combinaties van software. Daarom moet je het geheugen van een computer systeem testen voordat je Fedora voor de eerste keer installeert, zelfs als het eerder al andere operating systemen heeft gedraaid.
Deze sektie beschrijf hoe je Fedora op je systeem kan installeren zonder extra fysieke media aan te moeten maken. In plaats daarvan kun je de bestaande GRUB boot loader gebruiken om het installatie programma op te starten.

Linux vereist

Deze procedure veronderstelt dat je Fedora, of een andere redelijk moderne Linux distributie, al gebruikt met de GRUB boot loader. Er wordt ook aangenomen dat je wat ervaring met Linux hebt.

10.1. Boot bestanden verkrijgen

Om een intallatie uit te voeren zonder media of een PXE server, moet je systeem lokaal twee bestanden aanwezig hebben, een kernel en een initial RAM schijf.
  1. Download een Live image of een DVD distributie, of om een installatie spiegel te lokaliseren, ga naar http://mirrors.fedoraproject.org/publiclist/Fedora/11/.
  2. Zoek de isolinux/ map op met een van de volgende methodes:
    • Als je ervoor kiest om een image op te halen, open je het met het juiste werkblad gereedschap. Als je Fedora gebruikt, dubbel-klik je op het bestand om het te openen met Archiefbeheer. Open de isolinux/ map
    • Als je ervoor kiest om de hele image niet te downloaden omdat je via het netwerk will installeren, lokaliseer je de gewenste release. In het algemeen, als je een geschikte spiegel hebt gevonden, ga je naar de releases/11/Fedora/arch/os/isolinux/ map.

    Beschikbare installatie types

    Als je een image ophaalt, kun je kiezen voor een installatie van harde schijf, of een netwerk installatie. Als je alleen geselecteerde bestanden van een spiegel ophaalt, kun je alleen een netwerk installatie uitvoeren.
  3. Kopieer de vmlinuz en initrd.img bestanden van de gekozen bron naar de /boot/ map en verander hun namen naar vmlinuz-install en initrd.img-install. Je moet root rechten hebben om bestanden in de /boot/ map te kunnen schrijven.

10.2. Verander de GRUB Configuratie

De GRUB boot loader gebruikt het configuratie bestand /boot/grub/grub.conf. Om GRUB te configureren om van de nieuwe bestanden te booten, voeg je een boot sectie toe aan /boot/grub/grub.conf die naar die bestanden refereert.
Een minimale boot sectie ziet er als volgt uit:
title Installation
        root (hd0,0)
        kernel /vmlinuz-install
        initrd /initrd.img-install
Je kunt er voor kiezen om opties toe te voegen aan het einde van de kernel regel van de boot sectie. Deze opties zetten voorlopinge opties in Anaconda welke de gebruiker normaal interactief opgeeft. Voor een lijst van de beschikbare installeer boot opties, zie Hoofdstuk 9, Opstart opties.
De volgend opties zijn gewoonlijk nuttig voor installaties zonder media:
  • ip=
  • method=
  • lang=
  • keymap=
  • ksdevice= (als de installatie een interface anders dan eth0 nodig heeft)
  • vnc en vncpassword= voor een installatie op afstand
Als je klaar bent, verander je de default optie in /boot/grub/grub.conf zodat die naar de nieuwe sectie wijst die je toegevoegd hebt:
default 0

10.3. Opstarten om te Installeren

Start het systeem opnieuw op. GRUB start de installatie kernel en RAM schijf op, inclusief de opties die je gezet hebt. Je kunt nu verder gaan met het juiste hoofdstuk in deze gids voor de volgende stap. Als je wilt installeren op afstand met VNC, ga naar Paragraaf 9.2, “Toegang op afstand toestaan naar het installatie systeem” voor hulp om verbinding te maken met het systeem op afstand.

Hoofdstuk 11. Het Opzetten van een installatie server

Ervaring is vereist

Deze appendix is bedoeld voor gebruikers met Linux ervaring. Als je een nieuwe gebruiker bent, zul je er de voorkeur aan geven om minimale boot media of de distributie DVD te gebruiken.

Warning

De instructies in deze appendix configureren een automatische installeer server. De standaard configuratie houdt de vernietiging in van alle bestaande data op alle schijven voor hosts die installeren met deze methode. Dit is vaak verschillend met andere netwerk installeer server configuraties die een interactieve installatie procedure aanbieden.
Fedora staat installatie toe over een netwerk met gebruik van de NFS, FTP, of HTTP protocollen. Een netwerk installatie kan opgestart worden met een CD-ROM, een opstartbaar flash geheugen apparaat, of door het gebruik van de askmethod opstart optie van de Fedora CD #1 of DVD. Als alternatief, als het te installeren systeem een netwerk interface kaart (NIC) bevat met Pre-Execution Environment (PXE) ondersteuning, kan het ingesteld worden om op te starten van bestanden op een ander systeem op het netwerk in plaats van locale media zoals CD-ROM.
Voor een PXE installatie, stuurt de NIC met PXE ondersteuning van de client een verzoek uit voor DHCP informatie. De DHCP server voorziet de client met een IP adres, andere netwerk informatie zoals naamserver, het IP adres of hostnaam van de tftp server (welke de bestanden levert nodig om het installatie programma op te starten), en de locatie van de bestanden op de tftp server. Dit is mogelijk door PXELINUX, wat een onderdeel is van het syslinux pakket.
In het verleden moesten beheerders een groot aantal handmatige configuraties uitvoeren om een installatie server te maken. Echter, als je een Red Hat Enterprise Linux, CentOS, of Fedora server op je lokale netwerk hebt, kun je het cobbler pakket gebruiken om deze taken uit te voeren. Om een PXE server handmatig in te stellen, zie Paragraaf 11.5, “Handmatig een PXE server instellen”.
Om de taken in deze sectie uit te voeren, moet omschakelen naar het root account met het commando su -. Als alternatief kun je een commando uitvoeren met de -c optie, gebruik makend van de vorm su -c 'commando'.

11.1. cobbler opzetten

Installeer cobbler met het volgende commando:
yum -y install cobbler
Het cobbler commando kan zijn eigen instellingen controleren voor juistheid en de resultaten weergeven. Voer het volgende commando uit om de instellingen te controleren:
cobbler check
Verander de instellingen in het /var/lib/cobbler/settings bestand om het IP adres van de server weer te geven. Je moet tenminste de server en next_server opties veranderen, hoewel deze opties naar hetzelfde IP adres kunnen wijzen.
Als je nog geen DHCP server hebt draaien, dan moet je ook de manage_dhcp optie veranderen naar 1. Heb je wel een DHCP server draaiende, configureer deze volgens de instructies in de syslinux pakket documentatie. Voor meer informatie, refereer naar je lokale bestanden /usr/share/doc/syslinux-versie/syslinux.doc en /usr/share/doc/syslinux-versie/pxelinux.doc.

11.2. De distributie opzetten

Om een distributie op te zetten van een volledige Fedora DVD of ISO bestand, gebruik je deze procedure.

Netwerk locaties

Om een lokale spiegel van een bestaande netwerk bron te maken, moet je deze sectie overslaan en inplaats daarvan gaan naar Paragraaf 11.3, “Een netwerk locatie spiegelen”.
  1. Als je een DVD schijf of een ISO bestand gebruikt, maak dan een map aanmeld punt:
    mkdir /mnt/dvd
    
    Om een fysieke DVD schijf aan te melden, gebruik het volgende commando:
    mount -o context=system_u:object_r:httpd_sys_content_t:s0 /dev/dvd /mnt/dvd
    
    Om een DVD ISO bestand aan te melden, gebruik het volgende commando:
    mount -ro loop,context=system_u:object_r:httpd_sys_content_t:s0 /path/to/image.iso /mnt/dvd
    
  2. Om een NFS installatie te ondersteunen, maak je een bestand aan met de naam /etc/exports en voeg er de volgende regel aan toe:
    /mnt/dvd *(ro,async)
    
    Start de NFS server met de volgende commando's:
    /sbin/service rpcbind start /sbin/service nfs start
    
  3. Om HTTP installatie te ondersteunen, gebruik je yum om de Apache web server te installeren als dat nog niet gebeurt is:
    yum -y install httpd
    
    Maak een link naar de aangemelde schijf in het Apache publieke inhoud gebied:
    ln -s /mnt/dvd /var/www/html/distro
    

11.3. Een netwerk locatie spiegelen

Als je geen schijven of ISO bestanden hebt voor een distributie, kun je cobbler gebruiken om een installatie server te maken. Het cobbler commando haalt de distributie op over het netwerk als deel van het importeer proces.
Lokaliseer de distributie op het netwerk. De locatie kan op het lokale netwerk zijn of bereikbaar zijn op een server op afstand met FTP, HTTP, of rsync protocollen. Noteer de URI, die een van de volgende zal zijn:
  • http://mirror.example.com/pub/fedora/linux/releases/11/Fedora/arch/os
  • ftp://mirror.example.com/pub/fedora/linux/releases/11/Fedora/arch/os
  • rsync://mirror.example.com/fedora/linux/releases/11/Fedora/arch/os

11.4. De distributie importeren

Om een distributie aan te bieden voor meer dan een installatie methode, gebruik je de extra cobbler import taken met een andere naam voor elke methode. Voor de beste resultaten, gebruik je de installatie methode als deel van de naam, zodat het in het boot menu van de gebruiker verschijnt.
  1. Om de DVD schijf of ISO distributie te importeren, gebruik je het volgende commando:
    cobbler import --path=/mnt/dvd --name=distro_name
    
    Vul voor distro_naam een herkenbare naam in voor de distributie.
    Om een lokale distributie of een distributie over het hetwerk op afstand te importeren in cobbler, voer je dit commando uit. Vervang netwerk_URI met de URI die je hebt gevonden in Paragraaf 11.3, “Een netwerk locatie spiegelen”, en distro_naam als hierboven:
    cobbler import --mirror=network_URI --name=distro_name
    

    Een bron importeren

    Als cobbler een distributie importeert met de commando's hierboven, kopieert het alle bestanden naar het geheugen van de lokale server, dit kan enige tijd duren.
    Als je geen lokale kopie van de distributie wilt maken omdat gebruikers die locatie al kunnen bereiken, gebruikt je de --available-as optie.
    cobbler import --path=/mnt/dvd --name=distro_name --available-as=network_URI
    cobbler import --mirror=network_URI --name=distro_name --available-as=network_URI
    
    Voor netwerk_URI, gebruik je de juiste netwerk locatie van de distributie. Deze URI geeft aan hoe de server de distributie beschikbaar maakt voor zijn gebruikers. De bovenstaande voorbeelden veronderstellen dat jouw cobbler server de spiegel locatie op dezelfde URI vindt als de gebruikers. Als dit niet het geval is, vul dan de juiste URI in voor de --mirror optie. De volgende voorbeelden zijn URI locaties die werken als je de procedures in deze sektie hebt opgevolgd, and het IP adres van je server 192.168.1.1 is:
    • nfs://192.168.1.1:/mnt/dvd
    • http://192.168.1.1:/distro
    Indien nodig, vervang je 192.168.1.1 met het IP adres van jouw cobbler server.
  2. Voer het commando cobbler sync uit om de veranderingen aan te brengen. Om te ontdekken dat jouw cobbler server naar de juiste poorten luistert, gebruik je het netstat -lp commando.

    Firewall Overwegingen

    Afhankelijk van de configuratie van je server, kan het nodig zijn om het system-config-securitylevel commando te gebruiken om toegang toe te staan voor sommige of alle van de volgende voorzieningen:
    • 67 of bootps, voor de DHCP/BOOTP server
    • 69 of tftp, om de PXE lader te verschaffen
    • 80 of http, als de cobbler server een HTTP installatie moet ondersteunen
    • 20 en 21 of ftp, als de cobbler server een FTP installatie moet ondersteunen
    • 111 of sunrpc, als de cobbler server een NFS installatie moet ondersteunen.

11.5. Handmatig een PXE server instellen

De volgend stappen moeten uitgevoerd worden om je voor te bereiden op een PXE installatie:
  1. Configureer de netwerk (NFS, FTP, HTTP) server om de installatie boom te exporteren.
  2. Configureer de bestanden op de tftp server die nodig zijn voor het opstarten met PXE.
  3. Stel in welke hosts zijn toegelaten om op te starten van de PXE configuratie.
  4. Start de tftp voorziening.
  5. Configureer DHCP.
  6. Start de client op, en start de installatie.
Hosts toevoegen
Hosts toevoegen
Figuur 11.1. Hosts toevoegen

De volgende stap is het instellen van welke host toegestaan wordt om te verbinden met de PXE opstart server.
Om hosts toe te voegen, klik je op de Nieuw knop.
Een host toevoegen
Voeg een host toe
Figuur 11.2. Een host toevoegen

Vul de volgende informatie in:
  • Hostnaam of IP Adres/Subnet — Het IP adres, volledig gekwalificeerde hostnaam, of een subnet van systemen die toegestaan gaan worden om met de PXE server te verbinden voor installaties.
  • Operating Systeem — Het operating systeem identifier om op deze client te installeren. De lijst wordt gemaakt van de installatie moegelijkheden gemaakt van de Netwerk Installatie Dialoog.
  • Seriele Console — Deze optie staat het gebruik van een seriele console toe.
  • Kickstart bestand — De volgende opties kunnen geplaatst worden in een kickstart bestand. Als je de voorkeur hebt voor een grafische interface om je kickstart bestand te maken, gebruik je het Kickstart Configurator programma. Refreer naar Hoofdstuk 14, Kickstart configurator voor details.
Negeer de Snapshot naam en Ethernet opties. Die zijn alleen voor omgevingen zonder harde schijven.

Hoofdstuk 12. Installeren via VNC

De Red Hat Enterprise Linux en Fedora installer (anaconda) biedt twee manieren om er interactief mee te werken. De originele mode is een tekst gebaseerde interface. De nieuwere mode gebruikt GTK+ en draait in de X windows omgeving. Dit hoofdstuk legt uit hoe je de grafische installatie mode kunt gebruiken in omgevingen waar het systeem een goed scherm en invoerapparaten ontbeert, zaken die typisch geassocieerd worden met een werkstation. Dit scenario is kenmerkend voor systemen in een datacentrum, die vaak vaak geinstalleerd zijn in rek omgeving en geen scherm, toetsenbord, of muis hebben. Bovendien missen veel van deze systemen zelfs de mogelijkheid om een grafisch scherm aan te sluiten. Omdat zakelijke hardware die mogelijkheid voor het fysieke systeem zelden nodig heeft, is dit een acceptabele hardware configuratie.
Zelfs in deze omgevingen blijft de grafische installer echter de aanbevolen methode om te installeren. In de tekst mode ontbreken veel van de mogelijkheden die in de grafische mode beschikbaar zijn. Veel gebruikers vinden nog steeds dat de tekst mode interface hen extra power en configuratie mogelijkheden biedt die niet gevonden worden in de grafische versie. Het omgekeerde is waar. Veel minder ontwikkel inspanning wordt besteed aan de tekst mode interface en specifieke zaken (bijvoorbeeld, LVM configuratie, partitie indeling, pakket selectie, en bootloader configuratie) zijn opzettelijk weggelaten uit de tekst mode omgeving. De redenen hiervoor zijn:
  • Minder scherm gereedschappen beschikbaar om gebruikers interfaces te maken overeenkomstig zoals die gevonden worden in de grafische mode.
  • Moeilijke internationalisatie ondersteuning.
  • Wenselijkheid om een enkel interactief installatie code pad te handhaven.
Anaconda bevat daarom een Virtual Network Computing (VNC) mode die toestaat om de grafische mode van de installer locaal te draaien, maar die wordt getoond op een systeem dat met het netwerk verbonden is. Installeren in de VNC mode biedt je de volledige reeks van installatie opties, zelfs in situaties waar het systeem een scherm of invoer apparaten ontbeert.

12.1. VNC viewer

Het uitvoeren van een vnc installatie vereist dat een VNC viewer draait op je werkstation of andere computer. Locaties waar graag een VNC viewer geinstalleerd wilt zien:
  • Je werkstation
  • Laptop
VNC is open bron software onder licentie van de GNU General Public License. Er bestaan versies voor Linux, Windows, en MacOS X. Hier volgen enkele aanbevolden VNC viewers:
  • vncviewer is beschikbaar voor Red Hat Enterprise Linux en Fedora Linux door het installeren van het vnc pakket:
    # yum install vnc
    
  • TightVNC is beschikbaar voor Windows op http://www.tightvnc.com/
  • MacOS X bevat ingebouwde VNC ondersteuning vanaf versie 10.5. In de Finder, klik je op het Go menu en je kiest Connect to Server. In het server adres veld kun je intypen vnc://SERVER:DISPLAY, waarin SERVER het IP adres of de hostnaam is van de VNC server waarnaar je wilt verbinden en DISPLAY is het VNC scherm nummer (gewoonlijk 1), en klik op Connect.
Zodra je hebt gecontroleerd dat je een VNC viewer tot je beschikking hebt, wordt het tijd om de installatie te starten.

12.2. VNC modes in Anaconda

Anaconda biedt twee modes voor VNC installaties. De mode die je kiest zal afhangen van de netwerk configuratie in je omgeving.

12.2.1. Directe mode

De directe VNC mode in anaconde is wanneer de client een verbinding begint te maken naar de VNC server die in anaconda draait. Anaconda zal je vertellen wanneer je deze verbinding in de viewer moet oppakken. De directe mode kan geactiveerd worden met een van de volgende commando's:
  • Geef vnc op als een boot argument.
  • Specificeer het vnc commando in het kickstart bestand gebruikt voor de installatie.
Als je de VNC mode activeert, zal anaconda de eerste fase van de installer afmaken en daarna VNC starten om de grafische installer te draaien. De installer laat een boodschap op de console zien met het volgende formaat:
Running anaconda VERSION, the PRODUCT system installer - please wait...
Anaconda zal je ook het IP adres en scherm nummer vertellen die je in de VNC viewer moet gebruiken. Op dit punt aangekomen, moet je de VNC viewer starten en verbinden met het doel systeem om de installatie te vervolgen. De VNC viewer zal anaconda aan je presenteren in de grafische mode.
Er zijn een paar nadelen voor de directe mode, waaronder:
  • Vereist visuele toegang tot de systeem console om te zien naar welk IP adres en poort de VNC viewer moet verbinden.
  • Vereist interactieve toegang tot de systeem console om de eerste fase van de installer af te maken.
Als een van deze nadelen je zal beletten om de directe VNC mode in anaconda te gebruiken, dan is de connect mode waarschijnlijk beter voor jouw omgeving.

12.2.2. Connect mode

Bepaalde firewall configuraties of situaties waar het doel systeem is ingesteld voor een dynamisch IP adres kunnen problemen veroorzaken voor de direct VNC mode in anaconda. Bovendien, als je geen console op het doel systeem hebt om de boodschap te zien die je vertelt naar welk IP adres je moet verbinden, zul je niet in staat zijn om de installatie te vervolgen.
De VNC connect mode verandert hoe VNC opgestart wordt. In plaats van het opstarten door anaconda en op jou te wachten om te verbinden, staat de VNC connect mode anaconda toe om automatisch naar je viewer te verbinden. In dit geval hoef je het IP adres van het doel systeem niet te weten.
Om de VNC connect mode te activeren, geef je de vncconnect boot parameter door:
boot: linux vncconnect=HOST
Vervang HOST met het IP adres of de hostnaam van jouw VNC viewer. Voordat je het installatie proces op de doel computer opstart, start je jouw VNC viewer en laat het wachten op een binnenkomende verbinding.
Start de installatie en als je VNC viewer de grafische installer laat zien, ben je klaar om verder te gaan.

12.3. Installateren met VNC

NU je een VNC viewer toepassing hebt geinstalleerd en een VNC mode hebt gekozen om te gebruiken in anaconda, ben je klaar om de installatie te beginnen.

12.3.1. Installatie voorbeeld

De gemakkelijkste manier om een installatie uit te voeren waarbij VNC gebruikt wordt is om direct te verbinden met de netwerk poort op het doel systeem. Een laptop kan hier prima voor gebruikt worden. Als je de installatie op deze manier gaat uitvoeren, let dan op de volgende stappen:
  1. Verbindt de laptop of een ander werkstation met het doel systeem door een crossover kabel te gebruiken. Als je gewone kabels gebruikt, wees er dan zeker van om de twee systemen te verbinden via een hub of een switch. De meest recente Ethernet interfaces zullen automatisch detecteren of ze wel of niet een crossover nodig hebben, zodat het mogelijk kan zijn om de twee systemen direct te verbinden met een standaard kabel.
  2. Configureer het VNC viewer systeem om een RFC 1918 adres zonder gateway te gebruiken. Deze prive netwerk verbinding zal alleen gebruikt worden voor deze installatie. Configureer het VNC viewer systeem voor 192.168.100.1/24. Als dat adres al in gebruik is, kies dan iets anders in de RFC 1918 adres ruimte die je beschikbaar hebt.
  3. Begin de installatie op het doel systeem.
    1. Start de installatie DVD of CO op.
      Als je de installatie media (CD of CDV) opstart, wees er dan zeker van om vnc mee te geven als boot parameter. Om de vnc parameter toe te voegen, moet er een console aan het doel systeem zijn gekoppeld die je toestaat om het opstart proces te beinvloeden. Vul het volgende in op de prompt:
      boot: linux vnc
      
    2. Opstarten over het netwerk.
      Als het doel systeem is ingesteld met een statisch IP adres, voeg je het vnc commando toe aan het kickstart bestand. Als het doel systeem DHCP gebruikt, voeg je vncconnect=HOST toe aan de boot atgumenten voor het doel systeem. HOST is het IP adres of DNS hostnaam van het VNC viewer systeem. Type het volgende in op de prompt:
      boot: linux vncconnect=HOST
      
  4. Als je gevraagd wordt voor de netwerk configuratie van het doel systeem, geef het een beschikbaar RFC 1918 adres in hetzelfde netwerk dat je gebruikte voor het VNC viewer systeem. Bijvoorbeeld, 192.168.100.2/24.

    Note

    Dit IP adres wordt alleen maar gebruikt tijdens de installatie. Je zult later in de installer de mogelijk hebben om de uiteindelijke netwerk instellingen te configureren.
  5. Zodra de installer aangeeft dat het anaconda start, wordt je gevraagd om met het systeem te verbinden via de VNC viewer. Verbindt met het doel systeem en volg de grafische installatie mode instructies op.

12.3.2. Kickstart overwegingen

Als je doel systeem zal opstarten via het netwerk, is VNC nog beschikbaar. Voeg alleen maar het vnc commando toe aan het kickstart bestand voor het systeem. Je zult in staat zijn om met het doel systeem te verbinden met gebruik van je VNC viewer en je kunt het installatie proces volgen. Het te gebruiken adres is datgene waarmee het systeem ingesteld is via het kickstart bestand.
Als je DHCP gebruikt voor het doel systeem, kan de omgekeerde vncconnect methode misschien beter voor je werken. Inplaats van het toevoegen van de vnc boot parameter aan het kickstart bestand, voeg je de vncconnect=HOST parameter toe aan de lijst van de boot argumenten voor het doel systeem. Voor HOST, vul je het IP adres of DNS hostnaam in van het vnc viewer systeem. Zie de volgende sectie voor meer details over het gebruik van de vncconnect mode.

12.3.3. Firewall Overwegingen

Als je een installatie uitvoert waarbij het VNC viewer systeem een werkstation is dat op een ander subnet is dan het doel systeem, kun je in netwerk route problemen komen. VNC werkt prima zo lang je viewer systeem een route heeft naar het doel systeem en de poorten 5900 en 5901 open zijn. Als je omgeving een firewall heeft, wees er dan zeker van dat de poorten 5900 en 5901 open zijn tussen je werkstation en het doel systeem.
Naast het doorgeven van de vnc boot parameter, wil je misschien ook de vncpassword parameter doorgeven in deze scenario's. Hoewel het wachtwoord in leesbare tekst over het netwerk wordt verzonden, biedt het een extra stap voordat een viewer kan verbinden met een systeem. Zodra de viewer verbindt met het doel systeem via VNC, worden geen andere verbindingen meer toegelaten. Deze beperkingen zijn gewoonlijk voldoende voor installatie doeleinden.

Important

Wees er zeker van om een tijdelijk wachtwoord te gebruiken voor de vncpassword optie. Het moet geen wachtwoord zijn dat je gebruikt op welk systeem dan ook, en al helemaal geen root wachtwoord.
Als je problemen blijft houden, overweeg dan het gebruik van de vncconnect parameter. In deze mode, start je de viewer eerst op je systeem op en laat het luisteren naar een binnenkomende verbinding. Geef vncconnect=HOST door op de boot prompt en de installer zal proberen te verbinden met de opgegeven HOST (een hostnaam of een IP adres).

12.4. Referenties

Hoofdstuk 13. Kickstart installaties

13.1. Wat zijn Kickstart installaties?

Veel systeembeheerders zouden de voorkeur hebben om een automatische installatie methode te gebruiken om Fedora op hun machines te installeren. Om aan deze behoeft te voldoen heeft Red Hat de kickstart installatie methode gemaakt. Met gebruik van kickstart kan een systeembeheerder een enkel bestand maken die de antwoorden voor alle vragen bevat die normaal gevraagd zullen worden in een kenmerkende installatie.
Kickstart bestanden kunnen bewaard worden op een enkel server systeem en kunnen gelezen worden door individuele computers tijdens hun installatie. Deze installatie methode kan het gebruik ondersteunen van een enkel kickstart bestand om Fedora te installeren op meerdere machines, wat het ideaal maakt voor netwerk en systeem beheerders.
Kickstart geeft gebruikers een mogelijkheid om een Fedora installatie te automatiseren.

13.2. Hoe voer je een Kickstart installatie uit?

Kickstart installaties kunnen uitgevoerd worden met gebruik van een locale CD-ROM, een locale harde schijf, of via NFS, FTP, of HTTP.
Om kickstart te gebruiken, moet je:
  1. Een kickstart bestand aanmaken.
  2. Boot media aanmaken met het kickstart bestand of het kickstart bestand beschikbaar maken op het netwerk.
  3. De installatie boom beschikbaar maken.
  4. Start de kickstart installatie.
Dit hoofdstuk legt deze stappen gedetaileerd uit.

13.3. Het kickstart bestand maken

Het kickstart bestand is een eenvoudig tekst bestand. die een lijst met items bevat, ieder gedefinieerd door een sleutelwoord. Je kunt het maken door het Kickstart Configurator programma te gebruiken, of door het van nul af te schrijven. Het Fedora installatie programma maakt ook een voorbeeld kickstart bestand aan gebaseerd op de opties die je tijdens de installatie geselecteerd hebt. Het wordt geschreven naar het bestand /root/anaconda-ks.cfg. Je kunt dit bestand bewerken met een willekkeurige tekstverwerker dat bestanden kan wegschrijven als ASCII tekst.
Om te beginnen moet je verdacht zijn op de volgende punten als je jouw eigen kickstart bestand maakt:

13.4. Kickstart opties

Note

Als de optie gevolgd wordt door een gelijkteken (=), moet daarachter een waarde opgegeven worden. In de voorbeeld commando's, zijn opties binnenhaken ([]) optionele argumenten voor het commando.
autopart (optioneel)
ignoredisk (optioneel)
ignoredisk --drives=drive1,drive2,...
autostep (optioneel)
auth of authconfig (vereist)
bootloader (vereist)
clearpart (optioneel)
cmdline (optioneel)
device (optioneel)
device <type> <moduleName> --opts=<options>
driverdisk (optioneel)
driverdisk <partition> [--type=<fstype>]
driverdisk --source=ftp://path/to/dd.img
driverdisk --source=http://path/to/dd.img
driverdisk --source=nfs:host:/path/to/img
firewall (optioneel)
firewall --enabled|--disabled [--trust=] <device> [--port=]
firstboot (optioneel)
halt (optioneel)
graphical (optioneel)
install (optioneel)
  • cdrom — Installeer van het eerste CD-ROM station in het system.
  • harddrive — Installeer van een Fedora installatie boom op een locaal station, welke vfat of ext2 moet zijn.
    • --biospart=
      BIOS partitie om van te installeren (zoals 82).
    • --partition=
      Partitie om van te installeren (zoals sdb2).
    • --dir=
      Map die de variant map bevat van de installatie boom.
    Bijvoorbeeld:
    harddrive --partition=hdb2 --dir=/tmp/install-tree
    
  • nfs — Installeer van de opgegeven NFS server.
    • --server=
      Server om van te installeren (hostnaam of IP).
    • --dir=
      Map die de variant map bevat van de installatie boom.
    • --opts=
      Aankoppel opties te gebruiken voor het aankoppelen van de NFS export (optioneel)
    Bijvoorbeeld:
    nfs --server=nfsserver.example.com --dir=/tmp/install-tree
    
  • url — Installeer van een installatie boom op een server op afstand met FTP of HTTP.
    Bijvoorbeeld:
    url --url http://<server>/<dir>
    
    or:
    url --url ftp://<username>:<password>@<server>/<dir>
    
interactive (optioneel)
iscsi (optioneel)
key (optioneel)
keyboard (vereist)
be-latin1, bg, br-abnt2, cf, cz-lat2, cz-us-qwertz, de, de-latin1, 
de-latin1-nodeadkeys, dk, dk-latin1, dvorak, es, et, fi, fi-latin1, 
fr, fr-latin0, fr-latin1, fr-pc, fr_CH, fr_CH-latin1, gr, hu, hu101, 
is-latin1, it, it-ibm, it2, jp106, la-latin1, mk-utf, no, no-latin1, 
pl, pt-latin1, ro_win, ru, ru-cp1251, ru-ms, ru1, ru2, ru_win, 
se-latin1, sg, sg-latin1, sk-qwerty, slovene, speakup, speakup-lt, 
sv-latin1, sg, sg-latin1, sk-querty, slovene, trq, ua, uk, us, us-acentos
lang (vereist)
lang en_US
langsupport (verouderd)
@french-support
logvol (optioneel)
logvol <mntpoint> --vgname=<name> --size=<size> --name=<name> <options>
part pv.01 --size 3000 
volgroup myvg pv.01
logvol / --vgname=myvg --size=2000 --name=rootvol
logging (optioneel)
mediacheck (optioneel)
monitor (optioneel)
mouse (verouderd)
network (optioneel)
multipath (optioneel)
part of partition (vereist voor installaties, genegeerd voor upgrades)
  • <mntpoint> — Het <mntpoint> is waar de partitie aangekoppeld wordt en moet een van de volgende vormen hebben:
    • /<path>
      Bijvoorbeeld, /, /usr, /home
    • swap
      De partitie wordt gebruikt als swap ruimte.
      Om de grootte van de swap partitie automatisch te bepalen, gebruik je de --recommended optie.
      swap --recommended
      
      De aanbevolen maximum swap grootte voor machines met minder dan 2GB RAM is twee keer de hoeveelheid RAM. Voor machines met 2GB of meer, veranderdt de aanbeveling naar 2GB plus de hoevelheid RAM.
    • raid.<id>
      De partitie wordt gebruikt voor software RAID (refereer naar raid).
    • pv.<id>
      De partitie wordt gebruikt voor LVM (refereer naar logvol).
  • --size= — De minimum partitie grootte in megabytes. Geef hier een geheel getat op zoals 500. Voeg MB niet toe aan het getal.
  • --grow — Laat de partitie groeien om de beschikbare ruimte (als die er is) geheel te vullen, of groei tot de maximale grootte instelling.

    Note

    Als je --grow= gebruikt zonder --maxsize= in te stellen voor een swap partitie, zal Anaconda de maximum grootte van de swap partitie beperken. Voor systemen die minder dan 2GB fysiek geheugen hebben, is deze limit twee keer de hoeveelheid fysiek geheugen. Voor systemen met meer dan 2GB wordt deze limiet de grootte van het fysiek geheugen plus 2 GB.
  • --maxsize= — De maximum partitie grootte in megabytes als de partitie ingesteld wordt om te groeien. Geef hier een geheel getal op en voeg MB niet toe aan het getal.
  • --noformat — Stelt het installatie programma in om de partitie niet te formateren, voor gebruik met het --onpart commando.
  • --onpart= of --usepart= — Plaats de partitie op het reeds bestaande apparaat. Bijvoorbeeld:
    partition /home --onpart=hda1
    
    plaatst /home op /dev/hda1, welke reeds moet bestaan.
  • --ondisk= of --ondrive= — Forceert dat de partie op een bepaalde schijf wordt aangemaakt. Bijvoorbeeld, --ondisk=sdb plaatst de partitie op de tweede SCSI schijf op het systeem.
  • --asprimary — Forceert automatische toekenning van de partitie als een primaire partitie, anders mislukt de partitionering.