Hoofdstuk 7. Installeren op Intel® en AMD systemen
Dit hoofdstuk legt uit hoe je een Fedora installatie uitvoert met de DVD/CD-ROM, met gebruik van het grafische installatie programma en gebruik van een muis. De volgende onderwerpen worden behandeld:
Bekend raken met het gebruikersinterface van het installatie programma
Het installatie programma starten
Het kiezen van een installatie methode
Configuratie stappen tijdens de installatie (taal, toetsenbord, muis, partitioneren, enz.)
De installate beeindigen
7.1. De grafische installatie programma gebruikers interface
Als je al eerder een grafische user interface (GUI) hebt gebruikt, zul je al bekend zijn met dit proces; gebruik je muis om door de schermen te navigeren, klik op knoppen, of type in tekst velden.
Je kunt ook door de installatie navigeren met gebruik van het toetsenbord. De Tab toets staat je toe door het scherm te bewegen, de Up en Down pijltjes toetsen schuifen door lijsten, + en - toetsen laten lijsten openklappen en dichtklappen, terwijl Space en Enter selecteren of verwijderen een oplichtend item van een selectie. Je kunt ook de Alt+X toetscombinatie gebruiken als een manier om op knoppen te klikken en andere scherm selecties te maken, waarbij X wordt vervangen door een onderstreepte letter die in dat scherm verschijnt.
Note
Als je een x86, AMD64, of Intel® 64 systeem gebruikt, en je wilt geen GUI installatie programma gebruiken, is het tekst mode installatie programma ook beschikbaar. Om het tekst mode installatie programma te starten, duw je op de Esc toets op het moment dat het Fedora opstart menu wordt getoond, en gebruik dan het volgende commando op de boot: prompt:
linux text
Het wordt ten strekste aangeraden dat installaties worden uitgevoerd met het GUI installatie programma. Het GUI installatie programma biedt de volledige functionaliteit van het Fedora installatie programma, inclusief LVM instelling welke niet beschikbaar is in de tekst mode installatie.
Gebruikers die het tekst mode installatie programma moeten gebruiken kunnen de GUI installatie instructies opvolgen en zo alle benodigde informatie verkrijgen.
7.1.1. Een notitie over virtuele consoles
Het Fedora installatie programma biedt meer dan de dialoog vakken van het installatie proces. Verscheidene soorten diagnostische boodschapen zijn beschikbaar voor jou, en ook een manier om commando's op een shell prompt in te typen. Het installatie programma laat deze boodschappen zien op vijf virtuele consoles, waartussen je kunt omschakelen met een enkele toetsaanslag.
Een viruele console is een shell prompt in een niet-grafische omgeving, te bereiken vanaf de fysieke machine, niet op afstand. Meerdere virtule consoles kunnen tegelijkertijd benaderd worden.
Deze viruele consoles zijn nuttig als je een probleem tegenkomt tijdens het installeren van Fedora. Berichten getoond op de installatie of systeem consoles kunnen helpen een probleen te localiseren. Refereer naar
Tabel 7.1, “Console, toetsaanslagen, en inhoud” voor een lijst van virtuele consoles, toetsaanslagen gebruikt om er naar over te schakelen, en hun inhoud.
In het algemeen is er geen reden om de standaard console (virtuele console #6) voor grafische installatie te verlaten behalve als je probeert installatie problemen te onderzoeken.
|
console
|
toetsaanslagen
|
inhoud
|
|---|
|
1
|
ctrl+alt+f1
|
installatie dialoog
|
|
2
|
ctrl+alt+f2
|
shell prompt
|
|
3
|
ctrl+alt+f3
|
installeer log (berichten van het installatie programma)
|
|
4
|
ctrl+alt+f4
|
systeem gerelateerde berichten
|
|
5
|
ctrl+alt+f5
|
andere berichten
|
|
6
|
ctrl+alt+f6
|
grafisch scherm
|
Tabel 7.1. Console, toetsaanslagen, en inhoud
7.2. De tekst mode installatie programma gebruikers interface
Opmerking
Grafische installatie blijt de aanbevolen manier voor het installeren van Fedora. Als je Fedora installeert op een een systeem dat geen grafisch scherm heeft, overweeg dan het uitvoeren van de installatie met een VNC verbinding – zie
Hoofdstuk 12, Installeren via VNC.
Als je systeem een grafisch scherm heeft, maar de grafische installatie mislukt, probeer dan op te starten met de
xdriver=vesa optie – zie
Hoofdstuk 9, Opstart opties
De cursor wordt gebruikt om een bepaald widget te selecteren (en er interactie mee te hebben). Als de cursor verplaatst wordt van widget naar widget, kan de widget van kleur veranderen, of de cursor zelf kan alleen verschijnen gepositioneerd in of naast de widget.
Note
Hoewel tekst mode installaties niet expliciet gedocumenteerd zijn, zullen zij die het tekst mode installatie programma gebruiken de GUI installatie instructies gemakkelijk kunnen volgen. Omdat de tekst mode je echter een eenvoudiger, meer gestroomlijnd installatie proces biedt, zullen sommige opties van de grafische mode niet beschikbaar zijn in de tekst mode. Deze verschillen zijn aangegeven in de beschrijving van het installatie proces in deze gids en omvatten:
aanpassen van de partitie opmaak.
aanpassen van de bootloader configuratie.
selectie van pakketten tijdens de installatie.
Merk op dat ook manipulatie van LVM (Logical Volume Management) schijf volumes alleen mogelijk is in de grafische mode. In de tekst mode is het alleen mogelijk om de standaard LVM instelling te bekijken en te accepteren.
Note
Niet elke taal die ondersteund wordt in de grafische installatie mode is ook ondersteund in de tekst mode. In het bijzonder zullen talen die met een andere karakterset anders dan het latijnse of cyrillische alfabet niet beschikbaar zijn in de tekst mode. Als je een taal kiest die geschreven wordt met een karakterset die niet ondersteund wordt in de tekst mode, zal het installatie programma je de engelse versies van de schermen tonen.
Verklaring van de tekens
Venster — Vensters (ook wel naar gerefereerd in deze gids als dialogen) verschijnen op je scherm gedurende het gehele installatie proces. Soms kan een venster een ander overlappen, in die situatie kun je alleen interactief zijn met het bovenste venster. Als je klaar bent met dat venster, verdwijnt het en kun je verder gaan met het onderliggende venster.
Vak — Vakken staan je toe om een eigenschap aan of uit te zetten. Het vakje laat of een asterix zien (geselecteerd) of is leeg (ongeselecteerd). Als de cursor in een vakje is, druk je op Spatie om een eigenschap aan of uit te zetten.
Tekst invoer — Tekst invoer regels zijn gebieden waar je informatie kan intypen die nodig is voor het installatie programma. Als de cursor op een tekst invoer regel is, kun je informatie op die regel intypen of veranderen.
Verklaring van de tekens
Tekst veld — Tekstvelden zijn gebieden van het scherm voor het tonen van tekst. Soms kunnen tekst velden ook andere widgets bevatten, zoals afvinkvakjes. Als een tekst veld meer informatie bevat dan wat past in de gereserveerde ruimte, verschijnt een schuifbalk; als je de cursor in het tekst veld plaatst, kun je de Up en Down pijltjes toetsen gebruiken om door alle beschikbare informatie heen te schuiven. Je huidige positie wordt op de schuifbalk getoond door een # karakter, welke op en neer in de schuifbalk beweegt als je schuift.
Schuifbalk — Schuifbalken verschijnen aan de zijkant of op de boden van een venster om te bepalen welk deel van een lijst of document op dat moment in het venster zichtbaar is. De schuifbalk maakt het eenvoudig om naar elk deel van een bestand te bewegen.
Knop — Knoppen zijn de belangrijkste manier van interactie met het installatie programma. Je gaat voortuit door de vensters van het installatie programma door met deze knoppen te nagiveren, met gebruikt van de Tab en Enter toetsen. Knoppen kunnen geselecteerd worden als ze oplichen.
7.2.1. Gebruik het toetsenbord om te navigeren
Navigeren door de installatie dialogen wordt uitgevoerd door een eenvoudig aantal toetsaanslagen. Om de cursor te bewegen gebruik je de Links, Rechts, Op, en Neer pijltjes toetsen. Gebruik Tab, en Shift-Tab om voorwaarts of achterwaards langs alle items op het scherm te gaan. Langs de bodem laten de meeste schermen een overzicht zien van de beschikbare cursor positionerings toetsen.
Om op een knop te "duwen", plaats je de cursor op de knop (b.v. met gebruik van Tab) en druk je op Space of Enter. Om een item van een lijst te selecteren, beweeg je de cursor naar het item dat je wilt selecteren en je drukt op Enter. Om een item met een vakje te selecteren, beweeg je de cursor naar het vakje en druk je op Space om een item te selecteren. Om de selectie ongedaan te maken druk een tweede keer op Space.
Drukken op F12 accepteert de huidige waardes en gaat verder naar het volgende dialoog; het komt overeen met het drukken op de OK knop.
Warning
Behalve als een dialoog vakje op je invoer wacht, druk op geen enkele toets gedurende het installatie proces (als je dat doet kan er een onverwacht gedrag optreden).
7.3. Starten van het installatie programma
Om te beginnen wees er dan eerst zeker van dat je alle benodigde bronnen voor de installatie hebt. Als je
Hoofdstuk 3, Stappen om op gang te komen al gelezen hebt, en de instructies daar hebt opgevolgd, moet je klaar zijn om het installatie proces te beginnen. Als je kunt bevestigen dat je klaar bent om te beginnen, start je het installatie programma met de Fedora DVD of CD-ROM #1 of enig ander opstart media die je gemaakt hebt.
Note
Soms vereisen sommige hardware onderdelen een
driver diskette tijdens de installatie. Een driver diskette voegt ondersteuning toe voor hardware die door het installatie programma niet wordt ondersteund. Refereer naar
Hoofdstuk 5, Driver media voor Intel en AMD systemen voor meer informatie.
7.3.1. Het opstarten van het installatie programma op x86, AMD64, en Intel® 64 systemen
Je kunt het installatie programma opstarten met gebruik van een van de volgende media (afhankelijk van wat jouw systeem ondersteunt):
Fedora DVD/CD-ROM — Je machine ondersteunt een opstartbaar DVD/CD-ROM station en je hebt de Fedora CD-ROM set of DVD.
Boot CD-ROM — Je machine ondersteunt een opstartbaar CD-ROM station en je wilt een netwerk of harde schijf installatie uitvoeren.
USB stick — Je machine ondersteunt opstarten vanaf een USB apparaat.
Plaats de boot media in je machine en start het systeem opnieuw op. Je BIOS instelling moet misschien veranderd worden om je toe te staan van de CD-ROM of USB apparaat op te starten.
Note
Om je BIOS instelling te veranderen van een x86, AMD64, of Intel® 64 systeem, kijk je naar de instructies die op het scherm verschijnen als je jouw computer opstart. Een tekst regel verschijnt, die je vertelt welke toets je in moet drukken om naar de BIOS instellingen te gaan.
Zodra je in het BIOS instel programma bent, zoek je naar de sectie waar je jouw opstart volgorde kan veranderen. De standaard is vaak C, A of A, C (afhankelijk van of je opstart van je harde schijf [C] of van een diskette station [A]. Verander deze volgorde zo dat de CD-ROM als eerste in je opstart volgorde verschijnt en dat C of A (welke dan ook je typische opstart standaard is) als tweede. Dit vertelt je computer om eerst te kijken naar het CD-ROM station voor opstartbare media, en als het geen opstartbare media in het CD-ROM station vindt, het naar de harde schijf of diskette gaat kijken.
Bewaar je veranderingen voordat je de BIOS verlaat. Voor meer informatie, refereer je naar de documentie die met je systeem is meegeleverd.
Na een kleine vertraging, moet een scherm verschijnen met de boot: prompt. Het scherm bevat informatie over een aantal opstart opties. Bij iedere opstart optie hoort ook een of meerdere hulpschermen. Om het hulpscherm te bereiken, druk je op de juitste toets zoals aangegeven in de regel onderaan in het scherm.
Als je het installatie programma opstart, denk dan aan twee zaken:
Zodra de boot: prompt verschijnt, begint het installatie programma automatisch als je niet binnen een minuut reageert. Om dit te vermijden, druk je op een van de hulpscherm functie toetsen.
Als je op een hulpscherm functie toets drukt, is er een kleine vertraging gedurende welke het hulpscherm van de boot media wordt gelezen.
Gewoonlijk hoef je alleen maar op
Enter te duwen om op te starten. Wees er zeker van om de opstart boodschappen te bekijken om te zien of de Linux kernel al je hardware detecteert. Als je hardware juist gedetecteerd is, vervolg je met de volgende sectie. Als het je hardware niet juist gedetecteerd is, moet de installatie misschien opnieuw op starten en een van de boot opties gebruiken zoals gegeven in
Hoofdstuk 9, Opstart opties.
7.3.2. Extra opstart opties
Hoewel het het eenvoudigste is om op de starten van een CD-ROM of DVD en dan een grafische installatie uit te voeren, kunnen er soms installatie scenario's zijn waarbij het opstarten op een andere manier nodig kan zijn. Deze sectie beschrijft de extra opstart opties die voor Fedora beschikbaar zijn.
Om opstart opties door te geven aan de boot loader op een x86, AMD64, of Intel® 64 systeem, gebruik je de instructies zoals gegeven in de boot loader optie voorbeelden hieronder.
Om een tekst mode installatie uit te voeren, type je op de installatie boot prompt:
linux text
ISO images hebben een ingebouwde md5sum. Om de integriteit van een ISO image te testen, type je op de installatie prompt:
linux mediacheck
Het installatie programma vraagt je om een CD-ROM in te brengen of een ISO image te selecteren om te testen, en je selecteert OK om de checksum operatie uit te voeren. Deze checksum operatie kan op iedere Fedora CD uitgevoerd worden en hoeft niet in een speciale volgorde gebeuren (bijvoorbeeld, CD #1 hoeft niet de eerste te zijn die je test). Het wordt sterk aanbevolen om de operatie uit te voeren op iedere Fedora CD die gemaakt is van gedownloade images. Dit commando werkt met de CD, DVD, harde schijf ISO, en NFS ISO installatie methodes.
In de
images/ map bevindt zich ook het
boot.iso bestand. Dit bestand is een ISO image die gebruikt kan worden om het installatie programma op te starten. Om de
boot.iso te gebruiken, moet je computer in staat zijn om van zijn CD-ROM station op te starten, en zijn BIOS instelling moet geconfigureerd zijn om dit te doen. Je moet dan het
boot.iso bestand op een schrijfbare CD-ROM branden.
Als je de installatie moet uitvoeren in de
seriele mode, type je het volgende commando in:
linux console=<device>
Voor tekst mode installaties gebruik je:
linux text console=<device>
In het commando hierboven is <device> het apparaat dat je gebruikt (zoals ttyS0 of ttyS1). Bijvoorbeeld, linux text console=ttyS0.
Tekst mode installaties met gebruik van een seriele terminal werken het best als de terminal UTF-8 ondersteunt. Onder UNIX en Linux, ondersteunt Kermit UTF-8. Voor Windows werkt Kermit '95 goed. Terminals die UTF-8 niet ondersteunen werken zolang alleen Engels wordt gebruikt tijdens het installatie proces. Een uitgebreider serieel scherm kan gebruikt worden door het utf8 commando door te geven als boot-tijd optie aan het installatie programma. Bijvoorbeeld:
linux console=ttyS0 utf8
Opties kunnen ook doorgegeven worden aan de kernel. Bijvoorbeeld, om vernieuwingen voor het anaconda installatie programma vanaf een floppy door te geven, type je in:
linux updates
Voor tekst mode installaties gebruik je:
linux text updates
Dit commando zal je vragen om een floppy disk in te voeren die de vernieuwingen voor anaconda bevat. Dit is niet nodig als je een netwerk installatie uitvoert en je de inhoud van de vernieuwings image in rhupdates/ op de server hebt geplaatst.
Na het intypen van de opties, druk je op Enter om op te starten met gebruik van die opties.
7.4. Selecteren van een installatie methode
Welk type installatie methode wil je gebruiken? De volgende installatie methodes zijn beschikbaar:
- DVD/CD-ROM
- Harde Schijf
Als je de Fedora ISO images gecopieerd hebt naar een locale harde schijf , kun je deze methode gebruiken. Je hebt een boot CD-ROM nodig (gebruik de
linux askmethod opstart optie. Refereer naar
Paragraaf 7.6, “Installeren van een harde schijf” voor harde schijf installatie instructies.
- NFS
Als je installeert van een NFS server met gebruik van ISO images of een spiegel image van Fedora, kun je deze methode gebruiken. Je hebt een boot CD-ROM nodig (gebruik de
linux askmethod opstart optie). Refereer naar
Paragraaf 7.8, “Installeren met NFS” voor netwerk installatie instructies. Merk op dat NFS installaties ook in de GUI mode uitgevoerd kunnen worden.
- URL
Als je installeert rechtstreeks van een HTTP (Web) server of FTP server, kun je deze methode gebruiken. Je hebt een boot CD-ROM nodig (gebruik de
linux askmethod opstart optie). Refereer naar
Paragraaf 7.9, “Installeren met FTP of HTTP” voor FTP en HTTP installatie instructies.
Als je opgestart hebt met de distributie DVD en geen alternatieve installatie bron optie
askmethod hebt gebruikt, wordt de volgende stap automatisch uitgevoerd vanaf de DVD. Ga naar
Paragraaf 7.10, “Welkom bij Fedora”.
CD/DVD activiteit
Als je opstart met een Fedora installatie media, laadt het installatie programma de volgende fase van die disk. Dit gebeurt ongeacht welke installatie methode je koos, behalve als je de disk uitwerpt voordat je verder gaat. Het installatie programma zal de pakket data nog steeds downloaden van de bron die jij koos.
7.5. Installeren van DVD/CD-ROM
Om Fedora van een DVD/CD-ROM te installeren, plaats je de DVD of CD #1 in je DVD/CD-ROM apparaat en start je je systeem op van de DVD/CD-ROM. Zelfs als je opstart van alternatieve media, kun je Fedora nog steeds installeren van CD of DVD media.
Het installatie programma onderzoekt je systeem en probeert je CD-ROM apparaat te herkennen.Het begint met zoeken naar een IDE (ook bekend als een ATAPI) CD-ROM apparaat.
Note
Om het installatie proces op dit moment te stoppen, reboot je je machine en dan verwijder je de boot media. Je kunt de installatie veilig onderbreken op elk punt voordat het
About to Install scherm verschijnt. Refereer naar
Paragraaf 7.24, “Voorbereiden om te installeren” voor meer informatie.
Als je CD-ROM apparaat niet herkent wordt , en het is een SCSI CD-ROM, vraagt het installatie programma je om een SCSI driver te kiezen. Kies de driver die het dichts bij jouw adapter komt. Je kunt, indien nodig, opties voor de driver opgeven; echter de meeste drivers herkennen je SCSI adapter automatisch.
Als het DVD/CD-ROM apparaat is gevonden en de driver geladen, zal de installer je een optie aanbieden om een media check op de DVD/CD-ROM uit te voeren. Dit kost wat tijd, en je kunt er voor kiezen om deze stap over te slaan. Echter, als je later problemen tegenkomt met de installer, dan moet je opnieuw opstarten en en de media controle uitvoeren voordat je om hulp roept. Na de media check dialoog, vervolg je met de volgende stap van het installatie proces (refereer naar
Paragraaf 7.10, “Welkom bij Fedora”).
7.5.1. Wat te doen als de IDE CD-ROM niet werd gevonden?
Als je een IDE (ATAPI) DVD/CD-ROM hebt, maar het installatie programma kan het niet vinden en vraagt je welk type DVD/CD-ROM apparaat je hebt, probeer dan het volgende opstart commando. Start de installatie opnieuw, en op de boot: prompt vul je linux hdX=cdrom in. Vervang X met een van de volgende letters, afhankelijk van de interface waarmee de unit is verbonden, en of het is ingesteld als master of slave (ook bekend als primary en secundary):
a — first IDE controller, master
b — first IDE controller, slave
c — second IDE controller, master
d — second IDE controller, slave
Als je een derde en/of vierde contoller hebt, vervolg met het toekennen van letters in alfabetische volgorde, gaande van controller naar controller, en van master naar slave.
7.6. Installeren van een harde schijf
Het Partitie selecteren scherm is alleen van toepassing als je installeert van een schijfpartitie (dat betekent, als je hebt geselecteerd in de Installatiemethode dialoog). Deze dialoog staat je toe om de schijfpartitie en de map op te geven van waaruit je Fedora wilt installeren.
De ISO bestanden moeten op een harde schijf staan die in de computer aanwezig is, of die aangesloten is op je computer via USB. Bovendien moet het install.img bestand binnen de ISO bestanden gecopieerd worden naar een map met de naam images. Je kunt deze optie gebruiken om Fedora te installeren op computers die geen netwerkverbinding en ook geen CD of DVD stations hebben.
Om het install.img uit de iso te halen, voer je deze stappen uit:
mount -t iso9660 /pad/naar/Fedora11.iso /mnt/punt -o loop,ro
cp -pr /mnt/punt/images /pad/images/
umount /mnt/punt
Voordat je begint met het installeren vanaf een harde schijf, controleer je het partitie type om er zeker van de zijn dat Fedora die kan lezen. Om het bestandssysteem van een partitie te controleren met Windows, gebruik je het Disk Management gereedschap. Om het bestandssysteem van een partitie te controleren met Linux, gebruik je het fdisk programma.
Installeren van LVM partities kan niet
Je kut geen ISO bestanden gebruiken op partities die gecontroleerd worden door LVM (Logical Volume Management).
Selecteer de partitie die de ISO bestanden bevat in de lijst van beschikbare partities. Interne IDE, SATA, SCSI, en USB apparaatnamen beginnen met /dev/sd. Elk indivueel apparaat heeft een eigen letter, bijvoorbeeld /dev/sda. Elke partitie op een apparaat is genummerd, bijvoorbeeld /dev/sda1.
Geef ook de Map die de image bevat op. Vul het volledige map pad in van het station dat de ISO image bestanden bevat. De volgende tabel laat een paar voorbeelden zien hoe je deze informatie in kunt vullen:
|
Partitie type
|
Volume
|
Originele pad naar bestanden
|
Te gebruiken map
|
|---|
|
VFAT
|
D:\
|
D:\Downloads\F11
|
/Downloads/F11
|
|
ext2, ext3, ext4
|
/home
|
/home/user1/F11
|
/user1/F11
|
Tabel 7.2. Locatie van ISO images voor verschillende partitie types
Als de ISO images zich in de root (hoogste niveau) map van een partitie bevinden, vul je een / in. Als de ISO images zich bevinden in een submap van een aangekopplde partitie, vul je de naam in van de map die de ISO images bevat binnen die partitie. Bijvoorbeeld, als de partitie waarin de ISO images zich bevinden normaal aangekoppeld is als /home/, en de images bevinden zich in /home/new/, moet je /new/ invullen.
Gebruik een schuine streep aan het begin
Een toevoeging die niet begint met een schuine streep kan de installatie laten mislukken.
Het installatie programma is zich bewust van het netwerk en kan het netwerk gebruiken voor een aantal doeleinden. Bijvoorbeeld, je kunt Fedora installeren vanaf een netwerk server met FTP, HTTP, of NFS protocollen. Je kunt aan het installatie programma ook opgeven extra repositories later in het proces te raadplegen.
Als je een netwerk installatie uitvoert, verschijnt het TCP/IP configureren dialoog. Deze dialoog vraagt om je IP en andere netwerkadressen. Je kunt ervoor kiezen om het IP adress en netmasker van het apparaat in te stellen met DHCP of handmatig.
Standaard gebruikt het programma DHCP om automatisch de netwerk instellingen te geven. Als je een kabel of DSL modem, router, firewall of andere netwerk apparaat gebruikt voor het kontakt met het Internet, dan is DHCP een goede optie. Als je netwerk geen DHCP server heeft, de-selecteer het veld Dynamic IP configuration (DHCP)
Geef het IP adres op dat tijdens de installatie gaat gebruiken en druk op Enter.
Als het installatie proces klaar is, zal het deze instellingen overbrengen naar je systeem.
Je kunt installeren vanaf een Web, FTP, of NFS server op je locale netwerk of, als je verbonden bent, op het Internet. Je kunt Fedora installeren vanaf je eigen prive mirror, of een van de publieke mirrors gebruiken die onderhouden worden door de gemeenschap. Om er zeker van te zijn dat de verbinding zo snel en betrouwbaar is als mogelijk, gebruik je een server die dicht bij jouw geografische locatie ligt.
Het Fedora Project onderhoudt een lijst van Web en FTP publieke spiegels, gesorteert volgens ligging, op
http://fedoraproject.org/wiki/Mirrors. Om het komplete pad voor de installatie bestanden te bepalen, voeg je
/11/Fedora/architecture/os/ toe aan het pad wat getoond wordt op de web pagina. Een goede spiegel locatie voor een
i386 systeem lijkt op de URL
http://mirror.example.com/pub/fedora/linux/releases/11/Fedora/i386/os.
De NFS dialoog is alleen van toepassing als je installeert vanaf een NFS server (als je in de Installatiemethode dialog selecteerde).
Vul de domein naam of IP adres van je NFS server in. Bijvoorbeeld, als je installeert van een host met de naam eastcoast in het domein example.com, vul je eastcoast.example.com in op het NFS-server naam veld.
Als de NFS server een mirror van de Fedora installatie boom exporteert, vul je de map in die de root van de installatie boom bevat. Je moet later in het process een Installatie sleutel invullen wat zal bepalen welke submappen worden gebruikt voor het installeren. Als alles correct opgegeven is, verschijnt een boodschap dat het installatie programma voor Fedora draait.
Als de NFS server de ISO images van de Fedora CD-ROM's exporteert, vul je de map in die de ISO images bevat.
Next, the Welcome dialog appears.
7.9. Installeren met FTP of HTTP
De URL-instellingen dialoog is alleen van toepassing als je installeert vanaf een FTP of HTTP server (als je selecteerde in de Installatiemethode dialoog). Deze dialoog vraagt je om informatie over de FTP of HTTP server waarvan je Fedora gaat installeren.
Vul de naam of IP adres in van de FTP of HTTP site waarvan je gaat installeren, en de naam van map die jouw architectuur bevat. Bijvoorbeeld, als de FTP of HTTP site de map /mirrors/Fedora/arch/ bevat, vul dan in /mirrors/Fedora/arch/ (waar arch wordt vervangen door de architectuur type van je systeem, zoals i386). Als alles correct is opgegeven, verschijnt een boodschap wat aangeeft dat de bestanden van de server worden gehaald.
Next, the Welcome dialog appears.
Note
Je kunt schijfruimte besparen door de ISO images te gebruiken die je al gecopieerd hebt naar de server. Om dit te doen, installeer je Fedora met gebruik van ISO images zonder ze te copieren naar een enkele boom door ze aan te koppelen met loopback. Voor iedere ISO image:
mkdir discX
mount -o loop Fedora11-discX.iso discX
Vervang X met het corresponderende schijf nummer.
Het Welkom scherm vraagt je niet om invoer.
Klik op de Next knop om verder te gaan.
De taal die je hier selecteert wordt de standaard taal voor het operating systeem zodra het geinstalleerd is. Het selecteren van de juiste taal geeft ook een doel in de tijdzone configuratie later in de installatie. Het installatie programma probeert de juiste tijdzone te bepalen afhankelijk van wat je in dit scherm opgeeft.
Zodra je de juiste taal gekozen hebt, klik je op Volgende om verder te gaan.
7.12. Keyboard Configuration
Met gebruik van je muis, selecteer je de correcte indeling (bijvoorbeeld, U.S. English) voor het toetsenbord welke je wilt gebruiken voor de installatie en als de systeem standaard (refereer naar de afbeelding hieronder).
Zodra je je keuze hebt gemaakt, klik je op Volgende om verder te gaan.
Note
Om je toetsenbord indeling te veranderen nadat je de installatie voltooid hebt, gebruikt je het Toetsenbord gereedschap.
Type het system-config-keyboard commmmando in op een shell prompt om het Toestenbord gereedschap te starten. Als je geen root bent, zal het je vragen om het root wachtwoord om verder te kunnen gaan.
7.13. Initialiseren van de harde schijf
Als geen leesbare partitie tabellen gevonden worden op bestaande harde schijven, zal het installatie programma vragen om de harde schijf te initialiseren. Deze operatie maakt alle bestaande data op de harde schijf onleesbaar. Als je systeem een gloednieuwe harde schijf heeft waarop geen operating systeem is geinstalleerd, of je hebt alle partities op de harde schijf verwijdered, antwoordt dan Ja.
Bepaalde RAID opstellingen of andere niet-standaard configuraties kunnen onleesbaar zijn voor het installatie programma en de vraag om de harde schijf te initialiseren kan verschijnen. Het installatie programma reageert op de fysieke schijf structuren die het kan ontdekken.
Koppel niet gebruikte schijven los
Als je een niet-standaard schijfconfiguratie hebt dat losgekoppeld kan worden gedurende de installatie en later gedetecteerd en geconfigureerd kan worden, zet dan het systeem uit, koppel het los en herstart de installatie.
7.14. Een bestaande installatie upgraden
Het installatie programma ontdekt automatisch een bestaande installatie van Fedora. Het upgrade proces vernieuwt de bestaande systeem software met nieuwe versies, maar verwijdert geen gegevens van de persoonlijke mappen van gebruikers. De bestaande partitie struktuur op je stations verandert niet. De configuratie van je systeem verandert alleen als dat vereist wordt door een pakket upgrade. De meeste pakket upgrades veranderen de systeem configuratie niet, maar installeren een extra configuratie bestand voor je om later te bekijken.
Als je systeem een Fedora of Red Hat Linux installatie bevat, zal een dialoog verschijnen waarin gevraagd wordt of je die installatie wilt upgraden. Om een upgrade van een bestaand systeem uit te voeren, kies dan de passende installatie van de lijst en selecteer Volgende.
Handmatig geinstalleerde programma's
Programma's die je handmatig op je bestaande Fedora of Red Hat Linux systeem hebt geinstalleerd kunnen zich na een upgrade anders gedragen. Je moet deze programma's na een upgrade misschien handmatig herinstalleren of recompileren om te verzekeren dat ze correct werken op het vernieuwde systeem.
7.14.2. Upgraden met behulp van het installatie programma
Installeren wordt aanbevolen
In het algemeen beveelt het Fedora Project aan dat je de gebruikers gegevens op een aparte
/home partitie bewaart en dat je een verse installatie uitvoert. Voor meer informatie over partities en hoe deze op te zetten, refereer je naar
Paragraaf 7.18, “Disk Partitioning Setup”.
Als je ervoor kiest om je systeem te upgraden met het installatie programma, dan worden alle programma's die niet door Fedora geleverd zijn en een conflict krijgen met Fedora programma's overschreven. Voordat je op deze manier met een upgrade begint, maak een lijst van de huidige pakketten op je systeem om later naar te kunnen refereren:
rpm -qa --qf '%{NAME} %{VERSION}-%{RELEASE} %{ARCH}\n' > ~/old-pkglist.txt
Raadpleeg deze lijst na de installatie om te ontdekken welke pakketten je opnieuw moet bouwen of verkrijgen van niet-Fedora programma repositories.
Maak vervolgens een backup van alle configuratie gegevens:
su -c 'tar czf /tmp/etc-`date +%F`.tar.gz /etc' su -c 'mv /tmp/etc-*.tar.gz /home'
Je moet ook een volledige backup maken van alle belangrijke gegevens voordat je een upgrade uitvoert. Belangrijke gegevens kunnen zijn de inhoud van je gehele /home map maar ook gegevens van voorzieningen zoals een Apache, FTP, of SQL server of een bron code beheers systeem. Hoewel een upgrade niet destruktief is, als je hem niet goed uitvoert is er een kleine mogelijkheid van gegevens verlies.
Backups bewaren
Merk op dat de bovenstaande voorbeelden de backup gegevens bewaren in een /home map. Als jouw /home map zich niet in een aparte partitie bevindt, dan moet je deze voorbeelden niet letterlijk uitvoeren!. Bewaar je backup op een ander apparaat zoals CD of DVD schijven of een extern schijf station.
7.14.3. Bootloader configuratie upgraden
Als de bestaande boot loader geinstalleerd was door een Linux distributie, dan kan het installatie systeem deze veranderen om het nieuwe Fedora systeem op te starten. Om de bestaande Linix boot loader aan te passen, selecteer Bootloader-configuratie vernieuwen. Dit is de normale manier als je een bestaande Fedora of Red Hat Linux installatie gaat upgraden.
GRUB is de standaard boot loader voor Fedora. Als je machine een andere boot loader gebruikt, zoals BootMagic™, System Commander™, of de loader geinstalleerd door Microsoft Windows, dan kan de Fedora installatie deze niet vernieuwen. In dat geval, selecteer Bootloader bijwerken overslaan. Als het installatie proces afgemaakt is refereer dan naar de documentatie van je produkt voor ondersteuning.
Installeer een nieuwe boot loader tijdens het upgrade proces alleen als je er zeker bent om de bestaande boot loader te vervangen. Als je een nieuwe boot loader installeert, kun je mogelijk geen andere operating systemen opstarten op dezelfde machine totdat je de nieuwe boot loader hebt geconfigureerd. Selecteer Nieuwe bootloader-configuratie maken om de bestaande boot loader te verwijderen en GRUB te installeren.
Nadat je je keuze gemaakt hebt, klik Volgende om verder te gaan..
7.15. Netwerk Configuratie
Fedora biedt ondersteuning voor zowel IPv4 als IPv6. Standaard echter configureert Fedora de netwerk interfaces in je computer voor IPv4, en het gebruik van DHCP met NetworkManager. Op dit moment ondersteunt NetworkManager IPv6 niet. Als je netwerk alleen IPv6 ondersteunt moet je system-config-network gebruiken om na de installatie je netwerk interfaces te configureren.
Setup vraagt je om een hostnaam en domeinnaam voor deze computer op te geven in de vorm hostnaam.domeinnaam. Veel netwerken hebben een DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) voorziening dat de aangesloten systemen automatisch voorziet met een domeinnaam, zodat de gebruiker alleen maar een hostnaam hoeft op te geven.
Voor het opzetten van een netwerk achter een Internet firewall of router zul je hostnaam.localdomain willen gebruiken voor je Fedora systeem. Als je meer dan een computer in dit netwerk hebt, moet je elke een andere computernaam geven in dit domain.
Geldige computernamen
Je kunt je systeem elke naam geven mits de volledige computernaam uniek is. De computernaam kan letters, cijfers en leestekens bevatten.
In sommige netwerken, verzorgt de DHCP leverancier ook de naam van de computer, of hostnaam. De complete computernaam bestaat uit zowel de naam van de machine, als de naam van het domein waarvan het een onderdeel is, zoals
machine1.example.com. De computernaam (of "korte hostnaam") is
machine1, en de
domein naam is
example.com.
Als jouw Fedora systeem direct met het Internet is verbonden, moet je aandacht schenken aan andere overwegingen om dienstverlenings onderbreking te voorkomen van je diensten provider. Een volledige beschrijving van deze zaken is buiten het bestek van dit document.
Modem configuratie
Het intallatie programma configureert geen modems. Configureer deze apparaten na de installatie met het Netwerk programma. De instellingen van je modem zijn specifiek voor je Internet Service Provider (ISP).
7.15.1. Handmatige configuratie
Installatie die bepaalde geavanceerde configuraties nodig hebben kunnen niet slagen zonder netwerkverbinding gedurende het installatie proces, bijvoorbeeld, installaties op systemen met ISCSI schijven. In situaties waar een succesvolle installatie afhangt van correcte netwerk instellingen, zal het installatie programma je een dialoog presenteren die je toestaat deze details op te geven.
Als je netwerk geen DHCP heeft, of je moet de DHCP instellingen veranderen, selecteer je het netwerk interface dat je wilt gebruiken in het Interface menu. Verwijder het vinkje in de Dynamische IP-configuratie (DHCP) gebruiken optie. Je kunt nu een IPv4 adres en netmasker opgeven voor dit systeem in de vorm adres / netmasker, te samen met het gateway adres en naamserver adres voor je netwerk.
Klik op OK om deze instellingen te accepteren en verder te gaan.
7.16. Selecteren van de tijdzone
Geef een tijdzone aan zelfs als je van plan bent om NTP (Netwerk Tijd Protocol) te gebruiken om de nauwkeurigheid van de systeem klok te handhaven.
Stel je tijdzone in door het selecteren van de stad die het dichtst bij de geografische locatie van je computer ligt. Klik op de kaart om die uit te vergroten voor een bepaald geografisch gebied van de wereld.
Geef een tijdzone aan zelfs als je van plan bent om NTP (Netwerk Tijd Protocol) te gebruiken om de nauwkeurigheid van de systeem klok te handhaven.
Van hier uit zijn er twee manieren om je tijdzone te selecteren:
Met gebruik van de muis klik je op de interactieve kaart om een specifieke stad (gerepresenteerd met een gele stip) te selecteren. Een rode X verschijnt om je keuze aan te geven.
Je kunt ook door de lijst onder de kaart bladeren om je tijdzone te selecteren. Met gebruik van de muis, klik je op een locatie om je selectie te maken.
Als Fedora het enigste operating systeem op je computer is, selecteer je Systeemklok gebruikt UTC. De systeemklok is een hardware onderdeel van je computer. Fedora gebruikt de tijdzone instelling om het verschil te bepalen tussen de locale tijd en de UTC op de systeemklok. Dit gedrag is standaard voor UNIX-achtige operating systemen.
Windows en de systeemklok
Zet de Systeemklok gebruikt UTC optie niet aan als je machine ook Microsoft Windows draait. Microsoft operating systemen veranderen de BIOS klok om overeen te komen met de locale tijd in plaats van UTC. Dit kan onverwachte resultaten geven onder Fedora.
Note
Om je tijdzone configuratie na de installatie te veranderen, gebruik je het Datum/tijd eigenschappen gereedschap.
Type het system-config-date commando in op een shell promp omhet Datum/tijd eigenschappen gereedschap op te starten. Als je geen root bent, wordt je om het root wachtwoord gevraagd om verder te gaan.
Om het Datum/tijd eigenschappen gereedschap te draaien als een op tekst gebaseerde toepassing, gebruik je het commando timeconfig.
Selecteer Volgende om verder te gaan..
7.17. Instellen van het root wachtwoord
Het instellen van een root account en wachtwoord is een van de belangrijkste stappen gedurende de installatie. Je root account is vergelijkbaar met het administrator account op Microsoft Windows machines. Het root account wordt gebruikt om pakketten te installeren, RPM's op te waarderen, en voor het uitvoeren van het meeste systeem onderhoud. Inloggen als root geeft je complete controle over jouw systeem.
Note
De root gebruiker (ook bekend als superuser) heeft complete toegang tot het gehele systeem; daarom moet je alleen inloggen als root gebruiker om systeem onderhoud of administratie uit te voeren.
Gebruik het root account alleen voor systeem administratie. Maak een niet-root account aan voor algemeen gebruik en gebruik su - als je als root iets snel wilt herstellen. Deze basis regels verkleinen de kans dat een typefout of een foutief commando je systeem zal beschadigen.
Note
Om root te worden, type je su - in op de shell prompt in een terminal scherm en tik daarna op Enter. Type daarna het root wachtwoord in en tik op Enter.
Het installatie programma vraagt je om een root wachtwoord[] voor je systeem in te stellen. Je kunt niet verdergaan met de volgende stap van het installatie proces als je geen root wachtwoord hebt opgegeven.
Het root wachtwoord moet uit tenminste zes karakters bestaan; het wachtwoord dat je intypt wordt niet op het scherm getoond. Je moet het wachtwoord twee keer intypen; als de twee wachtwoorden niet gelijk zijn, zal het installatie programma je vragen om ze opnieuw op te geven.
Je moet voor het root wachtwoord iets kiezen dat je kunt onthouden, maar niet iets dat door een ander eenvoudig te raden is. Je naam, je telefoonnummer, qwerty, wachtwoord, root, 123456, en miereneter zijn allemaal voorbeelden van slechte wachtwoorden. Goede wachtwoorden vermengen cijfers met hoofd en kleine letters en bevatten geen woordenboek woorden: bijvoorbeeld Aard387vark of 420BMttNT. Denk eraan dat het wachtwoord hoofd/kleine letter gevoelig is. Als je je wachtwoord opschrijft, bewaar het dan op een veilige plaats. Het is echter aan te bevelen dat je dit, of elk ander wachtwoord dat je aanmaakt, niet opschrijft.
Note
Gebruik niet een van de voorbeeld wachtwoorden uit deze handleiding. Het gebruik van een van deze wachtwoorden is een veiligheids risico.
Note
Om je root wachtwoord te veranderen nadat je de installatie voltooid hebt, gebruik je het Root-wachtwoord gereedschap.
Type het system-config-rootpassword commando in een shell prompt om het Root-wachtwoord gereedschap te starten. Als je geen root bent, vraagt het om je root wachtwoord om verder te gaan.
Type het root wachtwoord in het Root-wachtwoord veld. Voor de veiligheid laat Fedora de karakters zien als asterisks. Type hetzelde wachtwoord in het Bevestigen veld om er zeker van te zijn dat het correct is. Na het instellen van het root wachtwoord, selecteer je Volgende om verder te gaan.
7.18. Disk Partitioning Setup
Partitioneren staat je toe om je harde schijf te verdelen in geisoleerde secties, waarbij iedere sectie zich gedraagt als een aparte harde schijf. Partitioneren is in het bijzonder nuttig als je meerdere operating systemen gebruikt. Als je er niet zeker van bent hoe je je systeem wilt partitioneren, lees dan
Bijlage A, Een inleiding voor schijf partities voor meer informatie.
Op dit scherm kun je ervoor kiezen om de standaard opmaak te maken of je kiest voor de handmatige opmaak door de optie te gebruiken.
De eerste drie opties staan je toe om een automatische installatie uit te voeren zonder dat je zelf je schijf/schijven moet opmaken. Als je je niet op je gemak voelt om je systeem te partitioneren, wordt het aanbevolen dat je niet kiest voor een aangepaste opmaak maar in plaats daarvan het installatie programma de partitionering laat uitvoeren.
Je kunt een iSCSI-doel toevoegen aan de installatie, of een dmraid-apparaat uitzetten vanaf dit scherm door op de 'Geavanceerde opslagconfiguratie' knop de klikken. Voor meer informatie refereer je naar
Paragraaf 7.19, “Advanced Storage Options ”.
Warning
De PackageKit vernieuwings software download vernieuwde pakketten standaard naar /var/cache/yum/. Als je het systeem handmatig partitioneert, en je maakt een aparte /var/ partitie, wees er dan zeker van deze groot genoeg (3.0 GB of meer) te maken om vernieuwings pakketten te kunnen downloaden.
Warning
Als je een foutmelding krijgt na de Schijf partitionering instelling fase van de installatie die iets zegt lijkend op het volgende:
" De partitetabel op station hda was niet leesbaar. Om nieuwe partities aan te maken moet het geinitialiseerd worden, wat het verlies van ALLE DATA op de schijf betekent."
you may not have a partition table on that drive or the partition table on the drive may not be recognizable by the partitioning software used in the installation program.
Gebruikers die programma's zoals EZ-BIOS hebben gebruikt hebben gelijksoortige problemen ondervonden, wat data verlies veroorzaakte (er van uitgaande dat er geen backup van de data was gemaakt voordat de installatie begon).
No matter what type of installation you are performing, backups of the existing data on your systems should always be made.
7.18.1. RAID en andere schijf apparaten
RAID, of Redundant Array of Independent Disks, staat een groep, of opstelling, van schijven toe zich voor te stellen als een enkel schijf station. Configureer de RAID functies geleverd door het moederbord van je computer, of toegevoegde controller kaarten, voordat je begint met het installatie proces. Elke actieve RAID opstelling verschijnt als een enkele drive in Fedora.
Op systemen met meer dan een harde schijf kun je Fedora instellen om een aantal van de schijven in te zetten als een Linux RAID opstelling zonder dat je extra hardware nodig hebt.
Je kunt het Fedora installatie programma gebruiken om Linux software RAID opstellingen te maken, waarbij de RAID functies gecontroleerd worden door het operating systeem in plaats van speciale hardware. Deze functies worden in detail beschreven in
Paragraaf 7.21, “Je systeem partitioneren”.
7.18.1.3. FireWire and USB schijven
Sommige Firewire en USB harde schijven worden misschien niet herkend door het Fedora installatie systeem. Als het instellen van deze schijven tijdens de installatie niet noodzakelijk is, koppel je ze los van het systeem om verwarring te voorkomen.
Post-installatie stappen uitvoeren
Je kunt externe Firewire en USB harde schijven aansluiten en configureren na de installatie. De meeste van deze apparaten worden herkend door de kernel en zijn op dat moment klaar voor gebruik.
7.19. Advanced Storage Options
Op dit scherm kun je kiezen om een dmraid apparaat uit te zetten, in welk geval de individuele elementen van het dmraid apparaat als aparte harde schijven verschijnen. Je kunt er ook voor kiezen om een iSCSI (SCSI over TCP/IP) doel te configureren. Zie
Bijlage B, ISCSI schijven voor een introductie voor iSCSI.
Om een ISCSI doel in te stellen start je de 'iSCSI-parameters configureren' dialoog door het selecteren van 'iSCSI-doel toevoegen' en te klikken op de 'Station toevoegen" knop. Vul de details in voor het doel IP-adres en geef een unieke iSCSI-initiator naam op om dit systeem te identificeren. Als het iSCSI doel CHAP (Challenge Handshake Authentication Protocol) gebruikt voor identificatie, vul je de CHAP-gebruikersnaam en wachtwoord in. Als je omgeving 2-weg CHAP (ook "Mutual CHAP" genaamd) gebruikt, geeft dan ook de reverse CHAP gebruikersnaam en wachtwoord op. Klik op de 'Doel toevoegen' knop om te proberen verbinding te maken met het iSCSI doel met gebruik van deze informatie.
Merk a.u.b. op dat je dit opnieuw kunt proberen met een andere iSCSI doel IP mocht je dit verkeerd ingevuld hebben, maar om de iSCSI-initiator naam te veranderen moet je de installatie opnieuw opstarten.
7.20. Create Default Layout
Standaard opmaak maken staat je toe om enige controle te hebben over welke data van je systeem (mogelijk) verwijderd wordt. Je opties zijn:
Gebruik de gehele schijf — selecteer deze optie als je alle partities op je harde schijf/schijven wilt verwijderen (dit omvat ook partities aangemaakt door andere operating sustemen zoals Windows VFAT of NTFS partities).
Warning
Als je deze optie selecteert, wordt alle data op de geselecteerde harde schijf/schijven verwijderd door het installatie programma. Selecteer deze optie niet als je informatie hebt die je wilt behouden op de harde schijf/schijven waarop je Fedora gaat installeren.
Vervang bestaand Linux systeem — selecteer deze optie om alleen Linux partities te verwijderen (partities die door een vorige Linux installatie zijn aangemaakt). Dit verwijdert de andere partities die je op je harde schijf/schijven kunt hebben niet (zoals VFAT of FAT32 partities).
Gebruik vrije ruimte — selecteer deze optie als je je huidige data en partities wilt behouden, veronderstelt dat je voldoende vrije ruimte op je harde schijf/schijven beschikbaar hebt.
Met gebruik van je muis, kies je de geheugen station(s) waarop je Fedora wilt installeren. Als je twee of meer stations hebt, kun je kiezen welke stations(s) deze installatie moet gebruiken. Niet geselecteerde stations, en alle data daarop, worden niet aangeraakt.
Warning
Het is altijd een goed idee om een backup te maken van alle data die je op je systeem hebt. Bijvoorbeeld, als je gaat upgraden, of een dual-boot systeem gaat maken, moet je een backup maken van alle data die je op je station(s) wilt houden. Ongelukken gebeuren en kunnen resulteren in het verlies van al je data.
Note
Als je een RAID kaart hebt, let er dan op dat soms een BIOS het opstarten van de RAID kaart niet ondersteunt. In zo'n geval, moet de /boot/ partitie aangemaakt worden op een partitie buiten het RAID opstelling, bijvoorbeeld op een aparte harde schijf. Een interne harde schijf is noodzakelijk om te gebruiken voor het aanmaken van partities met problematische RAID kaarten.
Een /boot/ partitie is ook nodig voor software RAID opstellingen.
Als je ervoor hebt gekozen om je systeem automatisch te partitioneren, moet je De partitieopmaak herzien en aanpassen selecteren en je /boot/ partitie handmatig bewerken.
Selecteer Systeem versleutelen om alle partities behalve de /boot partitie te versleutelen.
Gebruik de
Geavanceerde opslagconfiguratie optie als:
Je wilt Fedora installeren op een station dat aangeloten is met het iSCSI protocol. Selecteer Geavanceerde opslagconfiguratie, selecteer dan iSCSI-doel toevoegen, en selecteer daarna Station toevoegen. Geef een IP adres op en de iSCSI-initiator naam, en selecteer Doel toevoegen.
Je wilt een dmraid apparaat dat tijdens het opstarten ontdekt is uitzetten.
Om de partities die gemaakt zijn door automatisch partitioneren te bekijken en eventueel veranderingen in aan te brengen, selecteer je de De partitieopmaak herzien en aanpassen optie. Als je daarna op Volgende klikt om verder te gaan, verschijnen de partities die anaconda voor jou heeft aangemaakt. Je kunt nu veranderingen in deze partities aanbrengen als ze je niet bevallen.
Installing in text mode
Als je Fedora in de tekst mode wilt installeren, kun je alleen het standaard partitie schema gebruiken zoals beschreven in deze sectie. Daarom kun je de partitie layout niet wijzigen, hoewel je er voor kunt kiezen om de gehele schijf te gebruiken, om bestaande Linux partities te verwijderen, of om de vrije ruitme op de schijf te gebruiken. Dit betekent dat je geen partities of bestandssystemen kunt toevoegen of verwijderen anders dan wat de installer automatisch toevoegt of verwijdert. Als je een aangepaste layout gedurende de installatie nodig hebt, moet je een grafische installatie over een VNC verbinding of een kickstart installatie uitvoeren.
Verder zijn geavanceerde opties zoals LVM, versleutelde bestandssystemen, en in grootte veranderbare bestandssystemen alleen beschikbaar in de grafische mode en met kickstart.
Klik Volgende zodra je je keuzes hebt gemaakt om verder te gaan.
7.21. Je systeem partitioneren
Als je een van de automatische partitionerings opties kiest en De partitieopmaak herzien en aanpassen selecteert, kun je de huidige partitieopmaak, of accepteren (klik op Volgende), of de opmaak handmatig in het partionerings scherm veranderen.
Opmerking
Merk op dat in de tekst mode installatie het niet mogelijk is om met LVM (Logical Volumes) te werken, anders dan het bekijken van de bestaande instelling. LVM kan alleen ingesteld worden gedurende een grafische installatie.
Als je kiest om een aangepaste opmaak te maken, moet je het installatie programma vertellen waar het Fedora moet installeren. Dit wordt gedaan door koppelpunten op te geven voor een of meer schijfpartities waarin Fedora geinstalleerd gaat worden. Je moet nu misschien ook partities aanmaken of verwijderen.
Note
Als je nog niet bedacht hebt hoe je jouw partities in gaat stellen, refereer je naar
Bijlage A, Een inleiding voor schijf partities en
Paragraaf 7.21.4, “Aanbevolen partitionerings schema”. Je hebt tenminste een root partitie van geschikte grootte nodig, en een swap partitie gelijk aan twee keer de hoeveelheid RAM die je in het systeem hebt. Itanium gebruikers moeten een
/boot/efi/ partitie hebben van ongeveer 100 MB met type FAT (VFAT), een swap partitie van tenminste 512 MB, en een root (
/) partitie van geschikte grootte.
Figuur 7.19. Partitioneren van x86, AMD64, en Intel® 64 systemen
Met uitzondering van bepaalde esoterische situaties, kan anaconda de partitionerings vereisten voor een typische installatie afhandelen.
7.21.1. Grafische scherm van harde schijf/schijven
Het partitionerings scherm biedt een grafische representatie van je harde schijf/schijven.
Met gebruik van je muis klik je eenmaal om een bepaald veld in het grafische scherm te selecteren. Dubbelklik om een bestaande partitie te bewerken of een nieuwe partitie te maken van bestaande vrije ruimte.
Boven in het scherm kun je de Station naam (zoals /dev/hda), de Geometrie (wat de geometrie van de harde schijf laat zien en bestaat uit drie nummers die het aantal cylinders, koppen en sectoren weergeven zoals opgegeven door de harde schijf), en het Model van de harde schijf zoals gedetecteerd door het installatie programma.
7.21.2. Het partitionerings scherm
Deze knoppen worden gebruikt om de eigenschappen van een partitie (bijvoorbeeld het bestandssysteem type en koppelpunt) te veranderen, maar ook voor het maken van RAID apparaten. Knoppen op dit scherm worden ook gebruikt om de veranderingen die je gemaakt hebt te accepteren, of om het partitie scherm te verlaten. Voor meer informatie, neem je een kijkje naar iedere knop in volgorde:
Nieuw: Selecteer deze optie om een partitie of een LVM fysische volumte toe te voegen aan de schijf. In de Partitie toevoegen dialoog kies je een koppelpunt en een bestandssysteem type. Als je meer dan een schijf in het systeem hebt, kies dan op welke schijven de partitie mogen bevatten. Geef de grootte van de partitie op in megabytes. Als je de partitie wilt versleutelen, selecteer dan die optie.
Illegale partities
Je kunt geean aparte partities maken voor de
/bin/,
/dev/,
/etc/,
/lib/,
/proc/,
/root/, en
/sbin/ mappen. Deze mappen moeten zich bevinden in de
/ (root) partitie.
De /boot partitie mag niet in een LVM volume groep zitten. Maak de /boot partitie aan voordat je een of meer volume groepen aanmaakt. Bovendien kun je ook de ext4 en btrfs bestandssystemen niet gebruiken voor de /boot partitie.
Vermijdt het plaatsen van /usr op een aparte partitie. Als /usr op een andere partie is dan de / (root) partite, dan wordt het boot proces veel complexer, en sommige systemen (bijvoorbeeld, die met iSCSi opslag) zullen niet opstarten.
Je kunt voor drie opties kiezen om de grootte van je partitie in te stellen:
- Vaste grootte
Gebruik een vaste grootte zo dicht mogelijk bij je opgegeven waarde als mogelijk.
- Alle ruimte opvullen tot
Vergroot de partitie tot een maximum waarde van jouw keuze.
- Opvullen tot maximum toegestane waarde
Vergroot de partitie totdat het resterende deel van de geselecteerde schijven gevuld is
Partitie groottes
De actuele partitie op de schijf kan een klein beetje kleiner of groter zijn dan je keuze. Schijf geometrie zaken kunnen dit veroorzaken, het is geen fout of bug.
Selecteer de Versleutelen optie om alle informatie op de schijf partitie te versleutelen.
Als je de gegevens voor je partitie hebt ingevuld, selecteer je
OK om verder te gaan. Als je koos voor het versleutelen van de partitie zal de installer je vragen om een wachtzin op te geven door het tweemaal in te typen. Voor suggesties voor goede wachtzinnen, refereer je naar
Paragraaf 7.17, “Instellen van het root wachtwoord”.
Bewerken: Wordt gebruikt om de eigenschappen te veranderen van de partitie die op dit moment in de Partities sectie geselecteerd is. Het selecteren van Bewerken opent een dialoog scherm. Sommige of alle van de velden kunnen bewerkt worden, afhankelijk van de aanwezigheid van reeds eerder naar de schijf geschreven partitie informatie.
Je kunt ook de vrije ruimte zoals weergegeven in het grafische scherm bewerken door een nieuwe partitie in die ruimte te maken. Of selecteer de vrije ruimte en selecteer daarna de Bewerken knop, of dubbelklik op de vrije ruimte om het te bewerken.
Om een RAID-opstelling te maken, moet je eerst software RAID partities aanmaken (of bestaande hergebruiken). Zodra je twee of meer software RAID partities aangemaakt hebt, selecteer je RAID om de software RAID partities samen te voegen tot een RAID-opstelling.
Verwijderen: Wordt gebruikt om de partitie te verwijderen die op dit moment geselecteerd is in de Huidige schijfpartities sectie. Je wordt gevraagd om de verwijdering van de partitie te bevestigen.
Om een LVM fysische volume te verwijderen, moet je eerst alle volume groepen verwijderen waarvan dat fysische volume een onderdeel is.
Als je een vergissing maakt, gebruik je de Herstellen optie om alle veranderingen die je gemaakt hebt ongedaan te maken.
Herstellen: Wordt gebruikt om de partitie schermen terug te zetten naar hun originele toestand. Alle veranderingen die je gemaakt zijn verloren als je Hestellen aanklikt.
RAID: Wordt gebruikt om redundantie toe te voegen aan een of alle schijfpartities. Dit moet alleen gebruikt worden als je ervaring hebt met het gebruik van RAID.
Om een RAID apparaat te maken, moet je eerst software RAID partities aanmaken. Zodra je twee of meer software RAID partities gemaakt hebt, selecteer je RAID om te software RAID partities samen te voegen tot een RAID apparaat.
- Softwarematige RAID-partitie maken
Kies deze optie om een partitie toe te voegen voor software RAID. Deze optie is de enigste beschikbare als je schijf geen software RAID partities bevat.
- Een RAID-opstelling maken
Kies deze optie om een RAID apparaat te maken van twee of meer bestaande software RAID partities. Deze optie is beschikbaar als twee of meer software RAID portities geconfigureerd zijn.
- Kloon een apparaat om een RAID opstelling te maken
Kies deze optie om een RAID spiegel te maken van een bestaande schijf. Deze optie is beschikbaar als twee of meer schijven in het systeem beschikbaar zijn.
LVM: Staat je toe om een LVM logische volume te maken. Het doel van LVM (Logical Volume Manager) is om een eenvoudig logisch overzicht te geven van de onderliggende fysische opslagruimte, zoals harde schijven. LVM beheert individuele fysische schijven — of nauwkeuriger, de individuele partities die op deze aanwezig zijn. Dit moet alleen gebruikt worden als je ervaring hebt met het gebruik van LVM. Merk op dat LVM alleen beschikbaar is in het grafische installatie programma.
Om een of meer fysische volumes toe te kennen aan een volumegroep, geef je eerst de volumegroep een naam. Selecteer daarna de fysische volumes die in de volumegroep gebruikt gaan worden. Als laatste configureer je logische volumes op elk van de volumegroepen met gebruik van de Toevoegen, Bewerken en Verwijderen opties.
Je mag geen fysische volume uit een volumegroep verwijderen als daardoor onvoldoende ruimte overblijft voor de logische volumes van die groep. Neem als voorbeeld een volumegroep gemaakt van twee 5 GB LVM fysische volume partities, welke een 8 GB logische volume bevat. De installer zal je niet toestaan om een van de twee fysische volumes te verwijderen, omdat dat slechts 5 GB zou overlaten in de groep voor een 8 GB logische volume. Als je de totale grootte van een logische volume juist verkleint, mag je een fysische volume van de volume groep verwijderen. In het voorbeeld staat het verkleinen van de logische volume naar 4 GB je toe om een van de 5 GB fysische volumes te verwijderen.
LVM is niet beschikbaar in tekst installaties
Het voor het eerst instellen van LVM is niet beschikbaar in een tekst mode installatie. De installer staat je toe om voorgeconfigureerde LVM volumes te bewerken. Als je een LVM configuatie van uit het niets moet maken, tik dan op Alt+F2 om een terminal te openen, en voer het lvm commando uit. Om terug te keren naar de tekst mode installatie, tik je op Alt+F1.
Boven de partitie hierarchie zijn velden die informatie geven over de partities die je maakt. De velden zijn als volgt gedefinieerd:
Apparaat: Dit veld geeft de apparaat naam van de partitie.
Koppelpunt/RAID/Volume: Een koppelpunt is de locatie binnen de map hierarchie waarin een volume zich bevindt; het volume is "gekoppeld" aan die locatie. Dit veld geeft aan waaraan de partitie is gekopped. Als een partitie bestaat, maar het is niet ingesteld, dan moet je zijn koppelpunt definieren. Dubbelklik op de partitie of klik de Bewerken knop.
Type: Dit veld laat het bestandssysteem type van de partitie zien (bijvoorbeeld, ext2, ext3, ext4, of vfat).
Formatteren: Dit veld geeft aan of de partitie die aangemaakt wordt geformatteerd gaat worden.
Grootte (MB): Dit veld geeft de groote van de partitie (in MB).
Start: Dit veld geeft de cylinder op je harde schijf waar de partitie begint.
Einde: Dit veld geeft de cylinder op je harde schijf waar de partitie eindigt.
Onderdelen van RAID-opstellingen/LVM Volume Group verbergen: Selecteer deze optie als je de RAID-opstellingen of LVM volumegroepen die je hebt gemaakt niet wilt zien.
7.21.4. Aanbevolen partitionerings schema
7.21.4.1. x86, AMD64, en Intel® 64 systemen
Als je geen reden hebt om het anders te doen, bevelen we aan dat je de volgende partities aanmaakt voor x86, AMD64, en Intel® 64 systemen:
Een swap partitie
Een /boot partitie
Een / partitie
Swap partities worden gebruikt om virtueel geheugen te ondersteunen. Met andere woorden, data wordt naar een swap partitie geschreven als er niet voldoende RAM aanwezig is om de data op te slaan die je systeem bewerkt. Bovendien bewaren sommige vermogensbeheer eigenschappen het gehele geheugen van een suspended systeem in de beschikbare swap partitie.
Als je er niet zeker van bent welke grootte de swap partitie moet hebben, maak het dan twee keer de hoeveelheid RAM die je in je machine hebt. Het moet van het type swap zijn.
Het aanmaken van de juiste hoeveelheid swap ruimte hangt af van een aantal factoren zoals de volgende (in volgorde van afnemende belangrijkheid):
Swap moet gelijk zijn aan 2 keer de fysieke RAM voor fysieke RAM tot en met 2 GB, en daarna een extra 1 keer de fysieke RAM voor elke hoeveelheid boven 2 GB, maar moet nooit minder dan 32 MB zijn.
Dus, als:
M = de hoeveelheid RAM in GB, en S = de hoeveelheid swap in GB, dan:
If M < 2
S = M *2
Else
S = M + 2
Met gebruik van deze formule, zal een systeem met 2 GB fysieke RAM een swap ruimte van 4 GB hebben, terwijl een met 3 GB fysieke RAM een swap ruimte van 5 GB zal hebben. Het maken van een grote swap partitie kan in het bijzonder nuttig zijn als je van plan bent om je RAM later uit te breiden.
Voor systemen met zeer grote hoeveelheden RAM (meer dan 32 GB) kun je waarschijnlijk een kleinere swap partitie toestaan (ongeveer 1 keer, of minder, de fysieke RAM).
De partitie gekoppeld aan /boot/ bevat de kernel van het operating systeem (welke je systeem toestaat om Fedora op te starten), te samen met bestanden die tijdens het opstartproces gebruikt worden. Door beperkingen is het aanmaken van een ext3 partitie nodig voor deze bestanden. Voor de meeste gebruikers is een 100 MB boot partitie voldoende.
ext4 and Btrfs
De GRUB bootloader ondersteunt de ext4 of Btrfs bestandssystemen niet. Je kunt geen ext4 of Btrfs partitie gebruiken voor /boot/.
Note
Als je harde schijf meer dan 1024 cylinders heeft (en je systeem is meer dan twee jaar geleden gemaakt), moet je misschien een /boot/ partitie aanmaken als je de / (root) partitie de overblijvende ruimte op je harde schijf wilt laten gebruiken.
Note
Als je een RAID kaart hebt, let er dan op dat sommige BIOS'en het opstarten van de RAID paart niet ondersteunen. In zulke gevallen, moet de /boot/ partitie aangemaakt worden op een partitie buiten de RAID-opstelling, zoals op een aparte harde schijf.
Dit is waar "/" (de root map) zich bevindt. In deze opstelling bevinden alle bestanden (behalve die in /boot) zich in de root partitie.
Een 3.0 GB partitie staat je toe een minimale installatie uit te voeren, terwijl een 5.0 GB root partitie je een volledige installatie laat uitvoeren, met het kiezen van alle pakketgroepen.
Root en /root
De / (of root) partitie is de top van de map structuur. De /root (soms uitgesproken als "slash-root") map is de persoonlijke map van het gebruikersaccount voor de systeembeheerder.
Veel systemen hebben meer partities dan het minimum hierboven aangegeven. Kies partities gebaseerd op jouw systeem behoeftes. Bijvoorbeeld, overweeg het aanmaken van een aparte
/home partitie op systemen die gebruikers data bevatten. Refereer naar
Paragraaf 7.21.4.1.1, “Advies voor partities” voor meer informatie.
De volgende tabel vat de minimale partitie grootte samen voor de partities die de getoonde mappen bevatten. Je hoeft geen aparte partitie te maken voor ieder van deze mappen. Bijvoorbeeld, als de map die /foo bevat tenminste 500 MB moet zijn, en je wilt geen aparte /foo partitie maken, dan moet de / (root) partitie tenminste 500 MB zijn.
|
Map
|
Minimale grootte
|
|---|
/
|
250 MB
|
/usr
|
250 MB, maar voorkom om dit op een aparte partitie te plaatsen
|
/tmp
|
50 MB
|
/var
|
384 MB
|
/home
|
100 MB
|
/boot
|
75 MB
|
Tabel 7.3. Minimale partitie groottes
Laat overblijvende ruimte vrij
Ken alleen opslagruimte toe aan die partities die je onmiddelijk nodig hebt. Je kunt vrije ruimte ten alle tijde toekennen, om aan behoeftes te voldoen als dit nodig is. Om meer te weten te komen over een flexibele manier van opslagbeheer, refereer je naar
Bijlage D, LVM begrijpen.
Als je er niet zeker van bent hoe je de partities van jouw computer het beste in kan stellen, accepteer dan de standaard partitie opmaak.
7.21.4.1.1. Advies voor partities
De optimale partitie instelling hangt af van het gebruik van het Linux systeem in kwestie. De volgende tips kunnen je helpen om te beslissen hoe je je diskruimte kunt toekennen.
Als je verwacht dat jij of andere gebruikers data op het systeem willen bewaren, maak dan een aparte partitie voor de /home map binnen een volume groep. Met een aparte /home partitie, kun je Fedora upgraden of herinstalleren zonder data bestanden van gebruikers te wissen.
Elke kernel die op je systeem geinstalleerd wordt vereist ongeveer 10 MB op de /boot partitie. Behalve als je van plan bent heel veel kernels te installeren, moet de standaard partitie grootte van 100 MB voor /boot voldoende zijn.
ext4 and Btrfs
De GRUB bootloader ondersteunt het ext4 of Btrfs bestandssystemen niet. Je kunt geen ext4 of btrfs partitie gebruiken voor /boot.
De /var map bewaart data voor een aantal toepassingen, inclusief de Apache web server. Het wordt ook gebruikt om vernieuwings pakketten die gedownload zijn tijdelijk te bewaren. Verzeker je ervan dat de partitie die de /var map bevat voldoende ruimte heeft om aanstaande vernieuwingen te kunnen downloaden en je andere data kan bevatten.
Aanstaande vernieuwingen
Omdat Fedora een zich snel onwikkelende verzameling van software is, zullen veel vernieuwingen laat in de vrijgave cyclus beschikbaar komen. Je kunt een vernieuwings repository voor de bronnen maken voor latere installatie om dit probleem te minimaliseren. Refereer naar
Paragraaf 7.23.1, “Installeren van extra repositories” voor meer informatie.
De /usr map bevat de meerderheid van de software inhoud op een Fedora systeem. Voor een installatie van de standaard software set heb je tenminste 4 GB ruimte nodig. Als je een software ontwikkelaar bent of je bent van plan om je Fedora systeem te gebruiken om software ontwikkel vaardigheden te leren, moet je deze toekenning tenminste verdubbelen.
Plaats /usr niet op een aparte partitie
Als /usr op een andere partie is dan /, dan wordt het boot proces veel complexer, en in sommige situaties (zoals installaties op iSCSi stations),zal het helemaal niet werken.
Overweeg om een gedeelte van de ruimte in een LVM groep niet toe te kennen. Deze vrije ruimte geeft je flexibiliteit als je ruimte vereisten veranderen maar je geen data van andere partities wilt verwijderen om ruimte vrij te maken.
Als je submappen onderverdeelt in partities, kun je de inhoud van die submappen bewaren als je besluit om een nieuwe versie van Fedora te installeren bovenop je huidige systeem. Bijvoorbeeld, als je van plan bent om een MySQL database te draaien in /var/lib/mysql, maak dan een aparte partitie voor die map voor het geval dat je later opnieuw moet installeren.
De volgende tabel is een mogelijke partitie opzet voor een systeem met een enkele, nieuwe 80 GB harde schijf en 1 GB RAM. Merk op dat ongeveer 10 GB van de volume groep niet toegewezen is om toekomstige groei mogelijk te maken.
Voorbeeld gebruik
Deze opzet is niet optimaal voor alle gebruikers profielen.
|
Partitie
|
Grootte en type
|
|---|
/boot
|
100 MB ext3 partitie
|
swap
|
2 GB swap
|
|
LVM fysische volume
|
Overblijvende ruimte, als een LVM volume groep
|
Tabel 7.4. Voorbeeld partitie opzet
De fysische volume is toegekend aan de standaard volume groep en onderverdeeld in de volgende logische volumes:
|
Partitie
|
Grootte en type
|
|---|
/
|
13 GB ext4
|
/var
|
4 GB ext4
|
/home
|
50 GB ext4
|
Tabel 7.5. Voorbeeld partitie opzet: LVM fysische volume
Voorbeeld 7.1. Voorbeeld partitie opzet
7.21.5. Partities toevoegen
Koppelpunt: Vul het koppelpunt van de partitie in. Bijvoorbeeld, als deze partitie de root partitie moet worden, vul / in; vul /boot voor de /boot partitie,enzovoort. Je kunt ook het uitklap menu gebruiken om het juiste koppelpunt voor je partitie te kiezen. Voor een swap partitie moet het koppelpunt niet gezet worden - het instellen van het bestandssysteem type als swap is voldoende.
Type bestandssysteem: Met gebruik van het uitklap menu, selecteer je het juiste bestandssysteem type voor deze partitie. Voor meer informatie over bestandssysteem types, refereer je naar
Paragraaf 7.21.5.1, “Bestandssysteem types”.
Toegestane stations: Dit veld bevat een lijst van de harde schijven die op je systeem geinstalleerd zijn. Als het vakje van een harde schijf aangevinkt is, dan kan de gewenste partitie op die harde schijf aangemaakt worden. Als dit vakje niet aangevinkt is, dan zal de partitie nooit op die harde schijf aangemaakt worden. Door het gebruiken van verschillende instellingen van de vakjes, kun je anaconda partities laten plaatsen daar waar je ze nodig hebt, of je kunt anaconda laten beslissen waar de partities naar toe gaan.
Grootte (MB): Vul de grootte (in megabytes) in van de partitie. Merk op dat dit veld begint met 100MB; tenzij het veranderd wordt, zal slechts een 100 MB partitie aangemaakt worden.
Extra grootte-opties: Kies hier om de partitie een vaste grootte te geven, om het toe te staan om te "groeien" (opvullen van de beschikbare harde schijf ruimte) tot een gegeven punt, of om het toe te staan te groeien totdat alle beschikbare ruimte op de harde schijf opgevuld is.
Als je kiest voor Alle ruimte opvullen tot (MB), moet je de grootte beperking opgeven in het veld rechts van deze optie. Dit staat je toe om een bepaalde hoeveelheid ruimte op je harde schijf vrij te houden voor toekomstig gebruik.
OK: Selecteer OK zodra je tevreden bent met de instellingen en de patitie wilt aanmaken.
Annuleren: Selecteer Annuleren als je de partitie niet wilt aanmaken.
7.21.5.1. Bestandssysteem types
Fedora staat je toe om verschillende partitie types te maken, gebaseerd op het bestandssysteem dat ze zullen gebruiken. Het volgende is een korte beschrijving van de beschikbare bestandssystemen, en hoe ze ingezet kunnen worden.
Btrfs — Btrfs is in ontwikkeling als een bestandssysteem dat in staat is om meer bestanden, grotere bestanden, en grotere volumes te benaderen en te beheren vergeleken met de ext2, ext3, en ext4 bestandssystemen. Btrfs in ontworpen om het systeem tolerant voor fouten te maken, en de ontdekking en reparatie van fouten mogelijk te maken als ze optreden. Het gebruikt checksums om de geldigheid van data en metadata te waarborgen, en onderhoudt momentopnames van het bestandssysteem die gebruikt kunnen worden voor backup of reparatie.
Omdat Btrfs nog experimenteel en onder ontwikkeling is, biedt het installatie programma het niet standaard aan. Als je een Btrfs partitie op een apparaat wilt maken, moet je het installatie proces beginnen met de opstart optie
icantbelieveitsnotbtr. Refereer naar
Hoofdstuk 9, Opstart opties voor instructies.
Btrfs is nog experimenteel
Fedora 11 bevat Btrfs aan een voorproefje van technologie die je toestaat om met het bestandssysteem te experimenteren. Je moet Btrfs niet kiezen voor partities die waardevolle data bevatten of die essentieel zijn voor de werking van belangrijke systemen.
ext2 — Een ext2 bestandssysteem ondersteunt standaard Unix bestand types (gewone bestanden, mappen, symbolische verwijzingen, enz.). Het biedt de mogelijkheid om lange bestandsnamen op te geven, tot 255 karakters.
ext3 — Het ext3 bestandssysteem is gebaseerd op het ext2 bestandssysteem en heeft een belangrijk voordeel — journaal bijhouden. Het gebruik van een bestandssysteem met journaal vermindert de tijd die nodig is om een bestandssysteem te herstellen na een crash omdat het niet nodig is om fsck [] op het bestandssysteem toe te passen.
ext4 — Het ext4 bestandssysteem is gebaseerd op het ext3 bestandssysteem en bevat een aantal verbeteringen. Onder andere ondersteuning voor grotere bestandssystemen en grotere bestanden, sneller en meer efficienter toekennen van schijfruimte, geen limiet op het aantal submappen in een map, snellere bestandssysteem contole, en een robuuster journaal bijhouden. Het ext4 bestandssysteem is standaard geselecteerd en wordt sterk aanbevolen.
fysische volume (LVM) — Het aanmaken van een of meer fysische volume (LVM) partities staat je toe om een LVM logische volume te maken. LVM can de prestaties verbeteren door het gebruik van fysische schijven.
software RAID — Het aanmaken van twee of meer software RAID partities staat je toe om een RAID apparaat te maken.
swap — Swap partieties worden gebruikt om virtueel geheugen te ondersteunen. Met andere woorden, data wordt naar een swap partitie geschreven als er niet voldoende RAM is om de data die je systeem bewerkt te bewaren.
vfat — Het VFAT bestandssysteem is een Linux bestandssysteem dat compatibel is met Microsoft Windows lange bestandsnamen op het FAT bestandssysteem. Dit bestandssysteem moet gebruikt worden voor de /boot/efi/ partitie op Itanium systemen.
7.21.6. Bewerken van partities
Om een partitie te bewerken, selecteer je de Bewerken knop of je dubbelklikt op de bestaande partitie.
Note
Als de partitie al op je schijf bestaat, kun je alleen het koppelpunt van de partitie veranderen. Om andere veranderingen te maken, moet je het eerst verwijderen en daarna opnieuw aanmaken.
7.21.7. Een partitie verwijderen
Om een partitie te verwijden, selecteer je deze in de Partities sectie en klik de Verwijderen knop. Bevestig dit als er om gevraagd wordt.
7.22. x86, AMD64, en Intel® 64 Boot loader configuratie
Om het systeem zonder boot media op te starten, moet je gewoonlijk een bootloader installeren. Een bootloader is het eerste software programma dat draait als een computer opstart. Het is verantwoordelijk voor het laden en het doorgeven van de contole aan de kernel software van het operating systeem. De kernel, op zijn beurt, initialiseert de rest van het operating systeem.
Installing in text mode
Als je Fedora installeert in de tekst mode, configureert de installer de bootloader automatisch en kun je de bootloader instellingen niet aanpassen tijdens het installatie proces.
GRUB (GRand Unified Bootloader), welke standaard geinstalleerd wordt, is een zeer krachtige bootloader. GRUB kan een groot aantal vrije operating systemen laden, maar ook eigendomsmatige operating systemen met keten laden (het mechanisme voor het laden van niet ondersteunde operating systemen, zoals DOS of Windows, door het laden van een andere bootloader).
Het GRUB boot menu
Standaard is het GRUB menu verborgen, behalve op dual-boot systemen. Om het GRUB menu tijdens een systeem opstart te laten zien, houd je de Shift toets ingedrukt voordat de kernel is geladen. (Elke andere toests werkt ook maar de Shift toets is de veiligste om te gebruiken).
Als er geen andere operating systemen op je computer zijn, of je gaat andere operating systemen compleet verwijderen tijdens de installatie, zal het installatie programma zonder ingrijpen
GRUB als je bootloader installeren. In dat geval kun je verder gaan met
Paragraaf 7.23, “Package Group Selection”.
Je hebt misschien al een bootloader op je systeem geinstalleerd. Een operating systeem kan zijn eigen voorkeurs bootloader installeren, of je hebt een bootloader van derden geinstalleerd. Als je bootloader geen Fedora partities herkent, ben je misschien niet in staat om Ferdora op te starten. Gebruik GRUB als je bootloader om Linux en de meeste andere operating systemen op te starten. Volg de aanwijzingen op in dit hoofdstuk om GRUB te installeren.
Installing GRUB
Als je GRUB installeert, kan het je bestaande bootloader overschrijven.
Het installatie programma installeert GRUB standaard in de master boot record, of
MBR, van de schijf voor het root bestandssysteem. Om de installatie van een nieuwe bootloader tegen te houden, verwijder je de selectie
Bootloader op /dev/sda installeren.
Warning
Als je om wat voor reden dan ook ervoor kiest om GRUB niet te installeren, zul je niet in staat zijn om het systeem rechtstreeks op te starten, en moet je een andere boot metohde gebruiken (zoals een commerciele bootloader toepassing). Gebruik deze optie alleen als je er zeker van bent dat je een andere manier hebt om je systeem op te starten.
Als je al andere operating systemen hebt geinstalleerd, probeert Fedora om ze automatisch te detecteren en stelt GRUB in om ze te kunnen opstarten. Je kunt extra operating systemen handmatig instellen als GRUB ze niet detecteert.
Om gedetecteerde operating systeem instellingen toe te voegen, te verwijderen, of te veranderen, gebruik je de geboden opties.
- Toevoegen
Selecteer Toevoegen om een extra operating systeem toe te voegen in GRUB.
Selecteer de schijf partitie die het opstartbare operating system bevat van de neerklap lijst en geef de keuze een label. GRUB laat deze label in zijn boot menu zien.
- Bewerken
Om een regel in het GRUB boot menu te veranderen, selecteer je deze regel en dan selecteer je Bewerken.
- Verwijderen
Om een regel van het GRUB boot menu te verwijderen, selecteer je de regel en daarna selecteer je Verwijderen.
Selecteer Standaard naast de voorkeurs boot partitie om je standaard op te starten OS te kiezen. Je kunt niet verdergaan met de installatie totdat je een standaard boot image hebt gekozen.
Note
De Label kolom laat zien wat je moet intypen op de boot prompt, voor niet-grafische bootladers, om het gewenste operating systeem op te starten.
Zodra het GRUB boot scherm geladen is, gebruik je de pijltjes toetsen om een boot label te kiezen en type e voor bewerken. Je krijgt een lijst van items te zien uit het configuratie bestand voor het boot labl dat je geselecteerd hebt.
Bootloader wachtwoorden bieden een beveiligings mechanisme in een omgeving waar fysieke toegang tot je server aanwezig is.
Als je een bootloader installeert, moet je een wachtwoord aanmaken om je systeem te beschermen. Zonder bootloader wachtwoord, kunnen gebruikers met toegang tot je systeem opties aan de kernel doorgeven die je systeembeveiliging in gevaar kunnen brengen. Met een ingesteld bootloader wachtwoord, moet het wachtwoord eerst opgegeven worden voordat een niet-standaard boot optie opgegeven kan worden. Het is echter nog steeds mogelijk voor iemand met fysieke toegang tot de machine om op te starten met een diskette, CD-ROM, of USB media als de BIOS dat ondersteunt. Beveiligings plannen die ook bootloader wachtwoorden bevatten moeten ook rekening houden met alternatieve opstart methodes.
GRUB wachtwoorden niet vereist
Je hebt misschien geen GRUB wachtwoord nodig als je systeem alleen vertrouwde operators heeft, of als het fysiek beveiligd is met een gecontroleerde console toegang. Als een onvertrouwd persoon echter fysieke toegang tot het toestenbord en scherm van je computer krijgt, kan die persoon het systeem opnieuw opstarten om toegang te krijgen tot GRUB. In dat geval is een wachtwoord nuttig.
Als je er voor kiest om een bootloader wachtwoord te gebruiken om je systeembeveiliging te verbeteren, selecteer dan het hokje bij Bootloader-wachtwoord gebruiken.
Zodra het geselecteerd is, geef je het wachtwoord op en bevestig je het.
GRUB bewaart het wachtwoord in versleutelde vorm, dus het kan niet gelezen of ontdekt worden. Als je het bootloader wachtwoord vergeet, start het systeem dan normaal op en verander dan de wachtwoord regel in het /boot/grub/grub.conf bestand. Als je niet kunt opstarten, ben je misschien in staat om de "reddings" mode te gebruiken op de eerste Fedora installatie schijf om het GRUB wachtwoord te herstellen.
Als je het GRUB wachtwoord moet veranderen, gebruik je het grub-md5-crypt programma. Voor informatie over het gebruik van dit programma, gebruik je het commando man grub-md5-crypt in een terminal scherm om de manual pagina's te lezen.
Om meer geavanceerde bootloader opties in te stellen, zoals het veranderen van de schijfvolgorde, of het doorgeven van opties aan de kernel, wees er dan zeker van dat Geavanceerde bootloader opties instellen geselecteerd is voordat je op Volgende klikt.
7.22.1. Geavanceerde bootloader instellingen
Nu dat je gekozen hebt welke bootloader te installeren, kun je ook bepalen waar de bootloader geinstalleerd moet worden. Je kunt de bootloader op twee plaatsen installeren:
De master boot record (MBR) — Dit is de aanbevolen plaast om een bootloader te installeren, behalve als de MBR al een ander operating systeem loader bevat, zoals System Commander. De MBR is een speciaal gebied op je harde schijf die automatisch geladen wordt door de BIOS van je computer, en is de eerste plaats waarop de bootloader de controle over het opstart proces kan overnemen. Als je het in de MBR installeert, zal GRUB een boot prompt presenteren als je het systeem opstart. Je kunt dan Fedora of elk ander operating systeem opstarten waarvoor je de bootloader geconfigureerd hebt.
De eerste sector van je boot partitie — Dit wordt aanbevolen als je al een andere bootloader op je systeem gebruikt. In dat geval neemt je andere bootloader eerst de controle. Je kunt dan die bootloader instellen om GRUB te starten, welke daarna Fedora start.
GRUB als een secundaire bootloader
Als je GRUB installeert als een secundaire bootloader, moet je je primaire bootloader herconfigureren iedere keer als je een nieuwe kernel installeert en ervan wilt opstarten. De kernel van een operating systeem zoals Microsoft Windows start niet op dezelfde manier op. De meeste gebruikers gebruiken daarom GRUB als de primaire bootloader in dual-boot systemen.
Note
Als je een RAID kaart hebt, denk er dan aan dat sommige BIOS'en opstarten van een RAID kaart niet ondersteunen. In zulke gevallen moet de bootloader niet geinstalleerd worden op de MBR van de RAID opstelling. De bootloader moet geinstalleerd worden op de MBR van dezelfde schijf waarop de /boot/ partitie was aangemaakt.
Als je systeem alleen Fedora gebruikt, moet je de MBR kiezen.
Klik op de BIOS-stationsvolgorde knop als je de volgorde van je stations wilt veranderen of als je BIOS niet de juiste volgorde teruggeeft. Het veranderen van de stationsvolgorde kan nuttig zijn als je meerdere SCSI adapters hebt, of zowel SCSI als IDE adapters, en je wilt opstarten van het SCSI apparaat.
Note
Tijdens het partitioneren van de harde schijf, moet je eraan denken dat de BIOS van sommige oudere systemen niet meer dan de eerste 1024 cylinders van een harde schijf kan bereiken. Als dat het geval is, laat dan voldoende ruimte voor de /boot Linux partitie op de eerste 1024 cylinders van je harde schijf om Linux op te kunnen starten. De andere Linux partities kunnen voorbij cylinder 1024 geplaatst worden.
In parted komen 1024 cylinders overeen met 528 MB. Voor meer informatie refereer je naar:
http://www.pcguide.com/ref/hdd/bios/sizeMB504-c.html
De reddings mode biedt de mogelijkheid om een kleine Fedora omgeving op te starten van alleen boot media of een andere boot methode in plaats van de harde schijf van het systeem. Er kan een moment komen dat je Fedora niet ver genoeg kunt opstarten om toegang te krijgen tot bestanden op de harde schijf van je systeem. Met gebruik van de reddings mode kun je toegang krijgen tot de bestanden op de harde schijf van je systeem, zelfs als je Fedora niet kan draaien van die harde schijf. Als je de reddings mode moet gebruiken, probeer je de volgende methode:
7.22.3. Alternative bootloaders
GRUB is de standaard bootloader voor Fedora, maar het is niet de enigste keuze. Een verscheidenheid aan open bron en eigendomsmatige aternatieven voor GRUB zijn beschikbaar om Fedora te laden, zoals LILO, SYSLINUX, Acronis Disk Director Suite, en Apple Boot Camp.
7.23. Package Group Selection
Nu je de meeste keuzes voor je installatie gemaakt hebt, ben je nu klaar om de standaard pakket selectie voor je systeem te bevestigen of de pakket selectie aan te passen voor je systeem.
Het Pakket installatie standaarden scherm verschijnt en laat de standaard pakket set voor je Fedora installatie zien. Dit scherm is afhankelijk van de Fedora versie die je installeert.
Installing from a Live Image
Als je installeert van een Fedora Live image, kun je geen pakket selecties maken. Deze installatie methode brengt een copie van de Live image over in plaats van het installeren van pakketten vanaf een repository. Om de pakket selectie te veranderen, maak je eerst de installatie af, en gebruik je dan de Software toevoegen/verwijderen toepassing om de gewenste veranderingen te maken.
Installing in text mode
Als je Fedora installeert in de tekst mode, kun je geen pakket selecties maken. De installer selecteert automatisch pakketten van alleen de basis en kern groepen. Deze pakketten zijn voldoende om te verzekeren dat het systeem werkt op het eind van het installatie proces, klaar voor het installeren van vernieuwingen en nieuwe pakketten. Om de pakket selectie te veranderen, maak je eerst de installatie af, en daarna gebruik je de Software toevoegen/verwijderen toepassing om de gewenste veranderingen te maken.
Standaard laadt het Fedora installatie proces een software selectie die geschikt is voor een dektop systeem. Om software toe te voegen of te verwijderen voor bepaalde taken, selecteer je de relevantie items van de lijst:
- Kantoor en productiviteit
Deze optie biedt de OpenOffice.org productiviteit suite, de Planner projectbeheer toepassing, grafische gereedschappen zoals de Gimp, en multimedia toepassingen.
- Software ontwikkeling
Deze optie biedt de noodzakelijke gereedschappen om software op je Fedora systeem te compileren.
- Web server
Deze optie biedt de Apache webserver.
Om de pakket selectie verder aan te passen, selecteer je de Nu aanpassen optie op het scherm. Klikken op Volgende brengt je naar het Pakket groep selectie scherm.
7.23.1. Installeren van extra repositories
Je kunt extra repositories definieren om de beschikbare software voor je systeem tijdens de installatie uit te breiden. Een repositorie is een netwerk locatie die software pakketten bevat te samen met metadata die de pakketten beschrijft. Veel van de software pakketten gebruikt in Fedora vereisen dat andere software geinstalleerd is. De installer gebruikt de metadata om er zeker van te zijn dat aan de vereisten voor ieder pakket dat je selecteert voor installatie wordt voldaan.
De basis opties zijn:
De Installatie Repo repository is automatisch voor je geselecteerd. Dit stelt de verzameling software voor die beschikbaar is op je installatie CD of DVD.
De Fedora 11 - i386 repository bevat de complete verzameling software die is vrijgegeven als Fedora 11, met alle software van de versie die geldig was ten tijde van de vrijgave. Als je installeert van de Fedora 11 DVD of CD set, geeft deze optie je niets extra. Echter als je installeert van een Fedora Live CD, biedt deze optie toegang tot veel meer software dan beschikbaar op de schijf. Merk op dat de computer toegang tot het internet moet hebben om deze optie te kunnen gebruiken.
De Fedora 11 - i386 - Updates repository bevat de complete verzameling software die is vrijgegeven als Fedora 11, met alle software van de versie die op dit moment actueel is. Deze optie installeert niet alleen de software die je selecteert, maar zorgt er ook voor dat het volledig bij de tijd is. Merk op dat de computer toegang tot het internet moet hebben om deze optie te kunnen gebruiken.
Om software toe te voegen van repositories anders dan de Fedora pakket selectie, selecteer je Extra repositories toevoegen. Je kunt de locatie van een repository met software van derden opgeven. Afhankelijk van de configuratie van die repository, kun je misschien niet-Fedora software selecteren tijdens de installatie.
Om een bestaande software repository locatie aan te passen, selecteer je de repository in de lijst en selecteer je daarna Repository aanpassen.
Netwerk toegang noodzakelijk
Als je de repository informatie verandert tijdens een installatie zonder netwerk, zoals van een Fedora DVD, vraagt de installer je om informatie voor het configureren van het netwerk.
Als je Extra repositories toevoegen selecteert, verschijnt de Repository bewerken dialoog. Geef een Repository-naam en de Repository-URL voor zijn locatie.
Zodra je een spiegel gelocaliseerd hebt en de te gebruiken URL wilt bepalen, zoek je naar de map op de spiegel dat een map bevat met de naam repodata. Bijvoorbeeld, de "Everything" repository voor Fedora is gewoonlijk in een map boom releases/11/Everything/arch/os, waarin arch een systeem architectuur naam is.
Zodra je de informatie voor een extra repository hebt opgegeven, leest de installer de pakket metadata via het netwerk. Software die speciaal gemarkeerd is wordt dan toegevoegd in het pakketgroep selectie systeem. Zie
Paragraaf 7.23.2, “Software selectie aanpassen” voor meer informatie over pakket selectie.
Terug gaan verwijdert repository metadata
Als je Terug kiest op het pakket selectie scherm, zal alle extra repository data die je misschien hebt opgegeven verloren gaan. Dit staat je toe om extra repositories effectief te verwijderen. Op dit moment is er geen manier om een enkele repository die je opgegeven hebt te verwijderen
7.23.2. Software selectie aanpassen
Selecteer Nu aanpassen om de software pakketten voor je uiteindelijke systeem in meer detail op te geven. Deze optie laat het installatie proces een extra aanpassings scherm tonen als je Volgende selecteert.
Ondersteuning installeren voor extra talen
Fedora verdeelt de meegeleverde software in
pakketgroepen. Voor het gebruikersgemak laat het pakket selectie scherm deze groepn als categorien zien.
Je kunt pakketgroepen selecteren, die onderdelen groeperen volgens functie (bijvoorbeeld X Window systeem en Editors), individuele pakketten, of een combinatie van de twee.
Om de pakketgroepen van een categorie te zien, selecteer je de categorie van de linker lijst. De rechter lijst laat de pakketgroepen zien voor de geselecteerde categorie.
Om een pakketgroep op te geven om te installeren, selecteer je het aanvinkhokje naast de groep. Het veld onderin het scherm laat informatie zien over de pakketgroep die op dit moment geselecteerd is. Geen enkel pakket van de groep zal geinstalleerd worden als het aanvinkhokje niet geselecteerd is.
Als je een pakketgroep selecteert, zal Fedora automatisch de basis en verplichte pakketten voor die groep installeren. Om te veranderen welke optionele pakketten binnen een geselecteerde groep geinstalleerd gaan worden, selecteer je de Optionele pakketten knop onder de beschrijving van de groep. Gebruik daarna het aanvinkhokje naast de naam van een individueel pakket om zijn selectie te veranderen.
Nadat je de gewenste pakketten hebt gekozen, selecteer je Volgende om verder te gaan. Fedora controleert je selectie, en voegt automatisch extra pakketten toe als dat nodig is voor de pakketten die je geselecteerd hebt. Als je klaar bent met het selecteren van pakketten, klik je op Sluiten om je optionele pakket selectie op te slaan en je gaat terug naar het hoofd pakket selectie scherm.
7.23.2.1. Van gedachte veranderen
De pakketten die je selecteert zijn niet permanent. Nadat je je systeem opgestart hebt,gebruik je de Software toevoegen/verwijderen toepassing om nieuwe pakketten te installeren of om geinstalleerde pakketten te verwijderen. Om deze toepassing te draaien selecteer je van het hoofd menu → → . Het Fedora software beheerssysteem download de nieuwste pakketten van netwerkservers, in plaats van die op de installatie schijven.
7.23.2.2. Extra taal ondersteuning
Jouw Fedora systeem ondersteunt automatisch de taal die je gekozen hebt aan het begin van het installatie proces. Om ondersteuning voor extra talen toe te voegen, selecteer je de pakketgroep voor deze talen van de Talen categorie.
7.23.2.3. Kern netwerk voorzieningen
Alle Fedora installaties bevatten de volgende netwerk voorzieningen:
gecentraliseerde logging met syslog
email met SMTP (Simple Mail Transfer Protocol)
netwerk bestand delen met NFS (Network File Systeem)
toegang op afstand met SSH (Secure SHell)
resource advertising met mDNS (multicast DNS)
Het standaard installatie proces biedt ook:
netwerk bestandsoverdracht met HTTP (HyperText Transfer Protocol)
afdrukken met CUPS (Common UNIX Printing System)
desktop toegang op afstand met VNC (Virtual Network Computing)
Sommige geautomatiseerde processen op je Fedora systeem gebruiken de email voorziening om rapporten en boodschappen naar de systeembeheerder te sturen. Standaard accepteren de email, logging, en afdruk voorzieningen geen verbindingen van andere systemen. Fedora installeert de NFS, HTTP, en VNC onderdelen zonder deze voorzieningen aan te zetten.
Je kunt jouw Fedora systeem instellen na de installatie om email, bestandsdeling, logging, afdrukken, en desktop toegang op afstand voorzieningen aan te bieden. De SSH voorziening is standaard aangezet. Je kunt NFS gebruiken om toegang te krijgen tot bestanden op andere systemen zonder de NFS bestandsdeling voorziening aan te zetten.
7.24. Voorbereiden om te installeren
7.24.1. Voorbereiden voor het installeren
Een scherm dat je voorbereidt op de installatie van Fedora verschijnt nu.
Ter referentie kan een complete log van je installatie gevonden worden in /root/install.log zodra je jouw systeem opnieuw opstart.
Om dit installatie proces af te breken, druk je op de Reset knop van je computer of gebruik de Control+Alt+Delete toetscombinatie om je machine opnieuw op te starten.
7.25. Pakketten installeren
Op dit punt aangekomen is er niets meer voor je te doen totdat alle pakketten zijn geinstalleerd. Hoe snel dit gaat hangt af van het aantal pakketten die je gekozen hebt en de snelheid van je computer.
Fedora geeft de voortgang van het installatie proces weer op scherm terwijl het de geselecteerde pakketten naar je systeem te schrijven. Netwerk en DVD installaties vereisen geen verdere actie. Als je CD's gebruikt om te installeren, zal Fedora je periodiek vragen om schijven te verwisselen. Nadat je een schijf aangebracht hebt, selecteer je OK om de installatie te vervolgen.
Als de installatie klaar is, selecteer je Herstarten om je computer opnieuw op te starten. Fedora werpt de ingebrachte schijf uit voordat de computer opnieuw opstart.
Installing from a Live Image
Als je installeert van een Fedora Live image, verschijnt geen boot promp. Je kunt doorgaan met het gebruiken van de Live image zoals je wilt, en het systeem opnieuw opstarten op elk gewenst tijdstip om van het nieuw geinstalleerde Fedora systeem te genieten.
7.26. Installatie compleet
Gefeliciteerd! Jouw Fedora installatie is nu compleet!
Het installatie programma vraagt je om het systeem opnieuw op te starten. Denk eraan om de installatie media te verwijderen als dat niet al automatisch gedaan is.