Product SiteDocumentation Site

Fedora 11

Installatie gids

Het installeren van Fedora 11 op x86, AMD64, and Intel® 64 architecturen

Uitgave 1.0

Fedora Documentation Project

Fedora Documentation Project


Bericht

Copyright © 2009 Red Hat, Inc. and others.
The text of and illustrations in this document are licensed by Red Hat under a Creative Commons Attribution–Share Alike 3.0 Unported license ("CC-BY-SA"). An explanation of CC-BY-SA is available at http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/. The original authors of this document, and Red Hat, designate the Fedora Project as the "Attribution Party" for purposes of CC-BY-SA. In accordance with CC-BY-SA, if you distribute this document or an adaptation of it, you must provide the URL for the original version.
Red Hat, as the licensor of this document, waives the right to enforce, and agrees not to assert, Section 4d of CC-BY-SA to the fullest extent permitted by applicable law.
Red Hat, Red Hat Enterprise Linux, the Shadowman logo, JBoss, MetaMatrix, Fedora, the Infinity Logo, and RHCE are trademarks of Red Hat, Inc., registered in the United States and other countries.
For guidelines on the permitted uses of the Fedora trademarks, refer to https://fedoraproject.org/wiki/Legal:Trademark_guidelines.
Linux® is the registered trademark of Linus Torvalds in the United States and other countries.
Java® is a registered trademark of Oracle and/or its affiliates.
XFS® is a trademark of Silicon Graphics International Corp. or its subsidiaries in the United States and/or other countries.
All other trademarks are the property of their respective owners.
Samenvatting
Verstrekt documentatie voor het installeer proces.

Voorwoord
1. Document conventies
1.1. Typografische conventies
1.2. Pull-quote conventies
1.3. Opmerkingen en waarschuwingen
2. We hebben terugkoppeling nodig!
Inleiding
1. Achtergrond
1.1. Over Fedora
1.2. Extra hulp krijgen
2. Over dit document
2.1. Doelen
2.2. Doelgroep
1. Snel starten voor gevorderden
1.1. Overzicht
1.2. Bestanden downloaden
1.3. De installatie voorbereiden
1.4. Installeer Fedora
1.5. Post-installatie stappen uitvoeren
2. Nieuwe gebruikers
2.1. Hoe download ik installatie bestanden?
2.1.1. Van een Spiegel
2.1.2. Met BitTorrent
2.2. Welke architectuur heeft mijn computer
2.3. Welke bestanden moet ik downloaden?
2.4. Hoe maak ik Fedora media?
2.4.1. CD of DVD schijven maken
2.4.2. USB media maken
2.5. Wat te doen als ik Fedora niet kan downloaden?
2.6. Hoe start ik het installatie programma?
I. Voordat je begint
3. Stappen om op gang te komen
3.1. Upgraden of installeren?
3.2. Is je hardware compatibel?
3.3. Heb je genoeg schijf ruimte?
3.4. Kun je installeren met gebruik van de CD-ROM of DVD?
3.4.1. Alternatieve opstart methodes
3.4.2. Maken van een installatie opstart CD-ROM
3.5. Voorbereiden voor een netwerk installatie
3.5.1. Voorbereiden voor FTP en HTTP installatie
3.5.2. Voorbereiden voor een NFS installatie
3.6. Voorbereiden voor een harde schijf installatie
4. Systeem specificatie lijst
5. Driver media voor Intel® en AMD systemen
5.1. Waarom heb ik driver media nodig?
5.2. Wat is driver media eigenlijk?
5.3. Hoe krijg ik driver media?
5.3.1. Maak een driver diskette van een image bestand
5.4. Gebruik van een driver image gedurende de installatie
II. Het installatie proces
6. Beginnen met de installatie
6.1. Het boot menu
6.2. Installeren van een andere bron
6.3. Media verifieren
6.3.1. Verifieren van de Live CD
6.3.2. Verifieren van de DVD
6.4. Opstarten van een netwerk met gebruik van PXE
6.5. Grafische en tekst interfaces
7. Installeren op Intel® en AMD systemen
7.1. De grafische installatie programma gebruikers interface
7.1.1. Een notitie over virtuele consoles
7.2. De tekst mode installatie programma gebruikers interface
7.2.1. Gebruik het toetsenbord om te navigeren
7.3. Starten van het installatie programma
7.3.1. Het opstarten van het installatie programma op x86, AMD64, en Intel® 64 systemen
7.3.2. Extra opstart opties
7.4. Selecteren van een installatie methode
7.5. Installeren van DVD/CD-ROM
7.5.1. Wat te doen als de IDE CD-ROM niet werd gevonden?
7.6. Installeren van een harde schijf
7.7. Een netwerk installatie uitvoeren
7.8. Installeren met NFS
7.9. Installeren met FTP of HTTP
7.10. Welkom bij Fedora
7.11. Language Selection
7.12. Keyboard Configuration
7.13. Initialiseren van de harde schijf
7.14. Een bestaande installatie upgraden
7.14.1. Upgrade aanvraag
7.14.2. Upgraden met behulp van het installatie programma
7.14.3. Bootloader configuratie upgraden
7.15. Netwerk Configuratie
7.15.1. Handmatige configuratie
7.16. Selecteren van de tijdzone
7.17. Instellen van het root wachtwoord
7.18. Disk Partitioning Setup
7.18.1. RAID en andere schijf apparaten
7.19. Advanced Storage Options
7.20. Create Default Layout
7.21. Je systeem partitioneren
7.21.1. Grafische scherm van harde schijf/schijven
7.21.2. Het partitionerings scherm
7.21.3. Partitie velden
7.21.4. Aanbevolen partitionerings schema
7.21.5. Partities toevoegen
7.21.6. Bewerken van partities
7.21.7. Een partitie verwijderen
7.22. x86, AMD64, en Intel® 64 Boot loader configuratie
7.22.1. Geavanceerde bootloader instellingen
7.22.2. Reddings Mode
7.22.3. Alternative bootloaders
7.23. Package Group Selection
7.23.1. Installeren van extra repositories
7.23.2. Software selectie aanpassen
7.24. Voorbereiden om te installeren
7.24.1. Voorbereiden voor het installeren
7.25. Pakketten installeren
7.26. Installatie compleet
8. Installatie foutzoeken op een Intel® of AMD systeem
8.1. Je bent niet in staat om Fedora op te starten
8.1.1. Kun je niet opstarten met je RAID kaart?
8.1.2. Laat je systeem signaal 11 fouten zien?
8.2. Problemen met het beginnen van de installatie
8.2.1. Problemen met opstarten in de grafische installatie
8.3. Problemen tijdens de installatie
8.3.1. No devices found to install Fedora fout boodschap
8.3.2. Opslaan van traceback boodschappen zonder verwijderbare media
8.3.3. Problemen met partitie tabellen
8.3.4. Overblijvende ruime gebruiken
8.3.5. Andere partitionerings problemen
8.3.6. Zie je Python fouten?
8.4. Problemen na installatie
8.4.1. Problemen met het grafische GRUB scherm op een x86 gebaseerd system?
8.4.2. Opstarten in een grafische omgeving
8.4.3. Problemen met het X windows systeem (GUI)
8.4.4. Problemen met de X server die crasht en niet-root gebruikers
8.4.5. Problemen als je probeert in te loggen
8.4.6. Wordt je RAM niet herkend?
8.4.7. Je printer werk niet
8.4.8. Problemen met geluidsconfiguratie
8.4.9. Apache-gebaseerde httpd voorziening/Sendmail hangt tijdens het opstarten
III. Gevorderde installatie opties
9. Opstart opties
9.1. Configureren van het installatie systeem in het opstart menu
9.1.1. De taal opgeven
9.1.2. Configuren van de interface
9.1.3. Anaconde vernieuwen
9.1.4. De installatie methode opgeven
9.1.5. Handmatig de netwerk instellingen configureren
9.2. Toegang op afstand toestaan naar het installatie systeem
9.2.1. Toegang op afstand toestaan met VNC
9.2.2. Het installatie systeem verbinden met een VNC luisteraar
9.2.3. Toegang op afstand met Telnet toestaan
9.3. Inloggen op een systeem op afstand tijdens de installatie
9.3.1. Een log server instellen
9.4. De installatie automatiseren met Kickstart
9.5. Hardware ondersteuning verbeteren
9.5.1. Hardware ondersteuning toevoegen met driver schijven.
9.5.2. Automatische hardware detectie aanpassen
9.6. Gebruik van de onderhouds boot modes
9.6.1. Laden van de geheugen (RAM) test mode
9.6.2. Boot media verifieren
9.6.3. Je computer opstarten met de reddings mode
9.6.4. Je computer upgraden
10. Installeren zonder media
10.1. Boot bestanden verkrijgen
10.2. Verander de GRUB Configuratie
10.3. Opstarten om te Installeren
11. Het Opzetten van een installatie server
11.1. cobbler opzetten
11.2. De distributie opzetten
11.3. Een netwerk locatie spiegelen
11.4. De distributie importeren
11.5. Handmatig een PXE server instellen
11.5.1. Het opzetten van de netwerk server
11.5.2. PXE boot configuratie
11.5.3. PXE hosts toevoegen
11.5.4. TFTPD
11.5.5. De DHCP server configureren
11.5.6. Voeg een aangepaste opstart boodschap toe
11.5.7. De PXE installatie uitvoeren
12. Installeren via VNC
12.1. VNC viewer
12.2. VNC modes in Anaconda
12.2.1. Directe mode
12.2.2. Connect mode
12.3. Installateren met VNC
12.3.1. Installatie voorbeeld
12.3.2. Kickstart overwegingen
12.3.3. Firewall Overwegingen
12.4. Referenties
13. Kickstart installaties
13.1. Wat zijn Kickstart installaties?
13.2. Hoe voer je een Kickstart installatie uit?
13.3. Het kickstart bestand maken
13.4. Kickstart opties
13.4.1. Geavanceerd partitionerings voorbeeld
13.5. Package Selection
13.6. Pre-installatie script
13.6.1. Voorbeeld
13.7. Post-installatie script
13.7.1. Voorbeelden
13.8. Maak het kickstart bestand beschikbaar
13.8.1. Kickstart boot media maken
13.8.2. Het kickstart bestand beschikbaar maken op het netwerk
13.9. Maak de installatie boom beschikbaar
13.10. Opstarten van een kickstart installatie
14. Kickstart configurator
14.1. Basic Configuration
14.2. Installatie methode
14.3. Boot Loader Options
14.4. Partitie-informatie
14.4.1. Partities aanmaken
14.5. Netwerk Configuratie
14.6. Aanmeldingscontrole
14.7. Firewall configuratie
14.7.1. SELinux configuratie
14.8. Beeldschermconfiguratie
14.9. Package Selection
14.10. Pre-installatie script
14.11. Post-installatie script
14.11.1. Chroot-omgeving
14.11.2. Een interpreter gebruiken
14.12. Het bestand opslaan
IV. Na de installatie
15. Firstboot
15.1. Licentie informatie
15.2. Gebruiker aanmaken
15.3. Datum en tijd
15.4. Hardware profiel
16. Je volgende stappen
16.1. Je systeem updaten
16.2. Een upgrade afmaken
16.3. Schakel om naar een grafische login
16.4. Abonneren op Fedora aankondigingen en nieuws
16.5. Documentatie en ondersteuning vinden
16.6. Aansluiten bij de Fedora gemeenschap
17. Basis systeemherstel
17.1. Algemene problemen
17.1.1. Fedora start niet op
17.1.2. Hardware/software problemen
17.1.3. Root Password
17.2. Opstarten in de reddings mode
17.2.1. Herinstalleren van de bootloader
17.3. Opstarten in enkele-gebruiker mode
17.4. Opstarten in de noodsituatie mode
18. Je huidige systeem upgraden
18.1. Bepalen om of te upgraden of te herinstalleren
18.2. Je systeem upgraden
19. Fedora verwijderen
19.1. Fedora is het enigste operating systeem op je computer
19.2. Je computer is dual-boot voor Fedora en een ander oprating systeem
19.2.1. Je computer is dual-boot met Fedora en een Microsoft Windows operating systeem
19.2.2. Je computer is dual-boot voor Fedora en Mac OS X
19.2.3. Je computer is een dual-boot machine om Fedora en een andere Linux distributie op te starten.
19.3. Vervang Fedora met MS-DOS of eigendomsmatige versies van Microsoft Windows
V. Technische aanhangsels
A. Een inleiding voor schijf partities
A.1. Harde schijf basis concepten
A.1.1. Het is niet wat je schrijft, maar hoe je het schrijft
A.1.2. Partities: verander een schijf in meerdere
A.1.3. Partities binnen partities — Een overzicht van extended partities
A.1.4. Maak plaats voor Fedora
A.1.5. Partitie naam schema
A.1.6. Schijf partities en andere operating systemen
A.1.7. Schijfpartities een koppelpunten
A.1.8. Hoeveel partities?
B. ISCSI schijven
B.1. iSCSI schijven in anaconda
B.2. iSCSI schijven tijdens opstarten
C. Schijfversleutelings gids
C.1. Wat is block apparaat versleuteling?
C.2. Block apparaten versleutelen met gebruik van dm-crypt/LUKS
C.2.1. Overzicht van LUKS
C.2.2. Hoe krijg ik toeganng tot versleutelde apparaten na de installatie? (Systeem opstart)
C.2.3. Een goede wachtzin kiezen
C.3. Het aanmaken van versleutelde block apparaten met Anaconda
C.3.1. Welke soorten block apparaten kunnen versleuteld worden?
C.3.2. Limitations of Anaconda's Block Device Encryption Support
C.4. Het maken van versleutelde block apparaten op geinstalleerde systemen na de installatie
C.4.1. Aanmaken van block apparaten
C.4.2. Optioneel: Vul het apparaat met random data
C.4.3. Formateer het apparaat als een dm-crypt/LUKS versleuteld apparaat
C.4.4. Create a mapping to allow access to the device's decrypted contents
C.4.5. Maak bestandssystemen op afgebeelde apparaten, of ga verder met het bouwen van complexe geheugen structuren met het gebruik van afgebeelde appraten
C.4.6. Voeg de afbeeldings informatie toe aan /etc/crypttab
C.4.7. Voeg een regel toe aan /etc/fstab
C.5. Algemene taken na de installatie
C.5.1. Stel een random gegenereerde sleutel in als een extra manier om toegang te krijgen tot een versleuteld blok apparaat.
C.5.2. Voeg een nieuwe wachtzin toe aan een bestaand apparaat
C.5.3. Een wachtzin of sleutel verwijderen van een apparaat
D. LVM begrijpen
E. De GRUB boot loader
E.1. GRUB
E.1.1. GRUB en het x86 opstart proces
E.1.2. Eigenschappen van GRUB
E.2. Installing GRUB
E.3. GRUB terminologie
E.3.1. Aparaat namen
E.3.2. Bestandsnamen en bloklijsten
E.3.3. Het root bestandssyteem en GRUB
E.4. GRUB interfaces
E.4.1. Interface laad volgorde
E.5. GRUB commando's
E.6. GRUB menu configuratie bestand
E.6.1. Configuratie bestandsstructuur
E.6.2. Configuratie bestand instructies
E.7. Changing Runlevels at Boot Time
E.8. Extra bronnen
E.8.1. Geinstalleerde documentatie
E.8.2. Nuttige websites
E.8.3. Gerelateerde boeken
F. Opstart proces, initialiseren, en afsluiten
F.1. Het opstart proces
F.2. Een gedetaileerde kijk naar het opstart proces
F.2.1. De BIOS
F.2.2. De boot loader
F.2.3. De kernel
F.2.4. Het /sbin/init programma
F.3. Extra programma's draaien tijdens het opstarten
F.4. SysV init runlevels
F.4.1. Runlevels
F.4.2. Runlevel gereedschappen
F.5. Uitzetten
G. Andere technische documentatie
H. Medewerkers en productie methodes
H.1. Medewerkers
H.2. Productie methodes
I. Herzienings geschiedenis
Register

Voorwoord

1. Document conventies

Dit handboek hanteert verscheidene conventies om bepaalde woorden of zinsdelen te benadrukken en aandacht te vestigen op specifieke delen van informatie.
In PDF en papieren edities gebruikt dit handboek Liberation Fonts set lettertypen. Het Liberation lettertype wordt ook gebruikt in HTML-edities indien dit lettertype op jouw computer geïnstalleerd is. Indien dat niet het geval is, worden alternatieve, gelijkwaardige lettertypen gebruikt. Opmerking: bij Red Hat Enterprise Linux 5 en later wordt de Liberation Font set standaard ingesteld.

1.1. Typografische conventies

Vier typografische conventies worden gebruikt om aandacht te vestigen op specifieke woorden en zinsdelen. Deze conventies, en de omstandigheden waaronder zij gebruikt worden, luiden als volgt:
Mono-spaced Bold
Wordt gebruikt om systeem input, waaronder shell commando's, bestandsnamen en paden aan te geven. Wordt ook gebruikt bij toetsaanduiding of toetsencombinaties. Bijvoorbeeld:
Om de inhoud van het bestand mijn_onwijsgoed_verkopende_boek in jouw huidige map te bekijken, voer je het commando cat mijn_onwijsgoed_verkopende_boek in bij de shell-prompt en druk je op Enter om het commando uit te voeren.
Bovenstaande bevat een bestandsnaam, een shell-commando en een toetsaanduiding, alle getoond in mono-spaced bold en alle te onderscheiden dankzij hun context.
Toetsencombinaties kunnen worden onderscheiden van toetsaanduidingen door het plusteken dat elk deel van een toetsencombinatie aan elkaar verbind. Bijvoorbeeld:
Druk op Enter om het commando te laten uitvoeren.
Druk op Ctrl+Alt+F1 om naar de eerste virtuele terminal over te schakelen. Druk op Ctrl+Alt+F7 om terug te keren naar jouw X-Windows sessie.
De eerste paragraaf benadrukt de bepaalde toets die moet worden ingedrukt. De tweede benadrukt twee toetscombinaties (ieder een reeks van drie toetsen, waarbij de toetsen van elke reeks tegelijk moeten worden ingedrukt).
Indien broncode wordt besproken, worden klasse namen, methodes, functies, variabele namen en resultaten die in een paragraaf worden genoemd, weergegeven als hier boven afgedrukt, namelijk in mono-spaced bold. Bijvoorbeeld:
Onder bestandsgerelateerde klassen vallen filesystem voor bestandssystemen, file voor bestanden, en dir voor mappen. Elke klasse heeft haar eigen set van rechten.
Proportional Bold
Wordt gebruikt om woorden of zinsdelen op een systeem aan te duiden, waaronder toepassings namen, dialoogtekst-boxen, gelabelde knoppen, checkbox en radio-knop labels, menu titels en submenu titels. Bijvoorbeeld:
Kies SysteemVoorkeurenMuis in de hoofdmenu balk om Muisvoorkeuren te openen. In de Knoppen tab, klik je de Linkshandige muis checkbox aan en klik je Sluiten om de primaire muisknop van links naar rechts te wisselen (waardoor de muis beter geschikt is geworden voor linkshandig gebruik).
Om een speciaal teken in een gedit bestand op te nemen, kies je ToepassingenHulpmiddelenTekens en symbolen in de hoofd menubalk. Vervolgens kies je ZoekenZoeken… in de Tekens en symbolen menubalk, typ je de naam van het teken in het Zoek veld en klik je Volgende. Het teken dat je zoekt zal worden gemarkeerd in de Tekentabel. Dubbel-klik op dit teken om het in het Te kopiëren tekst veld op te nemen en klik dan de Kopiëren knop. Keer nu terug naar jouw document en kies Bewerken Plakken in de gedit menubalk.
De bovenstaande tekst bevat toepassingsnamen, systeem-brede menu namen en onderdelen, toepassings specifieke menu namen, en knoppen en tekst van een GUI-interface, alle getoond in proportional bold en alle te onderscheiden dankzij hun context.
Mono-spaced Bold Italic of Proportional Bold Italic
Voor mono-spaced bold of proportional bold geeft cursief gedrukt altijd vervangbare of wisselende teksten aan. Cursief wijst op niet letterlijke tekst of toont tekst die wisselt naar omstandigheden. Bijvoorbeeld:
Om verbinding te maken met een andere computer met behulp van ssh, typ je ssh gebruikersnaam@domein.naam bij een shell prompt. Als de machine op afstand example.com is en jouw gebruikersnaam op die machine is jan, dan type je ssh jan@example.com.
Het mount -o remount bestandssysteem commando koppelt het genoemde bestandssysteem opnieuw aan. Om bijvoorbeeld het /home bestandsysteem opnieuw aan te koppelen, gebruik je het mount -o remount /home commando.
Om de versie van een huidig geïnstalleerd pakket te zien, gebruik je het rpm -q package commando. Dit zal het volgende resultaat opleveren: package-version-release .
Let op de woorden in bold italics in bovenstaande tekst — username, domain.name, file-system, package, version en release. Elk woord is een plaats reservering, hetzij voor tekst die je invult als je een commando typt, hetzij voor tekst die door het systeem wordt getoond.
Buiten het standaard gebruik bij het presenteren van een titel van een werk, wordt cursief ingezet om het eerste gebruik van een nieuwe en belangrijke term te benadrukken. Bijvoorbeeld:
Publican is een DocBook publicatie systeem.

1.2. Pull-quote conventies

Terminal output en broncode lijsten worden worden visueel gescheiden van de omringende tekst.
Output gestuurd naar een terminal wordt getoond in mono-spaced roman en als volgt gepresenteerd:
books        Desktop   documentation  drafts  mss    photos   stuff  svn
books_tests  Desktop1  downloads      images  notes  scripts  svgs

Opsommingen van broncode worden ook getoond in mono-spaced roman maar worden als volgt gepresenteerd en benadrukt:
package org.jboss.book.jca.ex1;

import javax.naming.InitialContext;

public class ExClient
{
   public static void main(String args[]) 
       throws Exception
   {
      InitialContext iniCtx = new InitialContext();
      Object         ref    = iniCtx.lookup("EchoBean");
      EchoHome       home   = (EchoHome) ref;
      Echo           echo   = home.create();

      System.out.println("Created Echo");

      System.out.println("Echo.echo('Hello') = " + echo.echo("Hello"));
   }
}

1.3. Opmerkingen en waarschuwingen

Tenslotte gebruiken we drie visuele stijlen om aandacht te vestigen op informatie die anders misschien over het hoofd zou worden gezien.

Opmerking

Een opmerking is een tip, handigheidje of een alternatieve benadering voor de taak die uitgevoerd moet worden. Het negeren van een opmerking zou geen ernstige gevolgen moeten hebben, maar het leven kan een stuk makkelijker worden als de opmerking gevolgd wordt.

Belangrijk

Important boxes detail things that are easily missed: configuration changes that only apply to the current session, or services that need restarting before an update will apply. Ignoring a box labeled 'Important' won't cause data loss but may cause irritation and frustration.

Waarschuwing

Een waarschuwing dient niet genegeerd te worden. Waarschuwingen negeren zal ongetwijfeld leiden tot data verlies.

2. We hebben terugkoppeling nodig!

Als je een typografische fout in deze handleiding vindt, of je weet een manier om deze handleiding te verbeteren, zouden wij dat graag van jou horen! Meldt alstublieft fouten in de uitgave Fedora Documentation via Bugzilla: http://bugzilla.redhat.com/bugzilla/.
Als je fouten meldt, vergeet dan alstublieft niet het kenmerk: install-guide te vermelden.
Als je suggesties hebt om de documentatie te verbeteren, probeer dan zo duidelijk mogelijk deze suggesties te omschrijven. Als je fouten hebt ontdekt, vermeldt dan alstublieft het sectienummer en wat omringende tekst, zodat we de fout gemakkelijker kunnen vinden.

Inleiding

Deze gids omvat de installatie van Fedora, een Linux distributie gebouwd met vrije en open software. Deze handleiding helpt je om Fedora te installeren op desktops, laptops, en servers. Het installatie systeem is eenvoudig te gebruiken zelfs als je geen ervaring hebt met Linux of met computer netwerken. Als je de standaard opties kiest, zal Fedora je een kompleet desktop operating systeem geven, inclusief productiviteit toepassingen, Internet programma's en werkblad gereedschappen.
Dit document beschrijft niet alle eigenschappen van het installatie systeem tot in detail.

1. Achtergrond

1.1. Over Fedora

To find out more about Fedora, refer to http://fedoraproject.org/. To read other documentation on Fedora related topics, refer to http://docs.fedoraproject.org/.

1.2. Extra hulp krijgen

For information on additional help resources for Fedora, visit http://fedoraproject.org/wiki/Communicate.

2. Over dit document

2.1. Doelen

Deze gids help een lezer:
  1. Te begrijpen hoe een Fedora distributie on-line te vinden
  2. Configuratie data te maken die het de computer mogelijk maakt om Fedora op te starten
  3. Het Fedora installatie programma te begrijpen en te besturen
  4. De configuratie na de installering van een Fedora systeen af te maken

Andere documentatie bronnen

This guide does not cover use of Fedora. To learn how to use an installed Fedora system, refer to http://docs.fedoraproject.org/ for other documentation.

2.2. Doelgroep

This guide is intended for new and intermediate Fedora users. Advanced Fedora users with questions about detailed operation of expert installation features should consult the Anaconda development mailing list at http://www.redhat.com/archives/anaconda-devel-list/.

Hoofdstuk 1. Snel starten voor gevorderden

Dit hoofdstuk geeft een kort overzicht van de installatie taken voor gevorderde gebruikers die niet kunnen wachten om te beginnen. Merk op dat verduidelijkende notities en nuttige tips aanwezig zijn in de volgende hoofdstukken van deze gids. Als zich een probleem voordoet tijdens het installatie proces, raadpleeg dan de desbetreffende hoofdstukken in de volledige gids voor hulp.

Alleen voor gevorderden

This section is intended only for experts. Other readers may not be familiar with some of the terms in this section, and should move on to Hoofdstuk 2, Nieuwe gebruikers instead.

1.1. Overzicht

Het installatie proces is redelijk eenvoudig, en bestaat slechts uit een paar stappen:
  1. Download de bestanden om media te maken of een andere opstartbare configuratie.
  2. Bereidt het systeem voor op de installatie.
  3. Start de computer op en draai het installatie proces.
  4. Herstart en voer de post-installatie configuratie uit.

1.2. Bestanden downloaden

Doe een van de volgende:

Verifieer je downloads

Downloads kunnen op een aantal manieren fout gaan. Verifieer altijd de sha1sum van de bestanden die je download.
  1. Download het ISO image bestand voor een Live image. Maak CD media van het ISO bestand met je favoriete toepassing. Je kunt ook het livecd-tools pakket gebruiken om de image naar andere opstartbare media te schrijven zoals een USB flash pen. Om de distributie op je harde schijf te installeren, gebruik je de link op je desktop nadat je ingelogd bent.
  2. Download de ISO image bestanden voor de volledige distributie voor CD of DVD. Maak de CD of DVD media van de ISO bestanden met je favoriete toepassing, of zet de images op een Windows FAT32 of Linux ext2/ext3 partitie.
  3. Download het boot.iso image bestand voor een minimale boot CD of USB flash pen. Schrijf het image bestand naar de desbetreffende media om opstartbare media te maken. De boot media bevat geen pakketten maar moet verwijzen naar een harde schijf of een on-line repository om de installatie af te maken.
  4. Download het netinst.iso image bestand voor boot CD met gereduceerde grootte. Schrijf het image bestand naar de desbetreffende media om een opstartbare media te maken.
  5. Download the vmlinuz kernel file and the initrd.img ramdisk image from the distribution's isolinux/ directory. Configure your operating system to boot the kernel and load the ramdisk image. For further information on installation without media, refer to Hoofdstuk 10, Installeren zonder media.
    For information on setting up a network boot server from which you can install Fedora, refer to Hoofdstuk 11, Het Opzetten van een installatie server.

1.3. De installatie voorbereiden

Maak een back up van alle gebruikers data die je moet bewaren.

Partitie grootte veranderen

The installation program provides functions for resizing ext2, ext3, ext4, and NTFS formatted partitions. Refer to Paragraaf 7.21, “Je systeem partitioneren” for more information.

1.4. Installeer Fedora

Boot from the desired media, with any options appropriate for your hardware and installation mode. Refer to Hoofdstuk 9, Opstart opties for more information about boot options. If you boot from the Live CD, select the "Install to Hard Disk" option from the desktop to run the installation program. If you boot from minimal media or a downloaded kernel, select a network or hard disk resource from which to install.
Ga door alle stappen van het installatie programma. Het installatie programma verandert je systeem niet totdat je op het laatst toestemming geeft om verder te gaan. Als de installatie klaar is, start je je systeem opnieuw op.

1.5. Post-installatie stappen uitvoeren

Nadat het systeem opgestart is, toont het extra configuratie opties. Maak de juiste veranderingen aan je systeem en vervolg met in te loggen.

Hoofdstuk 2. Nieuwe gebruikers

This chapter explains how to get the files you need to install and run Fedora on your computer. Concepts in this chapter may be new, especially if this is your first free and open source operating system. If you have any trouble with this chapter, find help by visiting the Fedora Forums at http://www.fedoraforum.org/.

Download verwijzingen

To follow a Web-based guide to downloading, visit http://get.fedoraproject.org/. For guidance on which architecture to download, refer to Paragraaf 2.2, “Welke architectuur heeft mijn computer”.

2.1. Hoe download ik installatie bestanden?

Het Fedora Project geeft Fedora op vele manieren uit, waarvan de meeste gratis zijn en zijn te downloaden over het Internet. De meest gebruikte verspreidings methode is CD en DVD media. Er zijn verschillende types CD en DVD media beschikbaar, waaronder:
  • Een volledige set van de software op DVD media
  • Live images die je kunt gebruiken om Fedora uit te proberen, en op je systeem te installeren als je daarvoor kiest
  • Minimale boot CD en USB flash pen images die het mogelijk maken om te installeren via een Internet verbinding
  • Bron code op DVD media
Meeste gebruikers zullen kiezen voor, of de Live image, of de volledige set van installeerbare software op DVD of CD's. De minimale boot CD images zijn geschikt voor gebruikers met een snelle Internet verbinding en die Fedora op slechts een computer willen installeren. Bron code schijven worden niet gebruikt om Fedora te installeren, maar zijn bronnen voor ervaren gebruikers en software ontwikkelaars.

Media downloaden

Gebruikers met een brede band Internet verbinding kunnen ISO image bestanden van CD en DVD media of images van USB flash pennen downloaden. Een ISO image bestand is een kopie van een gehele schijf in een formaat wat geschikt is om het direct naar een CD of DVD te schrijven. Een USB flash pen image is een kopie van een hele schijf in een formaat geschikt om het direct op een USB flash pen te schrijven.
For more information on burning CDs and DVDs, refer to Paragraaf 2.4, “Hoe maak ik Fedora media?”.
Fedora software is beschikbaar om gratis te downloaden op een aantal manieren.

2.1.1. Van een Spiegel

To find the freely downloadable distributions of Fedora, look for a mirror. A mirror is a computer server open to the public for free downloads of software, including Fedora. Mirrors offer both free open source software and closed source software. To locate a mirror, visit http://mirrors.fedoraproject.org/publiclist using a Web browser, and choose a server from the list. The web page lists mirrors by geographic location. Mirrors geographically closer to you are ideal for faster downloading speeds.
Spiegels bieden Fedora software aan met een goed georganiseerde hierarchie van folders. Bijvoorbeeld, de Fedora 11 distributie verschijnt normaal in de map fedora/linux/releases/11/. Deze map bevat een folder voor iedere architectuur die door die release van Fedora wordt ondersteund. CD en DVD media bestanden verschijnen binnen die folder, in een folder met de naam iso/. Bijvoorbeeld je kunt het bestand voor de DVD distributie van Fedora 11 voor x86_64 vinden in fedora/linux/releases/11/x86_64/iso/F-11-x86_64-DVD.iso.

2.1.2. Met BitTorrent

BitTorrent is een manier om informatie te downloaden in samenwerking met andere computers. Elke computer, die samenwerkt in de groep, haalt stukjes van de informatie op in een bepaalde torrent van andere leden in de groep. Computers die klaar zijn met het downloaden van alle informatie in de torrent blijven in de zwerm om te zaaien, of data leveren aan de andere leden. Als je data download met BitTorrent, moet je uit beleefdheid de torrent blijven zaaien totdat je tenminste dezelfde hoeveelheid data upload als je download.
If your computer does not have software installed for BitTorrent, visit the BitTorrent home page at http://www.bittorrent.com/download/ to download it. BitTorrent client software is available for Windows, Mac OS, Linux, and many other operating systems.
You do not need to find a special mirror for BitTorrent files. The BitTorrent protocol ensures that your computer participates in a nearby group. To download and use the Fedora BitTorrent files, visit http://torrent.fedoraproject.org/.

Minimale boot images

Minimale boot CD en USB flash pen images zijn niet beschikbaar via BitTorrent.

2.2. Welke architectuur heeft mijn computer

Releases are separated by architecture, or type of computer processor. Use the following table to determine the architecture of your computer according to the type of processor. Consult your manufacturer's documentation for details on your processor, if necessary.
Processor fabrikant en model Architectuur type voor Fedora
Intel (behalve Atom 230, Atom 330, Core 2 Duo, Centrino Core 2 Duo, en recente Xeon); AMD (behalve Athlon 64, Athlon x2, Sempron 64 en Opteron); VIA C3, C7 i386
Intel Atom 230, Atom 330, Core 2 Duo, Centrino Core 2 Duo, and Xeon; AMD Athlon64, Athlon x2, Sempron64, en Opteron; Apple MacBook, MacBook Pro, en MacBook Air x86_64
Apple Macintosh G3, G4, G5, Powerbook, en andere niet-Intel modellen ppc
Tabel 2.1. Processor en architectuur types

i386 werkt voor de meeste Windows compatibele computers

Als je er niet zeker van bent welke processor je computer heeft, kies dan i386.
The exception is if your computer is a non-Intel based Apple Macintosh. Refer to Tabel 2.1, “Processor en architectuur types” for more information.

Intel Atom processor architectuur varieert

The N and Z Series Atom processors are based on the i386 architecture. The 230 and 330 Series Atom processors are based on thex86_64 architecture. Refer to http://ark.intel.com/cpugroup.aspx?familyID=29035 for more details.

2.3. Welke bestanden moet ik downloaden?

Je hebt verschillende opties om Fedora te downloaden. Lees hieronder welke voor jou het beste is.
Each file available for download in a Fedora distribution includes the architecture type in the file name. For example, the file for the DVD distribution of Fedora 11 for x86_64 is named Fedora-11-x86_64-DVD.iso. Refer to Paragraaf 2.2, “Welke architectuur heeft mijn computer” if you are unsure of your computer's architecture.
  1. Volledige distributie op DVD
    Als je voldoende tijd en een snelle Internet verbinding hebt, en je wilt in staat zijn om een bredere keus van software te hebben, download dan de volledige DVD versie. Zodra je DVD gebrand hebt, is deze opstartbaar, en bevat een installatie programma, maar ook een mode om herstel werkzaamheden op je Fedora systeem te verrichten in een noodgeval. Je kunt de DVD direct van de spiegel downloaden, of BitTorrent gebruiken.
  2. Live image
    Als je Fedora wilt uitproberen voordat je het installeert op je computer, download dan de Live image versie. Als je computer opstarten van CD of USB ondersteunt, kun je het operating systeem opstarten zonder veranderingen op je harde schijf te maken. De Live image voorziet ook in een Installeer naar Harde Schijf optie op de desktop. Als je besluit dat het er niet gek uitziet, en je wilt het installeren, aktiveer dan eenvoudig die optie om Fedora naar je harde schijf te schrijven. Je kunt de Live image direct van een spiegel downloaden, of BitTorrent gebruiken.
  3. Minimale boot media
    Als je een snelle Internet verbinding hebt, maar je wilt niet de gehele distributie downloaden, kun je een kleine boot image downloaden. Fedora biedt images aan voor een minimale boot omgeving op CD. Als je je systeem opstart met de minimale media, kun je Fedora direct over het Internet installeren. Hoewel deze methode nog steeds verlangt dat je een behoorlijke hoeveelheid data via het Internet download, is het bijna altijd veel minder dan de afmetingen van de volledige distributie media. Als je klaar bent met installeren, kun je software toevoegen of verwijderen van je systeem zoals gewenst.

    Grootte van download bestanden

    Het installeren van de standaard software voor Fedora over het Internet kost meer tijd dan de Live image, maar minder dan de gehele DVD distributie. De aktuele resultaten hangen af van de software die je selecteert en de netwerk verkeers condities.
De volgende tabel legt uit waar de gewenste bestanden op een spiegel site te vinden zijn. Vervang arch met de architectuur van de te installeren computer.
Media type Bestand locaties
Volledige distributie op DVD fedora/linux/releases/11/Fedora/arch/iso/Fedora-11-arch-DVD.iso
Live image fedora/linux/releases/11/Live/arch/iso/Fedora-11-arch-Live.iso, fedora/linux/releases/11/Live/arch/iso/Fedora-11-KDE-arch-Live.iso
Minimale CD boot media fedora/linux/releases/11/Fedora/arch/os/images/boot.iso
Tabel 2.2. Bestanden opsporen

2.4. Hoe maak ik Fedora media?

Je kunt Fedora ISO bestanden omzetten naar CD of DVD schijven. Je kunt Fedora Live ISO bestanden omzetten naar opstartbare USB media maar ook naar CD of DVD.

2.4.1. CD of DVD schijven maken

To learn how to turn ISO images into CD or DVD media, refer to http://docs.fedoraproject.org/readme-burning-isos/.

2.4.2. USB media maken

Om opstartbare USB media te maken, gebruik je of een Fedora Live image bestand. Je kunt zowel een Windows als een Linux systeem gebruiken om opstartbare USB media te maken.

USB image schrijven is niet destructief

Een Live image naar het USB media schrijven is niet destructief. Alle bestaande data op de media zal niet beschadigd worden.
It is always a good idea to back up important data before performing sensitive disk operations.
Voordat je begint, moet je er zeker van zijn dat je voldoende vrije ruimte op je USB media beschikbaar hebt. Je hoeft je media niet te herpartitioneren of te herformateren. Het is altijd een goed idee om een backup te maken van belangrijke data voordat je gevoelige schijf bewerkingen uitvoert.

2.4.2.1. Het maken van een USB image onder Windows

  1. Download a Live ISO file as explained in Paragraaf 2.3, “Welke bestanden moet ik downloaden?”.
  2. Download the Windows liveusb-creator program at http://fedorahosted.org/liveusb-creator.
  3. Volg de aanwijzingen op die gegeven worde op de site en in het liveusb-creator programma om een opstartbare USB media te maken.

2.4.2.2. USB image maken in Linux

USB media heeft vaak de vorm van flash apparaten soms USB pen of USB stick genaamd, of als een extern aangesloten harde schijf. Bijna altijd is media van dit type geformateerd als een vfat bestandsysteem. Je kunt opstartbare USB media maken op media die geformateerd is als ext2, ext3, of vfat.

ext4 and Btrfs

De GRUB bootloader ondersteunt de ext4 of Btrfs bestandssystemen niet. Je kunt geen opstartbare USB media maken op media die geformateerd is als ext4 of Btrfs.

Ongebruikelijke USB media

In sommige gevallen met vreemd geformateerde of gepartitioneerde USB media, kan het schrijven van de image mislukken.
  1. Download a Live ISO file as shown in Paragraaf 2.3, “Welke bestanden moet ik downloaden?”.
  2. Installeer het livecd-tools pakket op je systeem. Voor Fedora systemen, gebruik je het volgende commando:
    su -c 'yum -y install livecd-tools'
    
  3. Plug je USB media in.
  4. Zoek de apparaat naam van je USB media op. Als de media een volume naam heeft, zoek je de naam in /dev/disk/by-label, of gebruik het commando findfs:
    su -c 'findfs LABEL="MyLabel"'
    
    Als de media geen volume naam heeft, of je weet deze niet, dan raadpleeg je de /var/log/messages log voor details:
    su -c 'less /var/log/messages'
    
  5. Gebruik het livecd-iso-to-disk commando om de ISO image naar de media te schrijven:
    su -c 'livecd-iso-to-disk the_image.iso /dev/sdX1'
    
    Vervang sdX1 met de apparaat naam voor de partitie op de USB media. De meeste flash pennen en externe harde schijven gebruiken slechts een partitie. Als je dit veranderd hebt of als je een vreemd gepartitioneerde media hebt, moet je misschien andere bronnen voor hulp raadplegen.

2.5. Wat te doen als ik Fedora niet kan downloaden?

If you do not have a fast Internet connection, or if you have a problem creating boot media, downloading may not be an option. Fedora DVD and CD distribution media is available from a number of online sources around the world at a minimal cost. Use your favorite Web search engine to locate a vendor, or refer to http://fedoraproject.org/wiki/Distribution.

2.6. Hoe start ik het installatie programma?

Volg deze procedure om het installatie programma op te starten van minimale boot media, een Live image, of de distributie DVD:
  1. Zet je computer systeem uit.
  2. Disconnect any external FireWire or USB disks that you do not need for installation. Refer to Paragraaf 7.18.1.3, “FireWire and USB schijven” for more information.
  3. Stop de media in je computer en schakel hem in.
You may need to press a specific key or combination of keys to boot from the media, or configure your system's Basic Input/Output System, or BIOS, to boot from the media. On most computers you must select the boot or BIOS option promptly after turning on the computer. Most Windows-compatible computer systems use a special key such as F1, F2, F12, or Del to start the BIOS configuration menu. On Apple computers, the C key boots the system from the DVD drive. On older Apple hardware you may need to press Cmd +Opt+Shift+Del to boot from DVD drive.

De BIOS configureren

Als je er niet zeker van bent welke mogelijkheden jouw computer heeft, of hoe de BIOS te configureren, raadpleeg dan de documentatie die door de fabrikant geleverd is. Gedetaileerde informatie over hardware specifikaties en configuraties is buiten het bestek van dit document.

Deel I. Voordat je begint

Hoofdstuk 3. Stappen om op gang te komen

3.1. Upgraden of installeren?

For information to help you determine whether to perform an upgrade or an installation refer to Hoofdstuk 18, Je huidige systeem upgraden.

3.2. Is je hardware compatibel?

Hardware compatibilteit is in het bijzonder belangrijk als je een ouder systeem hebt of een systeem dat je zelf gebouwd hebt. Fedora 11 moet compatibel zijn met de meeste hardware die de laatste twee jaar fabrieksmatig geproduceerd is. Hardware specificaties veranderen echter bijna dagelijks, dus het is moeilijk om te garanderen dat je hardware 100% compatibel is.
De meest recente lijst van ondersteunde hardware kan gevonden worden in de Vrijgave informatie van Fedora 11, beschikbaar op http://docs.fedoraproject.org/release-notes.

3.3. Heb je genoeg schijf ruimte?

Nearly every modern-day operating system (OS) uses disk partitions, and Fedora is no exception. When you install Fedora, you may have to work with disk partitions. If you have not worked with disk partitions before (or need a quick review of the basic concepts), refer to Bijlage A, Een inleiding voor schijf partities before proceeding.
De schijfruimte gebruikt door Fedora moet apart zijn van de schijfruimte die gebruikt wordt door andere OS'en die op je systeem geinstalleerd kunnen zijn, zoals Windows, OS/2, of zelfs een andere versie van Linux. Voor x86, AMD64, en Intel® 64 systemen, moeten ten minste twee partities (/ en swap) toegekend worden aan Fedora.
Voordat je met het installatie proces begint, moet je
  • genoeg niet-gepartitioneerde[1] schijfruimte hebben voor de installatie van Fedora, of
  • een of meer partities hebben die verwijderd kunnen worden, en op die manier voldoende ruimte vrij te maken om Fedora te installeren.
To gain a better sense of how much space you really need, refer to the recommended partitioning sizes discussed in Paragraaf 7.21.4, “Aanbevolen partitionerings schema”.
If you are not sure that you meet these conditions, or if you want to know how to create free disk space for your Fedora installation, refer to Bijlage A, Een inleiding voor schijf partities.

3.4. Kun je installeren met gebruik van de CD-ROM of DVD?

Er zijn verschillende methodes die gebruikt kunnen worden om Fedora te installeren.
Installeren van een CD-ROM of DVD vereist dat je een Fedora 11 CD-ROM of DVD hebt, en dat je een DVD/CD-ROM station hebt op je systeem waarvan je kunt opstarten.
Your BIOS may need to be changed to allow booting from your DVD/CD-ROM drive. For more information about changing your BIOS, refer to Paragraaf 7.3.1, “Het opstarten van het installatie programma op x86, AMD64, en Intel® 64 systemen”.

3.4.1. Alternatieve opstart methodes

Opstart DVD/CD-ROM
If you can boot using the DVD/CD-ROM drive, you can create your own CD-ROM to boot the installation program. This may be useful, for example, if you are performing an installation over a network or from a hard drive. Refer to Paragraaf 3.4.2, “Maken van een installatie opstart CD-ROM” for further instructions.
USB pen drive
Als je niet kunt opstarten van een DVD/CD-ROM, maar je kunt opstarten van een USB apparaat, zoals een USB pen, is de volgende alternatieve opstart methode beschikbaar:
Om op te starten met een USB pen, gebruik je het dd commando om het diskboot.img image bestand van de /images/ map op de DVD of CD-ROM #1 te copieeren. Bijvoorbeeld:
dd if=diskboot.img of=/dev/sda
Je BIOS moet opstarten van een USB apparaat ondersteunen om deze opstart methode te laten werken.

3.4.2. Maken van een installatie opstart CD-ROM

De images/ map op de installatie DVD bevat het boot.iso bestand. Dit bestand is een image van een schijf die je op een CD kunt branden en gebruiken om het installatie programma op te starten. Om deze opstart CD te gebruiken, moet je computer in staat zijn om van zijn CD-ROM station op te starten, en de BIOS instellingen moeten ingesteld zijn om dit te doen.

Kies een optie om een CD te branden van een image

When you burn the boot.iso image, make sure that you select the option to burn an image file to disc in your CD burning software. The exact wording of this option varies, depending on the software that you use, but should contain the word "image". Note that not all CD burning software includes this option. In particular, the CD burning software built into Microsoft Windows XP and Windows Vista does not offer this capability. There are many programs available that add this capability to Windows operating systems; Infrarecorder is a free and open-source example available from http://www.infrarecorder.org/.

3.5. Voorbereiden voor een netwerk installatie

Note

Make sure an installation CD (or any other type of CD) is not in your system's CD/DVD drive if you are performing a network-based installation. Having a CD in the drive may cause unexpected errors.
De Fedora installatie media moet beschikbaar zijn voor of een netwerk installatie (met NFS, FTP, of HTTP), of een installatie met locale opslag. Gebruik de volgende stappen als je een NFS, FTP, of HTTP installatie gaat uitvoeren.
De NFS, FTP, of HTTP server die gebruikt wordt voor de installatie over het netwerk moet een aparte machine zijn die de complete inhoud van de installatie DVD of de installatie CD-ROM's kan leveren.

Note

Het Fedora installatie programma heeft de mogelijkheid om de integriteit van de installatie media te testen. Dit werkt met de CD/DVD, harde schijf ISO, en NFS ISO installatie methodes. We bevelen aan dat je alle installatie media test voordat je met het installatie proces begint, en voordat je problemen met de installatie aanmeldt (veel van de aangemelde installatie problemen worden vaak veroorzaakt door foutief gebrande CD's). Om deze test te gebruiken, type je het volgende coomando in op de boot: prompt:
linux mediacheck

Note

In de volgende voorbeelden zal de map op de installatie server die de installatie bestanden zal bevatten gespecificeerd zijn als /locatie/van/schijf/ruimte. De map die publiek beschikbaar wordt gemaakt met FTP, NFS, of HTTP zal worden gespecificeerd als /publiek/beschikbare/map. Bijvoorbeeld, /locatie/van/schijf/ruimte kan een map zijn die je aangemaakt hebt met de naam /var/isos. /publiek/beschikbare/map kan zijn /var/www/html/f11, voor een HTTP installatie.
Om de bestanden van de installatie DVD of CD-ROM's naar een Linux machine te copieeren die dient als een installatie server, voer je de volgende stappen uit:
  • Maak een ISO image van de installatie schijf/schijven met het volgende commando (voor DVD's):
    dd if=/dev/dvd of=/location/of/disk/space/f11.iso
    waarin dvd refereert naar je DVD station.
    Voor instructies over het voorbereiden van een netwerk installatie met behulp van CD-ROM's, refereer je naar de instructies in het README-en bestand op schijf #1.

3.5.1. Voorbereiden voor FTP en HTTP installatie

Copieer de bestanden van de ISO image van de installatie DVD of de ISO images van de installatie CD's naar een map die gedeeld wordt met FTP of HTTP.
Overtuig je er vervolgens van dat de map gedeeld wordt met FTP of HTTP, en test de toegang voor de client. Je kunt testen om te zien of de map bereikbaar is vanaf de server zelf, en daarna vanaf een andere machine op hetzelfde sub-netwerk waarin je gaat installeren.

3.5.2. Voorbereiden voor een NFS installatie

Voor een NFS installatie is het niet nodig om de ISO image aan te koppelen. Het is voldoende om de ISO image zelf beschikbaar te maken met NFS. Je kunt dit doen door de ISO image(s) te verplaatsen naar de NFS geexporteerde map:
  • Voor DVD:
    mv /location/of/disk/space/f11.iso /publicly/available/directory/
  • Voor CD-ROM's:
    mv /location/of/disk/space/f11-disk*.iso /publicly/available/directory/
Verzeker je ervan dat de /publiek/beschikbare/map map is geexporteerd met NFS met een regel in /etc/exports.
Om naar een specifiek systeem te exporteren:
/publicly/available/directory client.ip.address(ro,no_root_squash)
Om naar alle systemen te exporteren gebruik je een regel zoals:
/publicly/available/directory *(ro,no_root_squash)
Start de NFS daemon (op een Fedora systeem gebruik je /sbin/service nfs start). Als NFS al draait, herlaad je het configuratie bestand (gebruik op een Fedora systeem /sbin/service nfs reload).

3.6. Voorbereiden voor een harde schijf installatie

Harde schijf installaties vereisen het gebruik van de ISO (of DVD/CD-ROM) images. Een ISO image is een bestand dat een exacte copie is van een DVD/CD-ROM image. Na het plaatsen van de vereist ISO images (de binaire Fedora DVD/CD-ROM's) in een map, kies je de installatie van een harde schijf. Je kunt daarna het installatie programma verwijzen naar die map om de installatie uit te voeren.
Om je systeem voor te bereiden op een harde schijf installatie, moet je het systeem instellen met een van de volgende manieren:
  • Met gebruik van een set CD-ROM's, of een DVD — Maak ISO image bestanden van elke installatie CD-ROM, of van de DVD. Voor iedere CD-ROM (eenmaal voor de DVD), voer je het volgende commando uit op een Linux systeem:
    dd if=/dev/cdrom of=/tmp/file-name.iso
    
  • Met gebruik van ISO images — verplaats deze images naar het te installeren systeem.
    Her verifieren dat de ISO images intact zijn voordat je een installatie begint, helpt om problemen te vermijden. Om te verifieren dat de ISO images intact zijn voor het uitvoeren van een installatie, gebruik je een md5sum programma (vele md5sum programma's zijn beschikbaar voor verscheidene operating systemen). Een md5sum programma moet beschikbaar zijn op dezelfde machine als de ISO images.

Note

Het Fedora installatie programma heeft de mogelijkheid om de integriteit van de installatie media te testen. Dit werkt met de CD/DVD, harde schijf ISO, en NFS ISO installatie methodes. We bevelen aan dat je alle installatie media test voordat je met het installatie proces begint, en voordat je problemen met de installatie aanmeldt (veel van de aangemelde installatie problemen worden vaak veroorzaakt door foutief gebrande CD's). Om deze test te gebruiken, type je het volgende coomando in op de boot: prompt:
linux mediacheck
Als bovendien een bestand met de naam updates.img bestaat op de locatie waarvan je installeert, wordt het gebruikt voor vernieuwingen voor anaconda, het installatie programma. Refereer naar het bestand install-methods.txt in het anaconda RPM pakket voor gedetaileerde informatie over de verschillende manieren om Fedora te installeren, en ook hoe installatie programma vernieuwingen toegepast kunnen worden.


[1] Niet gepartitioneerde schijfruimte betekent dat de beschikbare ruimte op de harde schijf/schijven waarop je gaat installeren nog niet in secties verdeeld is voor data. Als je een schijf partitioneert, gedraagt iedere partitie zich als een aparte harde schijf.

Hoofdstuk 4. Systeem specificatie lijst

The installation program automatically detects and installs your computer's hardware. Although you should make sure that your hardware meets the minimum requirements to install Fedora (refer to Paragraaf 3.2, “Is je hardware compatibel?”) you do not usually need to supply the installation program with any specific details about your system.
Als je echter bepaalde installatie types gaat uitvoeren, kunnen sommige specifieke details handig zijn en soms zelfs essentieel.
  • Als je van plan bent om een aangepaste partitie indeling te maken, noteer dan:
    • Het model nummer, grootte, type, en interface van de harde schijven die aangesloten zijn in het systeem. Bijvoorbeeld, Seagate ST3320613AS 320 GB op SATA0, Western Digital WD7500AAKS 750 GB op SATA1. Dit staat je toe om specifieke harde schijven tijdens het installatie proces te herkennen.
  • Als je Fedora installeert als extra operating systeem op een bestaand systeem, noteer dan:
    • De aankoppelpunten van de bestaande partities op het systeem. Bijvoorbeeld, /boot op sda1, / op sda2, en /home op sdb1. Dit staat je toe om specifieke partities tijdens het partitionerings proces te herkennen.
  • Als je van plan bent om te installeren van een image op een locale harde schijf:
  • Als je van plan bent om te installeren van een netwerk locatie, of installeren op een iSCSI doel:
    • De fabrikant en modelnummers van de netwerk adapters in je systeem. Bijvoorbeeld, Netgear GA311. Dit staat je toe om de adapters te identificeren als je het netwerk handmatig configureert.
    • IP, DHCP, en BOOTP adressen
    • Netmasker
    • Gateway IP adres
    • Een of meer IP adressen van naamservers (DNS)
    Als een van deze netwerk vereisten of termen onbekend voor je zijn, neem dan contact op met je netwerkbeheerder voor hulp.
  • Als je van plan bent om te installeren van een netwerk locatie:
  • Als je van plan bent te installeren op een iSCSI doel:
  • Als je computer onderdeel is van een domein:
    • Je moet nagaan of de domein naam geleverd gaat worden door de DHCP server. Als dat niet zo is, moet je de domein naam handmatig opgeven tijdens de installatie.

Hoofdstuk 5. Driver media voor Intel® en AMD systemen

5.1. Waarom heb ik driver media nodig?

Terwijl het Fedora installatie programma geladen wordt, kan een scherm verschijnen die je vraagt om de driver media. Het driver media scherm wordt het vaakst gezien in de volgende scenario's:
  • Er is geen driver beschikbaar voor een stuk hardware dat nodig is om de installatie voort te zetten.
  • Als je het installatie programma draait door het intypen van linux dd op de installatie boot prompt.

5.2. Wat is driver media eigenlijk?

Driver media kan ondersteuning toevoegen voor hardware dat misschien niet ondersteund wordt door het installatie programma. Driver media kan een driver diskette zijn, of een image gemaakt door Red Hat, of een diskette of CD-ROM gemaakt door jezelf van driver images die op het Internet gevonden zijn, of het kan een diskette of CD-ROM zijn die de hardware leverancier meelevert met de hardware.
Driver media wordt gebruikt als je toegang nodig hebt tot een specifiek apparaat om Fedora te installeren. Drivers kunnen nodig zijn voor niet-standaard, erg nieuwe, of ongebruikelijke apparaten.

Note

Als het niet ondersteunde apparaat niet nodig is voor de installatie van Fedora op je systeem, ga dan verder met de installatie en voeg ondersteuning voor het nieuwe apparaat toe als de installatie klaar is.

5.3. Hoe krijg ik driver media?

Driver images may be available from a hardware or software vendor's website. If you suspect that your system may require one of these drivers, you should create a driver diskette or CD-ROM before beginning your Fedora installation.

Note

Het is ook mogelijk om een driver image te gebruiken via een netwerk bestand. In plaats van het linux dd boot commando te gebruiken, gebruik je nu het linux dd=url commando, waar url wordt vervangen door een HTTP, FTP of NFS adres van de te gebruiken driver image.

5.3.1. Maak een driver diskette van een image bestand

Om een driver diskette te maken van driver diskette image met Linux:
  1. Stop een onbeschreven, geformateerde diskette in het eerste diskette station.
  2. Vanuit dezelfde map die de driver diskette image bevat, zoals drvnet.img, type je dd if=drvnet.imgof=/dev/fd0 als root.

Note

Het installatie programma ondersteunt het gebruik van een extern flash apparaat als een manier om driver images tijdens het installatie proces toe te voegen. De beste manier om dit te doen is het aankoppelen van het flash apparaat en de gewenste driverdisk.img naar het flash apparaat te copieren. Bijvoorbeeld:
dd if=driverdisk.img of=/dev/sda
Je wordt dan tijdens de installatie gevraagd om een partitie te kiezen en het te gebruiken bestand op te geven.

5.4. Gebruik van een driver image gedurende de installatie

Als je een driver image moet gebruiken, zoals gedurende een PCMCIA apparaat of NFS installatie, vraagt het installatie programma je om de driver aan te bieden (als een diskette, CD-ROM, of een bestandsnaam) als het nodig is.
For example, to specifically load a driver diskette that you have created, begin the installation process by booting from the Fedora DVD (or using boot media you have created). For x86-based systems, at the boot: prompt, enter linux dd if using an x86 or x86-64 system. Refer to Paragraaf 7.3.1, “Het opstarten van het installatie programma op x86, AMD64, en Intel® 64 systemen” for details on booting the installation program.
Het installatie programma vraagt je om de driver diskette in te voeren. Zodra de driver diskette gelezen is door het installatie programma, kan het die drivers gebruiken voor hardware die het later in het installatie proces ontdekt in jouw systeem.

Deel II. Het installatie proces

Dit gedeelte van de Fedora installatie gids geeft details over het installatie proces zelf, vanaf verschillende manieren voor het opstarten van de installer tot en met het punt waar de computer opnieuw opgestart moet worden om de installatie af te maken. Dit deel van de gids bevat ook een hoofdstuk over het oplossen van problemen met het installatie proces.

Inhoudsopgave

6. Beginnen met de installatie
6.1. Het boot menu
6.2. Installeren van een andere bron
6.3. Media verifieren
6.3.1. Verifieren van de Live CD
6.3.2. Verifieren van de DVD
6.4. Opstarten van een netwerk met gebruik van PXE
6.5. Grafische en tekst interfaces
7. Installeren op Intel® en AMD systemen
7.1. De grafische installatie programma gebruikers interface
7.1.1. Een notitie over virtuele consoles
7.2. De tekst mode installatie programma gebruikers interface
7.2.1. Gebruik het toetsenbord om te navigeren
7.3. Starten van het installatie programma
7.3.1. Het opstarten van het installatie programma op x86, AMD64, en Intel® 64 systemen
7.3.2. Extra opstart opties
7.4. Selecteren van een installatie methode
7.5. Installeren van DVD/CD-ROM
7.5.1. Wat te doen als de IDE CD-ROM niet werd gevonden?
7.6. Installeren van een harde schijf
7.7. Een netwerk installatie uitvoeren
7.8. Installeren met NFS
7.9. Installeren met FTP of HTTP
7.10. Welkom bij Fedora
7.11. Language Selection
7.12. Keyboard Configuration
7.13. Initialiseren van de harde schijf
7.14. Een bestaande installatie upgraden
7.14.1. Upgrade aanvraag
7.14.2. Upgraden met behulp van het installatie programma
7.14.3. Bootloader configuratie upgraden
7.15. Netwerk Configuratie
7.15.1. Handmatige configuratie
7.16. Selecteren van de tijdzone
7.17. Instellen van het root wachtwoord
7.18. Disk Partitioning Setup
7.18.1. RAID en andere schijf apparaten
7.19. Advanced Storage Options
7.20. Create Default Layout
7.21. Je systeem partitioneren
7.21.1. Grafische scherm van harde schijf/schijven
7.21.2. Het partitionerings scherm
7.21.3. Partitie velden
7.21.4. Aanbevolen partitionerings schema
7.21.5. Partities toevoegen
7.21.6. Bewerken van partities
7.21.7. Een partitie verwijderen
7.22. x86, AMD64, en Intel® 64 Boot loader configuratie
7.22.1. Geavanceerde bootloader instellingen
7.22.2. Reddings Mode
7.22.3. Alternative bootloaders
7.23. Package Group Selection
7.23.1. Installeren van extra repositories
7.23.2. Software selectie aanpassen
7.24. Voorbereiden om te installeren
7.24.1. Voorbereiden voor het installeren
7.25. Pakketten installeren
7.26. Installatie compleet
8. Installatie foutzoeken op een Intel® of AMD systeem
8.1. Je bent niet in staat om Fedora op te starten
8.1.1. Kun je niet opstarten met je RAID kaart?
8.1.2. Laat je systeem signaal 11 fouten zien?
8.2. Problemen met het beginnen van de installatie
8.2.1. Problemen met opstarten in de grafische installatie
8.3. Problemen tijdens de installatie
8.3.1. No devices found to install Fedora fout boodschap
8.3.2. Opslaan van traceback boodschappen zonder verwijderbare media
8.3.3. Problemen met partitie tabellen
8.3.4. Overblijvende ruime gebruiken
8.3.5. Andere partitionerings problemen
8.3.6. Zie je Python fouten?
8.4. Problemen na installatie
8.4.1. Problemen met het grafische GRUB scherm op een x86 gebaseerd system?
8.4.2. Opstarten in een grafische omgeving
8.4.3. Problemen met het X windows systeem (GUI)
8.4.4. Problemen met de X server die crasht en niet-root gebruikers
8.4.5. Problemen als je probeert in te loggen
8.4.6. Wordt je RAM niet herkend?
8.4.7. Je printer werk niet
8.4.8. Problemen met geluidsconfiguratie
8.4.9. Apache-gebaseerde httpd voorziening/Sendmail hangt tijdens het opstarten

Hoofdstuk 6. Beginnen met de installatie

De installatie stoppen

Om de installatie af te breken druk je op Ctrl +Alt+Del of sluit je computer af met de voedingsschakelaar. Je kunt de installatie zonder gevolgen afbreken op elk moment voordat je Veranderingen naar schijf schrijven op het Schrijven van partitionering naar schijf scherm selecteert. Fedora brengt voor dit tijdstip geen permanente veranderingen aan. Let op dat het stoppen van de installatie na het begin van de partitionering je computer onbruikbaar kan maken.

6.1. Het boot menu

De boot media laat een grafisch boot menu met verscheidene opties zien. Als binnen 60 seconden geen toets wordt ingedrukt, start de standaard boot optie op. Om de standaard te kiezen wacht je tot die tijd verstreken is of je drukt op de Enter toets op het toetsenbord. Om een andere dan de standaard optie te kiezen, gebruik je de pijl toetsen op je toetsenbord, en druk op Enter als de juiste optie geselecteerd is. Als je de boot opties wilt aanpassen voor een specifieke optie, druk je op de Tab toets.

Boot opties gebruiken

For a listing and explanation of common boot options, refer to Hoofdstuk 9, Opstart opties.
Bij het gebruik van Fedora Live media brengt het duwen op een willekeurige toets tijdens het aftellen van het opstarten het Boot Options menu op. De boot opties zijn:
  • Boot
    Deze option is de standaard. Als je deze optie kiest, worden alleen de kernel en de opstart programma's in het geheugen geladen. Deze optie gebruikt minder tijd om te laden. Als je programma's gebruikt dan worden ze van de schijf geladen, wat meer tijd kost. Deze optie kan gebruikt worden op machines met weinig totaal geheugen.
  • Verify and Boot
    This option lets you verify the disc before you run the Live CD environment. Refer to Paragraaf 6.3, “Media verifieren” for more information on the verification process.
  • Memory Test
    This option runs an exhaustive test on the memory on your system. For more information, refer to Paragraaf 9.6.1, “Laden van de geheugen (RAM) test mode”.
  • Boot from local drive
    Deze optie start het systeem op van de eerste geinstalleerde schijf. Als je deze schijf per ongeluk hebt opgestart, gebruik je deze optie om rechtstreeks van de harde schijf op te starten zonder dat de installer opgestart wordt.
Als je opstart van de DVD, rescue CD, of minimale boot media, dan zijn de boot menu opties:
  • Install or upgrade an existing system
    Deze optie is de standaard. Kies deze optie om Fedora op je computer te installeren met gebruik van een grafisch installatie programma.
  • Install system with basic video driver
    Deze optie staat je toe om Fedora in de grafische mode te installeren zelfs als het installatie programma niet in staat is de juiste driver voor je video kaart te laden. Als je scherm vervormt lijkt of zwart blijft als je de Install or upgrade an existing system optie gebruikt, kun je je computer opnieuw starten en in plaats daarvan deze optie proberen.
  • Rescue installed system
    Kies deze optie om een probleem met je geinstalleerde Fedora systeem te verhelpen dat je tegenhoudt om normaal op te starten. Hoewel Fedora een heel stabiel computer systeem is, is het toch mogelijk dat een probleem ontstaat waardoor je niet kunt opstarten. De reddings omgeving bevat programma's waarmee je een groot aantal van deze problemen kunt oplossen.
  • Boot from local drive
    (zoals voor Live CD)
  • Memory Test
    (zoals voor Live CD)

6.2. Installeren van een andere bron

Alle boot media behalve de distributie DVD geeft je een menu dat je toestaat om de installatie bron te kiezen, zoals het netwerk of een harde schijf. Als je opstart van een installatie DVD en je wilt niet installeren van die DVD, tik dan op de Tab toets in het boot menu. Voeg een spatie toe en de optie askmethod op het einde van de regel die verschijnt onder het menu.
Je kunt Fedora installeren van ISO images opgeslagen op de harde schijf, of van een netwerk met behulp van NFS, FTP of HTTP. Ervaren gebruikers gebruiken vaak een van deze methodes omdat het vaak sneller is om data van een harde schijf of netwerk server te lezen dan van een CD of DVD.
De volgende tabel geeft een overzicht van de verschillende opstart methodes en de aanbevolen installatie methode hierbij te gebruiken:
Opstart methode Installation method
DVD DVD, netwerk of harde schijf
Minimale boot CD of USB, reddings CD Netwerk of harde schijf
Live CD of USB Naar harde schijf installeren toepassing
Tabel 6.1. Opstart methodes en installatie methodes

Paragraaf 7.4, “Selecteren van een installatie methode” contains detailed information about installing from alternate locations.

6.3. Media verifieren

De distributie DVD media en de Live CD media geven een optie om de integriteit van de media te verifieren. Met het maken van CD of DVD media met thuis computers treden soms schrijffouten op. Een fout in de data voor een pakket dat gekozen is om te installeren kan de installatie laten afbreken. Om de kans te verkleinen dat datafouten de installatie beinvloeden, moet je de media verifieren voordat je gaat installeren.

6.3.1. Verifieren van de Live CD

Als je opstart van de Live CD, kies je Verify and Boot van het boot menu. Het verificatie proces draait automatisch tijdens het opstart proces, en als het succesvol is, gaat de Live CD verder met laden. Als de verificatie niet slaagt, moet je een nieuwe Live CD maken van de ISO image die je eerder hebt gedownload.

6.3.2. Verifieren van de DVD

Als je opstart van de Fedora distributie DVD, verschijnt de optie om de media te verifieren nadat je hebt gekozen voor het installeren van Fedora. Als het verificatie proes lukt, dan vervolgt het installatie. Als het proces niet lukt, dan moet je een nieuwe DVD maken van de ISO image die je eerder hebt opgehaald.

6.4. Opstarten van een netwerk met gebruik van PXE

To boot with PXE, you need a properly configured server, and a network interface in your computer that supports PXE. For information on how to configure a PXE server, refer to Hoofdstuk 11, Het Opzetten van een installatie server.
Configureer de computer om op te starten van het netwerk interface. Deze optie is in de BIOS, en kan aangegeven zijn met Network Boot or Boot Services. Als je opstarten met PXE juist geconfigureerd hebt, kan de computer het Fedora installatie systeem opstarten zonder andere media te gebruiken.
Om een computer van een PXE server op te starten:
  1. Verzeker je ervan dat de netwerk kabel bevestigd is. Het link indicatie lampje op de netwerk connector moet aan zijn, zelfs als de computer uit staat.
  2. Schakel de computer in.
  3. Een menu scherm verschijnt. Druk op de nummer toets die overeenkomt met de gewenste optie.

PXE problemen oplossen

Als je PC niet opstart van de netboot server, verzeker je ervan dat de BIOS is geconfigureerd om als eerste van het juiste netwerk interface op te starten. Sommige BIOS systemen specificeren het netwerk interface als een mogelijk boot apparaat, maar ondersteunen de PXE standaard niet. Refereer naar je hardware documentatie voor meer informatie.

Meerdere NIC's en PXE installatie

sommige servers met meerdere netwerk interfaces zullen eth0 misschien niet toekennen aan de eerste interface kaart zoals gezien door de BIOS, wat kan veroorzaken dat de installer een ander netwerk interface gebruikt dan die gebruikt door PXE. Om dit gedrag te veranderen, gebruik je het volgende in de pxelinux.cfg/* configuratie bestanden:
IPAPPEND 2
APPEND ksdevice=bootif
De bovenstaande configuratie opties laat de installer hetzelfde netwerk interface gebruiken als de BIOS en PXE. Je kunt ook de volgendie optie gebruiken:
ksdevice=link
Deze optie laat de installer het eerste netwerk device gebruiken die het vindt en aangesloten is aan een netwerk switch.

6.5. Grafische en tekst interfaces

Fedora 11 ondersteunt grafische en tekst-gebaseerde installaties. Echter, de installer image moet, of in het RAM geheugen passen, of aanwezig zijn in lokaal geheugen zoals de installatie DVD of Live media. Daarom kunnen alleen systemen met meer dan 192 MB RAM of systemen die opstarten van de istallatie DVD of Live Media die grafische installer gebruiken. Systemen met 192 MB of minder zullen automatisch de tekst-gebaseerde installer gebruiken. Merk op dat je een minimum van 64 MB RAM nodig hebt om verder te gaan in de tekst mode. Als er zelf voor kiest om de tekst-gebaseerde installer te gebruiken, type je linux text op de boot: prompt.
Als zich een van de volgende situaties voordoet, gebruikt het installatie programma een tekst mode:
  • Het installatie systeem slaagt er niet in om de display hardware op je computer te herkennen
  • Je computer heeft minder dan 192 MB RAM
  • Je koos de tekst mode installatie van het opstart menu
De tekst schermen bieden de meeste functies aan van de standaard schermen, hoewel het partitioneren van de schijven vereenvoudigd is, en de bootloader configuratie en pakket selectie in de tekst mode automatisch afgehandeld worden. Als je er voor kiest om Fedora in de tekst mode te installeren, kun je nog steeds je systeem configureren om na de installatie een grafische interface te gebruiken.

Grafische interface gebruik

Installing in text mode does not prevent you from using a graphical interface on your system once it is installed. If you have trouble configuring your system for graphical interface use, consult other sources for troubleshooting help as shown in Paragraaf 1.2, “Extra hulp krijgen”.

Installatie vereist ten minste 64 MB RAM

Als je systeem minder dan 64 MB RAM heeft, zal de installatie stoppen.

Hoofdstuk 7. Installeren op Intel® en AMD systemen

7.1. De grafische installatie programma gebruikers interface
7.1.1. Een notitie over virtuele consoles
7.2. De tekst mode installatie programma gebruikers interface
7.2.1. Gebruik het toetsenbord om te navigeren
7.3. Starten van het installatie programma
7.3.1. Het opstarten van het installatie programma op x86, AMD64, en Intel® 64 systemen
7.3.2. Extra opstart opties
7.4. Selecteren van een installatie methode
7.5. Installeren van DVD/CD-ROM
7.5.1. Wat te doen als de IDE CD-ROM niet werd gevonden?
7.6. Installeren van een harde schijf
7.7. Een netwerk installatie uitvoeren
7.8. Installeren met NFS
7.9. Installeren met FTP of HTTP
7.10. Welkom bij Fedora
7.11. Language Selection
7.12. Keyboard Configuration
7.13. Initialiseren van de harde schijf
7.14. Een bestaande installatie upgraden
7.14.1. Upgrade aanvraag
7.14.2. Upgraden met behulp van het installatie programma
7.14.3. Bootloader configuratie upgraden
7.15. Netwerk Configuratie
7.15.1. Handmatige configuratie
7.16. Selecteren van de tijdzone
7.17. Instellen van het root wachtwoord
7.18. Disk Partitioning Setup
7.18.1. RAID en andere schijf apparaten
7.19. Advanced Storage Options
7.20. Create Default Layout
7.21. Je systeem partitioneren
7.21.1. Grafische scherm van harde schijf/schijven
7.21.2. Het partitionerings scherm
7.21.3. Partitie velden
7.21.4. Aanbevolen partitionerings schema
7.21.5. Partities toevoegen
7.21.6. Bewerken van partities
7.21.7. Een partitie verwijderen
7.22. x86, AMD64, en Intel® 64 Boot loader configuratie
7.22.1. Geavanceerde bootloader instellingen
7.22.2. Reddings Mode
7.22.3. Alternative bootloaders
7.23. Package Group Selection
7.23.1. Installeren van extra repositories
7.23.2. Software selectie aanpassen
7.24. Voorbereiden om te installeren
7.24.1. Voorbereiden voor het installeren
7.25. Pakketten installeren
7.26. Installatie compleet
This chapter explains how to perform a Fedora installation from the DVD/CD-ROM, using the graphical, mouse-based installation program. The following topics are discussed:
  • Becoming familiar with the installation program's user interface
  • Het installatie programma starten
  • Het kiezen van een installatie methode
  • Configuratie stappen tijdens de installatie (taal, toetsenbord, muis, partitioneren, enz.)
  • De installate beeindigen

7.1. De grafische installatie programma gebruikers interface

If you have used a graphical user interface (GUI) before, you are already familiar with this process; use your mouse to navigate the screens, click buttons, or enter text fields.
You can also navigate through the installation using the keyboard. The Tab key allows you to move around the screen, the Up and Down arrow keys to scroll through lists, + and - keys expand and collapse lists, while Space and Enter selects or removes from selection a highlighted item. You can also use the Alt+X key command combination as a way of clicking on buttons or making other screen selections, where X is replaced with any underlined letter appearing within that screen.

Note

If you are using an x86, AMD64, or Intel® 64 system, and you do not wish to use the GUI installation program, the text mode installation program is also available. To start the text mode installation program, press the Esc key while the Fedora boot menu is displayed, then use the following command at the boot: prompt:
linux text
Refer to Paragraaf 6.1, “Het boot menu” for a description of the Fedora boot menu and to Paragraaf 7.2, “De tekst mode installatie programma gebruikers interface” for a brief overview of text mode installation instructions.
It is highly recommended that installs be performed using the GUI installation program. The GUI installation program offers the full functionality of the Fedora installation program, including LVM configuration which is not available during a text mode installation.
Users who must use the text mode installation program can follow the GUI installation instructions and obtain all needed information.

7.1.1. Een notitie over virtuele consoles

Het Fedora installatie programma biedt meer dan de dialoog vakken van het installatie proces. Verscheidene soorten diagnostische boodschapen zijn beschikbaar voor jou, en ook een manier om commando's op een shell prompt in te typen. Het installatie programma laat deze boodschappen zien op vijf virtuele consoles, waartussen je kunt omschakelen met een enkele toetsaanslag.
Een viruele console is een shell prompt in een niet-grafische omgeving, te bereiken vanaf de fysieke machine, niet op afstand. Meerdere virtule consoles kunnen tegelijkertijd benaderd worden.
These virtual consoles can be helpful if you encounter a problem while installing Fedora. Messages displayed on the installation or system consoles can help pinpoint a problem. Refer to Tabel 7.1, “Console, toetsaanslagen, en inhoud” for a listing of the virtual consoles, keystrokes used to switch to them, and their contents.
In het algemeen is er geen reden om de standaard console (virtuele console #6) voor grafische installatie te verlaten behalve als je probeert installatie problemen te onderzoeken.
console toetsaanslagen inhoud
1 ctrl+alt+f1 installatie dialoog
2 ctrl+alt+f2 shell prompt
3 ctrl+alt+f3 installeer log (berichten van het installatie programma)
4 ctrl+alt+f4 systeem gerelateerde berichten
5 ctrl+alt+f5 andere berichten
6 ctrl+alt+f6 grafisch scherm
Tabel 7.1. Console, toetsaanslagen, en inhoud

7.2. De tekst mode installatie programma gebruikers interface

Opmerking

Graphical installation remains the recommended method for installing Fedora. If you are installing Fedora on a system that lacks a graphical display, consider performing the installation over a VNC connection – see Hoofdstuk 12, Installeren via VNC.
If your system has a graphical display, but graphical installation fails, try booting with the xdriver=vesa option – see Hoofdstuk 9, Opstart opties
The Fedora text mode installation program uses a screen-based interface that includes most of the on-screen widgets commonly found on graphical user interfaces. Figuur 7.1, “Installation Program Widgets as seen in Boot Loader Configuration, and Figuur 7.2, “Installation Program Widgets as seen in the partitioning screen”, illustrate the screens that appear during the installation process.
De cursor wordt gebruikt om een bepaald widget te selecteren (en er interactie mee te hebben). Als de cursor verplaatst wordt van widget naar widget, kan de widget van kleur veranderen, of de cursor zelf kan alleen verschijnen gepositioneerd in of naast de widget.

Note

While text mode installations are not explicitly documented, those using the text mode installation program can easily follow the GUI installation instructions. However, because text mode presents you with a simpler, more streamlined insatallation process, certain options that are available in graphical mode are not also available in text mode. These differences are noted in the description of the installation process in this guide, and include:
  • customizing the partition layout.
  • customizing the bootloader configuration.
  • selecting packages during installation.
Note also that manipulation of LVM (Logical Volume Management) disk volumes is only possible in graphical mode. In text mode it is only possible to view and accept the default LVM setup.

Note

Niet elke taal die ondersteund wordt in de grafische installatie mode is ook ondersteund in de tekst mode. In het bijzonder zullen talen die met een andere karakterset anders dan het latijnse of cyrillische alfabet niet beschikbaar zijn in de tekst mode. Als je een taal kiest die geschreven wordt met een karakterset die niet ondersteund wordt in de tekst mode, zal het installatie programma je de engelse versies van de schermen tonen.
Installation Program Widgets as seen in Boot Loader Configuration
Installation Program Widgets as seen in Boot Loader Configuration
Figuur 7.1. Installation Program Widgets as seen in Boot Loader Configuration

Verklaring van de tekens
  1. Venster — Vensters (ook wel naar gerefereerd in deze gids als dialogen) verschijnen op je scherm gedurende het gehele installatie proces. Soms kan een venster een ander overlappen, in die situatie kun je alleen interactief zijn met het bovenste venster. Als je klaar bent met dat venster, verdwijnt het en kun je verder gaan met het onderliggende venster.
  2. Vak — Vakken staan je toe om een eigenschap aan of uit te zetten. Het vakje laat of een asterix zien (geselecteerd) of is leeg (ongeselecteerd). Als de cursor in een vakje is, druk je op Spatie om een eigenschap aan of uit te zetten.
  3. Tekst invoer — Tekst invoer regels zijn gebieden waar je informatie kan intypen die nodig is voor het installatie programma. Als de cursor op een tekst invoer regel is, kun je informatie op die regel intypen of veranderen.
Installation Program Widgets as seen in the partitioning screen
Installation Program Widgets as seen in the partitioning screen
Figuur 7.2. Installation Program Widgets as seen in the partitioning screen

Verklaring van de tekens
  1. Tekst veld — Tekstvelden zijn gebieden van het scherm voor het tonen van tekst. Soms kunnen tekst velden ook andere widgets bevatten, zoals afvinkvakjes. Als een tekst veld meer informatie bevat dan wat past in de gereserveerde ruimte, verschijnt een schuifbalk; als je de cursor in het tekst veld plaatst, kun je de Up en Down pijltjes toetsen gebruiken om door alle beschikbare informatie heen te schuiven. Je huidige positie wordt op de schuifbalk getoond door een # karakter, welke op en neer in de schuifbalk beweegt als je schuift.
  2. Scroll Bar — Scroll bars appear on the side or bottom of a window to control which part of a list or document is currently in the window's frame. The scroll bar makes it easy to move to any part of a file.
  3. Knop — Knoppen zijn de belangrijkste manier van interactie met het installatie programma. Je gaat voortuit door de vensters van het installatie programma door met deze knoppen te nagiveren, met gebruikt van de Tab en Enter toetsen. Knoppen kunnen geselecteerd worden als ze oplichen.

7.2.1. Gebruik het toetsenbord om te navigeren

Navigeren door de installatie dialogen wordt uitgevoerd door een eenvoudig aantal toetsaanslagen. Om de cursor te bewegen gebruik je de Links, Rechts, Op, en Neer pijltjes toetsen. Gebruik Tab, en Shift-Tab om voorwaarts of achterwaards langs alle items op het scherm te gaan. Langs de bodem laten de meeste schermen een overzicht zien van de beschikbare cursor positionerings toetsen.
To "press" a button, position the cursor over the button (using Tab, for example) and press Space or Enter. To select an item from a list of items, move the cursor to the item you wish to select and press Enter. To select an item with a checkbox, move the cursor to the checkbox and press Space to select an item. To deselect, press Space a second time.
Drukken op F12 accepteert de huidige waardes en gaat verder naar het volgende dialoog; het komt overeen met het drukken op de OK knop.

Warning

Behalve als een dialoog vakje op je invoer wacht, druk op geen enkele toets gedurende het installatie proces (als je dat doet kan er een onverwacht gedrag optreden).

7.3. Starten van het installatie programma

To start, first make sure that you have all necessary resources for the installation. If you have already read through Hoofdstuk 3, Stappen om op gang te komen, and followed the instructions, you should be ready to start the installation process. When you have verified that you are ready to begin, boot the installation program using the Fedora DVD or CD-ROM #1 or any boot media that you have created.

Note

Occasionally, some hardware components require a driver diskette during the installation. A driver diskette adds support for hardware that is not otherwise supported by the installation program. Refer to Hoofdstuk 5, Driver media voor Intel® en AMD systemen for more information.

7.3.1. Het opstarten van het installatie programma op x86, AMD64, en Intel® 64 systemen

Je kunt het installatie programma opstarten met gebruik van een van de volgende media (afhankelijk van wat jouw systeem ondersteunt):
  • Fedora DVD/CD-ROM — Je machine ondersteunt een opstartbaar DVD/CD-ROM station en je hebt de Fedora CD-ROM set of DVD.
  • Boot CD-ROM — Je machine ondersteunt een opstartbaar CD-ROM station en je wilt een netwerk of harde schijf installatie uitvoeren.
  • USB stick — Je machine ondersteunt opstarten vanaf een USB apparaat.
  • PXE boot via network — Your machine supports booting from the network. This is an advanced installation path. Refer to Hoofdstuk 11, Het Opzetten van een installatie server for additional information on this method.
To create a boot CD-ROM or to prepare your USB pen drive for installation, refer to Paragraaf 3.4.2, “Maken van een installatie opstart CD-ROM”.
Plaats de boot media in je machine en start het systeem opnieuw op. Je BIOS instelling moet misschien veranderd worden om je toe te staan van de CD-ROM of USB apparaat op te starten.

Note

Om je BIOS instelling te veranderen van een x86, AMD64, of Intel® 64 systeem, kijk je naar de instructies die op het scherm verschijnen als je jouw computer opstart. Een tekst regel verschijnt, die je vertelt welke toets je in moet drukken om naar de BIOS instellingen te gaan.
Zodra je in het BIOS instel programma bent, zoek je naar de sectie waar je jouw opstart volgorde kan veranderen. De standaard is vaak C, A of A, C (afhankelijk van of je opstart van je harde schijf [C] of van een diskette station [A]. Verander deze volgorde zo dat de CD-ROM als eerste in je opstart volgorde verschijnt en dat C of A (welke dan ook je typische opstart standaard is) als tweede. Dit vertelt je computer om eerst te kijken naar het CD-ROM station voor opstartbare media, en als het geen opstartbare media in het CD-ROM station vindt, het naar de harde schijf of diskette gaat kijken.
Bewaar je veranderingen voordat je de BIOS verlaat. Voor meer informatie, refereer je naar de documentie die met je systeem is meegeleverd.
Na een kleine vertraging, moet een scherm verschijnen met de boot: prompt. Het scherm bevat informatie over een aantal opstart opties. Bij iedere opstart optie hoort ook een of meerdere hulpschermen. Om het hulpscherm te bereiken, druk je op de juitste toets zoals aangegeven in de regel onderaan in het scherm.
Als je het installatie programma opstart, denk dan aan twee zaken:
  • Zodra de boot: prompt verschijnt, begint het installatie programma automatisch als je niet binnen een minuut reageert. Om dit te vermijden, druk je op een van de hulpscherm functie toetsen.
  • Als je op een hulpscherm functie toets drukt, is er een kleine vertraging gedurende welke het hulpscherm van de boot media wordt gelezen.
Normally, you only need to press Enter to boot. Be sure to watch the boot messages to review if the Linux kernel detects your hardware. If your hardware is properly detected, continue to the next section. If it does not properly detect your hardware, you may need to restart the installation and use one of the boot options provided in Hoofdstuk 9, Opstart opties.

7.3.2. Extra opstart opties

Hoewel het het eenvoudigste is om op de starten van een CD-ROM of DVD en dan een grafische installatie uit te voeren, kunnen er soms installatie scenario's zijn waarbij het opstarten op een andere manier nodig kan zijn. Deze sectie beschrijft de extra opstart opties die voor Fedora beschikbaar zijn.
Om opstart opties door te geven aan de boot loader op een x86, AMD64, of Intel® 64 systeem, gebruik je de instructies zoals gegeven in de boot loader optie voorbeelden hieronder.

Note

Refer to Hoofdstuk 9, Opstart opties for additional boot options not covered in this section.
  • Om een tekst mode installatie uit te voeren, type je op de installatie boot prompt:
    linux text
    
  • ISO images hebben een ingebouwde md5sum. Om de integriteit van een ISO image te testen, type je op de installatie prompt:
    linux mediacheck
    
    Het installatie programma vraagt je om een CD-ROM in te brengen of een ISO image te selecteren om te testen, en je selecteert OK om de checksum operatie uit te voeren. Deze checksum operatie kan op iedere Fedora CD uitgevoerd worden en hoeft niet in een speciale volgorde gebeuren (bijvoorbeeld, CD #1 hoeft niet de eerste te zijn die je test). Het wordt sterk aanbevolen om de operatie uit te voeren op iedere Fedora CD die gemaakt is van gedownloade images. Dit commando werkt met de CD, DVD, harde schijf ISO, en NFS ISO installatie methodes.
  • Also in the images/ directory is the boot.iso file. This file is an ISO image than can be used to boot the installation program. To use the boot.iso, your computer must be able to boot from its CD-ROM drive, and its BIOS settings must be configured to do so. You must then burn the boot.iso file onto a recordable/rewriteable CD-ROM.
  • If you need to perform the installation in serial mode, type the following command:
    linux console=<device>
    
    Voor tekst mode installaties gebruik je:
    linux text console=<device>
    
    In the above command, <device> should be the device you are using (such as ttyS0 or ttyS1). For example, linux text console=ttyS0.
    Text mode installations using a serial terminal work best when the terminal supports UTF-8. Under UNIX and Linux, Kermit supports UTF-8. For Windows, Kermit '95 works well. Non-UTF-8 capable terminals works as long as only English is used during the installation process. An enhanced serial display can be used by passing the utf8 command as a boot-time option to the installation program. For example:
    linux console=ttyS0 utf8
    

7.3.2.1. Kernel opties

Opties kunnen ook doorgegeven worden aan de kernel. Bijvoorbeeld, om vernieuwingen voor het anaconda installatie programma vanaf een floppy door te geven, type je in:
linux updates
Voor tekst mode installaties gebruik je:
linux text updates
Dit commando zal je vragen om een floppy disk in te voeren die de vernieuwingen voor anaconda bevat. Dit is niet nodig als je een netwerk installatie uitvoert en je de inhoud van de vernieuwings image in rhupdates/ op de server hebt geplaatst.
Na het intypen van de opties, druk je op Enter om op te starten met gebruik van die opties.
If you need to specify boot options to identify your hardware, please write them down. The boot options are needed during the boot loader configuration portion of the installation (refer to Paragraaf 7.22, “x86, AMD64, en Intel® 64 Boot loader configuratie” for more information).
For more information on kernel options refer to Hoofdstuk 9, Opstart opties.

7.4. Selecteren van een installatie methode

Welk type installatie methode wil je gebruiken? De volgende installatie methodes zijn beschikbaar:
DVD/CD-ROM
If you have a DVD/CD-ROM drive and the Fedora CD-ROMs or DVD you can use this method. Refer to Paragraaf 7.5, “Installeren van DVD/CD-ROM”, for DVD/CD-ROM installation instructions.
Harde Schijf
If you have copied the Fedora ISO images to a local hard drive, you can use this method. You need a boot CD-ROM (use the linux askmethod boot option). Refer to Paragraaf 7.6, “Installeren van een harde schijf”, for hard drive installation instructions.
NFS
If you are installing from an NFS server using ISO images or a mirror image of Fedora, you can use this method. You need a boot CD-ROM (use the linux askmethod boot option). Refer to Paragraaf 7.8, “Installeren met NFS” for network installation instructions. Note that NFS installations may also be performed in GUI mode.
URL
If you are installing directly from an HTTP (Web) server or FTP server, use this method. You need a boot CD-ROM (use the linux askmethod boot option). Refer to Paragraaf 7.9, “Installeren met FTP of HTTP”, for FTP and HTTP installation instructions.
If you booted the distribution DVD and did not use the alternate installation source option askmethod, the next stage loads automatically from the DVD. Proceed to Paragraaf 7.10, “Welkom bij Fedora”.

CD/DVD activiteit

Als je opstart met een Fedora installatie media, laadt het installatie programma de volgende fase van die disk. Dit gebeurt ongeacht welke installatie methode je koos, behalve als je de disk uitwerpt voordat je verder gaat. Het installatie programma zal de pakket data nog steeds downloaden van de bron die jij koos.

7.5. Installeren van DVD/CD-ROM

To install Fedora from a DVD/CD-ROM, place the DVD or CD #1 in your DVD/CD-ROM drive and boot your system from the DVD/CD-ROM. Even if you booted from alternative media, you can still install Fedora from CD or DVD media.
The installation program then probes your system and attempts to identify your CD-ROM drive. It starts by looking for an IDE (also known as an ATAPI) CD-ROM drive.

Note

To abort the installation process at this time, reboot your machine and then eject the boot media. You can safely cancel the installation at any point before the About to Install screen. Refer to Paragraaf 7.24, “Voorbereiden om te installeren” for more information.
If your CD-ROM drive is not detected, and it is a SCSI CD-ROM, the installation program prompts you to choose a SCSI driver. Choose the driver that most closely resembles your adapter. You may specify options for the driver if necessary; however, most drivers detect your SCSI adapter automatically.
If the DVD/CD-ROM drive is found and the driver loaded, the installer will present you with the option to perform a media check on the DVD/CD-ROM. This will take some time, and you may opt to skip over this step. However, if you later encounter problems with the installer, you should reboot and perform the media check before calling for support. From the media check dialog, continue to the next stage of the installation process (refer to Paragraaf 7.10, “Welkom bij Fedora”).

7.5.1. Wat te doen als de IDE CD-ROM niet werd gevonden?

Als je een IDE (ATAPI) DVD/CD-ROM hebt, maar het installatie programma kan het niet vinden en vraagt je welk type DVD/CD-ROM apparaat je hebt, probeer dan het volgende opstart commando. Start de installatie opnieuw, en op de boot: prompt vul je linux hdX=cdrom in. Vervang X met een van de volgende letters, afhankelijk van de interface waarmee de unit is verbonden, en of het is ingesteld als master of slave (ook bekend als primary en secundary):
  • a — first IDE controller, master
  • b — first IDE controller, slave
  • c — second IDE controller, master
  • d — second IDE controller, slave
Als je een derde en/of vierde contoller hebt, vervolg met het toekennen van letters in alfabetische volgorde, gaande van controller naar controller, en van master naar slave.

7.6. Installeren van een harde schijf

The Select Partition screen applies only if you are installing from a disk partition (that is, if you selected Hard Drive in the Installation Method dialog). This dialog allows you to name the disk partition and directory from which you are installing Fedora.
De ISO bestanden moeten op een harde schijf staan die in de computer aanwezig is, of die aangesloten is op je computer via USB. Bovendien moet het install.img bestand binnen de ISO bestanden gecopieerd worden naar een map met de naam images. Je kunt deze optie gebruiken om Fedora te installeren op computers die geen netwerkverbinding en ook geen CD of DVD stations hebben.
Om het install.img uit de iso te halen, voer je deze stappen uit:
  mount -t iso9660 /path/to/Fedora11.iso /mnt/point -o loop,ro
  cp -pr /mnt/point/images /path/images/
  umount /mnt/point
Before you begin installation from a hard drive, check the partition type to ensure that Fedora can read it. To check a partition's file system under Windows, use the Disk Management tool. To check a partition's file system under Linux, use the fdisk utility.

Installeren van LVM partities kan niet

Je kut geen ISO bestanden gebruiken op partities die gecontroleerd worden door LVM (Logical Volume Management).
Partitie selecteren dialoog voor harde schijf installatie
Partitie selecteren dialoog voor harde schijf installatie.
Figuur 7.3. Partitie selecteren dialoog voor harde schijf installatie

Selecteer de partitie die de ISO bestanden bevat in de lijst van beschikbare partities. Interne IDE, SATA, SCSI, en USB apparaatnamen beginnen met /dev/sd. Elk indivueel apparaat heeft een eigen letter, bijvoorbeeld /dev/sda. Elke partitie op een apparaat is genummerd, bijvoorbeeld /dev/sda1.
Geef ook de Map die de image bevat op. Vul het volledige map pad in van het station dat de ISO image bestanden bevat. De volgende tabel laat een paar voorbeelden zien hoe je deze informatie in kunt vullen:
Partitie type Volume Originele pad naar bestanden Te gebruiken map
VFAT D:\ D:\Downloads\F11 /Downloads/F11
ext2, ext3, ext4 /home /home/user1/F11 /user1/F11
Tabel 7.2. Locatie van ISO images voor verschillende partitie types

If the ISO images are in the root (top-level) directory of a partition, enter a /. If the ISO images are located in a subdirectory of a mounted partition, enter the name of the directory holding the ISO images within that partition. For example, if the partition on which the ISO images is normally mounted as /home/, and the images are in /home/new/, you would enter /new/.

Gebruik een schuine streep aan het begin

Een toevoeging die niet begint met een schuine streep kan de installatie laten mislukken.
Select OK to continue. Proceed with Paragraaf 7.10, “Welkom bij Fedora”.

7.7. Een netwerk installatie uitvoeren

Het installatie programma is zich bewust van het netwerk en kan het netwerk gebruiken voor een aantal doeleinden. Bijvoorbeeld, je kunt Fedora installeren vanaf een netwerk server met FTP, HTTP, of NFS protocollen. Je kunt aan het installatie programma ook opgeven extra repositories later in het proces te raadplegen.
Als je een netwerk installatie uitvoert, verschijnt het TCP/IP configureren dialoog. Deze dialoog vraagt om je IP en andere netwerkadressen. Je kunt ervoor kiezen om het IP adress en netmasker van het apparaat in te stellen met DHCP of handmatig.
Standaard gebruikt het programma DHCP om automatisch de netwerk instellingen te geven. Als je een kabel of DSL modem, router, firewall of andere netwerk apparaat gebruikt voor het kontakt met het Internet, dan is DHCP een goede optie. Als je netwerk geen DHCP server heeft, de-selecteer het veld Dynamic IP configuration (DHCP)
Geef het IP adres op dat tijdens de installatie gaat gebruiken en druk op Enter.
The installation program supports only the IPv4 protocol. Refer also to Paragraaf 7.15, “Netwerk Configuratie” for more information on configuring your network.
TCP/IP configuratie
Stel het netwerk apparaat adres(sen) in voor installatie.
Figuur 7.4. TCP/IP configuratie

Als het installatie proces klaar is, zal het deze instellingen overbrengen naar je systeem.
Je kunt installeren vanaf een Web, FTP, of NFS server op je locale netwerk of, als je verbonden bent, op het Internet. Je kunt Fedora installeren vanaf je eigen prive mirror, of een van de publieke mirrors gebruiken die onderhouden worden door de gemeenschap. Om er zeker van te zijn dat de verbinding zo snel en betrouwbaar is als mogelijk, gebruik je een server die dicht bij jouw geografische locatie ligt.
The Fedora Project maintains a list of Web and FTP public mirrors, sorted by region, at http://fedoraproject.org/wiki/Mirrors. To determine the complete directory path for the installation files, add /11/Fedora/architecture/os/ to the path shown on the web page. A correct mirror location for an i386 system resembles the URL http://mirror.example.com/pub/fedora/linux/releases/11/Fedora/i386/os.

7.8. Installeren met NFS

De NFS dialoog is alleen van toepassing als je installeert vanaf een NFS server (als je NFS-map in de Installatiemethode dialog selecteerde).
Vul de domein naam of IP adres van je NFS server in. Bijvoorbeeld, als je installeert van een host met de naam eastcoast in het domein example.com, vul je eastcoast.example.com in op het NFS-server naam veld.
Next, enter the name of the exported directory. If you followed the setup described in Paragraaf 3.5, “Voorbereiden voor een netwerk installatie”, you would enter the directory /export/directory/.
Als de NFS server een mirror van de Fedora installatie boom exporteert, vul je de map in die de root van de installatie boom bevat. Je moet later in het process een Installatie sleutel invullen wat zal bepalen welke submappen worden gebruikt voor het installeren. Als alles correct opgegeven is, verschijnt een boodschap dat het installatie programma voor Fedora draait.
NFS instellen dialoog
NFS instellen dialoog.
Figuur 7.5. NFS instellen dialoog

Als de NFS server de ISO images van de Fedora CD-ROM's exporteert, vul je de map in die de ISO images bevat.
Next, the Welcome dialog appears.

7.9. Installeren met FTP of HTTP

De URL-instellingen dialoog is alleen van toepassing als je installeert vanaf een FTP of HTTP server (als je URL selecteerde in de Installatiemethode dialoog). Deze dialoog vraagt je om informatie over de FTP of HTTP server waarvan je Fedora gaat installeren.
Vul de naam of IP adres in van de FTP of HTTP site waarvan je gaat installeren, en de naam van map die jouw architectuur bevat. Bijvoorbeeld, als de FTP of HTTP site de map /mirrors/Fedora/arch/ bevat, vul dan in /mirrors/Fedora/arch/ (waar arch wordt vervangen door de architectuur type van je systeem, zoals i386). Als alles correct is opgegeven, verschijnt een boodschap wat aangeeft dat de bestanden van de server worden gehaald.
URL-instellingen dialoog
URL-instellingen dialoog.
Figuur 7.6. URL-instellingen dialoog

Next, the Welcome dialog appears.

Note

Je kunt schijfruimte besparen door de ISO images te gebruiken die je al gecopieerd hebt naar de server. Om dit te doen, installeer je Fedora met gebruik van ISO images zonder ze te copieren naar een enkele boom door ze aan te koppelen met loopback. Voor iedere ISO image:
mkdir discX
mount -o loop Fedora11-discX.iso discX
Vervang X met het corresponderende schijf nummer.

7.10. Welkom bij Fedora

Het Welkom scherm vraagt je niet om invoer.
Welkom bij Fedora 11
Klik op de Next knop om verder te gaan.

7.11. Language Selection

Using your mouse, select a language to use for the installation (refer to Figuur 7.7, “Language Selection”).
De taal die je hier selecteert wordt de standaard taal voor het operating systeem zodra het geinstalleerd is. Het selecteren van de juiste taal geeft ook een doel in de tijdzone configuratie later in de installatie. Het installatie programma probeert de juiste tijdzone te bepalen afhankelijk van wat je in dit scherm opgeeft.
To add support for additional languages, customize the installation at the package selection stage. For more information, refer to Paragraaf 7.23.2.2, “Extra taal ondersteuning”.
Language Selection
Taal selectie scherm
Figuur 7.7. Language Selection

Zodra je de juiste taal gekozen hebt, klik je op Volgende om verder te gaan.

7.12. Keyboard Configuration

Met gebruik van je muis, selecteer je de correcte indeling (bijvoorbeeld, U.S. English) voor het toetsenbord welke je wilt gebruiken voor de installatie en als de systeem standaard (refereer naar de afbeelding hieronder).
Zodra je je keuze hebt gemaakt, klik je op Volgende om verder te gaan.
Keyboard Configuration
toetsenbord configuratie scherm
Figuur 7.8. Keyboard Configuration

Note

Om je toetsenbord indeling te veranderen nadat je de installatie voltooid hebt, gebruikt je het Toetsenbord gereedschap.
Type het system-config-keyboard commmmando in op een shell prompt om het Toestenbord gereedschap te starten. Als je geen root bent, zal het je vragen om het root wachtwoord om verder te kunnen gaan.

7.13. Initialiseren van de harde schijf

Als geen leesbare partitie tabellen gevonden worden op bestaande harde schijven, zal het installatie programma vragen om de harde schijf te initialiseren. Deze operatie maakt alle bestaande data op de harde schijf onleesbaar. Als je systeem een gloednieuwe harde schijf heeft waarop geen operating systeem is geinstalleerd, of je hebt alle partities op de harde schijf verwijdered, antwoordt dan Ja.
Waarschuwings scherm – initialiseren van harde schijf
Waarschuwings scherm – intialiseren van harde schijf.
Figuur 7.9. Waarschuwings scherm – initialiseren van harde schijf

Bepaalde RAID opstellingen of andere niet-standaard configuraties kunnen onleesbaar zijn voor het installatie programma en de vraag om de harde schijf te initialiseren kan verschijnen. Het installatie programma reageert op de fysieke schijf structuren die het kan ontdekken.

Koppel niet gebruikte schijven los

Als je een niet-standaard schijfconfiguratie hebt dat losgekoppeld kan worden gedurende de installatie en later gedetecteerd en geconfigureerd kan worden, zet dan het systeem uit, koppel het los en herstart de installatie.

7.14. Een bestaande installatie upgraden

The installation system automatically detects any existing installation of Fedora. The upgrade process updates the existing system software with new versions, but does not remove any data from users' home directories. The existing partition structure on your hard drives does not change. Your system configuration changes only if a package upgrade demands it. Most package upgrades do not change system configuration, but rather install an additional configuration file for you to examine later.

7.14.1. Upgrade aanvraag

Als je systeem een Fedora of Red Hat Linux installatie bevat, zal een dialoog verschijnen waarin gevraagd wordt of je die installatie wilt upgraden. Om een upgrade van een bestaand systeem uit te voeren, kies dan de passende installatie van de lijst en selecteer Volgende.
Het upgrade scherm
Het upgrade scherm
Figuur 7.10. Het upgrade scherm

Handmatig geinstalleerde programma's

Programma's die je handmatig op je bestaande Fedora of Red Hat Linux systeem hebt geinstalleerd kunnen zich na een upgrade anders gedragen. Je moet deze programma's na een upgrade misschien handmatig herinstalleren of recompileren om te verzekeren dat ze correct werken op het vernieuwde systeem.

7.14.2. Upgraden met behulp van het installatie programma

Installeren wordt aanbevolen

In general, the Fedora Project recommends that you keep user data on a separate /home partition and perform a fresh installation. For more information on partitions and how to set them up, refer to Paragraaf 7.18, “Disk Partitioning Setup”.
If you choose to upgrade your system using the installation program, any software not provided by Fedora that conflicts with Fedora software is overwritten. Before you begin an upgrade this way, make a list of your system's current packages for later reference:
rpm -qa --qf '%{NAME} %{VERSION}-%{RELEASE} %{ARCH}\n' > ~/old-pkglist.txt
Raadpleeg deze lijst na de installatie om te ontdekken welke pakketten je opnieuw moet bouwen of verkrijgen van niet-Fedora programma repositories.
Maak vervolgens een backup van alle configuratie gegevens:
su -c 'tar czf /tmp/etc-`date +%F`.tar.gz /etc' su -c 'mv /tmp/etc-*.tar.gz /home'
Je moet ook een volledige backup maken van alle belangrijke gegevens voordat je een upgrade uitvoert. Belangrijke gegevens kunnen zijn de inhoud van je gehele /home map maar ook gegevens van voorzieningen zoals een Apache, FTP, of SQL server of een bron code beheers systeem. Hoewel een upgrade niet destruktief is, als je hem niet goed uitvoert is er een kleine mogelijkheid van gegevens verlies.

Backups bewaren

Merk op dat de bovenstaande voorbeelden de backup gegevens bewaren in een /home map. Als jouw /home map zich niet in een aparte partitie bevindt, dan moet je deze voorbeelden niet letterlijk uitvoeren!. Bewaar je backup op een ander apparaat zoals CD of DVD schijven of een extern schijf station.
For more information on completing the upgrade process later, refer to Paragraaf 16.2, “Een upgrade afmaken”.

7.14.3. Bootloader configuratie upgraden

Your completed Fedora installation must be registered in the boot loader to boot properly. A boot loader is software on your machine that locates and starts the operating system. Refer to Paragraaf 7.22, “x86, AMD64, en Intel® 64 Boot loader configuratie” for more information about boot loaders.
Als de bestaande boot loader geinstalleerd was door een Linux distributie, dan kan het installatie systeem deze veranderen om het nieuwe Fedora systeem op te starten. Om de bestaande Linix boot loader aan te passen, selecteer Bootloader-configuratie vernieuwen. Dit is de normale manier als je een bestaande Fedora of Red Hat Linux installatie gaat upgraden.
GRUB is de standaard boot loader voor Fedora. Als je machine een andere boot loader gebruikt, zoals BootMagic™, System Commander™, of de loader geinstalleerd door Microsoft Windows, dan kan de Fedora installatie deze niet vernieuwen. In dat geval, selecteer Bootloader bijwerken overslaan. Als het installatie proces afgemaakt is refereer dan naar de documentatie van je produkt voor ondersteuning.
Installeer een nieuwe boot loader tijdens het upgrade proces alleen als je er zeker bent om de bestaande boot loader te vervangen. Als je een nieuwe boot loader installeert, kun je mogelijk geen andere operating systemen opstarten op dezelfde machine totdat je de nieuwe boot loader hebt geconfigureerd. Selecteer Nieuwe bootloader-configuratie maken om de bestaande boot loader te verwijderen en GRUB te installeren.
Nadat je je keuze gemaakt hebt, klik Volgende om verder te gaan..

7.15. Netwerk Configuratie

Fedora biedt ondersteuning voor zowel IPv4 als IPv6. Standaard echter configureert Fedora de netwerk interfaces in je computer voor IPv4, en het gebruik van DHCP met NetworkManager. Op dit moment ondersteunt NetworkManager IPv6 niet. Als je netwerk alleen IPv6 ondersteunt moet je system-config-network gebruiken om na de installatie je netwerk interfaces te configureren.
Setup vraagt je om een hostnaam en domeinnaam voor deze computer op te geven in de vorm hostnaam.domeinnaam. Veel netwerken hebben een DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) voorziening dat de aangesloten systemen automatisch voorziet met een domeinnaam, zodat de gebruiker alleen maar een hostnaam hoeft op te geven.
Setting the hostname
Setting the hostname
Figuur 7.11. Setting the hostname

Voor het opzetten van een netwerk achter een Internet firewall of router zul je hostnaam.localdomain willen gebruiken voor je Fedora systeem. Als je meer dan een computer in dit netwerk hebt, moet je elke een andere computernaam geven in dit domain.

Geldige computernamen

Je kunt je systeem elke naam geven mits de volledige computernaam uniek is. De computernaam kan letters, cijfers en leestekens bevatten.
On some networks, the DHCP provider also provides the name of the computer, or hostname. The complete hostname includes both the name of the machine and the name of the domain of which it is a member, such as machine1.example.com. The machine name (or "short hostname") is machine1, and the domain name is example.com.
Als jouw Fedora systeem direct met het Internet is verbonden, moet je aandacht schenken aan andere overwegingen om dienstverlenings onderbreking te voorkomen van je diensten provider. Een volledige beschrijving van deze zaken is buiten het bestek van dit document.

Modem configuratie

Het intallatie programma configureert geen modems. Configureer deze apparaten na de installatie met het Netwerk programma. De instellingen van je modem zijn specifiek voor je Internet Service Provider (ISP).

7.15.1. Handmatige configuratie

Installatie die bepaalde geavanceerde configuraties nodig hebben kunnen niet slagen zonder netwerkverbinding gedurende het installatie proces, bijvoorbeeld, installaties op systemen met ISCSI schijven. In situaties waar een succesvolle installatie afhangt van correcte netwerk instellingen, zal het installatie programma je een dialoog presenteren die je toestaat deze details op te geven.
Manual network configuration
Manual network configuration
Figuur 7.12. Manual network configuration

Als je netwerk geen DHCP heeft, of je moet de DHCP instellingen veranderen, selecteer je het netwerk interface dat je wilt gebruiken in het Interface menu. Verwijder het vinkje in de Dynamische IP-configuratie (DHCP) gebruiken optie. Je kunt nu een IPv4 adres en netmasker opgeven voor dit systeem in de vorm adres / netmasker, te samen met het gateway adres en naamserver adres voor je netwerk.
Klik op OK om deze instellingen te accepteren en verder te gaan.

7.16. Selecteren van de tijdzone

Geef een tijdzone aan zelfs als je van plan bent om NTP (Netwerk Tijd Protocol) te gebruiken om de nauwkeurigheid van de systeem klok te handhaven.
Set your time zone by selecting the city closest to your computer's physical location. Click on the map to zoom in to a particular geographical region of the world.
Geef een tijdzone aan zelfs als je van plan bent om NTP (Netwerk Tijd Protocol) te gebruiken om de nauwkeurigheid van de systeem klok te handhaven.
Van hier uit zijn er twee manieren om je tijdzone te selecteren:
  • Met gebruik van de muis klik je op de interactieve kaart om een specifieke stad (gerepresenteerd met een gele stip) te selecteren. Een rode X verschijnt om je keuze aan te geven.
  • Je kunt ook door de lijst onder de kaart bladeren om je tijdzone te selecteren. Met gebruik van de muis, klik je op een locatie om je selectie te maken.
Tijdzone instellen
Tijdzone configuratie scherm
Figuur 7.13. Tijdzone instellen

Als Fedora het enigste operating systeem op je computer is, selecteer je Systeemklok gebruikt UTC. De systeemklok is een hardware onderdeel van je computer. Fedora gebruikt de tijdzone instelling om het verschil te bepalen tussen de locale tijd en de UTC op de systeemklok. Dit gedrag is standaard voor UNIX-achtige operating systemen.

Windows en de systeemklok

Zet de Systeemklok gebruikt UTC optie niet aan als je machine ook Microsoft Windows draait. Microsoft operating systemen veranderen de BIOS klok om overeen te komen met de locale tijd in plaats van UTC. Dit kan onverwachte resultaten geven onder Fedora.

Note

Om je tijdzone configuratie na de installatie te veranderen, gebruik je het Datum/tijd eigenschappen gereedschap.
Type het system-config-date commando in op een shell promp omhet Datum/tijd eigenschappen gereedschap op te starten. Als je geen root bent, wordt je om het root wachtwoord gevraagd om verder te gaan.
Om het Datum/tijd eigenschappen gereedschap te draaien als een op tekst gebaseerde toepassing, gebruik je het commando timeconfig.
Selecteer Volgende om verder te gaan..

7.17. Instellen van het root wachtwoord

Het instellen van een root account en wachtwoord is een van de belangrijkste stappen gedurende de installatie. Je root account is vergelijkbaar met het administrator account op Microsoft Windows machines. Het root account wordt gebruikt om pakketten te installeren, RPM's op te waarderen, en voor het uitvoeren van het meeste systeem onderhoud. Inloggen als root geeft je complete controle over jouw systeem.

Note

De root gebruiker (ook bekend als superuser) heeft complete toegang tot het gehele systeem; daarom moet je alleen inloggen als root gebruiker om systeem onderhoud of administratie uit te voeren.
Root Password
Je root wachtwoord instellen.
Figuur 7.14. Root Password

Gebruik het root account alleen voor systeem administratie. Maak een niet-root account aan voor algemeen gebruik en gebruik su - als je als root iets snel wilt herstellen. Deze basis regels verkleinen de kans dat een typefout of een foutief commando je systeem zal beschadigen.

Note

Om root te worden, type je su - in op de shell prompt in een terminal scherm en tik daarna op Enter. Type daarna het root wachtwoord in en tik op Enter.
Het installatie programma vraagt je om een root wachtwoord[2] voor je systeem in te stellen. Je kunt niet verdergaan met de volgende stap van het installatie proces als je geen root wachtwoord hebt opgegeven.
Het root wachtwoord moet uit tenminste zes karakters bestaan; het wachtwoord dat je intypt wordt niet op het scherm getoond. Je moet het wachtwoord twee keer intypen; als de twee wachtwoorden niet gelijk zijn, zal het installatie programma je vragen om ze opnieuw op te geven.
Je moet voor het root wachtwoord iets kiezen dat je kunt onthouden, maar niet iets dat door een ander eenvoudig te raden is. Je naam, je telefoonnummer, qwerty, wachtwoord, root, 123456, en miereneter zijn allemaal voorbeelden van slechte wachtwoorden. Goede wachtwoorden vermengen cijfers met hoofd en kleine letters en bevatten geen woordenboek woorden: bijvoorbeeld Aard387vark of 420BMttNT. Denk eraan dat het wachtwoord hoofd/kleine letter gevoelig is. Als je je wachtwoord opschrijft, bewaar het dan op een veilige plaats. Het is echter aan te bevelen dat je dit, of elk ander wachtwoord dat je aanmaakt, niet opschrijft.

Note

Gebruik niet een van de voorbeeld wachtwoorden uit deze handleiding. Het gebruik van een van deze wachtwoorden is een veiligheids risico.

Note

Om je root wachtwoord te veranderen nadat je de installatie voltooid hebt, gebruik je het Root-wachtwoord gereedschap.
Type het system-config-rootpassword commando in een shell prompt om het Root-wachtwoord gereedschap te starten. Als je geen root bent, vraagt het om je root wachtwoord om verder te gaan.
Type het root wachtwoord in het Root-wachtwoord veld. Voor de veiligheid laat Fedora de karakters zien als asterisks. Type hetzelde wachtwoord in het Bevestigen veld om er zeker van te zijn dat het correct is. Na het instellen van het root wachtwoord, selecteer je Volgende om verder te gaan.

7.18. Disk Partitioning Setup

Partitioning allows you to divide your hard drive into isolated sections, where each section behaves as its own hard drive. Partitioning is particularly useful if you run multiple operating systems. If you are not sure how you want your system to be partitioned, read Bijlage A, Een inleiding voor schijf partities for more information.
Op dit scherm kun je ervoor kiezen om de standaard opmaak te maken of je kiest voor de handmatige opmaak door de Aangepaste opmaak maken optie te gebruiken.
De eerste drie opties staan je toe om een automatische installatie uit te voeren zonder dat je zelf je schijf/schijven moet opmaken. Als je je niet op je gemak voelt om je systeem te partitioneren, wordt het aanbevolen dat je niet kiest voor een aangepaste opmaak maar in plaats daarvan het installatie programma de partitionering laat uitvoeren.
You can configure an iSCSI target for installation, or disable a dmraid device from this screen by clicking on the 'Advanced storage configuration' button. For more information refer to Paragraaf 7.19, “ Advanced Storage Options ”.

Warning

De PackageKit vernieuwings software download vernieuwde pakketten standaard naar /var/cache/yum/. Als je het systeem handmatig partitioneert, en je maakt een aparte /var/ partitie, wees er dan zeker van deze groot genoeg (3.0 GB of meer) te maken om vernieuwings pakketten te kunnen downloaden.
Disk Partitioning Setup
Kies automatisch opmaak maken of handmatig opmaak maken;
Figuur 7.15. Disk Partitioning Setup

If you choose to create a custom layout, refer to Paragraaf 7.21, “Je systeem partitioneren”.

Warning

Als je een foutmelding krijgt na de Schijf partitionering instelling fase van de installatie die iets zegt lijkend op het volgende:
"The partition table on device hda was unreadable. To create new partitions it must be initialized, causing the loss of ALL DATA on this drive."
you may not have a partition table on that drive or the partition table on the drive may not be recognizable by the partitioning software used in the installation program.
Gebruikers die programma's zoals EZ-BIOS hebben gebruikt hebben gelijksoortige problemen ondervonden, wat data verlies veroorzaakte (er van uitgaande dat er geen backup van de data was gemaakt voordat de installatie begon).
No matter what type of installation you are performing, backups of the existing data on your systems should always be made.

7.18.1. RAID en andere schijf apparaten

7.18.1.1. Hardware RAID

RAID, of Redundant Array of Independent Disks, staat een groep, of opstelling, van schijven toe zich voor te stellen als een enkel schijf station. Configureer de RAID functies geleverd door het moederbord van je computer, of toegevoegde controller kaarten, voordat je begint met het installatie proces. Elke actieve RAID opstelling verschijnt als een enkele drive in Fedora.
Op systemen met meer dan een harde schijf kun je Fedora instellen om een aantal van de schijven in te zetten als een Linux RAID opstelling zonder dat je extra hardware nodig hebt.

7.18.1.2. Software RAID

You can use the Fedora installation program to create Linux software RAID arrays, where RAID functions are controlled by the operating system rather than dedicated hardware. These functions are explained in detail in Paragraaf 7.21, “Je systeem partitioneren”.

7.18.1.3. FireWire and USB schijven

Sommige Firewire en USB harde schijven worden misschien niet herkend door het Fedora installatie systeem. Als het instellen van deze schijven tijdens de installatie niet noodzakelijk is, koppel je ze los van het systeem om verwarring te voorkomen.

Post-installatie stappen uitvoeren

Je kunt externe Firewire en USB harde schijven aansluiten en configureren na de installatie. De meeste van deze apparaten worden herkend door de kernel en zijn op dat moment klaar voor gebruik.

7.19. Advanced Storage Options

Advanced Storage Options
Geavanceerde opslagopties
Figuur 7.16. Advanced Storage Options

From this screen you can choose to disable a dmraid device, in which case the individual elements of the dmraid device will appear as separate hard drives. You can also choose to configure an iSCSI (SCSI over TCP/IP) target. See Bijlage B, ISCSI schijven for an introduction to iSCSI.
To configure an ISCSI target invoke the 'Configure ISCSI Parameters' dialog by selecting 'Add ISCSI target' and clicking on the 'Add Drive' button. Fill in the details for the ISCSI target IP and provide a unique ISCSI initiator name to identify this system. If the ISCSI target uses CHAP (Challenge Handshake Authentication Protocol) for authentication, enter the CHAP username and password. If your enviroment uses 2-way CHAP (also called "Mutual CHAP"), also enter the reverse CHAP username and password. Click the 'Add target' button to attempt connection to the ISCSI target using this information.
Configureer ISCSI parameters
Configureer ISCSI parameters.
Figuur 7.17. Configureer ISCSI parameters

Merk a.u.b. op dat je dit opnieuw kunt proberen met een andere iSCSI doel IP mocht je dit verkeerd ingevuld hebben, maar om de iSCSI-initiator naam te veranderen moet je de installatie opnieuw opstarten.

7.20. Create Default Layout

Standaard opmaak maken staat je toe om enige controle te hebben over welke data van je systeem (mogelijk) verwijderd wordt. Je opties zijn:
  • Gebruik de gehele schijf — selecteer deze optie als je alle partities op je harde schijf/schijven wilt verwijderen (dit omvat ook partities aangemaakt door andere operating sustemen zoals Windows VFAT of NTFS partities).

    Warning

    Als je deze optie selecteert, wordt alle data op de geselecteerde harde schijf/schijven verwijderd door het installatie programma. Selecteer deze optie niet als je informatie hebt die je wilt behouden op de harde schijf/schijven waarop je Fedora gaat installeren.
  • Vervang bestaand Linux systeem — selecteer deze optie om alleen Linux partities te verwijderen (partities die door een vorige Linux installatie zijn aangemaakt). Dit verwijdert de andere partities die je op je harde schijf/schijven kunt hebben niet (zoals VFAT of FAT32 partities).
  • Gebruik vrije ruimte — selecteer deze optie als je je huidige data en partities wilt behouden, veronderstelt dat je voldoende vrije ruimte op je harde schijf/schijven beschikbaar hebt.
Create Default Layout
Automatisch partitioneren
Figuur 7.18. Create Default Layout

Met gebruik van je muis, kies je de geheugen station(s) waarop je Fedora wilt installeren. Als je twee of meer stations hebt, kun je kiezen welke stations(s) deze installatie moet gebruiken. Niet geselecteerde stations, en alle data daarop, worden niet aangeraakt.

Warning

Het is altijd een goed idee om een backup te maken van alle data die je op je systeem hebt. Bijvoorbeeld, als je gaat upgraden, of een dual-boot systeem gaat maken, moet je een backup maken van alle data die je op je station(s) wilt houden. Ongelukken gebeuren en kunnen resulteren in het verlies van al je data.

Note

Als je een RAID kaart hebt, let er dan op dat soms een BIOS het opstarten van de RAID kaart niet ondersteunt. In zo'n geval, moet de /boot/ partitie aangemaakt worden op een partitie buiten het RAID opstelling, bijvoorbeeld op een aparte harde schijf. Een interne harde schijf is noodzakelijk om te gebruiken voor het aanmaken van partities met problematische RAID kaarten.
Een /boot/ partitie is ook nodig voor software RAID opstellingen.
Als je ervoor hebt gekozen om je systeem automatisch te partitioneren, moet je De partitieopmaak herzien en aanpassen selecteren en je /boot/ partitie handmatig bewerken.
Selecteer Systeem versleutelen om alle partities behalve de /boot partitie te versleutelen.
Use the Advanced storage options option if:
  • Je wilt Fedora installeren op een station dat aangeloten is met het iSCSI protocol. Selecteer Geavanceerde opslagconfiguratie, selecteer dan iSCSI-doel toevoegen, en selecteer daarna Station toevoegen. Geef een IP adres op en de iSCSI-initiator naam, en selecteer Doel toevoegen.
  • Je wilt een dmraid apparaat dat tijdens het opstarten ontdekt is uitzetten.
Om de partities die gemaakt zijn door automatisch partitioneren te bekijken en eventueel veranderingen in aan te brengen, selecteer je de De partitieopmaak herzien en aanpassen optie. Als je daarna op Volgende klikt om verder te gaan, verschijnen de partities die anaconda voor jou heeft aangemaakt. Je kunt nu veranderingen in deze partities aanbrengen als ze je niet bevallen.

Installing in text mode

Als je Fedora in de tekst mode wilt installeren, kun je alleen het standaard partitie schema gebruiken zoals beschreven in deze sectie. Daarom kun je de partitie layout niet wijzigen, hoewel je er voor kunt kiezen om de gehele schijf te gebruiken, om bestaande Linux partities te verwijderen, of om de vrije ruitme op de schijf te gebruiken. Dit betekent dat je geen partities of bestandssystemen kunt toevoegen of verwijderen anders dan wat de installer automatisch toevoegt of verwijdert. Als je een aangepaste layout gedurende de installatie nodig hebt, moet je een grafische installatie over een VNC verbinding of een kickstart installatie uitvoeren.
Verder zijn geavanceerde opties zoals LVM, versleutelde bestandssystemen, en in grootte veranderbare bestandssystemen alleen beschikbaar in de grafische mode en met kickstart.
Klik Volgende zodra je je keuzes hebt gemaakt om verder te gaan.

7.21. Je systeem partitioneren

If you chose one of the three automatic partitioning options and did not select Review, skip ahead to Paragraaf 7.23, “Package Group Selection”.
Als je een van de automatische partitionerings opties kiest en De partitieopmaak herzien en aanpassen selecteert, kun je de huidige partitieopmaak, of accepteren (klik op Volgende), of de opmaak handmatig in het partionerings scherm veranderen.

Opmerking

Merk op dat in de tekst mode installatie het niet mogelijk is om met LVM (Logical Volumes) te werken, anders dan het bekijken van de bestaande instelling. LVM kan alleen ingesteld worden gedurende een grafische installatie.
Als je kiest om een aangepaste opmaak te maken, moet je het installatie programma vertellen waar het Fedora moet installeren. Dit wordt gedaan door koppelpunten op te geven voor een of meer schijfpartities waarin Fedora geinstalleerd gaat worden. Je moet nu misschien ook partities aanmaken of verwijderen.

Note

If you have not yet planned how to set up your partitions, refer to Bijlage A, Een inleiding voor schijf partities and Paragraaf 7.21.4, “Aanbevolen partitionerings schema”. At a bare minimum, you need an appropriately-sized root partition, and a swap partition equal to twice the amount of RAM you have on the system. Itanium system users should have a /boot/efi/ partition of approximately 100 MB and of type FAT (VFAT), a swap partition of at least 512 MB, and an appropriately-sized root (/) partition.
Partitioneren van x86, AMD64, en Intel 64 systemen
Het hoofd partitie scherm
Figuur 7.19. Partitioneren van x86, AMD64, en Intel® 64 systemen

Met uitzondering van bepaalde esoterische situaties, kan anaconda de partitionerings vereisten voor een typische installatie afhandelen.

7.21.1. Grafische scherm van harde schijf/schijven

Het partitionerings scherm biedt een grafische representatie van je harde schijf/schijven.
Met gebruik van je muis klik je eenmaal om een bepaald veld in het grafische scherm te selecteren. Dubbelklik om een bestaande partitie te bewerken of een nieuwe partitie te maken van bestaande vrije ruimte.
Above the display, you can review the Drive name (such as /dev/hda), the Geom (which shows the hard disk's geometry and consists of three numbers representing the number of cylinders, heads, and sectors as reported by the hard disk), and the Model of the hard drive as detected by the installation program.

7.21.2. Het partitionerings scherm

Deze knoppen worden gebruikt om de eigenschappen van een partitie (bijvoorbeeld het bestandssysteem type en koppelpunt) te veranderen, maar ook voor het maken van RAID apparaten. Knoppen op dit scherm worden ook gebruikt om de veranderingen die je gemaakt hebt te accepteren, of om het partitie scherm te verlaten. Voor meer informatie, neem je een kijkje naar iedere knop in volgorde:
  • Nieuw: Selecteer deze optie om een partitie of een LVM fysische volumte toe te voegen aan de schijf. In de Partitie toevoegen dialoog kies je een koppelpunt en een bestandssysteem type. Als je meer dan een schijf in het systeem hebt, kies dan op welke schijven de partitie mogen bevatten. Geef de grootte van de partitie op in megabytes. Als je de partitie wilt versleutelen, selecteer dan die optie.

    Illegale partities

    You cannot create separate partitions for the /bin/, /dev/, /etc/, /lib/, /proc/, /root/, and /sbin/ directories. These directories must reside on the / (root) partition.
    De /boot partitie mag niet in een LVM volume groep zitten. Maak de /boot partitie aan voordat je een of meer volume groepen aanmaakt. Bovendien kun je ook de ext4 en btrfs bestandssystemen niet gebruiken voor de /boot partitie.
    Vermijdt het plaatsen van /usr op een aparte partitie. Als /usr op een andere partie is dan de / (root) partite, dan wordt het boot proces veel complexer, en sommige systemen (bijvoorbeeld, die met iSCSi opslag) zullen niet opstarten.
    Je kunt voor drie opties kiezen om de grootte van je partitie in te stellen:
    Fixed size
    Gebruik een vaste grootte zo dicht mogelijk bij je opgegeven waarde als mogelijk.
    Fill all space up to
    Vergroot de partitie tot een maximum waarde van jouw keuze.
    Fill to maximum allowable size
    Vergroot de partitie totdat het resterende deel van de geselecteerde schijven gevuld is

    Partitie groottes

    De actuele partitie op de schijf kan een klein beetje kleiner of groter zijn dan je keuze. Schijf geometrie zaken kunnen dit veroorzaken, het is geen fout of bug.
    Selecteer de Versleutelen optie om alle informatie op de schijf partitie te versleutelen.
    After you enter the details for your partition, select OK to continue. If you chose to encrypt the partition, the installer prompts you to assign a passphrase by typing it twice. For hints on using good passphrases, refer to Paragraaf 7.17, “Instellen van het root wachtwoord”.
  • Bewerken: Wordt gebruikt om de eigenschappen te veranderen van de partitie die op dit moment in de Partities sectie geselecteerd is. Het selecteren van Bewerken opent een dialoog scherm. Sommige of alle van de velden kunnen bewerkt worden, afhankelijk van de aanwezigheid van reeds eerder naar de schijf geschreven partitie informatie.
    Je kunt ook de vrije ruimte zoals weergegeven in het grafische scherm bewerken door een nieuwe partitie in die ruimte te maken. Of selecteer de vrije ruimte en selecteer daarna de Bewerken knop, of dubbelklik op de vrije ruimte om het te bewerken.
  • Om een RAID-opstelling te maken, moet je eerst software RAID partities aanmaken (of bestaande hergebruiken). Zodra je twee of meer software RAID partities aangemaakt hebt, selecteer je RAID om de software RAID partities samen te voegen tot een RAID-opstelling.
  • Verwijderen: Wordt gebruikt om de partitie te verwijderen die op dit moment geselecteerd is in de Huidige schijfpartities sectie. Je wordt gevraagd om de verwijdering van de partitie te bevestigen.
    Om een LVM fysische volume te verwijderen, moet je eerst alle volume groepen verwijderen waarvan dat fysische volume een onderdeel is.
    Als je een vergissing maakt, gebruik je de Herstellen optie om alle veranderingen die je gemaakt hebt ongedaan te maken.
  • Herstellen: Wordt gebruikt om de partitie schermen terug te zetten naar hun originele toestand. Alle veranderingen die je gemaakt zijn verloren als je Hestellen aanklikt.
  • RAID: Wordt gebruikt om redundantie toe te voegen aan een of alle schijfpartities. Dit moet alleen gebruikt worden als je ervaring hebt met het gebruik van RAID.
    Om een RAID apparaat te maken, moet je eerst software RAID partities aanmaken. Zodra je twee of meer software RAID partities gemaakt hebt, selecteer je RAID om te software RAID partities samen te voegen tot een RAID apparaat.
    RAID-opties
    De RAID-opties dialoog.
    Figuur 7.20. RAID-opties

    Softwarematige RAID-partitie maken
    Kies deze optie om een partitie toe te voegen voor software RAID. Deze optie is de enigste beschikbare als je schijf geen software RAID partities bevat.
    Create a software RAID partition
    De softwarematige RAD-partitie maken dialoog.
    Figuur 7.21. Create a software RAID partition

    Een RAID-opstelling maken
    Kies deze optie om een RAID apparaat te maken van twee of meer bestaande software RAID partities. Deze optie is beschikbaar als twee of meer software RAID portities geconfigureerd zijn.
    Create a RAID device
    De een RAID-opstelling maken dialoog.
    Figuur 7.22. Create a RAID device

    Clone a drive to create a RAID device
    Kies deze optie om een RAID spiegel te maken van een bestaande schijf. Deze optie is beschikbaar als twee of meer schijven in het systeem beschikbaar zijn.
    Een station klonen om een RAID-opstelling te maken
    De een station klonen om een RAID-opstelling te maken dialoog.
    Figuur 7.23. Een station klonen om een RAID-opstelling te maken

  • LVM: Staat je toe om een LVM logische volume te maken. Het doel van LVM (Logical Volume Manager) is om een eenvoudig logisch overzicht te geven van de onderliggende fysische opslagruimte, zoals harde schijven. LVM beheert individuele fysische schijven — of nauwkeuriger, de individuele partities die op deze aanwezig zijn. Dit moet alleen gebruikt worden als je ervaring hebt met het gebruik van LVM. Merk op dat LVM alleen beschikbaar is in het grafische installatie programma.
    Om een of meer fysische volumes toe te kennen aan een volumegroep, geef je eerst de volumegroep een naam. Selecteer daarna de fysische volumes die in de volumegroep gebruikt gaan worden. Als laatste configureer je logische volumes op elk van de volumegroepen met gebruik van de Toevoegen, Bewerken en Verwijderen opties.
    You may not remove a physical volume from a volume group if doing so would leave insufficient space for that group's logical volumes. Take for example a volume group made up of two 5 GB LVM physical volume partitions, which contains an 8 GB logical volume. The installer would not allow you to remove either of the component physical volumes, since that would leave only 5 GB in the group for an 8 GB logical volume. If you reduce the total size of any logical volumes appropriately, you may then remove a physical volume from the volume group. In the example, reducing the size of the logical volume to 4 GB would allow you to remove one of the 5 GB physical volumes.

    LVM is niet beschikbaar in tekst installaties

    Het voor het eerst instellen van LVM is niet beschikbaar in een tekst mode installatie. De installer staat je toe om voorgeconfigureerde LVM volumes te bewerken. Als je een LVM configuatie van uit het niets moet maken, tik dan op Alt+F2 om een terminal te openen, en voer het lvm commando uit. Om terug te keren naar de tekst mode installatie, tik je op Alt+F1.

7.21.3. Partitie velden

Boven de partitie hierarchie zijn velden die informatie geven over de partities die je maakt. De velden zijn als volgt gedefinieerd:
  • Device: This field displays the partition's device name.
  • Mount Point/RAID/Volume: A mount point is the location within the directory hierarchy at which a volume exists; the volume is "mounted" at this location. This field indicates where the partition is mounted. If a partition exists, but is not set, then you need to define its mount point. Double-click on the partition or click the Edit button.
  • Type: This field shows the partition's file system type (for example, ext2, ext3, ext4, or vfat).
  • Formatteren: Dit veld geeft aan of de partitie die aangemaakt wordt geformatteerd gaat worden.
  • Size (MB): This field shows the partition's size (in MB).
  • Start: Dit veld geeft de cylinder op je harde schijf waar de partitie begint.
  • Einde: Dit veld geeft de cylinder op je harde schijf waar de partitie eindigt.
Onderdelen van RAID-opstellingen/LVM Volume Group verbergen: Selecteer deze optie als je de RAID-opstellingen of LVM volumegroepen die je hebt gemaakt niet wilt zien.

7.21.4. Aanbevolen partitionerings schema

7.21.4.1. x86, AMD64, en Intel® 64 systemen

Als je geen reden hebt om het anders te doen, bevelen we aan dat je de volgende partities aanmaakt voor x86, AMD64, en Intel® 64 systemen:
  • Een swap partitie
  • Een /boot partitie
  • Een / partitie
  • Een swap partitie (tenminste 256 MB)
    Swap partities worden gebruikt om virtueel geheugen te ondersteunen. Met andere woorden, data wordt naar een swap partitie geschreven als er niet voldoende RAM aanwezig is om de data op te slaan die je systeem bewerkt. Bovendien bewaren sommige vermogensbeheer eigenschappen het gehele geheugen van een suspended systeem in de beschikbare swap partitie.
    Als je er niet zeker van bent welke grootte de swap partitie moet hebben, maak het dan twee keer de hoeveelheid RAM die je in je machine hebt. Het moet van het type swap zijn.
    Het aanmaken van de juiste hoeveelheid swap ruimte hangt af van een aantal factoren zoals de volgende (in volgorde van afnemende belangrijkheid):
    • De toepassingen die op de machine draaien.
    • De hoeveelheid fysieke RAM in de machine.
    • De versie van het OS.
    Swap moet gelijk zijn aan 2 keer de fysieke RAM voor fysieke RAM tot en met 2 GB, en daarna een extra 1 keer de fysieke RAM voor elke hoeveelheid boven 2 GB, maar moet nooit minder dan 32 MB zijn.
    Dus, als:
    M = de hoeveelheid RAM in GB, en S = de hoeveelheid swap in GB, dan:
    If M < 2
    	S = M *2
    Else
    	S = M + 2
    
    Met gebruik van deze formule, zal een systeem met 2 GB fysieke RAM een swap ruimte van 4 GB hebben, terwijl een met 3 GB fysieke RAM een swap ruimte van 5 GB zal hebben. Het maken van een grote swap partitie kan in het bijzonder nuttig zijn als je van plan bent om je RAM later uit te breiden.
    Voor systemen met zeer grote hoeveelheden RAM (meer dan 32 GB) kun je waarschijnlijk een kleinere swap partitie toestaan (ongeveer 1 keer, of minder, de fysieke RAM).
  • Een /boot/ partitie (100 MB)
    De partitie gekoppeld aan /boot/ bevat de kernel van het operating systeem (welke je systeem toestaat om Fedora op te starten), te samen met bestanden die tijdens het opstartproces gebruikt worden. Door beperkingen is het aanmaken van een ext3 partitie nodig voor deze bestanden. Voor de meeste gebruikers is een 100 MB boot partitie voldoende.

    ext4 and Btrfs

    De GRUB bootloader ondersteunt de ext4 of Btrfs bestandssystemen niet. Je kunt geen ext4 of Btrfs partitie gebruiken voor /boot/.

    Note

    Als je harde schijf meer dan 1024 cylinders heeft (en je systeem is meer dan twee jaar geleden gemaakt), moet je misschien een /boot/ partitie aanmaken als je de / (root) partitie de overblijvende ruimte op je harde schijf wilt laten gebruiken.

    Note

    Als je een RAID kaart hebt, let er dan op dat sommige BIOS'en het opstarten van de RAID paart niet ondersteunen. In zulke gevallen, moet de /boot/ partitie aangemaakt worden op een partitie buiten de RAID-opstelling, zoals op een aparte harde schijf.
  • Een root partitie (3.0 GB - 5.0 GB)
    This is where "/" (the root directory) is located. In this setup, all files (except those stored in /boot) are on the root partition.
    Een 3.0 GB partitie staat je toe een minimale installatie uit te voeren, terwijl een 5.0 GB root partitie je een volledige installatie laat uitvoeren, met het kiezen van alle pakketgroepen.

    Root en /root

    The / (or root) partition is the top of the directory structure. The /root directory/root (sometimes pronounced "slash-root") directory is the home directory of the user account for system administration.
Many systems have more partitions than the minimum listed above. Choose partitions based on your particular system needs. For example, consider creating a separate /home partition on systems that store user data. Refer to Paragraaf 7.21.4.1.1, “Advies voor partities” for more information.
If you create many partitions instead of one large / partition, upgrades become easier. Refer to the description the Edit option in Paragraaf 7.21.2, “Het partitionerings scherm” for more information.
De volgende tabel vat de minimale partitie grootte samen voor de partities die de getoonde mappen bevatten. Je hoeft geen aparte partitie te maken voor ieder van deze mappen. Bijvoorbeeld, als de map die /foo bevat tenminste 500 MB moet zijn, en je wilt geen aparte /foo partitie maken, dan moet de / (root) partitie tenminste 500 MB zijn.
Map Minimale grootte
/ 250 MB
/usr 250 MB, maar voorkom om dit op een aparte partitie te plaatsen
/tmp 50 MB
/var 384 MB
/home 100 MB
/boot 75 MB
Tabel 7.3. Minimale partitie groottes

Laat overblijvende ruimte vrij

Only assign storage capacity to those partitions you require immediately. You may allocate free space at any time, to meet needs as they occur. To learn about a more flexible method for storage management, refer to Bijlage D, LVM begrijpen.
Als je er niet zeker van bent hoe je de partities van jouw computer het beste in kan stellen, accepteer dan de standaard partitie opmaak.
7.21.4.1.1. Advies voor partities
De optimale partitie instelling hangt af van het gebruik van het Linux systeem in kwestie. De volgende tips kunnen je helpen om te beslissen hoe je je diskruimte kunt toekennen.
  • Als je verwacht dat jij of andere gebruikers data op het systeem willen bewaren, maak dan een aparte partitie voor de /home map binnen een volume groep. Met een aparte /home partitie, kun je Fedora upgraden of herinstalleren zonder data bestanden van gebruikers te wissen.
  • Elke kernel die op je systeem geinstalleerd wordt vereist ongeveer 10 MB op de /boot partitie. Behalve als je van plan bent heel veel kernels te installeren, moet de standaard partitie grootte van 100 MB voor /boot voldoende zijn.

    ext4 and Btrfs

    De GRUB bootloader ondersteunt het ext4 of Btrfs bestandssystemen niet. Je kunt geen ext4 of btrfs partitie gebruiken voor /boot.
  • De /var map bewaart data voor een aantal toepassingen, inclusief de Apache web server. Het wordt ook gebruikt om vernieuwings pakketten die gedownload zijn tijdelijk te bewaren. Verzeker je ervan dat de partitie die de /var map bevat voldoende ruimte heeft om aanstaande vernieuwingen te kunnen downloaden en je andere data kan bevatten.

    Aanstaande vernieuwingen

    Because Fedora is a rapidly progressing collection of software, many updates may be available late in a release cycle. You can add an update repository to the sources for installation later to minimize this issue. Refer to Paragraaf 7.23.1, “Installeren van extra repositories” for more information.
  • De /usr map bevat de meerderheid van de software inhoud op een Fedora systeem. Voor een installatie van de standaard software set heb je tenminste 4 GB ruimte nodig. Als je een software ontwikkelaar bent of je bent van plan om je Fedora systeem te gebruiken om software ontwikkel vaardigheden te leren, moet je deze toekenning tenminste verdubbelen.

    Plaats /usr niet op een aparte partitie

    Als /usr op een andere partie is dan /, dan wordt het boot proces veel complexer, en in sommige situaties (zoals installaties op iSCSi stations),zal het helemaal niet werken.
  • Overweeg om een gedeelte van de ruimte in een LVM groep niet toe te kennen. Deze vrije ruimte geeft je flexibiliteit als je ruimte vereisten veranderen maar je geen data van andere partities wilt verwijderen om ruimte vrij te maken.
  • Als je submappen onderverdeelt in partities, kun je de inhoud van die submappen bewaren als je besluit om een nieuwe versie van Fedora te installeren bovenop je huidige systeem. Bijvoorbeeld, als je van plan bent om een MySQL database te draaien in /var/lib/mysql, maak dan een aparte partitie voor die map voor het geval dat je later opnieuw moet installeren.
De volgende tabel is een mogelijke partitie opzet voor een systeem met een enkele, nieuwe 80 GB harde schijf en 1 GB RAM. Merk op dat ongeveer 10 GB van de volume groep niet toegewezen is om toekomstige groei mogelijk te maken.

Voorbeeld gebruik

Deze opzet is niet optimaal voor alle gebruikers profielen.
Partitie Grootte en type
/boot 100 MB ext3 partitie
swap 2 GB swap
LVM fysische volume Overblijvende ruimte, als een LVM volume groep
Tabel 7.4. Voorbeeld partitie opzet

De fysische volume is toegekend aan de standaard volume groep en onderverdeeld in de volgende logische volumes:
Partitie Grootte en type
/ 13 GB ext4
/var 4 GB ext4
/home 50 GB ext4
Tabel 7.5. Voorbeeld partitie opzet: LVM fysische volume

Voorbeeld 7.1. Voorbeeld partitie opzet

7.21.5. Partities toevoegen

To add a new partition, select the New button. A dialog box appears (refer to Figuur 7.24, “Een nieuwe partitie aanmaken”).

Note

You must dedicate at least one partition for this installation, and optionally more. For more information, refer to Bijlage A, Een inleiding voor schijf partities.
Een nieuwe partitie aanmaken
Een nieuwe partitie aanmaken.
Figuur 7.24. Een nieuwe partitie aanmaken

  • Mount Point: Enter the partition's mount point. For example, if this partition should be the root partition, enter /; enter /boot for the /boot partition, and so on. You can also use the pull-down menu to choose the correct mount point for your partition. For a swap partition the mount point should not be set - setting the filesystem type to swap is sufficient.
  • File System Type: Using the pull-down menu, select the appropriate file system type for this partition. For more information on file system types, refer to Paragraaf 7.21.5.1, “Bestandssysteem types”.
  • Allowable Drives: This field contains a list of the hard disks installed on your system. If a hard disk's box is highlighted, then a desired partition can be created on that hard disk. If the box is not checked, then the partition will never be created on that hard disk. By using different checkbox settings, you can have anaconda place partitions where you need them, or let anaconda decide where partitions should go.
  • Grootte (MB): Vul de grootte (in megabytes) in van de partitie. Merk op dat dit veld begint met 100MB; tenzij het veranderd wordt, zal slechts een 100 MB partitie aangemaakt worden.
  • Additional Size Options: Choose whether to keep this partition at a fixed size, to allow it to "grow" (fill up the available hard drive space) to a certain point, or to allow it to grow to fill any remaining hard drive space available.
    Als je kiest voor Alle ruimte opvullen tot (MB), moet je de grootte beperking opgeven in het veld rechts van deze optie. Dit staat je toe om een bepaalde hoeveelheid ruimte op je harde schijf vrij te houden voor toekomstig gebruik.
  • Force to be a primary partition: Select whether the partition you are creating should be one of the first four partitions on the hard drive. If unselected, the partition is created as a logical partition. Refer to Paragraaf A.1.3, “Partities binnen partities — Een overzicht van extended partities”, for more information.
  • OK: Selecteer OK zodra je tevreden bent met de instellingen en de patitie wilt aanmaken.
  • Annuleren: Selecteer Annuleren als je de partitie niet wilt aanmaken.

7.21.5.1. Bestandssysteem types

Fedora staat je toe om verschillende partitie types te maken, gebaseerd op het bestandssysteem dat ze zullen gebruiken. Het volgende is een korte beschrijving van de beschikbare bestandssystemen, en hoe ze ingezet kunnen worden.
  • Btrfs — Btrfs is in ontwikkeling als een bestandssysteem dat in staat is om meer bestanden, grotere bestanden, en grotere volumes te benaderen en te beheren vergeleken met de ext2, ext3, en ext4 bestandssystemen. Btrfs in ontworpen om het systeem tolerant voor fouten te maken, en de ontdekking en reparatie van fouten mogelijk te maken als ze optreden. Het gebruikt checksums om de geldigheid van data en metadata te waarborgen, en onderhoudt momentopnames van het bestandssysteem die gebruikt kunnen worden voor backup of reparatie.
    Because Btrfs is still experimental and under development, the installation program does not offer it by default. If you want to create a Btrfs partition on a drive, you must commence the installation process with the boot option icantbelieveitsnotbtr. Refer to Hoofdstuk 9, Opstart opties for instructions.

    Btrfs is nog experimenteel

    Fedora 11 bevat Btrfs aan een voorproefje van technologie die je toestaat om met het bestandssysteem te experimenteren. Je moet Btrfs niet kiezen voor partities die waardevolle data bevatten of die essentieel zijn voor de werking van belangrijke systemen.
  • ext2 — Een ext2 bestandssysteem ondersteunt standaard Unix bestand types (gewone bestanden, mappen, symbolische verwijzingen, enz.). Het biedt de mogelijkheid om lange bestandsnamen op te geven, tot 255 karakters.
  • ext3 — Het ext3 bestandssysteem is gebaseerd op het ext2 bestandssysteem en heeft een belangrijk voordeel — journaal bijhouden. Het gebruik van een bestandssysteem met journaal vermindert de tijd die nodig is om een bestandssysteem te herstellen na een crash omdat het niet nodig is om fsck [3] op het bestandssysteem toe te passen.
  • ext4 — Het ext4 bestandssysteem is gebaseerd op het ext3 bestandssysteem en bevat een aantal verbeteringen. Onder andere ondersteuning voor grotere bestandssystemen en grotere bestanden, sneller en meer efficienter toekennen van schijfruimte, geen limiet op het aantal submappen in een map, snellere bestandssysteem contole, en een robuuster journaal bijhouden. Het ext4 bestandssysteem is standaard geselecteerd en wordt sterk aanbevolen.
  • fysische volume (LVM) — Het aanmaken van een of meer fysische volume (LVM) partities staat je toe om een LVM logische volume te maken. LVM can de prestaties verbeteren door het gebruik van fysische schijven.
  • software RAID — Het aanmaken van twee of meer software RAID partities staat je toe om een RAID apparaat te maken.
  • swap — Swap partieties worden gebruikt om virtueel geheugen te ondersteunen. Met andere woorden, data wordt naar een swap partitie geschreven als er niet voldoende RAM is om de data die je systeem bewerkt te bewaren.
  • vfat — Het VFAT bestandssysteem is een Linux bestandssysteem dat compatibel is met Microsoft Windows lange bestandsnamen op het FAT bestandssysteem. Dit bestandssysteem moet gebruikt worden voor de /boot/efi/ partitie op Itanium systemen.

7.21.6. Bewerken van partities

Om een partitie te bewerken, selecteer je de Bewerken knop of je dubbelklikt op de bestaande partitie.

Note

If the partition already exists on your disk, you can only change the partition's mount point. To make any other changes, you must delete the partition and recreate it.

7.21.7. Een partitie verwijderen

Om een partitie te verwijden, selecteer je deze in de Partities sectie en klik de Verwijderen knop. Bevestig dit als er om gevraagd wordt.
For further installation instructions for x86, AMD64, and Intel® 64 systems, skip to Paragraaf 7.22, “x86, AMD64, en Intel® 64 Boot loader configuratie”.

7.22. x86, AMD64, en Intel® 64 Boot loader configuratie

Om het systeem zonder boot media op te starten, moet je gewoonlijk een bootloader installeren. Een bootloader is het eerste software programma dat draait als een computer opstart. Het is verantwoordelijk voor het laden en het doorgeven van de contole aan de kernel software van het operating systeem. De kernel, op zijn beurt, initialiseert de rest van het operating systeem.

Installing in text mode

Als je Fedora installeert in de tekst mode, configureert de installer de bootloader automatisch en kun je de bootloader instellingen niet aanpassen tijdens het installatie proces.
GRUB (GRand Unified Bootloader), welke standaard geinstalleerd wordt, is een zeer krachtige bootloader. GRUB kan een groot aantal vrije operating systemen laden, maar ook eigendomsmatige operating systemen met keten laden (het mechanisme voor het laden van niet ondersteunde operating systemen, zoals DOS of Windows, door het laden van een andere bootloader).

Het GRUB boot menu

Standaard is het GRUB menu verborgen, behalve op dual-boot systemen. Om het GRUB menu tijdens een systeem opstart te laten zien, houd je de Shift toets ingedrukt voordat de kernel is geladen. (Elke andere toests werkt ook maar de Shift toets is de veiligste om te gebruiken).
Bootloader configuratie
Configureren hoe je het systeem wilt opstarten.
Figuur 7.25. Bootloader configuratie

If there are no other operating systems on your computer, or you are completely removing any other operating systems the installation program will install GRUB as your boot loader without any intervention. In that case you may continue on to Paragraaf 7.23, “Package Group Selection”.
Je hebt misschien al een bootloader op je systeem geinstalleerd. Een operating systeem kan zijn eigen voorkeurs bootloader installeren, of je hebt een bootloader van derden geinstalleerd. Als je bootloader geen Fedora partities herkent, ben je misschien niet in staat om Ferdora op te starten. Gebruik GRUB als je bootloader om Linux en de meeste andere operating systemen op te starten. Volg de aanwijzingen op in dit hoofdstuk om GRUB te installeren.

Installing GRUB

Als je GRUB installeert, kan het je bestaande bootloader overschrijven.
Het installatie programma installeert GRUB standaard in de master boot record, of MBR, van de schijf voor het root bestandssysteem. Om de installatie van een nieuwe bootloader tegen te houden, verwijder je de selectie Bootloader op /dev/sda installeren.

Warning

Als je om wat voor reden dan ook ervoor kiest om GRUB niet te installeren, zul je niet in staat zijn om het systeem rechtstreeks op te starten, en moet je een andere boot metohde gebruiken (zoals een commerciele bootloader toepassing). Gebruik deze optie alleen als je er zeker van bent dat je een andere manier hebt om je systeem op te starten.
Als je al andere operating systemen hebt geinstalleerd, probeert Fedora om ze automatisch te detecteren en stelt GRUB in om ze te kunnen opstarten. Je kunt extra operating systemen handmatig instellen als GRUB ze niet detecteert.
Om gedetecteerde operating systeem instellingen toe te voegen, te verwijderen, of te veranderen, gebruik je de geboden opties.
Toevoegen
Selecteer Toevoegen om een extra operating systeem toe te voegen in GRUB.
Selecteer de schijf partitie die het opstartbare operating system bevat van de neerklap lijst en geef de keuze een label. GRUB laat deze label in zijn boot menu zien.
Edit
Om een regel in het GRUB boot menu te veranderen, selecteer je deze regel en dan selecteer je Bewerken.
Delete
Om een regel van het GRUB boot menu te verwijderen, selecteer je de regel en daarna selecteer je Verwijderen.
Selecteer Standaard naast de voorkeurs boot partitie om je standaard op te starten OS te kiezen. Je kunt niet verdergaan met de installatie totdat je een standaard boot image hebt gekozen.

Note

De Label kolom laat zien wat je moet intypen op de boot prompt, voor niet-grafische bootladers, om het gewenste operating systeem op te starten.
Zodra het GRUB boot scherm geladen is, gebruik je de pijltjes toetsen om een boot label te kiezen en type e voor bewerken. Je krijgt een lijst van items te zien uit het configuratie bestand voor het boot labl dat je geselecteerd hebt.
Bootloader wachtwoorden bieden een beveiligings mechanisme in een omgeving waar fysieke toegang tot je server aanwezig is.
Als je een bootloader installeert, moet je een wachtwoord aanmaken om je systeem te beschermen. Zonder bootloader wachtwoord, kunnen gebruikers met toegang tot je systeem opties aan de kernel doorgeven die je systeembeveiliging in gevaar kunnen brengen. Met een ingesteld bootloader wachtwoord, moet het wachtwoord eerst opgegeven worden voordat een niet-standaard boot optie opgegeven kan worden. Het is echter nog steeds mogelijk voor iemand met fysieke toegang tot de machine om op te starten met een diskette, CD-ROM, of USB media als de BIOS dat ondersteunt. Beveiligings plannen die ook bootloader wachtwoorden bevatten moeten ook rekening houden met alternatieve opstart methodes.

GRUB wachtwoorden niet vereist

You may not require a GRUB password if your system only has trusted operators, or is physically secured with controlled console access. However, if an untrusted person can get physical access to your computer's keyboard and monitor, that person can reboot the system and access GRUB. A password is helpful in this case.
Als je er voor kiest om een bootloader wachtwoord te gebruiken om je systeembeveiliging te verbeteren, selecteer dan het hokje bij Bootloader-wachtwoord gebruiken.
Zodra het geselecteerd is, geef je het wachtwoord op en bevestig je het.
GRUB stores the password in encrypted form, so it cannot be read or recovered. If you forget the boot password, boot the system normally and then change the password entry in the /boot/grub/grub.conf file. If you cannot boot, you may be able to use the "rescue" mode on the first Fedora installation disc to reset the GRUB password.
Als je het GRUB wachtwoord moet veranderen, gebruik je het grub-md5-crypt programma. Voor informatie over het gebruik van dit programma, gebruik je het commando man grub-md5-crypt in een terminal scherm om de manual pagina's te lezen.
Om meer geavanceerde bootloader opties in te stellen, zoals het veranderen van de schijfvolgorde, of het doorgeven van opties aan de kernel, wees er dan zeker van dat Geavanceerde bootloader opties instellen geselecteerd is voordat je op Volgende klikt.

7.22.1. Geavanceerde bootloader instellingen

Nu dat je gekozen hebt welke bootloader te installeren, kun je ook bepalen waar de bootloader geinstalleerd moet worden. Je kunt de bootloader op twee plaatsen installeren:
  • The master boot record (MBR) — This is the recommended place to install a boot loader, unless the MBR already starts another operating system loader, such as System Commander. The MBR is a special area on your hard drive that is automatically loaded by your computer's BIOS, and is the earliest point at which the boot loader can take control of the boot process. If you install it in the MBR, when your machine boots, GRUB presents a boot prompt. You can then boot Fedora or any other operating system that you have configured the boot loader to boot.
  • De eerste sector van je boot partitie — Dit wordt aanbevolen als je al een andere bootloader op je systeem gebruikt. In dat geval neemt je andere bootloader eerst de controle. Je kunt dan die bootloader instellen om GRUB te starten, welke daarna Fedora start.

    GRUB als een secundaire bootloader

    Als je GRUB installeert als een secundaire bootloader, moet je je primaire bootloader herconfigureren iedere keer als je een nieuwe kernel installeert en ervan wilt opstarten. De kernel van een operating systeem zoals Microsoft Windows start niet op dezelfde manier op. De meeste gebruikers gebruiken daarom GRUB als de primaire bootloader in dual-boot systemen.
Bootloader installatie
Kies waar de bootloader te installeren hoe het te configureren.
Figuur 7.26. Bootloader installatie

Note

Als je een RAID kaart hebt, denk er dan aan dat sommige BIOS'en opstarten van een RAID kaart niet ondersteunen. In zulke gevallen moet de bootloader niet geinstalleerd worden op de MBR van de RAID opstelling. De bootloader moet geinstalleerd worden op de MBR van dezelfde schijf waarop de /boot/ partitie was aangemaakt.
Als je systeem alleen Fedora gebruikt, moet je de MBR kiezen.
Klik op de BIOS-stationsvolgorde knop als je de volgorde van je stations wilt veranderen of als je BIOS niet de juiste volgorde teruggeeft. Het veranderen van de stationsvolgorde kan nuttig zijn als je meerdere SCSI adapters hebt, of zowel SCSI als IDE adapters, en je wilt opstarten van het SCSI apparaat.

Note

Tijdens het partitioneren van de harde schijf, moet je eraan denken dat de BIOS van sommige oudere systemen niet meer dan de eerste 1024 cylinders van een harde schijf kan bereiken. Als dat het geval is, laat dan voldoende ruimte voor de /boot Linux partitie op de eerste 1024 cylinders van je harde schijf om Linux op te kunnen starten. De andere Linux partities kunnen voorbij cylinder 1024 geplaatst worden.
In parted komen 1024 cylinders overeen met 528 MB. Voor meer informatie refereer je naar:
http://www.pcguide.com/ref/hdd/bios/sizeMB504-c.html

7.22.2. Reddings Mode

Rescue mode provides the ability to boot a small Fedora environment entirely from boot media or some other boot method instead of the system's hard drive. There may be times when you are unable to get Fedora running completely enough to access files on your system's hard drive. Using rescue mode, you can access the files stored on your system's hard drive, even if you cannot actually run Fedora from that hard drive. If you need to use rescue mode, try the following method:
  • Met gebruik van de CD-ROM om een AMD64, of Intel® 64 systeem op te starten, type je linux rescue op de instaalatie boot prompt.

7.22.3. Alternative bootloaders

GRUB is de standaard bootloader voor Fedora, maar het is niet de enigste keuze. Een verscheidenheid aan open bron en eigendomsmatige aternatieven voor GRUB zijn beschikbaar om Fedora te laden, zoals LILO, SYSLINUX, Acronis Disk Director Suite, en Apple Boot Camp.

7.23. Package Group Selection

Nu je de meeste keuzes voor je installatie gemaakt hebt, ben je nu klaar om de standaard pakket selectie voor je systeem te bevestigen of de pakket selectie aan te passen voor je systeem.
Het Pakket installatie standaarden scherm verschijnt en laat de standaard pakket set voor je Fedora installatie zien. Dit scherm is afhankelijk van de Fedora versie die je installeert.

Installing from a Live Image

Als je installeert van een Fedora Live image, kun je geen pakket selecties maken. Deze installatie methode brengt een copie van de Live image over in plaats van het installeren van pakketten vanaf een repository. Om de pakket selectie te veranderen, maak je eerst de installatie af, en gebruik je dan de Software toevoegen/verwijderen toepassing om de gewenste veranderingen te maken.

Installing in text mode

Als je Fedora installeert in de tekst mode, kun je geen pakket selecties maken. De installer selecteert automatisch pakketten van alleen de basis en kern groepen. Deze pakketten zijn voldoende om te verzekeren dat het systeem werkt op het eind van het installatie proces, klaar voor het installeren van vernieuwingen en nieuwe pakketten. Om de pakket selectie te veranderen, maak je eerst de installatie af, en daarna gebruik je de Software toevoegen/verwijderen toepassing om de gewenste veranderingen te maken.
Package Group Selection
Kies welke pakketgroepen je wilt installeren.
Figuur 7.27. Package Group Selection

Standaard laadt het Fedora installatie proces een software selectie die geschikt is voor een dektop systeem. Om software toe te voegen of te verwijderen voor bepaalde taken, selecteer je de relevantie items van de lijst:
Kantoor en productiviteit
Deze optie biedt de OpenOffice.org productiviteit suite, de Planner projectbeheer toepassing, grafische gereedschappen zoals de Gimp, en multimedia toepassingen.
Software ontwikkeling
Deze optie biedt de noodzakelijke gereedschappen om software op je Fedora systeem te compileren.
Web server
Deze optie biedt de Apache webserver.
If you choose to accept the current package list, skip ahead to Paragraaf 7.24, “Voorbereiden om te installeren”.
To select a component, click on the checkbox beside it (refer to Figuur 7.27, “Package Group Selection”).
Om de pakket selectie verder aan te passen, selecteer je de Nu aanpassen optie op het scherm. Klikken op Volgende brengt je naar het Pakket groep selectie scherm.

7.23.1. Installeren van extra repositories

Je kunt extra repositories definieren om de beschikbare software voor je systeem tijdens de installatie uit te breiden. Een repositorie is een netwerk locatie die software pakketten bevat te samen met metadata die de pakketten beschrijft. Veel van de software pakketten gebruikt in Fedora vereisen dat andere software geinstalleerd is. De installer gebruikt de metadata om er zeker van te zijn dat aan de vereisten voor ieder pakket dat je selecteert voor installatie wordt voldaan.
De basis opties zijn:
  • De Installatie Repo repository is automatisch voor je geselecteerd. Dit stelt de verzameling software voor die beschikbaar is op je installatie CD of DVD.
  • De Fedora 11 - i386 repository bevat de complete verzameling software die is vrijgegeven als Fedora 11, met alle software van de versie die geldig was ten tijde van de vrijgave. Als je installeert van de Fedora 11 DVD of CD set, geeft deze optie je niets extra. Echter als je installeert van een Fedora Live CD, biedt deze optie toegang tot veel meer software dan beschikbaar op de schijf. Merk op dat de computer toegang tot het internet moet hebben om deze optie te kunnen gebruiken.
  • De Fedora 11 - i386 - Updates repository bevat de complete verzameling software die is vrijgegeven als Fedora 11, met alle software van de versie die op dit moment actueel is. Deze optie installeert niet alleen de software die je selecteert, maar zorgt er ook voor dat het volledig bij de tijd is. Merk op dat de computer toegang tot het internet moet hebben om deze optie te kunnen gebruiken.
Een software repositorie toevoegen
Geef de details op van extra software repositories
Figuur 7.28. Een software repositorie toevoegen

Om software toe te voegen van repositories anders dan de Fedora pakket selectie, selecteer je Extra repositories toevoegen. Je kunt de locatie van een repository met software van derden opgeven. Afhankelijk van de configuratie van die repository, kun je misschien niet-Fedora software selecteren tijdens de installatie.
Om een bestaande software repository locatie aan te passen, selecteer je de repository in de lijst en selecteer je daarna Repository aanpassen.

Netwerk toegang noodzakelijk

Als je de repository informatie verandert tijdens een installatie zonder netwerk, zoals van een Fedora DVD, vraagt de installer je om informatie voor het configureren van het netwerk.
Als je Extra repositories toevoegen selecteert, verschijnt de Repository bewerken dialoog. Geef een Repository-naam en de Repository-URL voor zijn locatie.

Fedora software spiegels

To find a Fedora software mirror near you, refer to http://fedoraproject.org/wiki/Mirrors.
Once you have located a mirror, to determine the URL to use, find the directory on the mirror that contains a directory named repodata. For instance, the "Everything" repository for Fedora is typically located in a directory tree releases/11/Everything/arch/os, where arch is a system architecture name.
Once you provide information for an additional repository, the installer reads the package metadata over the network. Software that is specially marked is then included in the package group selection system. See Paragraaf 7.23.2, “Software selectie aanpassen” for more information on selecting packages.

Terug gaan verwijdert repository metadata

Als je Terug kiest op het pakket selectie scherm, zal alle extra repository data die je misschien hebt opgegeven verloren gaan. Dit staat je toe om extra repositories effectief te verwijderen. Op dit moment is er geen manier om een enkele repository die je opgegeven hebt te verwijderen

7.23.2. Software selectie aanpassen

Selecteer Nu aanpassen om de software pakketten voor je uiteindelijke systeem in meer detail op te geven. Deze optie laat het installatie proces een extra aanpassings scherm tonen als je Volgende selecteert.

Ondersteuning installeren voor extra talen

Select Customize now to install support for additional languages. Refer to Paragraaf 7.23.2.2, “Extra taal ondersteuning” for more information on configuring language support.
Pakketgroep details
Kies om optionele pakketten toe te voegen of te verwijderen van deze pakketgroep.
Figuur 7.29. Pakketgroep details

Fedora divides the included software into package groups. For ease of use, the package selection screen displays these groups as categories.
Je kunt pakketgroepen selecteren, die onderdelen groeperen volgens functie (bijvoorbeeld X Window systeem en Editors), individuele pakketten, of een combinatie van de twee.
Om de pakketgroepen van een categorie te zien, selecteer je de categorie van de linker lijst. De rechter lijst laat de pakketgroepen zien voor de geselecteerde categorie.
Om een pakketgroep op te geven om te installeren, selecteer je het aanvinkhokje naast de groep. Het veld onderin het scherm laat informatie zien over de pakketgroep die op dit moment geselecteerd is. Geen enkel pakket van de groep zal geinstalleerd worden als het aanvinkhokje niet geselecteerd is.
Als je een pakketgroep selecteert, zal Fedora automatisch de basis en verplichte pakketten voor die groep installeren. Om te veranderen welke optionele pakketten binnen een geselecteerde groep geinstalleerd gaan worden, selecteer je de Optionele pakketten knop onder de beschrijving van de groep. Gebruik daarna het aanvinkhokje naast de naam van een individueel pakket om zijn selectie te veranderen.
Nadat je de gewenste pakketten hebt gekozen, selecteer je Volgende om verder te gaan. Fedora controleert je selectie, en voegt automatisch extra pakketten toe als dat nodig is voor de pakketten die je geselecteerd hebt. Als je klaar bent met het selecteren van pakketten, klik je op Sluiten om je optionele pakket selectie op te slaan en je gaat terug naar het hoofd pakket selectie scherm.

7.23.2.1. Van gedachte veranderen

De pakketten die je selecteert zijn niet permanent. Nadat je je systeem opgestart hebt,gebruik je de Software toevoegen/verwijderen toepassing om nieuwe pakketten te installeren of om geinstalleerde pakketten te verwijderen. Om deze toepassing te draaien selecteer je van het hoofd menu SysteemBeheerSoftware toevoegen/verwijderen. Het Fedora software beheerssysteem download de nieuwste pakketten van netwerkservers, in plaats van die op de installatie schijven.

7.23.2.2. Extra taal ondersteuning

Jouw Fedora systeem ondersteunt automatisch de taal die je gekozen hebt aan het begin van het installatie proces. Om ondersteuning voor extra talen toe te voegen, selecteer je de pakketgroep voor deze talen van de Talen categorie.

7.23.2.3. Kern netwerk voorzieningen

Alle Fedora installaties bevatten de volgende netwerk voorzieningen:
  • gecentraliseerde logging met syslog
  • email met SMTP (Simple Mail Transfer Protocol)
  • netwerk bestand delen met NFS (Network File Systeem)
  • toegang op afstand met SSH (Secure SHell)
  • resource advertising met mDNS (multicast DNS)
Het standaard installatie proces biedt ook:
  • netwerk bestandsoverdracht met HTTP (HyperText Transfer Protocol)
  • afdrukken met CUPS (Common UNIX Printing System)
  • desktop toegang op afstand met VNC (Virtual Network Computing)
Sommige geautomatiseerde processen op je Fedora systeem gebruiken de email voorziening om rapporten en boodschappen naar de systeembeheerder te sturen. Standaard accepteren de email, logging, en afdruk voorzieningen geen verbindingen van andere systemen. Fedora installeert de NFS, HTTP, en VNC onderdelen zonder deze voorzieningen aan te zetten.
Je kunt jouw Fedora systeem instellen na de installatie om email, bestandsdeling, logging, afdrukken, en desktop toegang op afstand voorzieningen aan te bieden. De SSH voorziening is standaard aangezet. Je kunt NFS gebruiken om toegang te krijgen tot bestanden op andere systemen zonder de NFS bestandsdeling voorziening aan te zetten.

7.24. Voorbereiden om te installeren

7.24.1. Voorbereiden voor het installeren

Een scherm dat je voorbereidt op de installatie van Fedora verschijnt nu.
Ter referentie kan een complete log van je installatie gevonden worden in /root/install.log zodra je jouw systeem opnieuw opstart.
To cancel this installation process, press your computer's Reset button or use the Control+Alt+Delete key combination to restart your machine.

7.25. Pakketten installeren

At this point there is nothing left for you to do until all the packages have been installed. How quickly this happens depends on the number of packages you have selected and your computer's speed.
Fedora geeft de voortgang van het installatie proces weer op scherm terwijl het de geselecteerde pakketten naar je systeem te schrijven. Netwerk en DVD installaties vereisen geen verdere actie. Als je CD's gebruikt om te installeren, zal Fedora je periodiek vragen om schijven te verwisselen. Nadat je een schijf aangebracht hebt, selecteer je OK om de installatie te vervolgen.
Als de installatie klaar is, selecteer je Herstarten om je computer opnieuw op te starten. Fedora werpt de ingebrachte schijf uit voordat de computer opnieuw opstart.

Installing from a Live Image

Als je installeert van een Fedora Live image, verschijnt geen boot promp. Je kunt doorgaan met het gebruiken van de Live image zoals je wilt, en het systeem opnieuw opstarten op elk gewenst tijdstip om van het nieuw geinstalleerde Fedora systeem te genieten.

7.26. Installatie compleet

Gefeliciteerd! Jouw Fedora installatie is nu compleet!
Het installatie programma vraagt je om het systeem opnieuw op te starten. Denk eraan om de installatie media te verwijderen als dat niet al automatisch gedaan is.


[2] Een root wachtwoord is het administratie wachtwoord voor je Fedora systeem. Je moet alleen als root inloggen als dat nodig is voor systeem onderhoud. Het root account werkt niet met de beperkingen die gewone gebruikersaccounts opgelegd krijgen, dus veranderingen gemaakt als root hebben implicaties voor je gehele systeem.

[3] De fsck toepassing wordt gebruikt om het bestandssysteem te controleren voor metadata consistentie en als optie een of meer Linux bestandssystemen te herstellen.

Hoofdstuk 8. Installatie foutzoeken op een Intel® of AMD systeem

Deze appendix bespreekt een aantal standaard installatie problemen en hun oplossingen.

8.1. Je bent niet in staat om Fedora op te starten

8.1.1. Kun je niet opstarten met je RAID kaart?

Als je een installatie uitgevoerd hebt en je kunt je systeem niet fatsoenlijk opstarten, moet je misschien herinstalleren en je partities anders aanmaken.
Sommige BIOS'en ondersteunen niet het opstarten van RAID kaarten. Aan het einde van de installatie kan het zijn dat alleen een tekst gebaseerd scherm verschijnt dat de bootloader prompt laat zien (bijvoorbeeld, GRUB: ) en een knipperende cursor. Als dat het geval is moet je je systeem opnieuw partitioneren.
Of je nu voor automatische of voor handmatige partitionering hebt gekozen, je moet je /boot partitie buiten de RAID opstelling installeren, zoals op een aparte harde schijf. Een interne harde schijf is nodig om te gebruiken bij het aanmaken van partities met problematische RAID kaarten.
Je moet ook je voorkeurs bootloader (GRUB of LILO) installeren op de MBR van een schijf dat buiten de RAID opstelling is. Dit moet dezelfde schijf zijn die de /boot/ partitie herbergt.
Zodra deze veranderingen gemaakt zijn, moet je in staat zijn om je installatie af te maken en het systeem netjes op te starten.

8.1.2. Laat je systeem signaal 11 fouten zien?

Een signaal 11 fout, algemeen bekend als een segmentatie fout, betekent dat het programma een geheugen locatie adresseert die er niet aan toegekend is. Een signaal 11 fout kan veroorzaakt worden door een bug in een van de software programma's die geinstalleerd zijn, of door kapotte hardware.
If you receive a fatal signal 11 error during your installation, it is probably due to a hardware error in memory on your system's bus. Like other operating systems, Fedora places its own demands on your system's hardware. Some of this hardware may not be able to meet those demands, even if they work properly under another OS.
Wees er zeker van dat je de laatste vernieuwingen en images hebt. Bekijk de on-line errata om te zien of nieuwere versies beschikbaar zijn. Als de laatste images nog steeds falen, kan het een probleem met je hardware zijn. Gewoonlijk zitten deze fouten in je geheugen of CPU-cache. Een mogelijke oplossing voor deze fout is het uitzetten van de CPU-cache in de BIOS, als je systeem dit ondersteunt. Je kunt ook proberen om je geheugen om te wisselen in de moederbord connectors om te kijken of het probleem connector of geheugen gerelateerd is.
Een andere optie is het uitvoeren van een media test op je installatie CD-ROM's. Anaconda, het installatie programma, heeft de mogelijkheid om de integriteit van de installatie media te testen. Dit werkt met de CD, DVD, harde schijf ISO, en NFS ISO installatie methodes. Wij bevelen aan dat je alle installatie media test voordat je de installatie begint, en voordat je fouten gerelateerd aan de installatie rapporteert (vele van de gerapporteerde bugs zijn in feite foutief gebrande CD's). Om deze test te gebruiken, type je het volgende commando in op de boot: prompt:
	linux mediacheck
Voor meer informatie over signaal 11 fouten, refereer je naar:
	http://www.bitwizard.nl/sig11/

8.2. Problemen met het beginnen van de installatie

8.2.1. Problemen met opstarten in de grafische installatie

Er zijn sommige videokaarten die problemen hebben met het opstarten in het grafische installatie programma. Als het installatie programma niet draait met zijn standaard instellingen, probeert het in een lagere resolutie mode te draaien. Als dat nog steeds niet lukt, probeert het installatie programma in de tekst mode te draaien.
One possible solution is to try using the resolution= boot option. This option may be most helpful for laptop users. Another solution to try is the driver= option to specify the driver that should be loaded for your video card. If this works, it should be reported as a bug as the installer has failed to autodetect your videocard. Refer to Hoofdstuk 9, Opstart opties for more information on boot options.

Note

Om frame buffer ondersteuning uit te zetten en toe te staan dat het installatie programma in de tekst mode draait, probeer je de nofb boot optie te gebruiken. Dit commando kan nodig zijn voor bereikbaarheid met sommige scherm-lezende hardware.

8.3. Problemen tijdens de installatie

8.3.1. No devices found to install Fedora fout boodschap

Als je een fout krijgt die zegt No devices found to install Fedora, is er waarschijnlijk een SCSI controller die niet herkend wordt door het installatie programma.
Check your hardware vendor's website to determine if a driver diskette image is available that fixes your problem. For more general information on driver diskettes, refer to Hoofdstuk 5, Driver media voor Intel® en AMD systemen.
Je kunt ook refereren naar de Hardware compatibiliteits lijst van LinuxQuestions.org, welke beschikbaar is op:

8.3.2. Opslaan van traceback boodschappen zonder verwijderbare media

Als je een traceback foutboodschap krijgt tijdens de installatie, kun je het gewoonlijk opslaan op verwijderbare media, bijvoorbeeld een USB flash apparaat of een floppy disk.
Als je geen verwijderbare media op je systeem beschikbaar hebt, kun je met scp de foutboodschap naar een systeem op afstand sturen.
Als de traceback dialoog verschijnt, wordt deze ook automatisch geschreven naar een bestand met de naam /tmp/anacdump.txt. Zodra de daloog verschijnt, schakel je over naar een nieuwe tty (viruele console) door de toetsten Ctrl+Alt+F2 in te duwen en gebruik je scp om de boodschap geschreven naar /tmp/anacdump.txt te copieeren naar een bekend werkend systeem op afstand.

8.3.3. Problemen met partitie tabellen

If you receive an error after the Disk Partitioning Setup (Paragraaf 7.18, “Disk Partitioning Setup”) phase of the installation saying something similar to
The partition table on device hda was unreadable. To create new partitions it must be initialized, causing the loss of ALL DATA on this drive.
you may not have a partition table on that drive or the partition table on the drive may not be recognizable by the partitioning software used in the installation program.
Gebruikers die programma's zoals EZ-BIOS hebben gebruikt hebben soortgelijke problemen ondervonden, het veroorzaken dat data is verloren (ervan uitgaande er geen backup van de data is gemaakt voor de installatie) die niet hersteld kon worden.
No matter what type of installation you are performing, backups of the existing data on your systems should always be made.

8.3.4. Overblijvende ruime gebruiken

Je hebt een swap en een / (root) partitie aangemaakt, en je hebt voor de root partitie geselecteerd om de overblijvende ruimte te gebruiken, maar dit vult de harde schijf niet.
Als je harde schijf meer dan 1024 cylinders heeft, moet je een /boot partitie aanmaken als je wilt dat de / (root) partitie alle overblijvende ruimte op je harde schijf gebruikt.

8.3.5. Andere partitionerings problemen

Als je partities handmatig aanmaakt, maar je kunt niet naar het volgende scherm gaan, heb je misschien niet alle partities aangemaakt die nodig zijn om de installatie verder te laten gaan.
Je moet tenminste de volgende partities hebben:
  • Een / (root) partitie
  • A <swap> partition of type swap

Note

When defining a partition's type as swap, do not assign it a mount point. Anaconda automatically assigns the mount point for you.

8.3.6. Zie je Python fouten?

Tijdens sommige upgrades of installaties van Fedora, kan het installatie programma (ook bekend als anaconda) falen met een Python of traceback fout. Deze fout kan optreden na de selectie van individuele pakketten of terwijl het probeert de upgrade log op te slaan in de /tmp/ map. De fout kan er ongeveer zo uitzien:
Traceback (innermost last):
File "/var/tmp/anaconda-7.1//usr/lib/anaconda/iw/progress_gui.py", line 20, in run
rc = self.todo.doInstall ()    
File "/var/tmp/anaconda-7.1//usr/lib/anaconda/todo.py", line 1468, in doInstall 
self.fstab.savePartitions ()    
File "fstab.py", line 221, in savePartitions      
sys.exit(0)  
SystemExit: 0   
Local variables in innermost frame:  
self: <fstab.GuiFstab instance at 8446fe0>  
sys: <module 'sys' (built-in)>  
ToDo object:  (itodo  ToDo  p1  (dp2  S'method'  p3  (iimage  CdromInstallMethod  
p4  (dp5  S'progressWindow'  p6   <failed>

Deze fout treedt op in sommige systemen waar links naar /tmp/ symbolisch naar andere locaties wijzen of veranderd zijn sinds het aanmaken. Deze symbolische of veranderde links zijn niet geldig tijdens het installatie proces, dus het installatie programma kan geen informatie wegschrijven en faalt.
Als je zo'n fout tegenkomt, probeer dan eerst eventuele vernieuwingen voor anaconda te downloaden. Vernieuwingen voor anaconda en instructies voor het gebruik hiervan kunnen gevonden worden op:
http://fedoraproject.org/wiki/Anaconda/Updates
De anaconda website kan ook een nuttige referentie zijn en kan gevonden worden op:
http://fedoraproject.org/wiki/Anaconda
You can also search for bug reports related to this problem. To search Red Hat's bug tracking system, go to:
http://bugzilla.redhat.com/bugzilla/

8.4. Problemen na installatie

8.4.1. Problemen met het grafische GRUB scherm op een x86 gebaseerd system?

Als je problemen ondervindt met GRUB, moet je misschien je grafische opstart scherm uitzetten. Om dit te doen, wordt je root en bewerkt het /boot/grub/grub.conf bestand.
In het grub.conf bestand, maak je commentaar van de regel die begint met splashimage door het toevoegen van de # karakter aan het begin van de regel.
Druk op Enter om de bewerken mode te verlaten.
Zodra het bootloader scherm terug is gekomen, type je b om het systeem op te starten.
Zodra je opnieuw hebt opgestart, wordt het grub.conf bestand opnieuw gelezen en de veranderingen die je gemaakt hebt krijgen effect.
Je kunt het grafische boot scherm weer aanzetten door het commentaar teken weg te halen de regel hierboven in het grub.conf bestand (of de originele regel toe te voegen).

8.4.2. Opstarten in een grafische omgeving

Als je het X windows systeem hebt geinstalleerd maar je ziet geen grafische desktop omgeving als je ingelogd hebt, kun je de X windows grafische interface opstarten met gebruik van het commando startx.
Zodra je dit commando hebt ingetypt en op Enter hebt geduwd, wordt de grafische desktop omgeving getoond.
Merk echter op dat dit een eenmalige reparatie is en het verandert niets aan het login proces voor toekomstige log-in's.
Om het systeem zodanig in te stellen dat je in kan loggen met een grafisch scherm, moet je een bestand bewerken, /etc/inittab, door het veranderen van slechts een getal in de runlevel sectie. Als je klaar bent, start je de computer opnieuw op. De volgende keer dat je inlogt, krijg je een grafische login prompt te zien.
Open een shell prompt. Als je in je gebruikers account bent, wordt dan root door het intypen van het su commando.
Type nu gedit /etc/inittab om het bestand te bewerken met gedit. Het bestand /etc/inittab opent. Binnen het eerste scherm verschijnt een sectie die er ongeveer als volgt uit ziet:
# Default runlevel. The runlevels used are: 
#   0 - halt (Do NOT set initdefault to this) 
#   1 - Single user mode 
#   2 - Multiuser, without NFS (The same as 3, if you do not have networking) 
#   3 - Full multiuser mode 
#   4 - unused 
#   5 - X11 
#   6 - reboot (Do NOT set initdefault to this) 
#  id:3:initdefault:

Om te veranderen van een console naar een grafische login, moet je het nummer in de regel id:3:initdefault: veranderen van een 3 naar een 5.

Warning

Verander alleen het getal van het standaard runlevel van 3 naar5.
Je veranderde regel moet er nu ongeveer zo uitzien:
	 id:5:initdefault: 
Als je tevreden bent met je verandering, sla je het bestand op en verlaat de bewerker met de Ctrl+Q toetsen. Een scherm verschijnt en vraagt of je de veranderingen wilt opslaan. Klik op Opslaan.
De volgende keer dat je inlogt na het opnieuw opstarten van je systeem, krijg je een grafische login prompt gepresenteerd.

8.4.3. Problemen met het X windows systeem (GUI)

Als je moeite hebt om X (het X window systeem) te laten starten, heb je het misschien niet geinstalleerd tijdens je installatie.
Als je X wilt, kun je of de pakketten installeren van de Fedora installatie media of een upgrade uitvoeren.
Als je kiest voor een upgrade, selecteer je de X window systeem pakketten, en kies je GNOME, KDE, of beide, tijdens het upgrade pakket selectie proces.

8.4.4. Problemen met de X server die crasht en niet-root gebruikers

Als je problemen hebt met de X server die crasht als iemand anders dan root inlogt, kun je een vol bestandssysteem hebben (of, een gebrek aan beschikbare harde schijf ruimte).
Om te verifieren op dit het probleem is dat je ondervindt, draai je het volgende commando:
df -h
Het df commando zal je helpen om te zien welke partitie vol is. Voor extra informatie over df en een uitleg over de beschikbare opties (zoals de -h optie gebruikt in dit voorbeeld), refereer je naar de df manual pagina door man df in te typen op een shell prompt.
De sleutel indicatie is 100% vol of een percentage boven de 90% of 95% op een partitie. De /home/ en /tmp/ partities kunnen soms snel opgevuld worden met bestanden van gebruikers. Je kunt wat ruimte op die partitie maken door oude bestanden te verwijderen. Nadat je wat schijfruimte hebt vrij gemaakt, probeer je X te draaien als de gebruiker die het eerst niet lukte.

8.4.5. Problemen als je probeert in te loggen

Als je geen gebruikersaccount hebt aangemaakt in de firstboot schermen, log je in als root met gebruik van het wachtwoord dat je aan root toekende.
Als je je root wachtwoord niet meer kunt herinneren, start je je system op met linux single.
Als je een x86-gebaseerd systeem gebruikt en GRUB je geinstalleerde bootloader, type je e in voor bewerken als het GRUB opstart scherm is geladen. Je krijgt een lijst te zien met items in het configuratie bestand voor de boot label die je hebt gekozen.
Kies de regel die begint met kernel en type e in om deze boot regel te bewerken.
OP het einde van de kernel regel, voeg je toe:
	single
Press Enter to exit edit mode.
Once the boot loader screen has returned, type b to boot the system.
Zodra je in de enkele-gebruiker mode bent opgestart en toegang hebt tot de # prompt, moet je intypen passwd root, wat je toestaat om een nieuw wachtwoord voor root op te geven. Op dit punt aangekomen kun je shutdown -r now intypen om het systeem opnieuw op te starten met het nieuwe root wachtwoord.
If you cannot remember your user account password, you must become root. To become root, type su - and enter your root password when prompted. Then, type passwd <username>. This allows you to enter a new password for the specified user account.
Als het grafische login scherm niet verschijnt, controleer dan je hardware voor compatibiliteits problemen. Linuxquestions.org onderhoudt een Hardware compatibiliteits lijst op:
	http://www.linuxquestions.org/hcl/index.php

8.4.6. Wordt je RAM niet herkend?

Soms herkent de kernel niet al je geheugen (RAM). Je kunt dit controleren met het cat /proc/meminfo commando.
Verifieer dat de getoonde hoeveelheid overeenkomt met de bekende hoeveelheid RAM in je systeem. Als ze niet gelijk zijn, voeg je de volgende regel toe aan /boot/grub/grub.conf:
mem=xxM
Vervang xx met de hoeveelheid RAM die je hebt in megabytes.
In /boot/grub/grub.conf, zal het bovenstaande voorbeeld lijken op het volgende:
# NOTICE: You have a /boot partition. This means that 
#  all kernel paths are relative to /boot/ 
default=0 
timeout=30 
splashimage=(hd0,0)/grub/splash.xpm.gz 
 title Fedora (2.6.27.19-170.2.35.fc10.i686)
root (hd0,1)
kernel /vmlinuz-2.6.27.19-170.2.35.fc10.i686 ro root=UUID=04a07c13-e6bf-6d5a-b207-002689545705 mem=1024M
initrd /initrd-2.6.27.19-170.2.35.fc10.i686.img

Als je opnieuw hebt opgestart, worden de veranderingen die gemaakt zijn in grub.conf actief op je systeem.
Zodra het GRUB opstart scherm verschijnt, type je e voor bewerken. Je ziet een lijst van items in het configuratie bestand voor de boot label die je hebt geselecteerd.
Kies de regel die begint met kernel en type e in om deze boot regel te bewerken.
Aan het einde van de kernel regel voeg je toe:
mem=xxM
waarin xx gelijk is aan de hoeveelheid RAM in je systeem.
Press Enter to exit edit mode.
Once the boot loader screen has returned, type b to boot the system.
Itanium gebruikers moeten opstart commando's binnengaan met elilo gevolgd door het opstart commando.
Denk eraan om xx te vervangen door de hoeveelheid geheugen in je systeem. Druk op Enter om op te starten.

8.4.7. Je printer werk niet

Als je er niet zeker van bent hoe je je printer moet instellen of je hebt problemen om het behoorlijk aan het werk te krijgen, probeer dat het Printerconfiguratie gereedschap te gebruiken.
Type het system-config-printer commando in op de shell prompt om Printerconfiguratie op te starten. Als je geer root bent, vraagt het naar het rootwachtwoord om verder te gaan.

8.4.8. Problemen met geluidsconfiguratie

Als je, om welke reden dan ook, geen geluid hoort en je weet dat je een geluidskaart geinstalleerd hebt, kun je het Geluidskaartconfiguratie gereedschap (system-config-soundcard) programma draaien.
To use the Sound Card Configuration Tool, choose Main Menu => System => Administration => Soundcard Detection in GNOME, or Main Menu => Computer => System Settings => Multimedia in KDE. A small text box pops up prompting you for your root password.
Je kunt ook het system-config-soundcard commado intypen op de shell prompt om Geluidskaartconfiguratie te starten. Als je geen root bent, vraagt het om je root wachtwoord om verder te gaan.
Als Geluidskaartconfiguratie niet werkt (als de sample niets doet en je hebt nog steeds geen geluid), is het waarschijnlijk dat je geluidskaart nog niet door Fedora wordt ondersteund.

8.4.9. Apache-gebaseerde httpd voorziening/Sendmail hangt tijdens het opstarten

Als je problemen hebt met de op Apache-gebaseerde httpd voorziening of Sendmail hangt tijdens het opstarten, wees er dan zeker van dat de volgende regel aanwezig is in het /etc/hosts bestand:
127.0.0.1  localhost.localdomain  localhost

Deel III. Gevorderde installatie opties

Dit deel van de Fedora installatie gids behandelt meer complexe en ongewone methodes voor het installeren van Fedora, zoals:
  • opstart opties
  • installeren zonder media
  • installeren met VNC
  • gebruiken van kickstart om het istallatie proces te automatiseren.

Inhoudsopgave

9. Opstart opties
9.1. Configureren van het installatie systeem in het opstart menu
9.1.1. De taal opgeven
9.1.2. Configuren van de interface
9.1.3. Anaconde vernieuwen
9.1.4. De installatie methode opgeven
9.1.5. Handmatig de netwerk instellingen configureren
9.2. Toegang op afstand toestaan naar het installatie systeem
9.2.1. Toegang op afstand toestaan met VNC
9.2.2. Het installatie systeem verbinden met een VNC luisteraar
9.2.3. Toegang op afstand met Telnet toestaan
9.3. Inloggen op een systeem op afstand tijdens de installatie
9.3.1. Een log server instellen
9.4. De installatie automatiseren met Kickstart
9.5. Hardware ondersteuning verbeteren
9.5.1. Hardware ondersteuning toevoegen met driver schijven.
9.5.2. Automatische hardware detectie aanpassen
9.6. Gebruik van de onderhouds boot modes
9.6.1. Laden van de geheugen (RAM) test mode
9.6.2. Boot media verifieren
9.6.3. Je computer opstarten met de reddings mode
9.6.4. Je computer upgraden
10. Installeren zonder media
10.1. Boot bestanden verkrijgen
10.2. Verander de GRUB Configuratie
10.3. Opstarten om te Installeren
11. Het Opzetten van een installatie server
11.1. cobbler opzetten
11.2. De distributie opzetten
11.3. Een netwerk locatie spiegelen
11.4. De distributie importeren
11.5. Handmatig een PXE server instellen
11.5.1. Het opzetten van de netwerk server
11.5.2. PXE boot configuratie
11.5.3. PXE hosts toevoegen
11.5.4. TFTPD
11.5.5. De DHCP server configureren
11.5.6. Voeg een aangepaste opstart boodschap toe
11.5.7. De PXE installatie uitvoeren
12. Installeren via VNC
12.1. VNC viewer
12.2. VNC modes in Anaconda
12.2.1. Directe mode
12.2.2. Connect mode
12.3. Installateren met VNC
12.3.1. Installatie voorbeeld
12.3.2. Kickstart overwegingen
12.3.3. Firewall Overwegingen
12.4. Referenties
13. Kickstart installaties
13.1. Wat zijn Kickstart installaties?
13.2. Hoe voer je een Kickstart installatie uit?
13.3. Het kickstart bestand maken
13.4. Kickstart opties
13.4.1. Geavanceerd partitionerings voorbeeld
13.5. Package Selection
13.6. Pre-installatie script
13.6.1. Voorbeeld
13.7. Post-installatie script
13.7.1. Voorbeelden
13.8. Maak het kickstart bestand beschikbaar
13.8.1. Kickstart boot media maken
13.8.2. Het kickstart bestand beschikbaar maken op het netwerk
13.9. Maak de installatie boom beschikbaar
13.10. Opstarten van een kickstart installatie
14. Kickstart configurator
14.1. Basic Configuration
14.2. Installatie methode
14.3. Boot Loader Options
14.4. Partitie-informatie
14.4.1. Partities aanmaken
14.5. Netwerk Configuratie
14.6. Aanmeldingscontrole
14.7. Firewall configuratie
14.7.1. SELinux configuratie
14.8. Beeldschermconfiguratie
14.9. Package Selection
14.10. Pre-installatie script
14.11. Post-installatie script
14.11.1. Chroot-omgeving
14.11.2. Een interpreter gebruiken
14.12. Het bestand opslaan

Hoofdstuk 9. Opstart opties

Het Fedora installatie systeem bevat een aantal funkties en opties voor beheerders. Om opstart opties te gebruiken, type linux option in op de boot: prompt.
Als je meer dan een optie opgeeft, wordt iedere optie gescheiden door een enkele spatie. Bijvoorbeeld:
linux option1 option2 option3

Anaconda boot opties

The anaconda installer has many boot options, most are listed on the wiki http://fedoraproject.org/wiki/Anaconda/Options.

Kernel boot opties

The http://fedoraproject.org/wiki/KernelCommonProblems page lists many common kernel boot options. The full list of kernel options is in the file /usr/share/doc/kernel-doc-version/Documentation/kernel-parameters.txt, which is installed with the kernel-doc package.

Reddings Mode

The Fedora installation and rescue discs may either boot with rescue mode, or load the installation system. For more information on rescue discs and rescue mode, refer to Paragraaf 9.6.3, “Je computer opstarten met de reddings mode”.

9.1. Configureren van het installatie systeem in het opstart menu

Je kunt het opstart menu gebruiken om een aantal instellingen voor het installatie systeem op te geven, zoals:
  • taal
  • beeldscherm resolutie
  • interface type
  • Installation method
  • netwerk instellingen

9.1.1. De taal opgeven

Om de taal in te stellen voor zowel het installatie proces als het uiteindelijke syteem, geef je de ISO code op voor die taal met de lang optie. Gebruik de keymap optie om de korrekte toetsenbord indeling op te geven.
Bijvoorbeeld, de ISO codes el_GR en gr identificeren de Griekse taal en de Grieks toetsenbord indeling:
linux lang=el_GR keymap=gr

9.1.2. Configuren van de interface

Je moet het installatie systeem misschien forceren om de laagst mogelijke beeldscherm resolutie (640x480) te gebruiken met de lowres optie. Om een specifieke beeldscherm resolutie te gebruiken, geef je resolution=setting op als opstart optie. Bijvoorbeeld om een scherm resolutie van 1024x768 in te stellen type je in:
linux resolution=1024x768
To run the installation process in text mode, enter:
linux text
To enable support for a serial console, enter serial as an additional option.
Gebruik display=ip:0 om displays op afstand door te sturen. In dit commando, moet ip vervangen worden door het IP adres van het systeem waarop je het display wilt laten verschijnen.
Op het systeem waar je het diplay wilt laten verschijnen, moet je het commando xhost +remotehostname uitvoeren, waar remotehostname de naam van de host is waarop je het originele display hebt draaien. Het gebruik van het commando xhost +remotehostname beperkt toegang tot de display terminal op afstand en staat geen toegang toe van wie dan ook of elk systeem dat niet specifiek gerechtigd is voor toegang op afstand.

9.1.3. Anaconde vernieuwen

Je kunt Fedora installeren met een nieuwere versie van het anaconda installatie programma dan die is meegeleverd met je installatie media.
De opstart optie
  linux updates
presenteert je een prompt die je vraagt om een floppy disk die de anaconda vernieuwingen bevat. Je hoeft deze optie niet op te geven als je een netwerk installatie uitvoert en de vernieuwingen image inhoud al geplaatst hebt in rhupdates/ op de server.
Om de anaconda vernieuwingen in plaats daarvan van een netwerk locatie te laden, gebruik je:
  linux updates=
gevolgd door de URL van de locatie waar de vernieuwingen bewaard worden.

9.1.4. De installatie methode opgeven

Gebruik de askmethod optie om extra menus te tonen die je toestaan om een specifieke installatie methode en netwerk instelling op te geven. Je kunt ook de installatie methode en netwerk instellingen configureren op de boot: prompt zelf.
To specify the installation method from the boot: prompt, use the method option. Refer to Tabel 9.1, “Installatie methodes” for the supported installation methods.
Installation method Optie formaat
CD of DVD schijfstation method=cdrom
Harde Schijf method=hd://device/
HTTP server method=http://server.mydomain.com/directory/
FTP server method=ftp://server.mydomain.com/directory/
NFS server method=nfs:server.mydomain.com:/directory/
Tabel 9.1. Installatie methodes

9.1.5. Handmatig de netwerk instellingen configureren

Standaard gebruikt het installatie systeem DHCP om automatisch de juiste netwerk instellingen te verkrijgen. Om zelf de netwerk instellingen handmatig te configureren, kun je ze opgeven of in het Netwerkapparaten scherm, of op de boot: prompt. Je kunt ip adres, netmask, gateway en dns server instelling voor het installatie systeem opgeven bij de prompt. Als je de netwerk instellingen op de boot: prompt opgeeft, worden deze instellingen gebruikt voor het installatie proces, en het Netwerkapparaten scherm verschijn niet.
Dit voorbeeld configureert de netwerk instellingen voor een installatie systeem dat het IP adres 192.168.1.10 gebruikt:
linux ip=192.168.1.10 netmask=255.255.255.0 gateway=192.168.1.1 dns=192.168.1.2,192.168.1.3

Het geinstalleerde systeem configureren

Use the Network Configuration screen to specify the network settings for the new system. Refer to Paragraaf 7.15.1, “Handmatige configuratie” for more information on configuring the network settings for the installed system.

9.2. Toegang op afstand toestaan naar het installatie systeem

You may access either graphical or text interfaces for the installation system from any other system. Access to a text mode display requires telnet, which is installed by default on Fedora systems. To remotely access the graphical display of an installation system, use client software that supports the VNC (Virtual Network Computing) display protocol. A number of providers offer VNC clients for Microsoft Windows and Mac OS, as well as UNIX-based systems.

Een VNC client installeren op Fedora

Fedora includes vncviewer, the client provided by the developers of VNC. To obtain vncviewer, install the vnc package.
Het installatie systeem ondersteunt twee manieren om een VNC verbinding op te zetten. Je kunt de installatie beginnen, en dan handmatig inloggen op het grafische scherm met een VNC client vanaf een ander systeem. Of je kunt het installatie systeem configureren om automatisch te verbinden naar een VNC client op het netwerk die in de luister mode staat.

9.2.1. Toegang op afstand toestaan met VNC

Om grafische toegang op afstand tot het installatie systeem toe te staan, voeg je twee opties toe aan de prompt:
linux vnc vncpassword=qwerty
De vnc optie staat de VNC voorziening toe. De vncpassword optie zet een wachtwoord voor toegang op afstand. Het voorbeeld hierboven geeft als wachtwoord qwerty.

VNC wachtwoorden

Het VNC wachtwoord moet tenminste zes karakters lang zijn.
Specificeer de taal, de toetsenbord indeling en de netwerk instellingen voor het installatie systeem met de schermen die hierna volgen. Je kunt vervolgens de grafische interface met een VNC client bereiken.Het installatie systeem laat de juiste instelling voor de VNC client zien:
Starting VNC...
The VNC server is now running.
Please connect to computer.mydomain.com:1 to begin the install...
Starting graphical installation...
Press <enter> for a shell
Je kunt daarna inloggen op het installatie systeem met een VNC client. Om de vncviewer client op Fedora te starten, kies je ToepassingenInternetVNC Viewer, of type het commando vncviewer in een terminal scherm. Vul de server en het scherm nummer in in de VNC Server dialoog. Voor het bovenstaande voorbeeld is de VNC Server computer.mydomain.com:1.

9.2.2. Het installatie systeem verbinden met een VNC luisteraar

To have the installation system automatically connect to a VNC client, first start the client in listening mode. On Fedora systems, use the -listen option to run vncviewer as a listener. In a terminal window, enter the command:
 vncviewer -listen

Firewall herconfiguratie vereist

Standaard gebruikt vncviewer TCP poort 5500 in de luister mode. Om verbindingen naar deze poort vanaf andere systemen toe te staan, kies je SysteemBeheerFirewall. selecteer Andere poorten, en Toevoegen. Vul 5500 in in het Poort(en) veld, en specificeer tcp als het Protocol.
Als de luister client actief is, start je het installatie systeem en zet je de VNC opties op de boot: prompt. Naast de vnc en vncpassword opties, gebruik je de vncconnect optie om de naam of het IP adres van het systeem met de luisterende client op te geven. Om de TCP poort voor de luisteraar op te geven, voeg je een dubbelle punt en het poortnummer toe aan de naam van het systeem.
Bijvoorbeeld om te verbinden met een VNC client op het systeem desktop.mydomain.com op poort 5500, vul je in op de boot: prompt:
linux vnc vncpassword=qwerty vncconnect=desktop.mydomain.com:5500

9.2.3. Toegang op afstand met Telnet toestaan

To enable remote access to a text mode installation, use the telnet option at the boot: prompt:
linux text telnet
Je kunt dan verbinden met het installatie systeem met het telnet commando. Het telnet commando vereist de naam of het IP adres van het installatie systeem:
telnet computer.mydomain.com

Telnet toegang vereist geen wachtwoord

Om de veiligheid van het installatie proces te waarborgen, moet je de telnet optie om systemen te installeren alleen gebruiken in netwerken met een beperkte toegang.

9.3. Inloggen op een systeem op afstand tijdens de installatie

By default, the installation process sends log messages to the console as they are generated. You may specify that these messages go to a remote system that runs a syslog service.
Om logging op afstand in te stellen, voeg je de syslog optie toe. Geef het IP adres van het logging systeem en de UDP poort nummer van de log voorziening op dat systeem. Standaard luisteren syslog voorzieningen die boodschappen op afstand accepteren naar UDP poort 514.
Bijvoorbeeld om te verbinden met een syslog voorziening op het systeem 192.168.1.20, vul je in op de boot: prompt:
linux syslog=192.168.1.20:514

9.3.1. Een log server instellen

Fedora gebruikt rsyslog om een rsyslog voorziening aan te bieden. De standaard configuratie van rsyslog staat geen boodschappen van systemen op afstand toe.

Sta alleen syslog toegang op afstand toe op veilige netwerken

De rsyslog configuratie hieronder beschreven maakt geen gebruik van een van de beveiligings maatregelen beschikbaar in rsyslog. Crackers kunnen systemen die toegang geven tot de logging voorziening vertragen of laten crashen door grote hoeveelheden van valse log boodschappen te sturen. Bovendien kunnen vijandige gebruikers boodschappen naar de loggings voorziening over het netwerk onderscheppen of vervalsen.
To configure a Fedora system to accept log messages from other systems on the network, edit the file /etc/rsyslog.conf. You must use root privileges to edit the file /etc/rsyslog.conf. Uncomment the following lines by removing the hash preceding them:
$ModLoad imudp.so
	$UDPServerRun 514
Start de rsyslogd voorzieningt opnieuw op om de verandering actief te maken:
su -c '/sbin/service rsyslog restart'
Enter the root password when prompted.

Firewall herconfiguratie vereist

Standaard luistert de syslog voorziening naar UDP poort 514. Om verbindingen naar deze poort vanaf andere systemen toe te staan, kies je SysteemBeheerFirewall. selecteer Andere poorten en Toevoegen. Vul 514 in in het Poort veld, en specificeer udp als het Protocol.

9.4. De installatie automatiseren met Kickstart

A Kickstart file specifies settings for an installation. Once the installation system boots, it can read a Kickstart file and carry out the installation process without any further input from a user.

Elke installatie maakt een Kickstart bestand

Het Fedora installatie proces maakt automatisch een Kickstart bestand aan dat de instellingen voor het geinstalleerde systeem bevat. Dit bestand wordt altijd bewaard als /root/anaconda-ks.cfg. Je kunt dit bestand gebruiken om de installatie met identieke instellingen te herhalen, of een kopie veranderen om instellingen voor andere systemen op te geven.
Fedora bevat een grafische toepassing om Kickstart bestanden te maken en aan te passen door de opties te kiezen die je vereist. Gebruik het pakket system-config-kickstart om dit programma te installeren. Om de Fedora Kickstart Editor te starten, kies je ToepassingenSysteemgereedschapKickstart.
Kickstart bestanden tonen de installatie instellingen in gewone tekst, met een optie per regel. Dit formaat staat je toe om Kickstart bestanden met elke tekst editor aan te passen, en om scripts of toepassingen te schrijven die aangepaste Kickstart bestanden voor jouw systemen aanmaken.
Om het installatie proces met een Kickstart bestand te automatiseren, gebruik je de ks optie om de naam en locatie van het bestand op te geven:
 linux ks=location/kickstart-file.cfg
You may use Kickstart files that are held on either removable storage, a hard drive, or a network server. Refer to Tabel 9.2, “Kickstart bronnen” for the supported Kickstart sources.
Kickstart bron Optie formaat
CD of DVD schijfstation ks=cdrom:/directory/ks.cfg
Harde Schijf ks=hd:/device/directory/ks.cfg
Ander apparaat ks=file:/device/directory/ks.cfg
HTTP server ks=http://server.mydomain.com/directory/ks.cfg
FTP server ks=ftp://server.mydomain.com/directory/ks.cfg
NFS server ks=nfs:server.mydomain.com:/directory/ks.cfg
Tabel 9.2. Kickstart bronnen

Om een Kickstart bestand te verkrijgen van een script of toepassing op een Web server, specifieer je de URL van de toepassing met de ks= optie. Als je de optie kssendmac toevoegt, stuurt het verzoek ook HTTP headers naar de Web toepassing. Je toepassing kan deze headers gebruiken om de computer te herkennen. De volgende regel stuurt een verzoek met headers naar de toepassing http://server.mydomain.com/kickstart.cgi:
linux ks=http://server.mydomain.com/kickstart.cgi kssendmac

9.5. Hardware ondersteuning verbeteren

Standaard probeert Fedora alle onderdelen van je computer te ontdekken en er ondersteuning voor te configureren. Fedora ondersteunt de meeste gebruikelijke hardware met software drivers die meegeleverd worden met het operating systeem. Om andere apparaten te ondersteunen kun je tijdens het installatie proces, of later, extra drivers toevoegen aan het installatie proces.

9.5.1. Hardware ondersteuning toevoegen met driver schijven.

Het installatie systeem kan drivers laden van schijven, USB pennen, of netwerk servers om ondersteuning voor nieuwe apparaten te configureren.
Hardware manufacturers may supply driver disks for Fedora with the device, or provide image files to prepare the disks. To obtain the latest drivers, download the correct file from the website of the manufacturer.

Driver schijven als gecomprimeerde bestanden

Driver schijf image bestanden kunnen geleverd worden als gecomprimeerde archieven, of zip bestanden. Om dit te herkennen, hebben de namen van de zip bestanden de toevoegingen .zip, of .tar.gz. Om de inhoud van een zip bestand op een Fedora systeem verkrijgen, kies je ToepassingenHulpmiddelenArchiefbeheer.
Om een schijf of USB pen met een image bestand te formatteren, gebruik je het dd commando. Bijvoorbeeld om een diskette met het image bestand drivers.img, te maken, type je het volgende commando in een terminal venster:
 dd if=drivers.img of=/dev/fd0
Om een driver schijf in het installatie proces te gebruiken, specificeer je de dd optie op de boot: prompt:
 linux dd
Merk op dat de dd optie uitwisselbaar is met de driverdisk optie.
Als je erom gevraagd wordt, selecteer je Ja om de driver schijf te leveren. Kies het schijf station dat de driver schijf bevat van de lijst op het Driver Disk Source tekst scherm.
The installation system can also read drivers from disk images that are held on network servers. Refer to Tabel 9.3, “Driver schijf image bronnen” for the supported sources of driver disk image files.
Image bron Optie formaat
selecteer een apparaat dd
HTTP server dd=http://server.mydomain.com/directory/drivers.img
FTP server dd=ftp://server.mydomain.com/directory/drivers.img
NFS server dd=nfs:server.mydomain.com:/directory/drivers.img
Tabel 9.3. Driver schijf image bronnen

9.5.2. Automatische hardware detectie aanpassen

Voor sommige apparaten kan automatische hardware detectie falen, of instabiliteit veroorzaken. In die gevallen, moet je automatische configuratie voor die apparaten uitzetten, en extra stappen nemen om het apparaat te configureren nadat het installatie proces is beeindigd.

Check de Vrjgave informatie

Refereer naar de Vrijgave informatie voor informatie over bekende problemen met specifieke apparaten.
Om de automatische hardware detectie uit te zetten, gebruik je een of meer van de volgende opties:
Compatibiliteit Optie
Zet alle hardware detectie uit noprobe
Zet grafisch scherm, toetsenbord en muis detectie uit headless
Zet het doorgeven van toetsenbord en muis informatie naar trap 2 van het installatie programma uit. nopass
Gebruik de basis VESA driver voor video xdriver=vesa
Zet shell toegang naar virtuele console 2 gedurende de installatie uit noshell
Zet geavanceerde configuratie en vermogens interface (ACPI) uit acpi=off
Zet machine test uitzondering (MCE) CPU zelf-diagnode uit. nomce
Zet niet-uniform geheugen toegang op de AMD64 architectuur uit numa-off
Forceer de kernel om een specifieke hoeveelheid geheugen te detecteren, waar xxx een waarde in megabytes is mem=xxxm
Zet DMA aan alleen voor IDE en SATA stations libata.dma=1
Zet BIOS-ondersteunde RAID uit nodmraid
Zet Firewire detectie uit nofirewire
Zet parallelle poort detectie uit noparport
Zet PC Card (PCMCIA) detectie uit nopcmcia
Zet USB geheugen apparaat detectie uit nousbstorage
Zet alle USB apparaat detectie uit nousb
Zet alle probing van netwerk hardware uit nonet
Tabel 9.4. Hardware opties

Extra scherm

De isa optie laat het systeem een extra tekst scherm zien aan het begin van het installatie proces. Gebruik dit scherm om de ISA apparaten in je computer te configureren.

Belangrijk

Andere kernel boot opties hebben geen bijzondere betekenis voor anaconda en beinvloeden het installatie proces niet. Als je deze opties echter gebruikt om het installatie systeem op te starten,zal anaconda ze bewaren in de bootloader configuratie.

9.6. Gebruik van de onderhouds boot modes

9.6.1. Laden van de geheugen (RAM) test mode

Fouten in geheugen modules kunnen je systeem laten bevriezen of onvoorspelbare crashes veroorzaken. In sommige gevallen, kunnen geheugen fouten alleen problemen geven in bepaalde combinaties van software. Daarom moet je het geheugen van een computer systeem testen voordat je Fedora voor de eerste keer installeert, zelfs als het eerder al andere operating systemen heeft gedraaid.
Fedora includes the Memtest86 memory testing application. To boot your computer in memory testing mode, choose Memory test at the boot menu. The first test starts immediately. By default, Memtest86 carries out a total of ten tests.
Om de testen te stoppen en je computer opnieuw op te starten, druk je op Esc op ieder gewenst moment.

9.6.2. Boot media verifieren

Je kunt de integriteit van een op ISO gebaseerde installatie bron testen voordat je het gebruikt om Fedora te installeren. Deze bronnen omvatten CD, DVD, en ISO images bewaardop een locale hard disk of op een NFS server. Verifieren dat de ISO images correct zijn voordat je een installatie probeert zorgt ervoor om problemen te vermijden die vaak optreden gedurende de installatie.
Fedora biedt je drie manieren om de installatie ISO's te testen:
  • selecteer de Verify and Boot optie op de Fedora Live CD. Om het Live CD boot menu te bereikeb, druk je op een willekeurige toets binnen de tien seconden voordat het splash scherm verschijnt.
  • selecteer OK op de prompt om de media te testen voor de installatie als je opstart van de Fedora distributie CD set of DVD.
  • start Fedora op met de mediacheck optie.

9.6.3. Je computer opstarten met de reddings mode

You may boot a command-line Linux system from either a rescue disc or an installation disc, without installing Fedora on the computer. This enables you to use the utilities and functions of a running Linux system to modify or repair systems that are already installed on your computer.
De rescue schijf start standaard het reddings mode systeem. Om het reddings mode systeem te starten met de installatie schijf, kies je Rescue installed system van het boot menu.
Specificeer de taal, de toetsenbord indeling en de netwerk instellingen voor het reddings systeem met de schermen die volgen. Het laatste scherm configureert toegang tot het bestaande systeem op je computer.
Standaard koppelt de rescue mode een bestaand operating systeem aan onder de map /mnt/sysimage/.

9.6.4. Je computer upgraden

Een vroegere boot optie, upgrade, is vervangen door een fase in het installatie programma waarin het installatie programma je vraagt of je wilt upgraden, of een eerdere versie van Fedora, die het op je systeem heeft ontdekt, wilt herinstalleren.
Echter, het installatie programma heeft een vorige versie van Fedora misschien niet correct ontdekt als de inhoud van het /etc/fedora-release bestand is veranderd. De boot optie upgradeany verzwakt de test die het installatie programma uitvoert en staat je toe een Fedora installatie te upgraden ook als het installatie programma het niet correct heeft geidentificeerd.

Hoofdstuk 10. Installeren zonder media

Deze sektie beschrijf hoe je Fedora op je systeem kan installeren zonder extra fysieke media aan te moeten maken. In plaats daarvan kun je de bestaande GRUB boot loader gebruiken om het installatie programma op te starten.

Linux vereist

Deze procedure veronderstelt dat je Fedora, of een andere redelijk moderne Linux distributie, al gebruikt met de GRUB boot loader. Er wordt ook aangenomen dat je wat ervaring met Linux hebt.

10.1. Boot bestanden verkrijgen

Om een intallatie uit te voeren zonder media of een PXE server, moet je systeem lokaal twee bestanden aanwezig hebben, een kernel en een initial RAM schijf.
  1. Download a Live image or DVD distribution, or to locate an installation mirror, visit http://mirrors.fedoraproject.org/publiclist/Fedora/11/.
  2. Zoek de isolinux/ map op met een van de volgende methodes:
    • Als je ervoor kiest om een image op te halen, open je het met het juiste werkblad gereedschap. Als je Fedora gebruikt, dubbel-klik je op het bestand om het te openen met Archiefbeheer. Open de isolinux/ map
    • Als je ervoor kiest om de hele image niet te downloaden omdat je via het netwerk will installeren, lokaliseer je de gewenste release. In het algemeen, als je een geschikte spiegel hebt gevonden, ga je naar de releases/11/Fedora/arch/os/isolinux/ map.

    Beschikbare installatie types

    Als je een image ophaalt, kun je kiezen voor een installatie van harde schijf, of een netwerk installatie. Als je alleen geselecteerde bestanden van een spiegel ophaalt, kun je alleen een netwerk installatie uitvoeren.
  3. Kopieer de vmlinuz en initrd.img bestanden van de gekozen bron naar de /boot/ map en verander hun namen naar vmlinuz-install en initrd.img-install. Je moet root rechten hebben om bestanden in de /boot/ map te kunnen schrijven.

10.2. Verander de GRUB Configuratie

De GRUB boot loader gebruikt het configuratie bestand /boot/grub/grub.conf. Om GRUB te configureren om van de nieuwe bestanden te booten, voeg je een boot sectie toe aan /boot/grub/grub.conf die naar die bestanden refereert.
Een minimale boot sectie ziet er als volgt uit:
title Installation
        root (hd0,0)
        kernel /vmlinuz-install
        initrd /initrd.img-install
You may wish to add options to the end of the kernel line of the boot stanza. These options set preliminary options in Anaconda which the user normally sets interactively. For a list of available installer boot options, refer to Hoofdstuk 9, Opstart opties.
De volgend opties zijn gewoonlijk nuttig voor installaties zonder media:
  • ip=
  • method=
  • lang=
  • keymap=
  • ksdevice= (als de installatie een interface anders dan eth0 nodig heeft)
  • vnc en vncpassword= voor een installatie op afstand
Als je klaar bent, verander je de default optie in /boot/grub/grub.conf zodat die naar de nieuwe sectie wijst die je toegevoegd hebt:
default 0

10.3. Opstarten om te Installeren

Reboot the system. GRUB boots the installation kernel and RAM disk, including any options you set. You may now refer to the appropriate chapter in this guide for the next step. If you chose to install remotely using VNC, refer to Paragraaf 9.2, “Toegang op afstand toestaan naar het installatie systeem” for assistance in connecting to the remote system.

Hoofdstuk 11. Het Opzetten van een installatie server

Ervaring is vereist

Deze appendix is bedoeld voor gebruikers met Linux ervaring. Als je een nieuwe gebruiker bent, zul je er de voorkeur aan geven om minimale boot media of de distributie DVD te gebruiken.

Warning

De instructies in deze appendix configureren een automatische installeer server. De standaard configuratie houdt de vernietiging in van alle bestaande data op alle schijven voor hosts die installeren met deze methode. Dit is vaak verschillend met andere netwerk installeer server configuraties die een interactieve installatie procedure aanbieden.
Fedora staat installatie toe over een netwerk met gebruik van de NFS, FTP, of HTTP protocollen. Een netwerk installatie kan opgestart worden met een CD-ROM, een opstartbaar flash geheugen apparaat, of door het gebruik van de askmethod opstart optie van de Fedora CD #1 of DVD. Als alternatief, als het te installeren systeem een netwerk interface kaart (NIC) bevat met Pre-Execution Environment (PXE) ondersteuning, kan het ingesteld worden om op te starten van bestanden op een ander systeem op het netwerk in plaats van locale media zoals CD-ROM.
For a PXE network installation, the client's NIC with PXE support sends out a broadcast request for DHCP information. The DHCP server provides the client with an IP address, other network information such as name server, the IP address or hostname of the tftp server (which provides the files necessary to start the installation program), and the location of the files on the tftp server. This is possible because of PXELINUX, which is part of the syslinux package.
In the past, administrators needed to perform a great deal of manual configuration to produce an installation server. However, if you have a Red Hat Enterprise Linux, CentOS, or Fedora server on your local network, you can use cobbler to perform these tasks. To configure a PXE server manually, see Paragraaf 11.5, “Handmatig een PXE server instellen”.
To perform the tasks in this section, switch to the root account with the command su -. As an alternative, you can run a command with the -c option, using the form su -c 'command'.

11.1. cobbler opzetten

Installeer cobbler met het volgende commando:
yum -y install cobbler
Het cobbler commando kan zijn eigen instellingen controleren voor juistheid en de resultaten weergeven. Voer het volgende commando uit om de instellingen te controleren:
cobbler check
Verander de instellingen in het /var/lib/cobbler/settings bestand om het IP adres van de server weer te geven. Je moet tenminste de server en next_server opties veranderen, hoewel deze opties naar hetzelfde IP adres kunnen wijzen.
Als je nog geen DHCP server hebt draaien, dan moet je ook de manage_dhcp optie veranderen naar 1. Heb je wel een DHCP server draaiende, configureer deze volgens de instructies in de syslinux pakket documentatie. Voor meer informatie, refereer naar je lokale bestanden /usr/share/doc/syslinux-versie/syslinux.doc en /usr/share/doc/syslinux-versie/pxelinux.doc.

11.2. De distributie opzetten

Om een distributie op te zetten van een volledige Fedora DVD of ISO bestand, gebruik je deze procedure.

Netwerk locaties

To create a local mirror from an existing network source, skip this section and refer instead to Paragraaf 11.3, “Een netwerk locatie spiegelen”.
  1. Als je een DVD schijf of een ISO bestand gebruikt, maak dan een map aanmeld punt:
    mkdir /mnt/dvd
    
    Om een fysieke DVD schijf aan te melden, gebruik het volgende commando:
    mount -o context=system_u:object_r:httpd_sys_content_t:s0 /dev/dvd /mnt/dvd
    
    Om een DVD ISO bestand aan te melden, gebruik het volgende commando:
    mount -ro loop,context=system_u:object_r:httpd_sys_content_t:s0 /path/to/image.iso /mnt/dvd
    
  2. Om een NFS installatie te ondersteunen, maak je een bestand aan met de naam /etc/exports en voeg er de volgende regel aan toe:
    /mnt/dvd *(ro,async)
    
    Start de NFS server met de volgende commando's:
    /sbin/service rpcbind start /sbin/service nfs start
    
  3. Om HTTP installatie te ondersteunen, gebruik je yum om de Apache web server te installeren als dat nog niet gebeurt is:
    yum -y install httpd
    
    Maak een link naar de aangemelde schijf in het Apache publieke inhoud gebied:
    ln -s /mnt/dvd /var/www/html/distro
    

11.3. Een netwerk locatie spiegelen

Als je geen schijven of ISO bestanden hebt voor een distributie, kun je cobbler gebruiken om een installatie server te maken. Het cobbler commando haalt de distributie op over het netwerk als deel van het importeer proces.
Lokaliseer de distributie op het netwerk. De locatie kan op het lokale netwerk zijn of bereikbaar zijn op een server op afstand met FTP, HTTP, of rsync protocollen. Noteer de URI, die een van de volgende zal zijn:
  • http://mirror.example.com/pub/fedora/linux/releases/11/Fedora/arch/os
  • ftp://mirror.example.com/pub/fedora/linux/releases/11/Fedora/arch/os
  • rsync://mirror.example.com/fedora/linux/releases/11/Fedora/arch/os

11.4. De distributie importeren

To offer a distribution through more than one installation method, perform additional cobbler import tasks using a different name for each method. For best results, use the installation method as part of the name, so it appears in the client's boot menu.
  1. Om de DVD schijf of ISO distributie te importeren, gebruik je het volgende commando:
    cobbler import --path=/mnt/dvd --name=distro_name
    
    Vul voor distro_naam een herkenbare naam in voor de distributie.
    To import a local or remote network distribution into cobbler, run this command. Replace network_URI with the URI you found in Paragraaf 11.3, “Een netwerk locatie spiegelen”, and distro_name as above:
    cobbler import --mirror=network_URI --name=distro_name
    

    Een bron importeren

    When cobbler imports a distribution with the commands above, it copies all the files to the server's local storage, which may take some time.
    Als je geen lokale kopie van de distributie wilt maken omdat gebruikers die locatie al kunnen bereiken, gebruikt je de --available-as optie.
    cobbler import --path=/mnt/dvd --name=distro_name --available-as=network_URI
    cobbler import --mirror=network_URI --name=distro_name --available-as=network_URI
    
    For nework_URI, substitute the appropriate network location of the distribution. This URI indicates how the server makes the distribution available to its clients. The examples above assume that your cobbler server reaches the mirror location at the same URI as the clients. If not, substitute an appropriate URI for the --mirror option. The following examples are URI locations that work if you have been following the procedures in this section, and your server's IP address is 192.168.1.1:
    • nfs://192.168.1.1:/mnt/dvd
    • http://192.168.1.1:/distro
    Indien nodig, vervang je 192.168.1.1 met het IP adres van jouw cobbler server.
  2. Voer het commando cobbler sync uit om de veranderingen aan te brengen. Om te ontdekken dat jouw cobbler server naar de juiste poorten luistert, gebruik je het netstat -lp commando.

    Firewall Overwegingen

    Depending on your server's configuration, you may need to use the system-config-securitylevel command to permit access to some or all of these network services:
    • 67 of bootps, voor de DHCP/BOOTP server
    • 69 of tftp, om de PXE lader te verschaffen
    • 80 of http, als de cobbler server een HTTP installatie moet ondersteunen
    • 20 en 21 of ftp, als de cobbler server een FTP installatie moet ondersteunen
    • 111 of sunrpc, als de cobbler server een NFS installatie moet ondersteunen.

11.5. Handmatig een PXE server instellen

De volgend stappen moeten uitgevoerd worden om je voor te bereiden op een PXE installatie:
  1. Configureer de netwerk (NFS, FTP, HTTP) server om de installatie boom te exporteren.
  2. Configureer de bestanden op de tftp server die nodig zijn voor het opstarten met PXE.
  3. Stel in welke hosts zijn toegelaten om op te starten van de PXE configuratie.
  4. Start de tftp voorziening.
  5. Configureer DHCP.
  6. Start de client op, en start de installatie.

11.5.1. Het opzetten van de netwerk server

First, configure an NFS, FTP, or HTTP server to export the entire installation tree for the version and variant of Fedora to be installed. Refer to Paragraaf 3.5, “Voorbereiden voor een netwerk installatie” for detailed instructions.

11.5.2. PXE boot configuratie

De volgende stap is het copieeren van de bestanden die nodig zijn om de installatie te starten naar de tftp server zoadat ze gevonden kunnen worden als de client erom vraagt. De tftp server is gewoonlijk dezelfde server als de netwerk server die de installatie boom exporteert.
Om deze bestanden te copieeren, draai je het Network Booting Tool op de NFS, FTP, of HTTO server. Een aparte PXE server is niet nodig.

11.5.3. PXE hosts toevoegen

After configuring the network server, the interface as shown in Figuur 11.1, “Add Hosts” is displayed.
Add Hosts
Add Hosts
Figuur 11.1. Add Hosts

De volgende stap is het instellen van welke host toegestaan wordt om te verbinden met de PXE opstart server.
Om hosts toe te voegen, klik je op de Nieuw knop.
Add a Host
Add a Host
Figuur 11.2. Add a Host

Vul de volgende informatie in:
  • Hostnaam of IP Adres/Subnet — Het IP adres, volledig gekwalificeerde hostnaam, of een subnet van systemen die toegestaan gaan worden om met de PXE server te verbinden voor installaties.
  • Operating Systeem — Het operating systeem identifier om op deze client te installeren. De lijst wordt gemaakt van de installatie moegelijkheden gemaakt van de Netwerk Installatie Dialoog.
  • Seriele Console — Deze optie staat het gebruik van een seriele console toe.
  • Kickstart File — The location of a kickstart file to use, such as http://server.example.com/kickstart/ks.cfg. This file can be created with the Kickstart Configurator. Refer to Hoofdstuk 14, Kickstart configurator for details.
Negeer de Snapshot naam en Ethernet opties. Die zijn alleen voor omgevingen zonder harde schijven.

11.5.4. TFTPD

11.5.4.1. De tftp server opstarten

Verifieer dat op de DHCP server het tftp-server pakket is geinstalleerd met het commando rpm -q tftp-server.
tftp is een op xinetd gebaseerde voorziening, start het met de volgende commando's:
/sbin/chkconfig --level 345 xinetd on /sbin/chkconfig --level 345 tftp on
Deze commando's configureren de tftp en xinetd voorzieningen om onmiddelijk aan te zetten en ook om ze te configureren om ze tijdens de systeem opstart in de runlevels 3, 4, en 5 op te starten.

11.5.5. De DHCP server configureren

Als er geen DHCP server op het netwerk aanwezig is, moet je er een configureren. Refereer naar de Red Hat Enterprise Linux Deployment Guide voor details. Wees er zeker van dat het configuratie bestand het volgende bevat zodat PXE opstarten is aangezet voor systemen die dat ondersteunen:
allow booting; allow bootp; class "pxeclients" { match if substring(option vendor-class-identifier, 0, 9) = "PXEClient"; next-server <server-ip>; filename "linux-install/pxelinux.0"; }
where the next-server <server-ip> should be replaced with the IP address of the tftp server.

11.5.6. Voeg een aangepaste opstart boodschap toe

Optioneel verander je /tftpboot/linux-install/msgs/boot.msg om een aangepaste opstart boodschap te gebruiken.

11.5.7. De PXE installatie uitvoeren

Voor instructies over het configureren van de netwerk kaart met PXE ondersteuning om te starten van het netwerk, raadpleeg je de documentatie van de NIC. Dit varieert een beetje per kaart.
After the system boots the installation program, refer to the Hoofdstuk 7, Installeren op Intel® en AMD systemen.

Hoofdstuk 12. Installeren via VNC

De Red Hat Enterprise Linux en Fedora installer (anaconda) biedt twee manieren om er interactief mee te werken. De originele mode is een tekst gebaseerde interface. De nieuwere mode gebruikt GTK+ en draait in de X windows omgeving. Dit hoofdstuk legt uit hoe je de grafische installatie mode kunt gebruiken in omgevingen waar het systeem een goed scherm en invoerapparaten ontbeert, zaken die typisch geassocieerd worden met een werkstation. Dit scenario is kenmerkend voor systemen in een datacentrum, die vaak vaak geinstalleerd zijn in rek omgeving en geen scherm, toetsenbord, of muis hebben. Bovendien missen veel van deze systemen zelfs de mogelijkheid om een grafisch scherm aan te sluiten. Omdat zakelijke hardware die mogelijkheid voor het fysieke systeem zelden nodig heeft, is dit een acceptabele hardware configuratie.
Zelfs in deze omgevingen blijft de grafische installer echter de aanbevolen methode om te installeren. In de tekst mode ontbreken veel van de mogelijkheden die in de grafische mode beschikbaar zijn. Veel gebruikers vinden nog steeds dat de tekst mode interface hen extra power en configuratie mogelijkheden biedt die niet gevonden worden in de grafische versie. Het omgekeerde is waar. Veel minder ontwikkel inspanning wordt besteed aan de tekst mode interface en specifieke zaken (bijvoorbeeld, LVM configuratie, partitie indeling, pakket selectie, en bootloader configuratie) zijn opzettelijk weggelaten uit de tekst mode omgeving. De redenen hiervoor zijn:
  • Minder scherm gereedschappen beschikbaar om gebruikers interfaces te maken overeenkomstig zoals die gevonden worden in de grafische mode.
  • Moeilijke internationalisatie ondersteuning.
  • Wenselijkheid om een enkel interactief installatie code pad te handhaven.
Anaconda bevat daarom een Virtual Network Computing (VNC) mode die toestaat om de grafische mode van de installer locaal te draaien, maar die wordt getoond op een systeem dat met het netwerk verbonden is. Installeren in de VNC mode biedt je de volledige reeks van installatie opties, zelfs in situaties waar het systeem een scherm of invoer apparaten ontbeert.

12.1. VNC viewer

Het uitvoeren van een vnc installatie vereist dat een VNC viewer draait op je werkstation of andere computer. Locaties waar graag een VNC viewer geinstalleerd wilt zien:
  • Je werkstation
  • Laptop
VNC is open bron software onder licentie van de GNU General Public License. Er bestaan versies voor Linux, Windows, en MacOS X. Hier volgen enkele aanbevolden VNC viewers:
  • vncviewer is beschikbaar voor Red Hat Enterprise Linux en Fedora Linux door het installeren van het vnc pakket:
    # yum install vnc
    
    
  • TightVNC is beschikbaar voor Windows op http://www.tightvnc.com/
  • MacOS X bevat ingebouwde VNC ondersteuning vanaf versie 10.5. In de Finder, klik je op het Go menu en je kiest Connect to Server. In het server adres veld kun je intypen vnc://SERVER:DISPLAY, waarin SERVER het IP adres of de hostnaam is van de VNC server waarnaar je wilt verbinden en DISPLAY is het VNC scherm nummer (gewoonlijk 1), en klik op Connect.
Once you have verified you have a VNC viewer available, it's time to start the installation.

12.2. VNC modes in Anaconda

Anaconda biedt twee modes voor VNC installaties. De mode die je kiest zal afhangen van de netwerk configuratie in je omgeving.

12.2.1. Directe mode

De directe VNC mode in anaconde is wanneer de client een verbinding begint te maken naar de VNC server die in anaconda draait. Anaconda zal je vertellen wanneer je deze verbinding in de viewer moet oppakken. De directe mode kan geactiveerd worden met een van de volgende commando's:
  • Geef vnc op als een boot argument.
  • Specificeer het vnc commando in het kickstart bestand gebruikt voor de installatie.
Als je de VNC mode activeert, zal anaconda de eerste fase van de installer afmaken en daarna VNC starten om de grafische installer te draaien. De installer laat een boodschap op de console zien met het volgende formaat:
Running anaconda VERSION, the PRODUCT system installer - please wait...

Anaconda zal je ook het IP adres en scherm nummer vertellen die je in de VNC viewer moet gebruiken. Op dit punt aangekomen, moet je de VNC viewer starten en verbinden met het doel systeem om de installatie te vervolgen. De VNC viewer zal anaconda aan je presenteren in de grafische mode.
Er zijn een paar nadelen voor de directe mode, waaronder:
  • Vereist visuele toegang tot de systeem console om te zien naar welk IP adres en poort de VNC viewer moet verbinden.
  • Vereist interactieve toegang tot de systeem console om de eerste fase van de installer af te maken.
Als een van deze nadelen je zal beletten om de directe VNC mode in anaconda te gebruiken, dan is de connect mode waarschijnlijk beter voor jouw omgeving.

12.2.2. Connect mode

Bepaalde firewall configuraties of situaties waar het doel systeem is ingesteld voor een dynamisch IP adres kunnen problemen veroorzaken voor de direct VNC mode in anaconda. Bovendien, als je geen console op het doel systeem hebt om de boodschap te zien die je vertelt naar welk IP adres je moet verbinden, zul je niet in staat zijn om de installatie te vervolgen.
The VNC connect mode changes how VNC is started. Rather than anaconda starting up and waiting for you to connect, the VNC connect mode allows anaconda to automatically connect to your view. You won't need to know the IP address of the target system in this case.
Om de VNC connect mode te activeren, geef je de vncconnect boot parameter door:
boot: linux vncconnect=HOST

Replace HOST with your VNC viewer's IP address or DNS host name. Before starting the installation process on the target system, start up your VNC viewer and have it wait for an incoming connection.
Start de installatie en als je VNC viewer de grafische installer laat zien, ben je klaar om verder te gaan.

12.3. Installateren met VNC

NU je een VNC viewer toepassing hebt geinstalleerd en een VNC mode hebt gekozen om te gebruiken in anaconda, ben je klaar om de installatie te beginnen.

12.3.1. Installatie voorbeeld

De gemakkelijkste manier om een installatie uit te voeren waarbij VNC gebruikt wordt is om direct te verbinden met de netwerk poort op het doel systeem. Een laptop kan hier prima voor gebruikt worden. Als je de installatie op deze manier gaat uitvoeren, let dan op de volgende stappen:
  1. Verbindt de laptop of een ander werkstation met het doel systeem door een crossover kabel te gebruiken. Als je gewone kabels gebruikt, wees er dan zeker van om de twee systemen te verbinden via een hub of een switch. De meest recente Ethernet interfaces zullen automatisch detecteren of ze wel of niet een crossover nodig hebben, zodat het mogelijk kan zijn om de twee systemen direct te verbinden met een standaard kabel.
  2. Configureer het VNC viewer systeem om een RFC 1918 adres zonder gateway te gebruiken. Deze prive netwerk verbinding zal alleen gebruikt worden voor deze installatie. Configureer het VNC viewer systeem voor 192.168.100.1/24. Als dat adres al in gebruik is, kies dan iets anders in de RFC 1918 adres ruimte die je beschikbaar hebt.
  3. Begin de installatie op het doel systeem.
    1. Start de installatie DVD of CO op.
      Als je de installatie media (CD of CDV) opstart, wees er dan zeker van om vnc mee te geven als boot parameter. Om de vnc parameter toe te voegen, moet er een console aan het doel systeem zijn gekoppeld die je toestaat om het opstart proces te beinvloeden. Vul het volgende in op de prompt:
      boot: linux vnc
      
      
    2. Opstarten over het netwerk.
      Als het doel systeem is ingesteld met een statisch IP adres, voeg je het vnc commando toe aan het kickstart bestand. Als het doel systeem DHCP gebruikt, voeg je vncconnect=HOST toe aan de boot atgumenten voor het doel systeem. HOST is het IP adres of DNS hostnaam van het VNC viewer systeem. Type het volgende in op de prompt:
      boot: linux vncconnect=HOST
      
      
  4. Als je gevraagd wordt voor de netwerk configuratie van het doel systeem, geef het een beschikbaar RFC 1918 adres in hetzelfde netwerk dat je gebruikte voor het VNC viewer systeem. Bijvoorbeeld, 192.168.100.2/24.

    Note

    Dit IP adres wordt alleen maar gebruikt tijdens de installatie. Je zult later in de installer de mogelijk hebben om de uiteindelijke netwerk instellingen te configureren.
  5. Zodra de installer aangeeft dat het anaconda start, wordt je gevraagd om met het systeem te verbinden via de VNC viewer. Verbindt met het doel systeem en volg de grafische installatie mode instructies op.

12.3.2. Kickstart overwegingen

Als je doel systeem zal opstarten via het netwerk, is VNC nog beschikbaar. Voeg alleen maar het vnc commando toe aan het kickstart bestand voor het systeem. Je zult in staat zijn om met het doel systeem te verbinden met gebruik van je VNC viewer en je kunt het installatie proces volgen. Het te gebruiken adres is datgene waarmee het systeem ingesteld is via het kickstart bestand.
Als je DHCP gebruikt voor het doel systeem, kan de omgekeerde vncconnect methode misschien beter voor je werken. Inplaats van het toevoegen van de vnc boot parameter aan het kickstart bestand, voeg je de vncconnect=HOST parameter toe aan de lijst van de boot argumenten voor het doel systeem. Voor HOST, vul je het IP adres of DNS hostnaam in van het vnc viewer systeem. Zie de volgende sectie voor meer details over het gebruik van de vncconnect mode.

12.3.3. Firewall Overwegingen

Als je een installatie uitvoert waarbij het VNC viewer systeem een werkstation is dat op een ander subnet is dan het doel systeem, kun je in netwerk route problemen komen. VNC werkt prima zo lang je viewer systeem een route heeft naar het doel systeem en de poorten 5900 en 5901 open zijn. Als je omgeving een firewall heeft, wees er dan zeker van dat de poorten 5900 en 5901 open zijn tussen je werkstation en het doel systeem.
Naast het doorgeven van de vnc boot parameter, wil je misschien ook de vncpassword parameter doorgeven in deze scenario's. Hoewel het wachtwoord in leesbare tekst over het netwerk wordt verzonden, biedt het een extra stap voordat een viewer kan verbinden met een systeem. Zodra de viewer verbindt met het doel systeem via VNC, worden geen andere verbindingen meer toegelaten. Deze beperkingen zijn gewoonlijk voldoende voor installatie doeleinden.

Important

Wees er zeker van om een tijdelijk wachtwoord te gebruiken voor de vncpassword optie. Het moet geen wachtwoord zijn dat je gebruikt op welk systeem dan ook, en al helemaal geen root wachtwoord.
Als je problemen blijft houden, overweeg dan het gebruik van de vncconnect parameter. In deze mode, start je de viewer eerst op je systeem op en laat het luisteren naar een binnenkomende verbinding. Geef vncconnect=HOST door op de boot prompt en de installer zal proberen te verbinden met de opgegeven HOST (een hostnaam of een IP adres).

12.4. Referenties

Hoofdstuk 13. Kickstart installaties

13.1. Wat zijn Kickstart installaties?

Veel systeembeheerders zouden de voorkeur hebben om een automatische installatie methode te gebruiken om Fedora op hun machines te installeren. Om aan deze behoeft te voldoen heeft Red Hat de kickstart installatie methode gemaakt. Met gebruik van kickstart kan een systeembeheerder een enkel bestand maken die de antwoorden voor alle vragen bevat die normaal gevraagd zullen worden in een kenmerkende installatie.
Kickstart bestanden kunnen bewaard worden op een enkel server systeem en kunnen gelezen worden door individuele computers tijdens hun installatie. Deze installatie methode kan het gebruik ondersteunen van een enkel kickstart bestand om Fedora te installeren op meerdere machines, wat het ideaal maakt voor netwerk en systeem beheerders.
Kickstart geeft gebruikers een mogelijkheid om een Fedora installatie te automatiseren.

13.2. Hoe voer je een Kickstart installatie uit?

Kickstart installaties kunnen uitgevoerd worden met gebruik van een locale CD-ROM, een locale harde schijf, of via NFS, FTP, of HTTP.
Om kickstart te gebruiken, moet je:
  1. Een kickstart bestand aanmaken.
  2. Boot media aanmaken met het kickstart bestand of het kickstart bestand beschikbaar maken op het netwerk.
  3. De installatie boom beschikbaar maken.
  4. Start de kickstart installatie.
Dit hoofdstuk legt deze stappen gedetaileerd uit.

13.3. Het kickstart bestand maken

Het kickstart bestand is een eenvoudig tekst bestand. die een lijst met items bevat, ieder gedefinieerd door een sleutelwoord. Je kunt het maken door het Kickstart Configurator programma te gebruiken, of door het van nul af te schrijven. Het Fedora installatie programma maakt ook een voorbeeld kickstart bestand aan gebaseerd op de opties die je tijdens de installatie geselecteerd hebt. Het wordt geschreven naar het bestand /root/anaconda-ks.cfg. Je kunt dit bestand bewerken met een willekkeurige tekstverwerker dat bestanden kan wegschrijven als ASCII tekst.
Om te beginnen moet je verdacht zijn op de volgende punten als je jouw eigen kickstart bestand maakt:
  • Secties moeten opgegeven worden in volgorde. Items binnen de secties hoeven niet in een speciale volgorde te zijn behalve waar dat anders voorgeschreven wordt. De sectie volgorde is:
  • Items die niet vereist zijn kunnen worden weggelaten.
  • Het weglaten van vereist item resulteert er in dat het installatie programma de gebruiker vraagt om een antwoord voor het betreffende item, net zoals de gebruiker gevraagd zou worden tijdens een typische installatie. Zodra het antwoord is gegeven, gaat de installatie niet begeleid verder (behalve als het nog een missend item vindt).
  • Regels die beginnen met een # worden beschouwd als commentaar en worden genegeerd.
  • Voor kickstart upgrades, zijn de volgende items vereist:
    • Taal
    • Installation method
    • Apparaat specificatie (als het apparaat nodig is om de installatie uit te voeren)
    • Toetsenbordindeling
    • Het upgrade sleutelwoord
    • Boot loader configuratie
    Als nog andere itemszijn opgegeven voor een upgrade, dan worden die items genegeerd (merk op dat dit ook pakketselectie betreft).

13.4. Kickstart opties

The following options can be placed in a kickstart file. If you prefer to use a graphical interface for creating your kickstart file, use the Kickstart Configurator application. Refer to Hoofdstuk 14, Kickstart configurator for details.

Note

Als de optie gevolgd wordt door een gelijkteken (=), moet daarachter een waarde opgegeven worden. In de voorbeeld commando's, zijn opties binnenhaken ([]) optionele argumenten voor het commando.
autopart (optioneel)
Automatically create partitions — 1 GB or more root (/) partition, a swap partition, and an appropriate boot partition for the architecture. One or more of the default partition sizes can be redefined with the part directive.
  • --encrypted — Moeten alle apparaten die dat ondersteunen standaard versleuteling krijgen? Dit komt overeen met het aanvinken van het Systeem versleutelen vakje op het initiele partitionerings scherm.
  • --passphrase= — Bied een standaard systeem-brede wachtzin aan voor versleutelde apparaten.
ignoredisk (optioneel)
Causes the installer to ignore the specified disks. This is useful if you use autopartition and want to be sure that some disks are ignored. For example, without ignoredisk, attempting to deploy on a SAN-cluster the kickstart would fail, as the installer detects passive paths to the SAN that return no partition table.
De ignoredisk optie is ook nuttig als je meerdere paden naar je schijven hebt.
De syntax is:
ignoredisk --drives=drive1,drive2,...
waarin driveN een is van sda, sdb,..., hda,... enz.
autostep (optioneel)
Similar to interactive except it goes to the next screen for you. It is used mostly for debugging.
  • --autoscreenshot — Maak een schermcopie bij iedere stap tijdens de installatie en copieer de beelden naar /root/anaconda-screenshots als de installatie klaar is. Dit is nuttig voor documentatie.
auth of authconfig (vereist)
Sets up the authentication options for the system. It is similar to the authconfig command, which can be run after the install. By default, passwords are normally encrypted and are not shadowed.
  • --enablemd5 — Gebruik md5 versleuteling voor gebruikers wachtwoorden.
  • --enablenis — Zet NIS ondersteuning aan. Standaard gebruikt --enablenis elk domein dat het op het netwerk vindt. Een domein moet bijna altijd met de hand ingesteld worden met de --nisdomain= optie.
  • --nisdomain= — NIS domein naam te gebruiken voor NIS voorzieningen.
  • --nisserver= — Server te gebruiken voor NIS voorzieningen (broadcasts zijn standaard).
  • --useshadow of--enableshadow — Gebruik schaduw wachtwoorden.
  • --enableldap — Zet LDAP ondersteuning aan in /etc/nsswitch.conf, wat je systeem toestaat om informatie over gebruikers (UID's, persoonlijke mappen, shells, enz.) te betrekken van een LDAP map. Om deze optie te gebruiken, moet je het nss_ldap pakket installeren. Je moet ook een server en een base DN (distiguished name) opgeven met --ldapserver= en --ldapbasedn=.
  • --enableldapauth — Gebruik LDAP als authenticatie methode. Dit zet de pam_ldap module aan voor authenticatie en wachtwoord veranderen, door een LDAP map te gebruiken. Om deze optie te gebruiken moet het nss_ldap pakket geinstalleerd zijn. Je moet ook een server en een base DN opgeven met --ldapserver= en --ldapbasedn=.
  • --ldapserver= — Als je of --enableldap of --enableldapauth opgeeft, gebruik je deze optie om de naam van de te gebruiken LDAP server op te geven. Deze optie wordt gezet zijn in het /etc/ldap.conf bestand.
  • --ldapbasedn= — Als je opgeeft of --enableldap of --enableldapauth, gebruik je deze optie om de DN in je LDAP map boom op te geven waaronder de gebruikersinformatie bewaard is. Deze optie wordt gezet in het /etc/ldap.conf bestand.
  • --enableldaptls — Gebruik TLS (Transport Layer Security) opzoeken. Deze optie staat LDAP toe om versleutelde gebruikersnamen en wachtwoorden te versturen naar een LDAP server voor de authenticatie.
  • --enablekrb5 — Use Kerberos 5 for authenticating users. Kerberos itself does not know about home directories, UIDs, or shells. If you enable Kerberos, you must make users' accounts known to this workstation by enabling LDAP, NIS, or Hesiod or by using the /usr/sbin/useradd command. If you use this option, you must have the pam_krb5 package installed.
  • --krb5realm= — Het Kerberos 5 gebied waartoe je werkstation behoort.
  • --krb5kdc= — De KDC (of KDC's) dat verzoeken voor het gebied bedient. Als je meerdere KDC's in je gebied hebt, scheid je hun namen met komma's (,).
  • --krb5adminserver= — De KDC in jouw gebied dat ook kadmmind draait. Deze serverhandelt wachtwoord veranderen en andere administratieve verzoeken af. Deze server moet op de master KDC draaien als je meer dan een KDC hebt.
  • --enablehesiod — Zet Hesiod ondersteuning aan voor het zoeken naar persoonlijke mappen, UID's, en shells van gebruikers. Meer informatie over het instellen en gebruiken van Hesiod op je netwerk is in /usr/share/doc/glibc-2.x.x/README.hesiod, welke onderdeel van het glibc pakket is. Hesiod is een uitbreiding van DNS dat DNS records gebruikt om informatie te bewaren over gebruikers, groepen, en verschillende andere zaken.
  • --hesiodlhs — The Hesiod LHS ("left-hand side") option, set in /etc/hesiod.conf. This option is used by the Hesiod library to determine the name to search DNS for when looking up information, similar to LDAP's use of a base DN.
  • --hesiodrhs — The Hesiod RHS ("right-hand side") option, set in /etc/hesiod.conf. This option is used by the Hesiod library to determine the name to search DNS for when looking up information, similar to LDAP's use of a base DN.

    Note

    To look up user information for "jim", the Hesiod library looks up jim.passwd<LHS><RHS>, which should resolve to a TXT record that looks like what his passwd entry would look like (jim:*:501:501:Jungle Jim:/home/jim:/bin/bash). For groups, the situation is identical, except jim.group<LHS><RHS> would be used.
    Looking up users and groups by number is handled by making "501.uid" a CNAME for "jim.passwd", and "501.gid" a CNAME for "jim.group". Note that the library does not place a period . in front of the LHS and RHS values when performing a search. Therefore the LHS and RHS values need to have a period placed in front of them in order if they require this.
  • --enablesmbauth — Enables authentication of users against an SMB server (typically a Samba or Windows server). SMB authentication support does not know about home directories, UIDs, or shells. If you enable SMB, you must make users' accounts known to the workstation by enabling LDAP, NIS, or Hesiod or by using the /usr/sbin/useradd command to make their accounts known to the workstation. To use this option, you must have the pam_smb package installed.
  • --smbservers= — De naam van de server(s) die gebruikt worden voor SMB authenticatie. Om meer dan een server op te geven, worden hun namen gescheiden door komma's (,).
  • --smbworkgroup= — De naam van de werkgroep voor de SMB servers.
  • --enablecache — Zet de nscd voorziening aan. De nscd voorziening bewaart informatie over gebruikers, goepen, en verschillende andere soorten informatie. Het opslaan is in het bijzonder nuttig als je er voor kiest om informatie over gebruikers en groepen te verspreiden in je netwerk door NIS, LDAP, of Hesiod te gebruiken.
bootloader (vereist)
Specificeert hoe de boot loader geinstalleerd moet worden. Deze optie is vereist voor zowel installaties als upgrades.

Belangrijk

Als je de tekst mode kiest voor een kickstart installatie, wees er dan zeker van dat je keuzes opgeeft voor de partitionerings, bootloader, en pakket selectie opties. Deze stappen zijn geautomatiseerd in de tekst mode, en anaconda kan je niet vragen naar ontbrekende informatie. Als je geen keuzes voor deze opties opgeeft, zal anaconda het installatie proces stoppen.
  • --append= — Specificeert kernel parameters. Om meerdere parameters op te geven scheidt je ze met spaties. Bijvoorbeeld:
    bootloader --location=mbr --append="hdd=ide-scsi ide=nodma"
    
  • --driveorder — Specificeert welk station de eerste is in de BIOS opstart volgorde. Bijvoorbeeld:
    bootloader --driveorder=sda,hda
    
  • --location= — Specificeert waar het boot record wordt geschreven. Geldige waardes zijn de volgende: mbr (de standaard), partition (installeert de boot loader op de eerste sector van de partitie die de kernel bevat), of none (intalleer de boot loader niet).
  • --password= — Als je GRUB gebruikt, wordt het GRUB boot loader wachtwoord gezet met de waarde van deze optie. Dit moet gebruikt worden om toegang tot de GRUB shell te beperken, omdat hier willekeurige kernel opties doorgegeven kunnen worden.
  • --md5pass= — Als GRUB gebruikt wordt, is dit gelijkwaardig met --password= behalve dat het wachtwoord versleuteld wordt.
  • --upgrade — Upgrade de bestaande boot loader configuratie, met behoud van de oude regels. Deze optie is alleen beschikbaar voor upgrades.
clearpart (optioneel)
Verwijdert partities van het systeem, voordat nieuwe partities aangemaakt worden. Standaard worden geen partities verwijderd.

Note

Als het clearpart commando gebruikt wordt, dan kan het --onpart comando niet gebruikt worden voor een logische partitie.
  • --all — Verwijdert alle partities op het systeem.
  • --drives= — Specificeert van welke stations partities verwijdert gaan worden. Bijvoorbeeld, het volgende verwijdert alle partities op de twee stations op de primaire IDE controller:
    clearpart --drives=hda,hdb --all
    
  • --initlabel — Initialiseert het schijflabel naar de standaard voor je architectuur (bijvoorbeeld msdos voor x86 en gpt voor Itanium). Het is nuttig omdat het installatie programma niet gaat vragen of het de schijflabel moet initialiseren als het installeert naar een gloednieuwe harde schijf.
  • --linux — Verwijdert alle Linux partities.
  • --none (standaard) — Verwijder geen partities.
cmdline (optioneel)
Voert de installatie uit in een geheel niet-interactieve commandoregel mode. Elke prompt voor interactie stopt de installatie. Deze mode is nuttig op IBM System z systemen met de x3270 console.
device (optioneel)
On most PCI systems, the installation program autoprobes for Ethernet and SCSI cards properly. On older systems and some PCI systems, however, kickstart needs a hint to find the proper devices. The device command, which tells the installation program to install extra modules, is in this format:
device <type> <moduleName> --opts=<options>


  • <type> — Replace with either scsi or eth.
  • <moduleName> — Replace with the name of the kernel module which should be installed.
  • --opts= — Aankoppel opties te gebruiken voor het koppelen van NFS export. Elke optie die opgegeven kan worden in /etc/fstab voor en NFS aankoppeling zijn toegestaan. De opties zijn vermeld in de nfs(5) manual pagina. Meerdere opties worden gescheiden door een komma.
driverdisk (optioneel)
Driver diskettes can be used during kickstart installations. You must copy the driver diskettes's contents to the root directory of a partition on the system's hard drive. Then you must use the driverdisk command to tell the installation program where to look for the driver disk.
driverdisk <partition> [--type=<fstype>]
Als alternatief kan een netwerklocatie opgegeven worden voor de driver diskette:
driverdisk --source=ftp://path/to/dd.img
driverdisk --source=http://path/to/dd.img
driverdisk --source=nfs:host:/path/to/img
  • <partition> — Partition containing the driver disk.
  • --type= — Bestandssysteemtype (bijvoorbeeld, vfat of ext2).
firewall (optioneel)
This option corresponds to the Firewall Configuration screen in the installation program:
firewall --enabled|--disabled [--trust=] <device> [--port=]
  • --enabled of --enable — Verbied binnenkomende verbindingen die geen reactie zijn op uitgaande verzoeken, zoals DNS antwoorden of DHCP verzoeken. Als toegang tot voorzieningen die op deze machine draaien nodig is, kun je ervoor kiezen om specifieke voorzieningen door de firewall toe te staan.
  • --disabled of --disable — Stel geen iptables regels in.
  • --trust= — Geeft hier een apparaat op, zoals eth0, waarvan alle verkeer die er vandaan komt door de firewall mag gaan. Om meer dat een aparaat op te geven, gebruik je --trust eth0 --trust eth1. Gebruikt GEEN door komma's gescheiden formaat zoals --trust eth0, eth1.
  • <incoming> — Replace with one or more of the following to allow the specified services through the firewall.
    • --ssh
    • --telnet
    • --smtp
    • --http
    • --ftp
  • --port= — Je kunt opgeven dat poorten toegestaan zijn door de firewall met het port:protocol formaat. Bijvoorbeeld, om IMAP toegang toe te staan door je firewall, specificeer je imap:tcp. Numerieke poorten kunnen ook expliciet opgegeven worden, bijvoorbeeld, om UDP pakketten toe te staan door poort 1234, specificeer je 1234:udp. Om meerdere poorten op te geven, scheidt je ze met komma's
firstboot (optioneel)
Determine whether the Setup Agent starts the first time the system is booted. If enabled, the firstboot package must be installed. If not specified, this option is disabled by default.
  • --enable of --enabled — De Setup Agent wordt opgestart de eerste keer dat het systeem opstart.
  • --disable of --disabled — De Setup Agent wordt niet gestart de eerste keerd dat het systeem opstart.
  • --reconfig — Stel de Setup Agent in om tijdens het opstarten van het systeem te starten in de reconfiguratie mode. Deze mode staat het instellen toe van de taal, muis, toetsenbord, root wachtwoord, beveiligings niveau, tijdzone, en netwerk configuratie naast de standaard items.
halt (optioneel)
Halt the system after the installation has successfully completed. This is similar to a manual installation, where anaconda displays a message and waits for the user to press a key before rebooting. During a kickstart installation, if no completion method is specified, the reboot option is used as default.
De halt optie is ruwweg equivalent met het shutdown -h commando.
Voor andere afrondings methodes, refereer je naar de poweroff, reboot, en shutdown kickstart opties.
graphical (optioneel)
Voer de kickstart installatie uit in de grafische mode. Dit is de standaard.
install (optioneel)
Tells the system to install a fresh system rather than upgrade an existing system. This is the default mode. For installation, you must specify the type of installation from cdrom, harddrive, nfs, or url (for FTP or HTTP installations). The install command and the installation method command must be on separate lines.
  • cdrom — Installeer van het eerste CD-ROM station in het system.
  • harddrive — Installeer van een Fedora installatie boom op een locaal station, welke vfat of ext2 moet zijn.
    • --biospart=
      BIOS partitie om van te installeren (zoals 82).
    • --partition=
      Partitie om van te installeren (zoals sdb2).
    • --dir=
      Map die de variant map bevat van de installatie boom.
    Bijvoorbeeld:
    harddrive --partition=hdb2 --dir=/tmp/install-tree
    
  • nfs — Installeer van de opgegeven NFS server.
    • --server=
      Server om van te installeren (hostnaam of IP).
    • --dir=
      Map die de variant map bevat van de installatie boom.
    • --opts=
      Aankoppel opties te gebruiken voor het aankoppelen van de NFS export (optioneel)
    Bijvoorbeeld:
    nfs --server=nfsserver.example.com --dir=/tmp/install-tree
    
  • url — Installeer van een installatie boom op een server op afstand met FTP of HTTP.
    Bijvoorbeeld:
    url --url http://<server>/<dir>
    
    or:
    url --url ftp://<username>:<password>@<server>/<dir>
    
interactive (optioneel)
Uses the information provided in the kickstart file during the installation, but allow for inspection and modification of the values given. You are presented with each screen of the installation program with the values from the kickstart file. Either accept the values by clicking Next or change the values and click Next to continue. Refer to the autostep command.
iscsi (optioneel)
issci --ipaddr= [opties].
  • --target
  • --port=
  • --user=
  • --password=
key (optioneel)
Specificeer een installatie sleutel, welke nodig is om je te helpen met pakket selectie en je systeem te identificeren voor ondersteunings doeleinden. Dit commmando is specifiek voor Red Hat Enterprise Linux, het heeft geen betekenis voor Fedora en zal genegeerd worden.
  • --skip — Sla het intypen van de sleutel over. Gewoonlijk zal anaconda, als het sleutel commando niet wordt gegeven, bij die stap pauzeren om naar de sleutel te vragen. Deze optie staat toe dat de automatische installatie doorgaat als je geen sleutel hebt of er geen wilt geven.
keyboard (vereist)
Stel het toetsenbord type van het systeem in. Nier volgt een lijst van de beschikbare toetsenborden op i386, Itanium, en Alpha machines:
be-latin1, bg, br-abnt2, cf, cz-lat2, cz-us-qwertz, de, de-latin1, 
de-latin1-nodeadkeys, dk, dk-latin1, dvorak, es, et, fi, fi-latin1, 
fr, fr-latin0, fr-latin1, fr-pc, fr_CH, fr_CH-latin1, gr, hu, hu101, 
is-latin1, it, it-ibm, it2, jp106, la-latin1, mk-utf, no, no-latin1, 
pl, pt-latin1, ro_win, ru, ru-cp1251, ru-ms, ru1, ru2,  ru_win, 
se-latin1, sg, sg-latin1, sk-qwerty, slovene, speakup,  speakup-lt, 
sv-latin1, sg, sg-latin1, sk-querty, slovene, trq, ua,  uk, us, us-acentos

Het bestand /usr/lib/python2.2/site-packages/rhpl/keyboard_models.py bevat deze lijst ook en is onderdeel van het rhpl pakket.
lang (required)
Stel de taal in te gebruiken tijdens de installatie en de standaard taal te gebruiken op het geinstalleerde systeem. Bijvoorbeeld, om de taal Engels in te stellen, moet het kickstart bestand de volgende regel bevatten:
lang en_US
Het bestand /usr/share/system-config-language/locale-list geeft een lijst van geldige taalcodes in de eerste kolom van iedere regel en is onderdeel van het system-config-language pakket.
Sommige talen (hoofdzakelijk Chinese, Japanse, Koreaanse, en Indiase talen) worden niet ondersteund tijdens de tekst mode installatie. Als een van deze talen is opgegeven met het lang commando, zal de installatie verdergaan met Engels hoewel het draaiende systeem als standaard de opgegeven taal zal gebruiken.
langsupport (deprecated)
Het langsupport sleutelwoord is verouderd en het gebruik hiervan zal een foutboodschap veroorzaken die naar het scherm wordt geschreven en de installatie zal stoppen. Inplaats van het langsupport sleutelwoord te gebruiken, moet je nu de support pakket groepen opgeven van alle talen die je wilt ondersteunen in de %packages sectie van je kickstart bestand. Bijvoorbeeld, ondersteuning toevoegen voor Frans betekent dat je het volgende moet toevoegen aan %packages:
@french-support
logvol (optional)
Maak een logische volume voor Logical Volume Management (LVM) met de syntax:
logvol <mntpoint> --vgname=<name> --size=<size> --name=<name> <options>
De opties zijn als volgt:
  • --noformat — Gebruik een bestaande logische volume en formateer deze niet.
  • --useexisting — Gebruik een bestaande logische volume en herformateer deze.
  • --fstype= — Stel het bestandssysteem type in voor de logische volume. Geldige waarden zijn xfs, ext2, ext3, ext4, swap, vfat, en hfs.
  • --fsoptions= — Specificeert een vrije vorm reeks van opties om gebruikt te worden tijdens het aankoppelen van het bestandssysteem. Deze reeks zal gecopieerd worden naar het /etc/fstab bestand van het geinstalleerde systeem en moet tussen aanhaaltekens staan.
  • --bytes-per-inode= — Specificeert de grootte van inodes op het bestandssysteem dat op de logische volume gemaakt wordt. Niet alle bestandssystemen ondersteunen deze optie, in die gevallen wordt het stilletjes genegeerd.
  • --grow= — Laat de logische volume groeien om de beschikbare ruime (als die er is) te vullen, of tot de maximale grootte instelling.
  • --maxsize= — De maximum grootte in megabytes als de logische volume op groeien is ingesteld. Geef hier een geheel getal op, en voeg MB niet toe aan het getal.
  • --recommended= — Bepaal de grootte van de logische volume automatisch.
  • --percent= — Specificeer de grootte van de logische volume als een percentage van de beschikbare ruimte in de volume groep.
Maak eerst de partitie, maak dan de logische volume groep, en maak daarna de logische volume. Bijvoorbeeld:
part pv.01 --size 3000 
volgroup myvg pv.01
logvol / --vgname=myvg --size=2000 --name=rootvol

logging (optional)
Dit commando controleert het fout logboek van anaconda tijdens de installatie. Het heeft geen effect op het geinstalleerde systeem.
  • --host= — Stuurt de logboek informatie naar de opgegeven host op afstand, waarop een syslogd proces moet draaien die ingesteld is om logboeken op afstand te accepteren.
  • --port= — Als het syslogd proces op afstand een andere poort gebruikt dan de standaard poort, kan die met deze optie opgegeven worden.
  • --level= — Een van de volgende: debug, info, warning, error, of critical.
    Specificeer het minimum niveau van boodschappen dat op tty3 zal verschijnen. Echter alle boodschappen worden nog steeds naar het logboek bestand gestuurd ongeacht dit niveau.
mediacheck (optional)
Als dit is opgegeven zal het anaconda forceren om een media controle uit te voeren van de installatie media. Dit commando vereist dat de installatie bemand is, dus dit is standaard uitgezet.
monitor (optional)
Als het monitor commado niet wordt opgegeven, zal anaconda X gebruiken om automatisch je monitor instellingen te detecteren. Probeer dit a.u.b. uit voordat je je monitor handmatig instelt.
  • --hsync= — Specificeert de horizontale sync frequentie van de monitor.
  • --monitor= — Gebruik de opgegeven monitor; de monitor naam moet er een zijn van de lijst in /usr/share/hwdata/MonitorsDB van het hwdata pakket. De lijst van monitoren kan ook gevonden worden op her X configuratie scherm van de Kickstart configurator. Dit wordt genegeerd als --hsync of --vsync is opgegeven. Als er geen monitor informatie wordt opgegeven, zal het installatie programma proberen het automatisch uit te zoeken.
  • --noprobe= — Zoek niet naar monitor informatie.
  • --vsync= — Specificeert de vertikale sync frequentie van de monitor.
mouse (deprecated)
Het mouse sleutelwoord is verouderd.
network (optional)
Configureert netwerk informatie voor het systeem. Als de kickstart installatie geen netwerk nodig heeft (met andere woorden als het niet installeert met NFS, HTTP, of FTP), wordt het netwerk niet ingesteld voor het systeem. Als de installatie een netwerk vereist en netwerk informatie wordt niet opgegeven in het kickstartbestand, neemt het installatie programma aan dat de installatie uitgevoerd moet worden met eth0 via een dynamisch IP adres (BOOTP/DHCP), en configureert het uiteindelijke, geinstalleerde systreem om zijn IP adres dynamisch te bepalen. De network optie configureert de netwerk informatie voor kickstart installaties via een netwerk maar ook voor het geinstalleerde systeem.
  • --bootproto= — Een van dhcp, bootp, of static.
    Standaard wordt dhcp aangenomen. bootp en dhcp worden op dezelfde manier behandeld.
    De DHCP methode gebruikt een DHCP server systeem om zijn netwerk instelling te verkrijgen. Zoals je kunt raden, werkt de BOOTP methode hetzelfde, het vereist een BOOTP server om de netwerk configuratie te leveren. Om aan het systeem op te geven op DHCP te gebruiken:
    network --bootproto=dhcp
    
    Om een machine op te geven BOOTP te gebruiken om zijn netwerk informatie te verkrijgen, gebruik je de volgende regel in het kickstart bestand:
    network --bootproto=bootp
    
    The static method requires that you enter all the required networking information in the kickstart file. As the name implies, this information is static and are used during and after the installation. The line for static networking is more complex, as you must include all network configuration information on one line. You must specify the IP address, netmask, gateway, and nameserver. For example: (the "\" indicates that this should be read as one continuous line):
    network --bootproto=static --ip=10.0.2.15 --netmask=255.255.255.0 \
    --gateway=10.0.2.254 --nameserver=10.0.2.1
    
    
    Als je de statische methode gebruikt let dan op twee beperkingen:
    • Alle statische netwerk informatie moet op een regel opgegeven worden, je kunt bijvoorbeeld geen regels aan elkaar knopen met een backslah.
    • Je kunt hier ook meerdere naamservers instellen. Om dat te doen, geeft ze op als een met komma's gescheiden lijst in de commando regel. Bijvoorbeeld:
      network --bootproto=static --ip=10.0.2.15 --netmask=255.255.255.0 \
      --gateway=10.0.2.254 --nameserver 192.168.2.1,192.168.3.1
      
      
  • --device= — Wordt gebruikt om een specifiek Ethernet apparaat te selecteren voor de installatie. Merk op dat het gebruik van --device= niet effectief is behalve als het kickstart bestand een locaal bestand is (zoals ks=floppy), omdat het installatie programma het netwerk moet configuren om het kickstart bestand te vinden. Bijvoorbeeld:
    network --bootproto=dhcp --device=eth0
    
  • --ip= — IP adres voor de te installeren machine.
  • --gateway= — De standaard gateway opgegeven met een IP adres.
  • --nameserver= — De primaire naamserver opgegeven met een IP adres.
  • --nodns — Configureer geen DNS server.
  • --netmask= — Het netmasker voor het geinstalleerde systeem.
  • --hostname= — De hostnaam voor het geinstalleerde systeem.
  • --ethtool= — Specificeert extra laag-niveau instellingen voor het netwerk apparaat welke doogegeven zullen worden naar het ethtool programma.
  • --essid= — Het netwerk ID voor draadloze netwerken.
  • --wepkey= — De encryptie sleutel voor draadloze netwerken.
  • --onboot= — Geeft aan of het netwerk apparaat tijdens het opstarten wel of niet aangezet moet worden.
  • --class= — De DHCP klasse.
  • --mtu= — De MTU van het apparaat.
  • --noipv4 — Zet IPv4 voor dit apparaat uit.
  • --noipv6 — Zet IPv6 voor dit apparaat uit.
multipath (optional)
multipath --name= --device= --rule=
part or partition (required for installs, ignored for upgrades)
Maakt een partitie op het systeem.
Als meer dan een Fedora installaties op het systeem bestaan op verschillende partities, vraagt het installatie programma de gebruiker welke installatie geupgrade moet worden.

Warning

Alle partities die gemaakt worden, worden als onderdeel van het installatie proces geformateerd behalve als --noformat en --onpart worden gebruikt.

Belangrijk

Als je de tekst mode kiest voor een kickstart installatie, wees er dan zeker van dat je keuzes opgeeft voor de partitionerings, bootloader, en pakket selectie opties. Deze stappen zijn geautomatiseerd in de tekst mode, en anaconda kan je niet vragen naar ontbrekende informatie. Als je geen keuzes voor deze opties opgeeft, zal anaconda het installatie proces stoppen.
For a detailed example of part in action, refer to Paragraaf 13.4.1, “Geavanceerd partitionerings voorbeeld”.
  • <mntpoint> — The <mntpoint> is where the partition is mounted and must be of one of the following forms:
    • /<path>
      Bijvoorbeeld, /, /usr, /home
    • swap
      De partitie wordt gebruikt als swap ruimte.
      Om de grootte van de swap partitie automatisch te bepalen, gebruik je de --recommended optie.
      swap --recommended
      
      De aanbevolen maximum swap grootte voor machines met minder dan 2GB RAM is twee keer de hoeveelheid RAM. Voor machines met 2GB of meer, veranderdt de aanbeveling naar 2GB plus de hoevelheid RAM.
    • raid.<id>
      De partitie wordt gebruikt voor software RAID (refereer naar raid).
    • pv.<id>
      De partitie wordt gebruikt voor LVM (refereer naar logvol).
  • --size= — De minimum partitie grootte in megabytes. Geef hier een geheel getat op zoals 500. Voeg MB niet toe aan het getal.
  • --grow — Laat de partitie groeien om de beschikbare ruimte (als die er is) geheel te vullen, of groei tot de maximale grootte instelling.

    Note

    Als je --grow= gebruikt zonder --maxsize= in te stellen voor een swap partitie, zal Anaconda de maximum grootte van de swap partitie beperken. Voor systemen die minder dan 2GB fysiek geheugen hebben, is deze limit twee keer de hoeveelheid fysiek geheugen. Voor systemen met meer dan 2GB wordt deze limiet de grootte van het fysiek geheugen plus 2 GB.
  • --maxsize= — De maximum partitie grootte in megabytes als de partitie ingesteld wordt om te groeien. Geef hier een geheel getal op en voeg MB niet toe aan het getal.
  • --noformat — Stelt het installatie programma in om de partitie niet te formateren, voor gebruik met het --onpart commando.
  • --onpart= of --usepart= — Plaats de partitie op het reeds bestaande apparaat. Bijvoorbeeld:
    partition /home --onpart=hda1
    
    plaatst /home op /dev/hda1, welke reeds moet bestaan.
  • --ondisk= of --ondrive= — Forceert dat de partie op een bepaalde schijf wordt aangemaakt. Bijvoorbeeld, --ondisk=sdb plaatst de partitie op de tweede SCSI schijf op het systeem.
  • --asprimary — Forceert automatische toekenning van de partitie als een primaire partitie, anders mislukt de partitionering.
  • --type= (vervangen door fstype) — Deze optie is niet meer beschikbaar. Gebruik fstype.
  • --fstype= — Zet het bestandssysteem type voor de partitie. Geldige waardes zijn xfs, ext2, ext3, ext4, swap, vfat, en hfs.
  • --start= — Specificeert de start cylinder voor de partitie. Het vereist dat een apparaat is opgegeven met --ondisk= of ondrive=. Het vereist ook dat de laatste cylinder wordt opgeven met --end= of de partitie grootte is opgegeven met --size=.
  • --end= — Specificeert de laatste cylinder voor de partitie. Het vereist dat de start cylinder is opgegeven met --start=.
  • --bytes-per-inode= — Specificeert de grootte van inodes in het bestandssysteem dat in de partitie gebruikt gaat worden. Niet alle bestandssystemen ondersteunen deze optie, als dat zo is wordt het stilletjes genegeerd.
  • --recommended — Bepaal de grootte van de partitie automatisch.
  • --onbiosdisk — Forceert dat de partitie aangemaakt wordt op een bepaalde schijf zoals ontdekt door de BIOS.
  • --encrypted — Specificeert dat deze partitie versleuteld moet worden.
  • --passphrase= — Specificeert de wachtzin te gebruiken voor het versleutelen van deze partitie. Zonder de boven genoemde --encrypted optie, doet deze optie niets. Als geen wachtzin wordt opgegeven, wordt de standaard systeem-brede zin gebruikt, of de installer zal stoppen als er geen standaard is en er naar vragen.

Note

Als om wat voor reden dan ook het partitioneren mislukt, zullen foutonderzoek boodschappen verschijenen op virtuele console 3.
poweroff (optional)
Sluit de computer af en schakel de spanning uit na de installatie als deze succesvol is beeindigd. Normaal laat anaconda tijden een handmatige installatie een boodschap zien en wacht tot de gebruiker op een toets drukt voordat het opnieuw opstart. Tijdens een kickstart installatie zal, als er geen afsluitings methode is opgegeven, als standaard de reboot optie worden gebruikt.
De poweroff optie is ruwweg equivalent met het shutdown -p commando.

Note

The poweroff option is highly dependent on the system hardware in use. Specifically, certain hardware components such as the BIOS, APM (advanced power management), and ACPI (advanced configuration and power interface) must be able to interact with the system kernel. Contact your manufacturer for more information on you system's APM/ACPI abilities.
Voor andere afsluitings methodes, refereer je naar de halt, reboot, en shutdown kickstart opties.
raid (optional)
Maak een software RAID opstelling. Dit commando heeft de vorm:
raid <mntpoint> --level=<level> --device=<mddevice> <partitions*>
  • <mntpoint> — Location where the RAID file system is mounted. If it is /, the RAID level must be 1 unless a boot partition (/boot) is present. If a boot partition is present, the /boot partition must be level 1 and the root (/) partition can be any of the available types. The <partitions*> (which denotes that multiple partitions can be listed) lists the RAID identifiers to add to the RAID array.
  • --level= — Het te gebruiken RAID level (0, 1, of 5).
  • --device= — De naam van de te gebruiken RAID opstelling (zoals md0 of md1). RAID opstellingen gaan van md0 tot md15, en ieder mag maar een keer gebruikt worden.
  • --bytes-per-inode= — Specificeert de grootte van inodes in het bestandssysteem gebruikt in de RAID opstelling. Niet alle bestandssystemen ondersteunen deze optie, in die gevallen zal het stilletjes genegeerd worden.
  • --spares= — Specificeert het aantal reserve drives toegekend voor een RAID opsteleling. Reserve drives worden gebruikt om de opstelling opnieuw op te bouwen als er een drive stuk gaat.
  • --fstype= — Stelt het bestandssysteem type in voor de RAID opstelling. Geldige waardes zijn: xfs, ext2, ext3, ext4, swap, vfat, en hfs.
  • --fsoptions= — Specificeert een vrije-vorm regel van opties om te gebruiken voor het aankoppelen van het bestandssysteem als het systeem opstart. Deze regel wordt gecopieerd in het /etc/fstab bestand van het geinstalleerde systeem en moet tussen aanhaaltekens staan.
  • --noformat — Gebruik een bestaande RAID opstelling en formateer deze niet.
  • --useexisting — Gebruik een bestaande RAID opstelling en herformateer deze.
  • --encrypted — Specificeer dat deze RAID opstelling versleuteld moet worden.
  • --passphrase= — Specificeert de wachtzin te gebruiken voor het versleutelen van deze RAID opstelling. Zonder de boven genoemde --encrypted optie, doet deze optie niets. Als geen wachtzin wordt opgegeven, wordt de standaard systeem-brede wachtzin gebruikt, als deze er niet is zal de installer stoppen en naar een wachtzin vragen.
Het volgende voorbeeld laat zien hoe je een RAID level 1 partitie kunt maken voor /, en een RAID level 5 voor /usr, er van uitgaande dat er drie SCS! schijven in het systeem zijn. Het maakt ook drie swap partities, een op iedere schijf.
part raid.01 --size=60 --ondisk=sda
part raid.02 --size=60 --ondisk=sdb 
part raid.03 --size=60 --ondisk=sdc

part swap --size=128 --ondisk=sda  
part swap --size=128 --ondisk=sdb  
part swap --size=128 --ondisk=sdc

part raid.11 --size=1 --grow --ondisk=sda  
part raid.12 --size=1 --grow --ondisk=sdb  
part raid.13 --size=1 --grow --ondisk=sdc

raid / --level=1 --device=md0 raid.01 raid.02 raid.03  
raid /usr --level=5 --device=md1 raid.11 raid.12 raid.13

For a detailed example of raid in action, refer to Paragraaf 13.4.1, “Geavanceerd partitionerings voorbeeld”.
reboot (optional)
Start het systeem opnieuw op als de installatie succesvol is beeindigd (geen argumenten). Normaal laat kickstart een boodschap zien en wacht op de gebruiker om een toets in de duwen voordat het opnieuw opstart.
De reboot optie is ruwweg equivalent met het shutdown -r commando.

Note

Het gebruik van de reboot optie kan resulteren in een oneidige installatie lus, afhankelijk van de installatie media en methode.
De reboot optie is de standaard afwerkings methode als geen andere specifiek in het kickstart bestand wordt opgegeven.
Voor andere afwerkings methodes, refereer je naar de halt, poweroff, en shutdown kickstart opties.
repo (optional)
Configureert extra yum repositories die gebruikt kunnen worden als bronnen voor pakket installatie. Meerdere repo regels kunnen opgegeven worden.
repo --name=<repoid> [--baseurl=<url>| --mirrorlist=<url>]


  • --name= — De repository ID. Deze optie is vereist.
  • --baseurl= — De URL voor de repository. De variabelen die gebruikt mogen worden in de yum repo configuratie bestanden worden hier niet ondersteund. Je kunt of deze optie gebruiken of --mirrorlist, niet allebei.
  • --mirrorlist= — De URL die naar een lijst van spiegels voor de repository wijst. De variabelen die gebruikt kunnen worden in yum repo configuratie bestanden worden hier niet ondersteund. Je kunt of deze optie gebruiken of --baseurl, niet allebei.
rootpw (vereist)
Sets the system's root password to the <password> argument.
rootpw [--iscrypted] <password>
  • --iscrypted — Als dit aanwezig is, wordt verondersteld dat het wachtwoord argument al versleuteld is.
selinux (optioneel)
Zet de toestand van SELinux op het geinstalleerde systeem, In anacondonawordt SELinux standaard op enforcing gezet.
selinux [--disabled|--enforcing|--permissive]
  • --enforcing — Zet SELinux aan met de standaard richtlijnen: enforcing.

    Note

    Als de selinux optie niet aanwezig is in het kickstart bestand, wordt SELinux aangezet en standaard ingesteld met --enforcing.
  • --permissive — Geeft waarschuwingen gebaseerd op de SELinux richtlijnen, maar past de richtlijnen niet toe.
  • --disabled — Zet SELinux op het systeem helemaal uit.
Voor complete informatie over SELinux voor Fedora, refereer je naar de Fedora 11 Security-Enhanced Linux User Guide.
services (optioneel)
Verandert de standaard set van voorzieningen die zullen draaien met de standaard runlevel. De voorzieningen in de diasabled lijst wordne uitgezet voordat de voorzieningen in de enabled lijst worden aangezet.
  • --disabled — Zet de voorzieningen uit gegeven in deze door komma's gescheiden lijst.
  • --enabled — Zet de voorzieningen aan gegeven door deze met komma's gescheiden lijst.

Voeg geen spaties toe in de lijst van voorzieningen.

Als je een spatie toevoegt in een door komma's gescheiden lijst, zal kickstart alleen de voorzieningen tot en met de eerste spatie aan of uitzetten. Bijvoorbeeld:
services --disabled auditd, cups,smartd, nfslock
zal alleen de auditd voorziening uitzetten. Om alle vier de voorzieningen uit te zetten, mag deze regel geen spaties tussen de voorzieningen bevatten:
services --disabled auditd,cups,smartd,nfslock
shutdown (optioneel)
Shut down the system after the installation has successfully completed. During a kickstart installation, if no completion method is specified, the reboot option is used as default.
De shutdown optie is ruwweg equivalent met het shutdown commando.
Voor andere afwerkings methodes, refereer je naar de halt, poweroff, en reboot kickstart opties.
skipx (optioneel)
Als dit aanwezig is, wordt X niet geconfigureerd op het geinstalleerde systeem.
text (optioneel)
Voer de kickstart installatie uit in de tekst mode. Standaard worden kickstart installaties uitgevoerd in de grafische mode.

Belangrijk

Als je de tekst mode kiest voor een kickstart installatie, wees er dan zeker van dat je keuzes opgeeft voor de partitionerings, bootloader, en pakket selectie opties. Deze stappen zijn geautomatiseerd in de tekst mode, en anaconda kan je niet vragen naar ontbrekende informatie. Als je geen keuzes voor deze opties opgeeft, zal anaconda het installatie proces stoppen.
timezone (vereist)
Sets the system time zone to <timezone> which may be any of the time zones listed by timeconfig.
timezone [--utc] <timezone>
  • --utc — Als dit aanwezig is, veronderstelt het systeem dat de hardware klok is gezet naar UTC (Greenwich Mean) tijd.
upgrade (optioneel)
Tells the system to upgrade an existing system rather than install a fresh system. You must specify one of cdrom, harddrive, nfs, or url (for FTP and HTTP) as the location of the installation tree. Refer to install for details.
user (optioneel)
Maakt een nieuwe gebruiker op het systeem.
user --name=<username> [--groups=<list>] [--homedir=<homedir>] [--password=<password>] [--iscrypted] [--shell=<shell>] [--uid=<uid>]
  • --name= — Geeft de naam van de gebruiker. Deze optie is vereist.
  • --groups= — Naast de standaard groep geeft deze door komma's gescheiden lijst aan tot welke groepen de gebruiker ook moet behoren.
  • --homedir= — The home directory for the user. If not provided, this defaults to /home/<username>.
  • --password= — The new user's password. If not provided, the account will be locked by default.
  • --iscrypted= — Is het wachtwoord opgegeven door --password reeds versleuteld of niet?
  • --shell= — The user's login shell. If not provided, this defaults to the system default.
  • --uid= — The user's UID. If not provided, this defaults to the next available non-system UID.
vnc (optioneel)
Staat toe om de grafische installatie op afstand te bekijken met VNC. Deze methode heeft gewoonlijk de voorkeur boven de tekst mode, omdat er sommige grootte en taal beperkingen zijn met tekst installaties. Zonder opties, zal dit commando een VNC server starten zonder wachtwoord op de machine en zal het het commando laten zien dat uitgevoerd moet worden om te verbinden met een machine op afstand.
vnc [--host=<hostname>] [--port=<port>] [--password=<password>]
  • --host= — Inplaats van het starten van deVNC server op de te installeren machine, maak je verbinding met het VNC kijk procrs op de opgegeven hostnaam.
  • --port= — Geeft een poort waarnaar het VNC kijk proces op afstand naar zal luisteren. Als dit niet is opgegeven, zal anaconda de VNC standaard nemen.
  • --password= — Zet een wachtwoord welke aangeboden moet worden om te verbinden naar de VNC sessie. Dit is optioneel, maar aanbevolen.
volgroup (optioneel)
Gebruikt om een Logical Volume Management (LVM) groep te maken met de syntax:
volgroup <name> <partition> <options>
De opties zijn als volgt:
  • --noformat — Gebruik een bestaande volume groep en formateer deze niet.
  • --useexisting — Gebruik een bestaande volume groep en herformateer deze.
  • --pesize= — Zet de grootte van de fysische extents.
Maak eerst de partitie, maak dan de logische volume groep, en maak daarna de logische volume. Bijvoorbeeld:
part pv.01 --size 3000 
volgroup myvg pv.01 
logvol / --vgname=myvg --size=2000 --name=rootvol
For a detailed example of volgroup in action, refer to Paragraaf 13.4.1, “Geavanceerd partitionerings voorbeeld”.
xconfig (optioneel)
Configureert het X windows systeem. Als deze optie niet gegeven wordt, moet de gebruiker X handmatig configureren tijdens de installatie, als X geinstalleerd was moet deze optie niet gebruikt worden als X niet geinstalleerd wordt op het uiteindelijke systeem.
  • --driver — Specificeer de X driver om te gebruiken voor de video hardware.
  • --videoram= — Specificeer de hoeveelheid video RAM die de video kaart heeft.
  • --defaultdesktop= — Specificeer of GNOME of KDE om de standaard desktop in te stellen (aangenomen wordt dat GNOME Desktop Environment en/of KDE Desktop Environment is geinstalleerd met %packages).
  • --startxonboot — Gebruik een grafische login op het geinstalleerde systeem.
  • --resolution= — Specificeer de standaard resolutie voor hetX window systeem op het geinstalleerde systeem. Geldige waarden zijn 640x480, 800x600, 1024x768, 1152x864, 1280x1024, 1400x1050, 1600x1200. Wees er zeker van om een resolutie op te geven die compatibel is met de video kaart en monitor.
  • --depth= — Specificeer de standaard kleurendiepte voor het X window systeem op het geinstalleerde systeem. Geldige waarden zijn 8, 16, 24, en 32. Wees er zeker van om een kleurendiepte op te geven die compatibel is met de video kaart en monitor.
zerombr (optioneel)
If zerombr is specified any invalid partition tables found on disks are initialized. This destroys all of the contents of disks with invalid partition tables.
Merk op dat dit commando vroeger gespecificeerd was als zerombr yes. Deze vorm is nu verouderd, je moet nu in plaats hiervan eenvoudig zerombr in je kickstart bestand opgeven.
zfcp (optioneel)
Definieer een Fiber channel apparaat (IBM System z).
zfcp [--devnum=<devnum>] [--fcplun=<fcplun>] [--scsiid=<scsiid>] [--scsilun=<scsilun>] [--wwpn=<wwpn>]
%include (optioneel)
Use the %include /path/to/file command to include the contents of another file in the kickstart file as though the contents were at the location of the %include command in the kickstart file.

13.4.1. Geavanceerd partitionerings voorbeeld

Het volgende is een enkel, geintegreerd voorbeeld die de clearpart, raid, part, volgroup, en logvol opties in actie laat komen:
clearpart --drives=hda,hdc --initlabel  
# Raid 1 IDE config 
part raid.11    --size 1000     --asprimary     --ondrive=hda 
part raid.12    --size 1000     --asprimary     --ondrive=hda 
part raid.13    --size 2000     --asprimary     --ondrive=hda 
part raid.14    --size 8000                     --ondrive=hda 
part raid.15    --size 1 --grow                 --ondrive=hda             
part raid.21    --size 1000     --asprimary     --ondrive=hdc 
part raid.22    --size 1000     --asprimary     --ondrive=hdc 
part raid.23    --size 2000     --asprimary     --ondrive=hdc 
part raid.24    --size 8000                     --ondrive=hdc 
part raid.25    --size 1 --grow                 --ondrive=hdc  

# You can add --spares=x  
raid /          --fstype ext3 --device md0 --level=RAID1 raid.11 raid.21 
raid /safe      --fstype ext3 --device md1 --level=RAID1 raid.12 raid.22 
raid swap       --fstype swap --device md2 --level=RAID1 raid.13 raid.23 
raid /usr       --fstype ext3 --device md3 --level=RAID1 raid.14 raid.24 
raid pv.01      --fstype ext3 --device md4 --level=RAID1 raid.15 raid.25  

# LVM configuration so that we can resize /var and /usr/local later 
volgroup sysvg pv.01     
logvol /var             --vgname=sysvg  --size=8000     --name=var 
logvol /var/freespace   --vgname=sysvg  --size=8000     --name=freespacetouse 
logvol /usr/local       --vgname=sysvg  --size=1 --grow --name=usrlocal

Dit geavanceerde voorbeeld implementeert LVM over RAID, en ook de mogelijkheid omverschillende mappen in grootte te kunnen veranderen voor toekomstige groei.

13.5. Package Selection

Gebruik het %packages commando om een kickstart bestandssectie te beginnen dat een lijst geeft van alle pakketten die je wilt installeren (dit geldt alleen voor installaties, omdat pakket selectie voor upgrades niet ondersteund wordt).
Pakketten kunnen opgegeven worden per groep of door hun individuele pakketnamen, inclusief verwante pakketten door het gebruik van de asterisk. Het installatie programma definieert verschillende groepen die gerelateerde pakketten bevatten. Refereer naar het variant/repodata/comps-*.xml bestand op de eerste Fedora CD-ROM voor een lijst van groepen. Elke groep heeft een id, gebruikerszichtsbaarheids waarde, naam , beschrijving, en pakketlijst. In de pakketlijst zijn pakketten aangegeven als verplicht daar ze altijd geinstalleerd worden als de groep geselecteerd is, pakketten aangegeven met standaard worden standaard geinstalleerd als de groep geselecteerd is, en de pakketten gemarkeerd met optioneel moeten specifiek geselecteerd worden zelfs als de groep al geselecteerd is om te installeren.
In de meeste gevallen is het alleen nodig om een lijst van gewenste groepen te maken en geen individuele pakketten. Merk op dat de Core en Base groepen standaard altijd geselecteerd zijn, dus het is niet nodig deze op te geven in de %packages sectie.
Hier volgt een voorbeeld %packages selectie:
%packages 
@ X Window System 
@ GNOME Desktop Environment 
@ Graphical Internet 
@ Sound and Video dhcp
Zoals je kunt zien worden groepen opgegeven, een per regel, beginnend met een @ symbool, een spatie, en daarna de volledige groepnaamzoals gegeven in het comps.xml bestand. Groepen kunnen ook opgegeven worden door de id voor de groep te gebruiken, zoals gnome-desktop. Geef individuele pakketten op zonder extra karakters (de dhcp regel in het voorbeeld hierboven is een invidueel pakket).
Je kunt ook opgeven welke pakketten niet geinstalleerd worden van de standaard pakket lijst:
-autofs
De volgende opties zijn beschikbaar voor de %packages optie:
--nobase
Installeer de @Base groep niet. Gebruik deze optie als probeert een heel klein systeem te maken.
--resolvedeps
De --resolvedeps optie is verouderd. Afhankelijkheden worden nu iedere keer automatisch opgelost.
--ignoredeps
De --ignoredeps optie is verouderd. Afhankelijkheden worden nu iedere keer automatisch opgelost.
--ignoremissing
Negeer de missende pakketten en groepen in plaats van het stoppen van de installatie om te vragen of de installatie gestopt moet worden of door kan gaan. Bijvoorbeeld:
%packages --ignoremissing

13.6. Pre-installatie script

Je kunt commando's toevoegen die gedraaid gaan worden op het systeem direct nadat ks.cfg is geanalyseerd. Deze sectie moet aan het eind staan van het kickstart bestand ( na de commando's) en moet beginnen met het %pre commando. Je kunt het netwerk benaderen in de %pre sectie; echter naam service is op dit punt nog niet ingesteld, dus alleen IP adressen werken.

Note

Merk op dat het pre-installatie script niet in de root omgeving werkt.
--interpreter /usr/bin/python
Staat je toe om een andere scripttaal op te geven, zoals Python. Vervang /usr/bin/python met de scripttaal van jouw keuze.

13.6.1. Voorbeeld

Hier is een voorbeeld van een %pre sectie:
%pre  
#!/bin/sh  
hds="" 
mymedia=""  
for file in /proc/ide/h* do   
	mymedia=`cat $file/media`   
	if [ $mymedia == "disk" ] ; then       
		hds="$hds `basename $file`"   
	fi 
done  
set $hds 
numhd=`echo $#`  
drive1=`echo $hds | cut -d' ' -f1` 
drive2=`echo $hds | cut -d' ' -f2`  
#Write out partition scheme based on whether there are 1 or 2 hard drives  
if [ $numhd == "2" ] ; then   
	#2 drives   
	echo "#partitioning scheme generated in %pre for 2 drives" > /tmp/part-include   
	echo "clearpart --all" >> /tmp/part-include   
	echo "part /boot --fstype ext3 --size 75 --ondisk hda" >> /tmp/part-include   
	echo "part / --fstype ext3 --size 1 --grow --ondisk hda" >> /tmp/part-include   
	echo "part swap --recommended --ondisk $drive1" >> /tmp/part-include   
	echo "part /home --fstype ext3 --size 1 --grow --ondisk hdb" >> /tmp/part-include 
else   
	#1 drive   
	echo "#partitioning scheme generated in %pre for 1 drive" > /tmp/part-include   
	echo "clearpart --all" >> /tmp/part-include   
	echo "part /boot --fstype ext3 --size 75" >> /tmp/part-includ   
	echo "part swap --recommended" >> /tmp/part-include   
	echo "part / --fstype ext3 --size 2048" >> /tmp/part-include   
	echo "part /home --fstype ext3 --size 2048 --grow" >> /tmp/part-include 
fi


Dit script bepaalt het aantal harde schijven in het systeem en schrijft een tekst bestand met een ander partitionerings schema afhankelijk van de aanwezigheid van een of twee schijven. In plaats van het hebben van een aantal partitionerings commando's in het kickstart bestand, voeg je nu deze regel toe:
%include /tmp/part-include
De partitionerings commando's geselecteerd in het script worden gebruikt.

Note

De pre-installatie script sectie van kickstart kan geen meerdere installatie bomen of bron media beheren. Deze informatie moet toegevoegd worden voor ieder ks.cfg bestand, omdat het pre-installatie script optreedt in de tweede fase van het installatie proces.

13.7. Post-installatie script

Je hebt de mogelijkheid om command's toe te voegen die op het systeem gedraaid moeten worden zodra de installatie klaar is. Deze sectie moet op het einde van het kickstar bestand zijn en moet beginnen met het %post commando. Deze sectie is nuttig voor functies zoals het installeren van extra software en het instellen van een extra naamserver.

Note

Als je het netwerk insteld hebt met statische IP informatie, inclusief een naamserver, kun je het netwerk benaderen en IP adressen oplossen in de %post sectie. Als je het netwerk hebt ingesteld voor DHCP, is het /etc/resolv.conf bestand nog niet afgemaakt als de installatie de %post sectie uitvoert. Je kunt het netwerk bereiken, maar je kunt geen IP adressen oplossen. Dus als je DHCP gebruikt, moet je IP adressen opgeven in de %post sectie.

Note

Het na-installatie script wordt in een chroot omgeving gedraaid; daarom zal het uitvoeren van taken zoals het copieeren van scripts of RPM's van de installatie media niet werken.
--nochroot
Staat je toe om commando's op te geven die je wilt laten draaien buiten de chroot omgeving.
Het volgende voorbeeld copieert het bestand /etc/resolv.conf naar het bestandssysteem dat zojuist was geinstalleerd.
%post --nochroot cp /etc/resolv.conf /mnt/sysimage/etc/resolv.conf
--interpreter /usr/bin/python
Staat je toe om een andere scripttaal op te geven, zoals Python. Vervang /usr/bin/python met de scripttaal van jouw keuze.

13.7.1. Voorbeelden

Registeer het systeem bij een Red Hat Network Satellte:
%post
( # Note that in this example we run the entire %post section as a subshell for logging.
wget -O- http://proxy-or-sat.example.com/pub/bootstrap_script | /bin/bash
/usr/sbin/rhnreg_ks --activationkey=<activationkey>
# End the subshell and capture any output to a post-install log file.
) 1>/root/post_install.log 2>&1

Draai een script met de naam runme van een NFS share:
mkdir /mnt/temp 
mount -o nolock 10.10.0.2:/usr/new-machines /mnt/temp open -s -w -- 
/mnt/temp/runme 
umount /mnt/temp

Note

NFS bestandsvergrendelen wordt niet ondersteund in de kickstart mode, daarom is -o nolock vereist als een NFS aangekoppeld wordt.

13.8. Maak het kickstart bestand beschikbaar

Een kickstart bestand moet in een van de volgende locaties geplaatst worden:
  • Op een boot diskette
  • Op een boot CD-ROM
  • Op een netwerk
Normaal wordt een kickstart bestand gecopieerd naar een boot diskette, of beschikbaar gemaakt op het netwerk. De op het netwerk gebaseerde aanpak wordt het vaakst gebruikt, omdat de meeste kickstart installatie worden uitgevoerd op computers in een netwerk omgeving.
Laten we meer in detail kijken naar de plaats waar het kiickstart bestand gepllatst kan worden.

13.8.1. Kickstart boot media maken

Diskette-based booting is no longer supported in Fedora. Installations must use CD-ROM or flash memory products for booting. However, the kickstart file may still reside on a diskette's top-level directory, and must be named ks.cfg.
To perform a CD-ROM-based kickstart installation, the kickstart file must be named ks.cfg and must be located in the boot CD-ROM's top-level directory. Since a CD-ROM is read-only, the file must be added to the directory used to create the image that is written to the CD-ROM. Refer to Paragraaf 3.4.2, “Maken van een installatie opstart CD-ROM” for instructions on creating boot media; however, before making the file.iso image file, copy the ks.cfg kickstart file to the isolinux/ directory.
To perform a pen-based flash memory kickstart installation, the kickstart file must be named ks.cfg and must be located in the flash memory's top-level directory. Create the boot image first, and then copy the ks.cfg file.
Bijvoorbeeld, het volgende commando brengt een boot image over naar de USB stick (/dev/sda) met gebruik van het dd commando:
dd if=diskboot.img of=/dev/sda bs=1M

Note

Het maken van USB flash geheugen sticks voor het opstarten is mogelijk, maar het hangt sterk af van de instelling van de BIOS van je systeem. Refereer naar je hardware fabrikant om te zien of je systeem het opstarten van alternatieve apparaten ondersteunt.

13.8.2. Het kickstart bestand beschikbaar maken op het netwerk

Netwerk installaties met gebruik van kickstart komen veel voor, omdat systeembeheerders de installatie van een groot aantal computers op het netwerk snel en eenvoudig kunnen automatiseren. In het algemeen is de meest voorkomende aanpak dat de beheerder zowel een BOOTP/DHCP server en een NFS server heeft op het locale netwerk. De BOOTP/DHCP server wordt gebruikt om het client systeem netwerk informatie te geven, terwijl de bestanden die nodig zijn voor de installatie door de NFS server geleverd worden. Vaak draaien deze twee servers op dezelfde fysieke machine, maar dit is niet vereist.
Om een netwerk gebaseerde kickstart installatie uit te voeren, moet je een BOOTP/DHCP server op je netwerk hebben, en deze moet configuratie informatie hebben voor de machine waarop je gaat proberen om Fedora te installeren. De BOOTP/DHCP server geeft aan de client zijn benodigde netwerk informatie, maar ook de locatie van het kickstart bestand.
If a kickstart file is specified by the BOOTP/DHCP server, the client system attempts an NFS mount of the file's path, and copies the specified file to the client, using it as the kickstart file. The exact settings required vary depending on the BOOTP/DHCP server you use.
Hier is een voorbeld van een regel in het dhcpd.conf bestand voor de DHCP server:
filename "/usr/new-machine/kickstart/"; next-server blarg.redhat.com;
Merk op dat je de waarde na filename moet vervangen door de naam van het kickstart bestand (of de map waarin het kickstart bestand zich bevindt) en de waarde na next-server met de NFS server naam.
If the file name returned by the BOOTP/DHCP server ends with a slash ("/"), then it is interpreted as a path only. In this case, the client system mounts that path using NFS, and searches for a particular file. The file name the client searches for is:
<ip-addr>-kickstart
The <ip-addr> section of the file name should be replaced with the client's IP address in dotted decimal notation. For example, the file name for a computer with an IP address of 10.10.0.1 would be 10.10.0.1-kickstart.
Note that if you do not specify a server name, then the client system attempts to use the server that answered the BOOTP/DHCP request as its NFS server. If you do not specify a path or file name, the client system tries to mount /kickstart from the BOOTP/DHCP server and tries to find the kickstart file using the same <ip-addr>-kickstart file name as described above.

13.9. Maak de installatie boom beschikbaar

De kickstart installatie moet toegang hebben tot een installatie boom. Een installatie boom is een copie van de binaire Fedora CD-ROM met dezelfde map struktuur.
Als je in op CD gebaseerde installatie gaat uitvoeren, plaats je de Fedora CD-ROM #1 in de computer voordat je de kickstart installatie opstart.
Als je een harde schijf installatie gaat uitvoeren, wees er dan zeker van dat de ISO images van de binaire Fedora CD-ROM's zich op een harde schijf in de computer bevinden.
If you are performing a network-based (NFS, FTP, or HTTP) installation, you must make the installation tree available over the network. Refer to Paragraaf 3.5, “Voorbereiden voor een netwerk installatie” for details.

13.10. Opstarten van een kickstart installatie

Om een kickstart installatie te beginnen, moet je het systeem opstarten met boot media die je gemaakt hebt of met de Fedora CD-ROM #1, en een speciaal boot commando opgegeven op de boot prompt. Het installatie programma zoekt naar een kickstart bestand als het ks commandoregel argument is doorgegeven aan de kernel.
CD-ROM #1 en diskette
The linux ks=floppy command also works if the ks.cfg file is located on a vfat or ext2 file system on a diskette and you boot from the Fedora CD-ROM #1.
Een alternatief opstart commando is om op te starten met een Fedora CD-ROM #1 en het kickstart bestand geplaatst op een vfat of ext2 bestandssysteem op een diskette. Om dat te doen, geef je het volgende commando op de boot: prompt:
linux ks=hd:fd0:/ks.cfg
met driver schijf
Als je een driver schijf moet gebruiken met kickstart, geef dan ook de dd optie op. Bijvoorbeeld, om op te starten van een boot diskette en om een driver schijf te gebruiken, geef je het volgende commando op de boot: prompt:
linux ks=floppy dd
Boot CD-ROM
If the kickstart file is on a boot CD-ROM as described in Paragraaf 13.8.1, “Kickstart boot media maken”, insert the CD-ROM into the system, boot the system, and enter the following command at the boot: prompt (where ks.cfg is the name of the kickstart file):
linux ks=cdrom:/ks.cfg
Andere mogelijkheden om een kickstart installatie op te starten zijn:
askmethod
Gebruik niet automatisch de CD-ROM als de installatie bron als we een Fedora CD-ROM in je CD-ROM station ontdekken.
autostep
Maak kicktstart niet-interactief.
debug
Start pdb onmiddelijk op
dd
Gebruik een driver schijf.
dhcpclass=<class>
Sends a custom DHCP vendor class identifier. ISC's dhcpcd can inspect this value using "option vendor-class-identifier".
dns=<dns>
Lijst van door komma's gescheiden naamservers te gebruiken voor netwerk installatie.
driverdisk
Same as 'dd'.
expert
Zet speciale mogelijkheden aan:
  • staat partitionering van verwijderbare media toe
  • vraagt om een driver schijf
gateway=<gw>
Gateway te gebruiken voor een netwerk installatie.
graphical
Forceer grafische installatie. Vereist om ftp/http een GUI te laten gebruiken.
isa
Vraagt de gebruiker om ISA apparaten configuratie.
ip=<ip>
IP to use for a network installation, use 'dhcp' for DHCP.
keymap=<keymap>
Keyboard layout to use. Valid values are those which can be used for the 'keyboard' kickstart command.
ks=nfs:<server>:/<path>
The installation program looks for the kickstart file on the NFS server <server>, as file <path>. The installation program uses DHCP to configure the Ethernet card. For example, if your NFS server is server.example.com and the kickstart file is in the NFS share /mydir/ks.cfg, the correct boot command would be ks=nfs:server.example.com:/mydir/ks.cfg.
ks=http://<server>/<path>
The installation program looks for the kickstart file on the HTTP server <server>, as file <path>. The installation program uses DHCP to configure the Ethernet card. For example, if your HTTP server is server.example.com and the kickstart file is in the HTTP directory /mydir/ks.cfg, the correct boot command would be ks=http://server.example.com/mydir/ks.cfg.
ks=floppy
Het installatie programma zoekt naar het bestand ks.cfg op een vfat of ext2 bestandssysteem op de diskette in /dev/fd0.
ks=floppy:/<path>
The installation program looks for the kickstart file on the diskette in /dev/fd0, as file <path>.
ks=hd:<device>:/<file>
The installation program mounts the file system on <device> (which must be vfat or ext2), and look for the kickstart configuration file as <file> in that file system (for example, ks=hd:sda3:/mydir/ks.cfg).
ks=file:/<file>
The installation program tries to read the file <file> from the file system; no mounts are done. This is normally used if the kickstart file is already on the initrd image.
ks=cdrom:/<path>
The installation program looks for the kickstart file on CD-ROM, as file <path>.
ks
If ks is used alone, the installation program configures the Ethernet card to use DHCP. The kickstart file is read from the "bootServer" from the DHCP response as if it is an NFS server sharing the kickstart file. By default, the bootServer is the same as the DHCP server. The name of the kickstart file is one of the following:
  • Als DHCP is opgegeven en het boot bestand begint met /, wordt voor het boot bestand geleverd met DHCP gezocht op de NFS server.
  • Als DHCP is opgegeven en het boot bestand begint met iets anders dan een /, wordt voor het boot bestand geleverd door DHCP gezocht in de /kickstart map op de NFS server.
  • Als DHCP geen boot bestand opgaf, dan probeert het installatie programma het bestand /kickstart/1.2.3.4-kickstart te lezen, waarbij 1.2.3.4 het numerieke IP adres is van de machine die wordt geinstalleerd.
ksdevice=<device>
The installation program uses this network device to connect to the network. For example, consider a system connected to an NFS server through the eth1 device. To perform a kickstart installation on this system using a kickstart file from the NFS server, you would use the command ks=nfs:<server>:/<path> ksdevice=eth1 at the boot: prompt.
kssendmac
Adds HTTP headers to ks=http:// request that can be helpful for provisioning systems. Includes MAC address of all nics in CGI environment variables of the form: "X-RHN-Provisioning-MAC-0: eth0 01:23:45:67:89:ab".
lang=<lang>
Language to use for the installation. This should be a language which is valid to be used with the 'lang' kickstart command.
loglevel=<level>
Set the minimum level required for messages to be logged. Values for <level> are debug, info, warning, error, and critical. The default value is info.
lowres
Forceer de GUI installer om de draaien op een resolutie van 648x480.
mediacheck
Activeert loader code om de gebruiker de optie te geven om de integriteit van de installeer bron te testen (als het een ISO gebaseerde methode is).
method=cdrom
Voor een CD-ROM installatie uit.
method=ftp://<path>
Use <path> for an FTP installation.
method=hd:<dev>:<path>
Use <path> on <dev> for a hard drive installation.
method=http://<path>
Use <path> for an HTTP installation.
method=nfs:<path>
Use <path> for an NFS installation.
netmask=<nm>
Netmasker te gebruiken voor een netwerk installatie.
nofallback
Als de GUI niet werkt verlaat het programma.
nofb
Laad de VGA16 framebuffer niet zoals vereist voor tekst mode installaties in sommige talen.
nofirewire
Laad geen ondersteuning voo firewire apparaten.
noipv6
Zet IPv6 netwerken uit tijdens de installatie.
nokill
Een debug optie dat voorkomt dat anaconda alle draaiende processen beeindigt als een fatale fout optreedt.
nomount
Don't automatically mount any installed Linux partitions in rescue mode.
nonet
Onderzoek netwerk apparaten niet automatisch.
noparport
Probeer geen ondersteuning voor parallele poorten te laden.
nopass
Don't pass keyboard/mouse info to stage 2 installer, good for testing keyboard and mouse config screens in stage2 installer during network installs.
nopcmcia
Negeer PCMCIA controller in het systeem.
noprobe
Probeer geen hardware te ontdekken, vraag in plaats daarvan aan de gebruiker.
noshell
Zet geen shell op tty2 tijdens de installatie
nostorage
Onderzoek niet automatisch opslag apparaten (SCSI, IDE, RAID).
nousb
Laad geen USB ondersteuning (dit help als de installatie soms vroeg stopt)
nousbstorage
Laad geen usbstorage module in de loader. Kan helpen met apparaat nummering in SCSI systemen.
rescue
Draai de rescue omgeving.
resolution=<mode>
Run installer in mode specified, '1024x768' for example.
serial
Zet ondersteuning voor de seriele console aan.
skipddc
Skips DDC probe of monitor, may help if it's hanging system.
syslog=<host>[:<port>]
Once installation is up and running, send log messages to the syslog process on <host>, and optionally, on port <port>. Requires the remote syslog process to accept connections (the -r option).
text
Forceer tekst mode installatie.

Belangrijk

Als je de tekst mode kiest voor een kickstart installatie, wees er dan zeker van dat je keuzes opgeeft voor de partitionerings, bootloader, en pakket selectie opties. Deze stappen zijn geautomatiseerd in de tekst mode, en anaconda kan je niet vragen naar ontbrekende informatie. Als je geen keuzes voor deze opties opgeeft, zal anaconda het installatie proces stoppen.
updates
Vraag om een floppy die vernieuwingen (bugreparaties) bevat.
updates=ftp://<path>
Een image die vernieuwingen bevat over FTP.
updates=http://<path>
Een image die vernieuwingen bevat over HTTP.
upgradeany
Don't require an /etc/redhat-release that matches the expected syntax to upgrade.
vnc
Zet een op vnc gebaseerde installatie aan. Je zult moeten verbinden met een machine met gebruik van een vnc client toeppassing.
vncconnect=<host>[:<port>]
Once installation is up and running, connect to the vnc client named <host>, and optionally use port <port>.
Requires 'vnc' option to be specified as well.
vncpassword=<password>
Stel een wachtwoord in voor de vnc verbinding. Dit zal voorkomen dat iemand onopzettelijk verbindt met de op vnc gebaseerde installatie.
Requires 'vnc' option to be specified as well.

Hoofdstuk 14. Kickstart configurator

Kickstart configurator staat je toe om een kickstart bestand te maken of te veranderen met behulp van een grafische interface, zodat je de juiste syntax van het bestand niet hoeft te onthouden.
To use Kickstart Configurator, you must be running the X Window System. To start Kickstart Configurator, select Applications (the main menu on the panel) => System Tools => Kickstart, or type the command /usr/sbin/system-config-kickstart.
As you are creating a kickstart file, you can select File => Preview at any time to review your current selections.
To start with an existing kickstart file, select File => Open and select the existing file.

14.1. Basic Configuration

Basic Configuration
Basic Configuration
Figuur 14.1. Basic Configuration

Kies de taal die gebruikt wordt tijdens de installatie en als standaard taal om gebruikt te worden na de installatie van het Standaardtaal menu.
Selecteer het systeem toetsenbord van het Toetsenbord menu.
Van het Tijdzone menu, kies je de tijdzone die op het systeem gebruikt gaat worden. Om het systeem in te stellen voor het gebruik van UTC, selecteer je UTC-klok gebruiken.
Geef het gewenste root wachtwoord voor het systeem op in het Root-wachtwoord tekst veld. Type hetzelfde wachtwoord in het Wachtwoord bevestigen tekst veld. Het tweede veld is er om er zeker van te zijn dat je geen typefout in het wachtwoord maakt en je dan realiseert dat je niet weet wat het is als je de installatie hebt afgemaakt. Om het wachtwoord als een versleuteld wachtwoord in het bestand te bewaren, selecteer je Root-wachtwoord versleutelen. Als de versleutelings optie geselecteerd is, wordt het leesbare tekst wachtwoord dat je ingetypt hebt versleuteld als het bestand bewaard wordt en naar het kickstart bestand geschreven wordt. Type geen versleuteld wachtwoord in en selecteer dan om het te versleutelen. Omdat het kickstart bestand een leesbaar tekst bestand is dat eenvoudig te lezen is, wordt het aanbevolen om een versleuteld wachtwoord te gebruiken.
Kies Doel-architectuur om op te geven welke specifieke hardware achitectuur distributie tijdens de installatie gebruikt gaat worden.
Kies systeem na installatie herstarten om je systeem automatisch te laten herstarten als de installatie voltooid is.
Kickstart installaties worden standaard in de grafische mode uitgevoerd. Om deze standaard terzijde te schuiven en inplaats daarvan de tekst mode te gebruiken, kies je de Installatie uitvoeren in tekstmodus optie.
Je kunt een kickstart installatie in een interacrieve mode uitvoeren. Dit betekent dat het installatie programma alle opties gebruikt die in het kickstart bestand zijn opgenomen, maar het staat je toe om de opties in ieder scherm te bekijken voordat het verder gaat met het volgende scherm. Om verder te gaan met het volgende scherm klik je op de Volgende knop nadat je de instellingen hebt goedgekeurd of veranderd voordat de installatie verdergaat. Om dit type installatie te kiezen, selecteer je de Installatie uitvieren in interactieve modus optie.

14.2. Installatie methode

Installatie methode
Kickstart installatie methode
Figuur 14.2. Installatie methode

Het Installatiemethode scherm laat je kiezen of je een nieuwe installatie of een upgrade wilt uitvoeren. Als je upgrade kiest, worden de Partitie-informatie en Pakketselectie opties uitgezet. Deze worden niet ondersteund voor kickstart upgrades.
Kies het type kickstart installatie of upgrade van de volgende opties:
  • CD-ROM — Kies deze optie om te installeren of upgraden met de Fedora CD-ROM's.
  • NFS — Kies deze optie om te installeren of upgraden met een NFS gedeelde map. In het tekst veld voor de NFS-server vul je een volledig gekwalificeerd domein adres of IP adres in. Voor de NFS-map vul je de naam in van de NFS map die de variant map van de installatie boom bevat. Bijvoorbeeld, als de NFS server de map /mirrors/redhat/i386/Server/ bevat, vul je /mirrors/redhat/i386/ in voor de NFS-map.
  • FTP — Kies deze optie om te installeren of upgraden met een FTP server. In het FTP-server tekst veld vul je een volledig gekwalificeerde domein naam of IP adres in. Voor de FTP-map vul je de naam van de FTP map in die de variant map bevat. Bijvoorbeeld, als de FTP server de map /mirrors/redhat/i386/Server/ bevat, vul je /mirrors/redhat/i386/Server/ in voor de FTP-map. Als de FTP server een gebruikersnaam en wachtwoord nodig heeft, vul je die ook in.
  • HTTP — Kies deze optie om te installeren of upgraden met een HTTP server. In het tekst veld voor de HTTP-server vul je de volledig gekwalificeerde domein naam of IP adres in. Voor de HTTP-map vul je de naam in van de HTTP map die de variant map bevat. Bijvoorbeeld, als de HTTP server de map /mirrors/redhat/i386/Server/ bevat, vul je /mirrors/redhat/i386/Server/ voor de HTTP-map.
  • Hard Drive — Choose this option to install or upgrade from a hard drive. Hard drive installations require the use of ISO (or CD-ROM) images. Be sure to verify that the ISO images are intact before you start the installation. To verify them, use an md5sum program as well as the linux mediacheck boot option as discussed in Paragraaf 6.3, “Media verifieren”. Enter the hard drive partition that contains the ISO images (for example, /dev/hda1) in the Hard Drive Partition text box. Enter the directory that contains the ISO images in the Hard Drive Directory text box.

14.3. Boot Loader Options

Boot Loader Options
Boot Loader Options
Figuur 14.3. Boot Loader Options

Merk op dat dit scherm niet actief is als je een doel architectuur hebt opgegeven anders dan x86 / x86_64.
GRUB is de standaard bootloader voor Fedora x86 / x86_64 architecturen. Als je geen bootloader wilt installeren, selecteer je Geen bootloader installeren. Als je er voor kiest om geen bootloader te installeren, wees er dan zeker van dat je een opstart diskette maakt of dat je een andere manier hebt om je systeem op te starten, zoals een boot loader van derden.
Je moet kiezen waar de boot loader geinstalleerd gaat worden (de Master Boot Record of de eerste sector van de /boot partite). Installeer de boot loader op de MBR als je van plan bent om het als je boot loader te gaan gebruiken.
Om speciale parameters door te geven aan de kernel die gebruikt gaat worden als het systeem opstart, vul je deze in in het Kernel-parameters tekst veld. Bijvoorbeeld, als je een IDE CD-ROM schrijver hebt, kun je de kernel vertellen om de SCSI emulatie driver te gebruiken die geladen moet worden voordat cdrecord gebruikt wordt met het opgeven van hdd=ide-scsi als een kernel parameter (waarin hdd het CD-ROM apparaat is).
Je kunt de GRUB boot loader met een wachtwoord beschermen door een GRUB wachtwoord in te stellen. Selecteer GRUB-wachtwoord gebruiken, en vul een wachtwoord in in het Wachtwoord veld. Vul hetzelfde wachtwoord in in het Wachtwoord bevestigen tekst veld. Om het wachtwoord als een versleuteld wachtwoord in dit bestand te bewaren, selecteer je GRUB-wachtwoord versleutelen. Als de versleutelings optie geselecteerd is, wordt het leesbare tekst wachtwoord wat je hebt ingetypt versleuteld als het bestand bewaard wordt en naar het kickstart bestand geschreven wordt. Als het wachtwoord dat je intypt al versleuteld was, selecteer je de versleutel optie niet.
Als Een bestaande installatie bijwerken is geselecteerd op de Installatiemethode pagina, selecteer je Bestaande bootloader bijwerken om de bestaande boot loader configuratie te upgraden met behoud van de oude regels.

14.4. Partitie-informatie

Partitie-informatie
Kickstart partitie informatie
Figuur 14.4. Partitie-informatie

Selecteert of de Master Boot Record (MBR) wel of niet gewist moet worden. Kies voor, of alle bestaande partitites verwijderen, of alle bestaande Linux partities verwijderen, of de bstaande partities behouden.
Om het disklabel te initialiseren naar de standaard voor de architectuur van het systeem (bijvoorbeeld, msdosvoor x86 en gpt voor Itanium), selecteer je Het disklabel initialiseren als je gaat installeren op een gloednieuwe harde schijf.

Opmerking

Hoewel anaconda en kickstart Logical Volume Management (LVM) ondersteunt, is er op dit moment geen mogelijkheid om dit in te stellen met gebruik van Kickstart configurator.

14.4.1. Partities aanmaken

To create a partition, click the Add button. The Partition Options window shown in Figuur 14.5, “Partities aanmaken” appears. Choose the mount point, file system type, and partition size for the new partition. Optionally, you can also choose from the following:
  • In de Extra grootte-opties sectie, kun je kiezen om de partitie een vaste grootte te geven, te laten groeien tot een gekozen grootte, of de ongebruikte ruimte op de schijf te vullen. Als je swap selecteerde als bestandssysteem soort, kun je selecteren om het installatie programma de swap partitie te laten maken met de aangeraden grootte in plaats van het opgeven van een grootte.
  • Forceer de partitie om aangemaakt te worden als primaire partitie.
  • Maak de partitie aan op een specifieke harde schijf. Bijvoorbeeld, om de partitie aan te maken op de eerste IDE harde schijf (/dev/hda), specificeer dan hda voor de schijf. Voeg /dev niet toe aan de schijf naam.
  • Gebruik een bestaande partitie. Bijvoorbeeld, om de partitie te maken op de eerste partitie van de eerste IDE harde schijf (/dev/hda1), geef je hda1 op als de partitie. Voeg /dev niet toe aan de partitie naam.
  • Formateer de partitie met de gekozen bestandssysteem soort.
Partities aanmaken
Partities aanmaken voor kickstart
Figuur 14.5. Partities aanmaken

To edit an existing partition, select the partition from the list and click the Edit button. The same Partition Options window appears as when you chose to add a partition as shown in Figuur 14.5, “Partities aanmaken”, except it reflects the values for the selected partition. Modify the partition options and click OK.
Om een bestaande partitie te verwijderen, selecteer je de partitie in de lijst en klik je op de Verwijderen knop.

14.4.1.1. Aanmaken van software RAID partities

Om een software RAID partitie te maken, gebruik je de volgende stappen:
  1. Klik op de RAID knop.
  2. Selecteer Sotfware RAID-partitie aanmaken.
  3. Configureer de partities zoals hiervoor beschreven, behalve dat je software-RAID als de bestandssysteem soort moet selecteren. Je moet ook een harde schijf opgeven waarop de partitie gemaakt moet worden of een bestaande partitie opgeven om te gebruiken.
Aanmaken van een software RAID partitie
Software RAID partitie
Figuur 14.6. Aanmaken van een software RAID partitie

Herhaal deze stappen om om zoveel partities te maken als nodig zijn voor je RAID opstelling. Al je partities hoeven geen RAID partities te zijn.
Na het aanmaken van alle partities die nodig zijn om een RAID opstelling te maken, volg je deze stappen:
  1. Klik op de RAID knop.
  2. Selceteer RAID-apparaat aanmaken.
  3. Selecteer een aankoppelpunt, bestandssysteem soort, RAID opstelling naam, RAID level, RAID leden, aantal reserves voor de software RAID opstelling, en of de RAID opstelling geformateerd moet worden.
    Aanmaken van een software RAID opstelling
    software RAID opstelling
    Figuur 14.7. Aanmaken van een software RAID opstelling

  4. Klik op OK om de opstelling toe te voegen aan de lijst.

14.5. Netwerk Configuratie

Netwerk Configuratie
Netwerk configuratie voor kickstart
Figuur 14.8. Netwerk Configuratie

Als het systeem dat met kickstart geinstalleerd wordt geen Ethernet kaart heeft, configureer er dan geen op de Netwerkconfiguratie pagina.
Een netwerk verbinding is alleen nodig als je kiest voor een installatie methode gebaseerd op een netwerk (NFS, FTP, of HTTP). Het netwerk kan altijd na de installatie ingesteld worden met het Network Administration Tool (system-config-network). Refereer naar de Red Hat Enterprise Linux Deployment Guide vor details.
Voor iedere Ethernet kaart in het systeem klik je op Netwerkapparaat toevoegen en je selecteert het netwerkapparaat en netwerksoort voor het apparaat. Selecteer eth0 om de eerste Ethernet kaart in te stellen, eth1 voor de tweede Ethernet kaart, enzovoort.

14.6. Aanmeldingscontrole

Aanmeldingscontrole
Aanmeldingscontrole voor kickstart
Figuur 14.9. Aanmeldingscontrole

In de Aanmeldingscontrole sectie, selecteer je of schaduw-wachtwoorden gebruikt gaan worden met MD5 versleuteling. Deze opties worden ten sterkste aangeraden en zijn standaard aangezet.
De Aanmeldingscontrole configuratie opties staan je toe om de volgende manieren van aanmeldingscontrole in te stellen:
  • NIS
  • LDAP
  • Kerberos 5
  • Hesiod
  • SMB
  • Name Switch Cache
Deze methodes zijn niet standaard aangezet. Om een of meer van deze methodes aan te zetten, klik je op de desbetreffende tab, klik je op het afvinkhokje links van aanzetten, en je vult de benodigde informatie in voor de aanmeldingscontrole methode. Refereer naar de Red Hat Enterprise Linux Deployment Guide voor meer informatie over de opties.

14.7. Firewall configuratie

Het Firewall-configuratie scherm komt overeen met het scherm in het installatie programma en het Security Level Configuration Tool.
Firewall configuratie
Firewall configuratie voor kickstart
Figuur 14.10. Firewall configuratie

Als Firewall uitzetten is geselecteerd, staat het systeem alle toegang toe tot all actieve voorzieningen en poorten. Geen enkele verbinding naar het systeem wordt geweigerd.
Selecteren van Firewall aanzetten stelt het systeem in om elke binnenkomende verbinding te verbieden die niet een antwoord op een uitgaande verzoek is, zoals DNS antwoorden en DHCP verzoeken. Als toegang tot een voorziening op deze machine nodig is, kun je er voor kiezen om specifieke voorzieningen doorgang te geven door de firewall.
Alleen apparaten die ingesteld zijn in de Netwerkconfiguratie sectie worden getoond als beschikbare Vertouwde diensten. Verbindingen van elk apparaat geselecteerd in de lijst zijn toegestaan door het systeem. Bijvoorbeeld, als eth1 alleen verbindingen krijgt van interne systemen, kun je verbindingen van deze toestaan.
Als een voorziening is geselecteerd in de Vertrouwde diensten lijst, zijn verbindingen voor de voorziening acceptabel en worden verwerkt door het systeem.
In het Andere poorten tekst veld worden andere poorten getoond die open moeten zijn voor toegang op afstand. Gebruik het volgende formaat: port:protocol. Bijvoorbeeld, om IMAP toegang door de firewall toe te staan, geef je imap:tcp op. Numerieke poorten kunnen ook expliciet opgegeven worden; om UDP pakketten toe te staan op poort 1234 door de firewall, vul je 1234:udp in. Om meerdere poorten op te geven scheidt je ze met komma's.

14.7.1. SELinux configuratie

Kickstart kan SELinux instellen in de actief, waarschuwen of uitgezet toestand. Een fijnkorreliger instelling is op dit moment niet mogelijk.

14.8. Beeldschermconfiguratie

If you are installing the X Window System, you can configure it during the kickstart installation by checking the Configure the X Window System option on the Display Configuration window as shown in Figuur 14.11, “X configuratie”. If this option is not chosen, the X configuration options are disabled and the skipx option is written to the kickstart file.
X configuratie
X configuratie voor kickstart
Figuur 14.11. X configuratie

Selecteer ook of de Setup Agent opgestart moet worden de eerste keer dat het systeem opnieuw gestart wordt. Het is standaard uitgezet, maar de instelling kan veranderd worden naar aan of uit in de reconfiguratie mode. De reconfiguratie mode zet de taal, muis, toetsenbord, root wachtwoord, beveiligings niveau, tijdzone, en netwerkconfiguratie opties aan, naast de standaard instellingen.

14.9. Package Selection

Package Selection
Pakketselectie voor kickstart
Figuur 14.12. Package Selection

Het Pakketselectie scherm staat je toe om de pakketgroepen te kiezen die je wilt installeren.
Pakket afhankelijkheden worden automatisch opgelost.
Currently, Kickstart Configurator does not allow you to select individual packages. To install individual packages, modify the %packages section of the kickstart file after you save it. Refer to Paragraaf 13.5, “Package Selection” for details.

14.10. Pre-installatie script

Pre-installatie script
Pre-installatie script voor kickstart
Figuur 14.13. Pre-installatie script

Je kunt commando's toevoegen om op systeem te draaien direct nadat het kickstart bestand is geanalyseerd en voordat de installatie begint. Als je het netwerk hebt ingesteld in het kickstart bestand, wordt het netwerk aangezet voordat deze sectie uitgevoerd wordt. Om een pre-installatie script toe te voegen, type je deze in in het tekst gebied.
Om een scripttaal op te geven die gebruikt gaat worden om het script uit te voeren, selecteer je de Een interpreter gebruiken optie en je vult de interpreter in in het tekst veld ernaast. Bijvoorbeeld, /usr/bin/python2.4 kan opgegeven worden voor een Python script. Deze optie komt overeen met het gebruik van %pre --interpreter /usr/bin/python2.4 in je kickstart bestand.
Vele van de commando's die beschikbaar zijn in de pre-installatie omgeving worden aangereikt door een versie van busybox, busybox-anaconda genaamd. Busybox-geleverde commando's hebben niet een volledige functionaliteit, maar bieden alleen de meest gebruikte functionaliteit. De volgende lijst van beschikbare commando's bevat commando's geleverd door busybox:
addgroup, adduser, adjtimex, ar, arping, ash, awk, basename, bbconfig, bunzip2, busybox, bzcat, cal, cat, catv, chattr, chgrp, chmod, chown, chroot, chvt, cksum, clear, cmp, comm, cp, cpio, crond, crontab, cut, date, dc, dd, deallocvt, delgroup, deluser, devfsd, df, diff, dirname, dmesg, dnsd, dos2unix, dpkg, dpkg-deb, du, dumpkmap, dumpleases, e2fsck, e2label, echo, ed, egrep, eject, env, ether-wake, expr, fakeidentd, false, fbset, fdflush, fdformat, fdisk, fgrep, find, findfs, fold, free, freeramdisk, fsck, fsck.ext2, fsck.ext3, fsck.ext4, fsck.minix, ftpget, ftpput, fuser, getopt, getty, grep, gunzip, gzip, hdparm, head, hexdump, hostid, hostname, httpd, hush, hwclock, id, ifconfig, ifdown, ifup, inetd, insmod, install, ip, ipaddr, ipcalc, ipcrm, ipcs, iplink, iproute, iptunnel, kill, killall, lash, last, length, less, linux32, linux64, ln, load_policy, loadfont, loadkmap, login, logname, losetup, ls, lsattr, lsmod, lzmacat, makedevs, md5sum, mdev, mesg, mkdir, mke2fs, mkfifo, mkfs.ext2, mkfs.ext3, mkfs.ext4, mkfs.minix, mknod, mkswap, mktemp, modprobe, more, mount, mountpoint, msh, mt, mv, nameif, nc, netstat, nice, nohup, nslookup, od, openvt, passwd, patch, pidof, ping, ping6, pipe_progress, pivot_root, printenv, printf, ps, pwd, rdate, readlink, readprofile, realpath, renice, reset, rm, rmdir, rmmod, route, rpm, rpm2cpio, run-parts, runlevel, rx, sed, seq, setarch, setconsole, setkeycodes, setlogcons, setsid, sh, sha1sum, sleep, sort, start-stop-daemon, stat, strings, stty, su, sulogin, sum, swapoff, swapon, switch_root, sync, sysctl, tail, tar, tee, telnet, telnetd, test, tftp, time, top, touch, tr, traceroute, true, tty, tune2fs, udhcpc, udhcpd, umount, uname, uncompress, uniq, unix2dos, unlzma, unzip, uptime, usleep, uudecode, uuencode, vconfig, vi, vlock, watch, watchdog, wc, wget, which, who, whoami, xargs, yes, zcat, zcip
Voor een beschrijving van elk van deze commando's, voer je uit:
busybox command --help
Naast de hierboven genoemde commando's, zijn de volgende commando's beschikbaar in hun versie met volledige functionaliteit:
anaconda, bash, bzip2, jmacs, ftp, head, joe, kudzu-probe, list-harddrives, loadkeys, mtools, mbchk, mtools, mini-wm, mtools, jpico, pump, python, python2.4, raidstart, raidstop, rcp, rlogin, rsync, setxkbmap, sftp, shred, ssh, syslinux, syslogd, tac, termidx, vncconfig, vncpasswd, xkbcomp, Xorg, Xvnc, zcat

Warning

Voeg het %pre commando niet toe. Het is reeds voor je toegevoegd.

Opmerking

Het pre-installatie script wordt gedraaid nadat de bron media is aangekoppeld en trap 2 van de boot loader is geladen. Daarom is het niet mogelijk de bron media te veranderen in het pre-installatie script.

14.11. Post-installatie script

Post-installatie script
Post-installatie script voor kickstart
Figuur 14.14. Post-installatie script

Je kunt ook commando's uitvoeren op het systeem nadat de installatie is voltooid. Als het netwerk juist is ingesteld in het kickstart bestand, is het netwerk aangezet, en het script kan commando's bevatten om hulpmiddelen te bereiken op het netwerk. Om een post-intallatie script toe te voegen, type je het in het tekst veld.

Warning

Voeg het %post commando niet toe. Het is al voor je toegevoegd.
Bijvoorbeeld, om de boodschap van de dag te veranderen voor het pas geinstalleerde systeem, voeg je het volgende commando toe aan de %post sectie:
echo "Hackers will be punished!" > /etc/motd

Note

More examples can be found in Paragraaf 13.7.1, “Voorbeelden”.

14.11.1. Chroot-omgeving

Om het post-installatie script buiten de chroot omgeving te draaien, klik je op het aanvinkhokje naast deze optie boven in het Post-Installatie scherm. Dit komt overeen met het gebruik van de --nochroot optie in de %post sectie.
Om binnen de post-installatie sectie veranderingen in het nieuw geinstalleerde systeem te maken, maar buiten de chroot omgeving, moet je /mnt/sysimage/ voor de map naam zetten.
Bijvoorbeeld, als je Buiten de chroot-omgeving starten selecteert, moet het vorige voorbeeld verandert worden in:
echo "Hackers will be punished!" > /mnt/sysimage/etc/motd

14.11.2. Een interpreter gebruiken

Om een scripttaal op te geven voor het uitvoeren van het script, selecteer je de Een interpreter gebruiken optie en vul je de interpreter in in het tekst veld ernaast. Bijvoorbeeld, /usr/bin/python2.2 kan opgegeven worden voor een Python script. Deze optie komt overeen met het gebruiken van %post --interpreter /usr/bin/python2.2 in je kickstart bestand.

14.12. Het bestand opslaan

To review the contents of the kickstart file after you have finished choosing your kickstart options, select File => Preview from the pull-down menu.
Preview
Preview
Figuur 14.15. Preview

To save the kickstart file, click the Save to File button in the preview window. To save the file without previewing it, select File => Save File or press Ctrl+S . A dialog box appears. Select where to save the file.
After saving the file, refer to Paragraaf 13.10, “Opstarten van een kickstart installatie” for information on how to start the kickstart installation.

Deel IV. Na de installatie

Dit deel van de Fedora Installatie gids behandelt het afmaken van de installatie, en ook een taken die gerelateerd zijn aan de installatie die je misschien later nog wilt uitvoeren. Deze bevatten:
  • gebruiken van een Fedora installatie schijf om een beschadigd systeem te redden.
  • upgraden naar een nieuwe versie van Fedora.
  • Fedora van je computer verwijderen.

Hoofdstuk 15. Firstboot

Firstboot wordt de eerste keer dat je een nieuw Fedora systeem opstart gedraaid. Gebruik Firstboot om het systeem te configureren voor gebruik voordat je inlogt.
Firstboot welcome screen
Firstboot welcome screen
Figuur 15.1. Firstboot welcome screen

Selecteer Vooruit om Firstboot te starten.

Grafische interface vereist

Firstboot vereist een grafische interface. Als je er geen geinstalleerd hebt, of als Fedora problemen met het opstarten hiervan, kun je een afwijkend scherm zien.

15.1. Licentie informatie

This screen displays the overall licensing terms for Fedora. Each software package in Fedora is covered by its own license. All licensing guidelines for Fedora are located at http://fedoraproject.org/wiki/Legal/Licenses.
Firstboot license screen
Firstboot license screen
Figuur 15.2. Firstboot license screen

Als je het eens bent met de voorwaarden van de licentie, selecteer je Vooruit.

15.2. Gebruiker aanmaken

Maak een gebruikers account voor jezelf aan op dit scherm. Gebruik altijd dit account om je aan te melden bij je Fedora systeem, inplaats van het root account te gebruiken.
Firstboot create user screen
Firstboot create user screen
Figuur 15.3. Firstboot create user screen

Enter a user name and your full name, and then enter your chosen password. Type your password once more in the Confirm Password box to ensure that it is correct. Refer to Paragraaf 7.17, “Instellen van het root wachtwoord” for guidelines on selecting a secure password.

Extra gebruiker accounts aanmaken

Om na de installatie extra gebruiker accounts toe te voegen aan je systeem, kies je SysteemBeheerGebruikers en groepen.
Om Fedora te configureren voor het gebruiken van netwerk voorzieningen voor authenticatie of gebruikers informatie, selecteer je Netwerk login gebruiken....

15.3. Datum en tijd

If your system does not have Internet access or a network time server, manually set the date and time for your system on this screen. Otherwise, use NTP (Network Time Protocol) servers to maintain the accuracy of the clock. NTP provides time synchronization service to computers on the same network. The Internet contains many computers that offer public NTP services.
Het eerste scherm geeft de mogelijkheid om de datum en tijd van jouw systeem handmatig in te stellen.
Firstboot date and time screen
Firstboot date and time screen
Figuur 15.4. Firstboot date and time screen

Selecteer de Netwerk Tijd Protocol tab om je systeem te configureren met NTP servers.

De klok zetten

Om deze instellingen later te veranderen, kies SysteemBeheerDatum & tijd.
Om jouw systeem te configureren voor het gebruikt van netwerk tijdservers, selecteer je de Netwerk Tijd Protocol gebruiken optie. Deze optie negeert de instellingen op de Datum en tijd tab en maakt de andere velden op dit scherm actief.
Firstboot Network Time Protocol screen
Firstboot Network Time Protocol screen
Figuur 15.5. Firstboot Network Time Protocol screen

Standaard is Fedora geconfigureerd om drie verschillende groepen, of pools van tijdservers te gebruiken. Tijdserver pools geven redundantie, dus als een tijdserver niet beschikbaar is, zal je systeem synchronisren met een andere server.
Om een tijdserver toe te voegen, kies je Toevoegen, en vul de DNS naam van de server in het venster. Om een server of server pool te verwijderen van de lijst, selecteer je de naam en klik op Verwijderen.
Als je machine altijd met het Internet is verbonden met een bekabelde verbinding, selecteer je de Systeemklok synchroniseren voordat de service wordt gestart optie. Deze optie kan een kleine vertraging veroorzaken tijdens het opstarten maar verzekert een nauwkeurige tijd op je systeem ook als de klok op het moment van opstarten behoorlijk afwijkt.

Laptops en NTP

Gebruik deze optie niet met een laptop computer die soms een draadloos netwerk gebruikt.
Als de hardware klok in jouw computer erg onnauwkeurig is, kun je je lokale tijd bron helemaal uitzetten. Om de lokale tijd brom uit te zetten, selecteer Geavenceerde opties verbergen en deselecteer de Lokale tijdbron gebruiken optie. Als je jouw lokale tijdbron uitzet, dan hebben de NTP servers voorrang op de interne klok.
Als je de NTP Broadcast Aanzetten geavanceerde optie aanzet, zal Fedora automatisch proberen om tijdservers op het netwerk te lokaliseren.

15.4. Hardware profiel

Firstboot displays a screen that allows you to submit your hardware information anonymously to the Fedora Project. Developers use these hardware details to guide further support efforts. You can read more about this project and its development at http://smolts.org/.
Firstboot hardware profile screen
Firstboot hardware profile screen
Figuur 15.6. Firstboot hardware profile screen

Om aan dit belangrijke werk mee toe doen, selecteer je Profiel verzenden. Als je er voor kiest om geen profiel data te versturen, verander dan de standaard instelling niet. Selecteer Voltooien om te vervolgen met het login scherm.

Vernieuw je systeem

To ensure the security of your system, run a package update after the installation completes. Hoofdstuk 16, Je volgende stappen explains how to update your Fedora system.

Hoofdstuk 16. Je volgende stappen

Fedora voorziet je van een compleet operating systeem met een uitgebreide reeks van mogelijkheden, ondersteunt door een grote gemeenschap.

16.1. Je systeem updaten

The Fedora Project releases updated software packages for Fedora throughout the support period of each version. Updated packages add new features, improve reliability, resolve bugs, or remove security vulnerabilities. To ensure the security of your system, update regularly, and as soon as possible after a security announcement is issued. Refer to Paragraaf 16.4, “Abonneren op Fedora aankondigingen en nieuws” for information on the Fedora announcements services.
An update applet reminds you of updates when they are available. This applet is installed by default in Fedora. It checks for software updates from all configured repositories, and runs as a background service. It generates a notification message on the desktop if updates are found, and you can click the message to update your system's software.
To update your system with the latest packages manually, use Update System:
Je systeem vernieuwen
Je systeem scherm vernieuwen
Figuur 16.1. Je systeem vernieuwen

  1. Kies SysteemBeheerSoftware Update.
  2. Om de lijst van vernieuwde pakketten te bekijken, kies je Review.
  3. Klik op Updates toepassen om het update proces te beginnen.
  4. Indien een of meerdere updates een systeem reboot nodig hebben, toont het update proces een dialoog met de optie Nu herstarten. Of selecteer deze optie om het systeem direct te rebooten, of selecteer Later herstarten om het systeem op een meer geschikte tijd te rebooten.
  5. If a reboot is not required the update will conclude with a dialog that indicates that the System Update Completed and all selected updates have been successfully installed as well as a button to Close Update System
To update packages from the command-line, use the yum utility. Type this command to begin a full update of your system with yum:
su -c 'yum update'
Enter the root password when prompted.
Refer to http://docs.fedoraproject.org/yum/ for more information on yum.

Netwerk verbinding noodzakelijk

Verzeker je ervan dat jouw systeem een actieve netwerk verbinding heeft voordat je Update Software of het yum commando gebruikt. Het update proces doenload informatie en pakketten van een netwerk van servers.
If your Fedora system has a permanent network connection, you may choose to enable daily system updates. To enable automatic updates, follow the instructions on the webpage http://docs.fedoraproject.org/yum/sn-updating-your-system.html.

16.2. Een upgrade afmaken

Systeem updates aanbevolen

Once you have rebooted your system after performing an upgrade, you should also perform a manual system update. Consult Paragraaf 16.1, “Je systeem updaten” for more information.
If you chose to upgrade your system from a previous release rather than perform a fresh installation, you may want to examine the differences in the package set. Paragraaf 7.14.2, “Upgraden met behulp van het installatie programma” advised you to create a package listing for your original system. You can now use that listing to determine how to bring your new system close to the original system state.
De meeste software repository configuraties worden bewaard in pakketten die eindigen met de term release. Ga de oude pakket lijst na voor de repositories die geinstalleerd waren:
awk '{print $1}' ~/old-pkglist.txt | grep 'release$'
Indien nodig, haal deze software repository pakketten op van hun orginele bron op het Internet en installeer ze. Volg de instrukties van de bron sites op om de repository configuratie pakketten te installeren voor het gebruik met yum en andere software beheersgereedschappen op je Fedora systeem.
Voer vervolgens de volgende commando's uit om een lijst te maken van andere ontbrekende software pakketten:
awk '{print $1}' ~/old-pkglist.txt | sort | uniq > ~/old-pkgnames.txt
rpm -qa --qf '%{NAME}\n' | sort | uniq > ~/new-pkgnames.txt
diff -u ~/old-pkgnames.txt ~/new-pkgnames.txt | grep '^-' | sed 's/^-//' > /tmp/pkgs-to-install.txt
Gebruik nu het bestand /tmp/pkgs-to-install.txt met het yum commando om de meeste of alle van je oude pakketten terug te krijgen.
su -c 'yum install `cat /tmp/pkgs-to-install.txt`'

Missende software

Wegens veranderingen in pakket samenstellingen tussen Fedora releases, is het mogelijk dat deze methode niet alle software op je systeem terug brengt. Je kunt de handelingen hierboven beschreven gebruiken om opnieuw de software op je systeem te vergelijken, en om problemen die je mocht vinden te verhelpen.

16.3. Schakel om naar een grafische login

Als je geinstalleerd hebt met een tekst login en je wilt omschakelen naar een grafiche login, volg je deze procedure.
  1. Zet het gebruikers account om naar het root account:
    su -
    
    Geef het beheerder's wachtwoord als er om gevraagd wordt.
  2. Als je dit nog niet gedaan hebt, installeer je een van de grafische desktop omgevingen. Bijvoorbeeld, om de GNOME desktop omgeving te installeren, gebruik je dit commando:
    yum groupinstall "GNOME Desktop Environment"
    
    Deze stap kan even duren omdat je Fedora systeem extra software moet downloaden en installeren. Je kunt gevraagd worden om de installatie media aan te bieden, afhankelijk van je oorspronkelijke installatie bron.
  3. Voer het volgende commando uit om het /etc/inittab bestand aan te passen:
    nano /etc/inittab
    
  4. Zoek de regel die de tekst initdefault bevat. Verander het cijfer 3 in 5.
  5. Druk op Ctrl+O om het bestand naar de schijf te schrijven en druk op Ctrl+X om het programma te verlaten.
  6. Type exit om het beheerder's account te verlaten.
Indien gewenst, kun je het systeem opnieuw opstarten met het reboot commando. Je systeem zal opstarten en een grafische login aanbieden.
If you encounter any problems with the graphical login, consult one of the help sources listed in Paragraaf 1.2, “Extra hulp krijgen”.

16.4. Abonneren op Fedora aankondigingen en nieuws

Om informatie te ontvangen over pakket updates, kun je je abonneren op de announcement mail lijst of de RSS feeds.
Fedora Project aankondigingen mail lijst
Fedora Project RSS feeds
De aankondigingen mail lijst geeft je ook nieuws over het Fedora Project en de Fedora gemeenschap.

Beveiligings aankondigingen

Aankondigingen met het sleutelwoord [SECURITY] in de titel, geven pakket updates aan die beveiligings gevoeligheden oplossen.

16.5. Documentatie en ondersteuning vinden

Leden van de Fedora gemeenschap verzorgen ondersteuning met behulp van mail lijsten, Web forums en Linux User Groups (LUGs) overal ter wereld.
The Web site for the formally endorsed forums is http://forums.fedoraforum.org/.
De volgende bronnen geven informatie over vele aspecten van Fedora:
Many other organizations and individuals also provide tutorials and HOWTOs for Fedora on their Web sites. You can locate information on any topic by using Google's Linux search site, located at http://www.google.com/linux.

16.6. Aansluiten bij de Fedora gemeenschap

Het Fedora Project wordt gedragen door individuen die er bijdrages aan leveren. Gemeenschaps leden geven ondersteuning en documentatie aan andere gebruikers, helpen om de software meegeleverd met Fedora te verbeteren door testen en ontwikkelen nieuwe software samen met ontwikkelaars van Red Hat. De resultaten van dit werk is beschikbaar voor iedereen.
Om een verschil te maken, begin hier:

Hoofdstuk 17. Basis systeemherstel

Als er dingen verkeerd gaan, zijn er altijd manieren om problemen op te lossen. Echter, deze methodes vereisen dat je het systeem goed begrijpt. Dit hoofdstuk beschrijft hoe je op kan starten in de reddings mode, de enkele-gebruikers methode, en de noodsituatie methode, waar je je kennis kunt gebruiken om het systeem te repareren.

17.1. Algemene problemen

Je moet misschien in een van deze drie herstel modes opstarten voor een van de volgende redenen:
  • Je bent niet in staat om Fedora normaal op te starten (runlevel 3 of 5).
  • You are having hardware or software problems, and you want to get a few important files off of your system's hard drive.
  • Je bent het root wachtwoord vergeten.

17.1.1. Fedora start niet op

Dit problem wordt vaak veroorzaakt door de installatie van andere operating systemen nadat je Fedora hebt geinstalleerd. Sommige andere operating systemen nemen aan dat je geen ander operating systeem op je computer hebt. Ze overschrijven de Master Boot Record (MBR) die oorspronkelijk de GRUB bootloader bevatte. Als de bootloader op deze manier wordt overschreven, kun je Fedora niet opstarten behalve als je in de reddings mode komt en de bootloader herconfigureert.
Een ander veel voorkomend probleem treedt op als je een partitionerings programma gebruikt om een partitie in grootte te veranderen of een nieuwe partitie aan te maken van vrije ruimte na de installatie, en het verandert de volgorde van je partities. Als het partitie nummer van je / partitie verandert, kan het zijn dat de bootloader niet in staat is om de partitie te vinden en aan te koppelen. Om dit probleem te repareren, moet je in de reddings mode opstarten en het /boot/grub/grub.conf bestand aanpassen.
For instructions on how to reinstall the GRUB boot loader from a rescue environment, refer to Paragraaf 17.2.1, “Herinstalleren van de bootloader”.

17.1.2. Hardware/software problemen

Deze categorie bevat een brede varieteit van verschillende situaties. Twee voorbeelden zijn defecte harde schijven en het opgeven van een ongeldig root apparaat of ongeldige kernel in de bootloader configuratie. Als een van deze optreedt ben je misschien niet in staat om Fedora op te starten. Echter als je opstart in een van de systeem herstel modes, ben je misschien in staat om het probleem op te lossen of tenminste copieen te maken van je belangrijkste bestanden.

17.1.3. Root Password

Wat kun je doen als je je root wachtwoord vergeet? Om het te resetten naar een ander wachtwoord, start je op in de reddings mode of enkele-gebruikers mode, en gebruik je het passwd commando om het root wachtwoord te resetten.

17.2. Opstarten in de reddings mode

Rescue mode provides the ability to boot a small Fedora environment entirely from CD-ROM, or some other boot method, instead of the system's hard drive.
As the name implies, rescue mode is provided to rescue you from something. During normal operation, your Fedora system uses files located on your system's hard drive to do everything — run programs, store your files, and more.
However, there may be times when you are unable to get Fedora running completely enough to access files on your system's hard drive. Using rescue mode, you can access the files stored on your system's hard drive, even if you cannot actually run Fedora from that hard drive.
Om op te starten in de reddings mode, moet je in staat zijn om op te starten met een van de volgende methodes[4]:
  • Het opstarten van het systeem met een installatie opstart CD-ROM of DVD.
  • Het opstarten van het systeem met andere installatie opstart boot media, zoals USB flash apparaten.
  • Het opstarten van het systeem van de Fedora CD-ROM #1 of DVD.
Zodra je opgestart hebt met een van de beschreven methodes, voeg je het sleutelwoord rescue toe als kernel parameter. Bijvoorbeeld, voor een x86 systeem, type je het volgende commando in op de installatie boot prompt:
linux rescue
Je wordt gevraagd om een paar basis vragen te beantwoorden, inclusief de te gebruiken taal. Het vraagt je ook om te selecteren waar een geldige reddings image te vinden is. Selecteer een van Locale CD-ROM, Harde schijf, NFS image, FTP, of HTTP. De geselecteerde locatie moet een geldige installatie boom bevatten, en de installatie boom moet van dezelfde Fedora versie zijn als die van de Fedora schijf waarmee je opstartte. Als je een boot CD-ROM of andere media gebruikt om de reddings mode op te starten, moet de installatie boom van dezelfde boom zijn als waarvan de media was gemaakt. Voor meer informatie over het opzetten van een installatie boom op een harde schijf, NFS server, FTP server, of HTTP server, refereer je naar eerdere secties van deze gids.
Als je een reddings image kiest die geen netwerk verbinding nodig heeft, wordt je gevraagd of je wel of niet een netwerk verbinding wilt maken. Een netwerk verbinding is nuttig als je bestanden moet backuppen naar een andere computer of als je RPM pakketten moet installeren van een gedeelde netwerk locatie, bijvoorbeeld.
De volgende boodschap wordt getoond:
The rescue environment will now attempt to find your Linux installation and mount it under the directory /mnt/sysimage. You can then make any changes required to your system. If you want to proceed with this step choose 'Continue'. You can also choose to mount your file systems read-only instead of read-write by choosing 'Read-only'. If for some reason this process fails you can choose 'Skip' and this step will be skipped and you will go directly to a command shell.
Als je Doorgaan selecteert, probeert het je bestandssysteem aan te koppelen in de map /mnt/sysimage/. Als de aankoppeling mislukt, krijg je een boodschap. Als je Alleen-lezen selecteert , probeert het je bestandssysteem aan te koppelen in de map /mnt/sysimage/, maar in de alleen-lezen mode. Als je Overslaan selecteert, wordt je bestandssysteem niet aangekoppeld. Kies Overslaan als je denkt dat je bestandssysteem beschadigd is.
Zodra je jouw systeem in de reddings mode hebt, verschijnt een prompt op VC (virtuele console) 1 en VC 2 (gebruik de Ctrl-Alt-F1 toetsencombinatie om VC 1 te bereiken en Ctrl-Alt-F2 om VC 2 te bereiken):
sh-3.00b#
Als je Doorgaan selecteert om je partities automatisch aan te koppelen en ze zijn succesvol aangekoppeld, ben je in de enkele-gebruikers mode.
Zelfs als je bestandssysteem is aangekoppeld, is de standaard root partitie in de reddings mode een tijdelijke root partitie, niet de root partitie van het bestandssysteem gebruikt tijdens de normale gebruikers mode (runlevel 3 of 5). Als je er voor gekozen hebt om je bestandssysteem aan te koppelen en de aankoppeling was succesvol, kun je de root partitie van de reddings mode omgeving veranderen naar de root partitie van je bestandssysteem met het volgende commando:
chroot /mnt/sysimage
Dit is nuttig als je commando's zoals rpm moet draaien die vereisen dat je root partitie aangekoppeld is als /. Om de chroot omgeving te verlaten, type je exit in om terug te gaan naar de prompt.
Als je Overslaan selecteerde, kun je nog proberen om een partitie of een LVM2 logische volume handmatig in de reddings omgeving aan te koppelen door het maken van een map zoals /foo, en het volgende commando in te typen:
mount -t ext4 /dev/mapper/VolGroup00-LogVol02 /foo
In het bovenstaande commando is /foo een map die je aangemaakt hebt en /dev/mapper/VolGroup00-LogVol02 is de LVM2 logische volume die je wilt aankoppelen. Als de partitie van het type ext2 of ext3 vervang jeext4 met ext2 of ext3 respectievelijk.
Als je de namen van alle fysische partities niet kent, gebruik je het volgende commando om ze te tonen:
fdisk -l
Als je de namen van alle LVM2 fysische volumes, volume groepen, of logischevolumes niet kent, gebruik je het volgende commando's om ze te tonen:
pvdisplay
vgdisplay
lvdisplay
Vanaf de prompt kun je vele nuttige commando's draaien, zoals:
  • ssh, scp, en ping als het netwerk is gestart
  • dump en restore voor gebruikers met tape apparaten
  • parted en fdisk voor het beheer van partities
  • rpm voor het installeren of vernieuwen van software
  • joe voor het bewerken van configursatie bestanden

    Note

    Als je probeert om andere populaire bewerkers zoals emacs, pico, of vi, wordt de joe bewerker gestart.

17.2.1. Herinstalleren van de bootloader

In veel gevallen kan de GRUB bootloader per ongeluk zijn verwijderd, beschadigd, of vervangen door andere operating systemen.
De volgende stappen laten het proces zien hoe GRUB opnieuw geinstalleerd wordt in de master boot record:
  • Start het systeem op van een installatie boot medium.
  • Type linux rescue in op de installatie boot promp om de reddings mode in te gaan.
  • Type chroot /mnt/sysimage om de root partitie aan te koppelen.
  • Type /sbin/grub-install /dev/hda om de GRUB bootloader opnieuw te stalleren, waarin /dev/hda de boot partitie is.
  • Bekijk het /boot/grub/grub.conf bestand, omdat extra regels nodig kunnen zijn voor GRUB om extra operating systemen te controleren.
  • Start het systeem opnieuw op.

17.3. Opstarten in enkele-gebruiker mode

Een van de voordelen van de enkele-gebruiker mode is dat je geen boot CD-ROM nodig hebt; het geeft je echter niet de optie om bestandssystemen als alleen-lezen aan te koppelen of ze niet aan te koppelen.
Als je systeem opstart, maar het staat je niet toe om in te loggen als het opstarten klaar is, kun je de enkele-gebruiker mode proberen.
In enkele-gebruiker mode, wordt je computer opgestart met runlevel 1. Je locale bestandssystemen worden aangekoppeld, maar je netwerk wordt niet geactiveerd. Je hebt een bruikbare systeem onderhouds shell. In tegenstelling met de reddings mode, probeert enkele-gebruiker mode automatisch je bestandssysteem aan te koppelen. Gebruik de enkele-gebruiker mode niet als je systeem niet succesvol kan aankoppelen. Je kunt enkele-gebruiker mode niet gebruiken als de runlevel 1 configuratie van je systeem vernield is.
Op een x86 systeem met GRUB, gebruik je de volgende stappen om op te starten in de enkele-gebruiker mode:
  1. Bij het GRUB splash scherm tijdens het opstarten, druk je op een willekeurige toets om het GRUB interactive menu te bereiken.
  2. Selecteer Fedora met de versie van de kernel die je wlt opstarten en type a in om de regel te bewerken.
  3. Ga naar het einde van de regel en type single is als een apart woord (druk op de Spatiebalk en type dan single). Druk op Enter om de bewerkings mode te verlaten.

17.4. Opstarten in de noodsituatie mode

In de noodsituatie mode, wordt je opgestart in de kleinst mogelijke omgeving. Het root bestandssysteem wordt alleen-lezen aangekoppeld en bijna niets wordt ingesteld. Het belangrijkste voordeel van de noodsituatie mode boven de enkele-gebruiker mode is dat de init bestanden niet worden geladen. Als init beschadingd is of niet werkt, kun je nog steeds bestandssystemen aankoppelen om data te redden die verloren zou gaan door een herinstallatie.
To boot into emergency mode, use the same method as described for single-user mode in Paragraaf 17.3, “Opstarten in enkele-gebruiker mode” with one exception, replace the keyword single with the keyword emergency.


[4] Refereer naar de eerdere secties van deze gids voor meer details.

Hoofdstuk 18. Je huidige systeem upgraden

Dit hoofdstuk verklaart de verschillende methodes beschikbaar voor het upgraden van je Fedora systeem.

18.1. Bepalen om of te upgraden of te herinstalleren

Hoewel upgraden van Fedora 10 wordt ondersteund, heb je waarschijnlijk een betere ervaring als je een backup van je data maakt en dan deze vrijgaven van Fedora 11 installeert over je vorige Fedora installatie.
Om te upgraden van Fedora 10 moet je eerst je systeem helemaal bij de tijd maken voordat je de upgrade uitvoert.

Belangrijk

Het is niet mogelijk om direct te upgraden van Fedora 9 naar Fedora 11. Om te upgraden van Fedora 9 naar Fedora 11, moet je eerst upgraden naar Fedora 10.
This recommended reinstallation method helps to ensure the best system stability possible.
Als je nu Fedora 10 gebruikt, kun je een traditionele, op het installatie programma gebaseerde upgrade uitvoeren.
Voordat je er echter voor kiest om je systeem te upgraden, zijn er een aantal dingen die je in gedachte moet houden:
  • Individuele pakket configuratie bestanden kunnen wel of niet werken na het uitvoeren van de upgrade door veranderingen in verscheidene configuratie bestandsformaten of indelingen.
  • If you have one of Red Hat's layered products (such as the Cluster Suite) installed, it may need to be manually upgraded after the upgrade has been completed.
  • Toepassingen van derden of ISV toepassingen werken misschien niet correct na de upgrade.
Het upgraden van je systeem installeert vernieuwde versies van de pakketten die op dit moment op je systeem zijn geinstalleerd.
Het upgrade proces behoudt de bestaande configuratie bestanden door ze te herbenoemen met een .rpmsave extensie (bijvoorbeeld, sendmail.cf.rpmsave). Het upgrade proces maakt ook een log van zijn acties in /root/upgrade.log.

Warning

Als software evolueert, kunnen de configuratie bestandsformaten veranderen. Het is erg belangrijk om je originele configuratie bestanden zorgvuldig te vergelijken met de nieuwe bestanden voordat je jouw veranderingen aanbrengt.

Note

Het is altijd een goed idee om een backup te maken van alle data die je op je systemen hebt. Bijvoorbeeld, als je gaat upgraden of een dual-boot systeem maakt, moet je altijd een backup maken van alle data die je op je harde schijf/schijven wilt behouden. Vergissingen komen voor en kunnen resulteren in het verlies van al je data.
Sommige pakketten kunnen na upgraden de installatie van andere pakketten vereisen voor een juiste werking. Als je er voor kiest voor het aanpassen van de pakketten die je gaat upgraden, kan het nodig zijn dat je pakket afhankelijkheids problemen moet oplossen. Normaal zorgt de upgrade procedure voor het afhandelen van deze afhankelijkheden, maar moet misschien extra pakketten installeren die niet op je systeem zijn.
Afhankelijk van hoe je jouw systeem hebt gepartitioneerd, kan het upgrade programma je vragen om een extra swap bestand toe te voegen. Als het upgrade programma geen swap bestand ontdekt dat twee keer je hoeveelhied RAM is, vraagt het je of je een nieuw swap bestand wilt toevoegen. Als je systeem niet veel RAM heeft (minder dan 256 MB), is het aanbevolen dat je dit swap bestand toevoegt.

18.2. Je systeem upgraden

Het Upgrade onderzoeken scherm verschijnt als je het installatie programma hebt opgedragen een update uit te voeren.

Note

Als de inhoud van je /etc/fedora-release bestand is veranderd van de standaard inhoud, wordt je Fedroa installatie misschien niet gevonden als je een upgrade naar Fedora 11 probeert uit te voeren.
Je kunt een aantal van de testen voor dit bestand vereenvoudigen door op te starten met het volgende opstart comando:
linux upgradeany
Gebruik het linux upgradeany commando als jouw Fedora installatie was niet vermeld om van de upgraden.
Om een upgrade uit te voeren, selecteer je Een bestaande installatie upgraden. Klik op Volgende als je klaar bent om te beginnen met je upgrade.
To re-install your system, select Perform a new Fedora installation and refer to Hoofdstuk 7, Installeren op Intel® en AMD systemen for further instructions.

Hoofdstuk 19. Fedora verwijderen

We respecteren jouw vrijheid om een operating systeem voor jouw computer te kiezen. Deze sectie legt uit hoe je Fedora kunt verwijderen.

Deze instructies kunnen data vernielen!

Als je data in Fedora hebt die je wilt behouden, maak dan een backup voordat je verder gaat. Schrijf je data op een CD, DVD, externe harde schijf, of een ander opslag medium.
Als voorzorg maak je ook een backup van data van andere operating systemen die op dezelfde computer geinstalleerd zijn. Vergissingen gebeuren en kunnen resulteren in het verlies van al je data.
Als je een backup maakt van data uit Fedora die later in een ander operating systeem gebruiktgaat worden, wees er dan zeker van dat het opslag medium of apparaat leesbaar is voor dat andere operating systeem. Bijvoorbeeld, zonder extra software van derden, kan Miscrosoft Windows geen externe harde schijf lezen die je geformateerd hebt met Fedora voor het gebruik van ext2, ext3, ext4 bestandssystemen.
Om Fedora te verwijderen van je op x86-gebaseerd systeem, moet je de Fedora bootloader informatie van je master boot record (MBR) verwijderen en alle partities verwijderen die het operating systeem bevatten. De manier om Fedora van je computer te verwijderen varieert, en hangt af van of Fedora gebruikt was als enigste operating systeem geinstalleerd op je computer, of dat de computer ingesteld was als dual-boot systeem om zowel Ferdora als een ander operating systeem op te kunnen starten.
These instructions cannot cover every possible computer configuration. If your computer is configured to boot three or more operating systems, or has a highly-customized partition scheme, use the following sections as a general guide to partition removal with the various tools described. In these situations, you will also need to learn to configure your chosen bootloader. See Bijlage E, De GRUB boot loader for a general introduction to the subject, but detailed instructions are beyond the scope of this document.

Eigendomsmatige versies van Microsoft operating systemen

Fdisk, the disk partitioning tool provided with MS-DOS and Microsoft Windows, is unable to remove the file systems used by Fedora. MS-DOS and versions of Windows prior to Windows XP (except for Windows 2000) have no other means of removing or modifying partitions. Refer to Paragraaf 19.3, “Vervang Fedora met MS-DOS of eigendomsmatige versies van Microsoft Windows” for alternative removal methods for use with MS-DOS and these versions of Windows.

19.1. Fedora is het enigste operating systeem op je computer

Als Fedora het enigste operating systeem op je computer is, gebruik je de installatie media voor het vervangende operating systeem om Fedora te verwijderen. Voorbeelden van installatie media zijn de Windows XP installatie CD, Windows Vista installatie DVD, Mac OS X installatie CD's of DVD, of de installatie CD, CD's, of DVD van een andere Linux distributie.
Note that some manufacturers of factory-built computers pre-installed with Microsoft Windows do not supply the Windows installation CD or DVD with the computer. The manufacturer may instead have supplied their own "system restore disk", or have included software with the computer that allowed you to create your own "system restore disk" when you first started the computer. In some cases, the system restore software is stored on a separate partition on the system's hard drive. If you cannot identify the installation media for an operating system that was pre-installed on your computer, consult the documentation supplied with the machine, or contact the manufacturer.
Als je de installatie media van je gekozen operating systeem hebt gelocaliseerd:
  1. Maak een backup van alle data die je wilt behouden.
  2. Zet de computer uit.
  3. Start je computer op de de installatie schijf voor het vervangende operating systeem.
  4. Follow the prompts presented during the installation process. Windows, OS X, and most Linux installation disks allow you to manually partition your hard drive during the installation process, or will offer you the option to remove all partitions and start with a fresh partition scheme. At this point, remove any existing partitions that the installation software detects or allow the installer to remove the partitions automatically. "System restore" media for computers pre-installed with Microsoft Windows might create a default partition layout automatically without input from you.

    Waarschuwing

    Als jouw computer system restore software heeft opgeslagen op een partitie op een harde schijf, pas dan op met het verwijderen van partities tijdens het installeren van een operating systeem van andere media. Onder deze omstandigheden, kun je de partitie die je sytem restore software bevat vernietigen.

19.2. Je computer is dual-boot voor Fedora en een ander oprating systeem

If your computer is configured to dual-boot Fedora and another operating system, removing Fedora without removing the partitions containing the other operating system and its data is more complicated. Specific instructions for a number of operating systems are set out below. To keep neither Fedora nor the other operating system, follow the steps described for a computer with only Fedora installed: Paragraaf 19.1, “Fedora is het enigste operating systeem op je computer”

19.2.1. Je computer is dual-boot met Fedora en een Microsoft Windows operating systeem

19.2.1.1. Windows 2000, Windows Server 2000, Windows XP, en Windows Server 2003

Waarschuwing

Zodra je met dit proces begint, kan je computer in een niet-opstartbare toestand blijven totdat je de gehele set van instructies hebt opgevolgd. Lees de onderstaande stappen zorgvuldig door voordat je begint met het verwijderings proces. Overweeg om deze instructies op een andere computer te openen of ze te printen zodat je er op elk moment van het proces toegang tot hebt.
This procedure relies on the Windows Recovery Console that loads from the Windows installation disk, so you will not be able to complete the procedure without access to this disk. If you start this procedure and do not complete it, you could leave your computer in a condition where you cannot boot it. The "system restore disk" supplied with some factory-built computers that are sold with Windows pre-installed on them might not include the Windows Recovery Console.
Tijdens het proces beschreven in deze instructies, zal de Windows Recovery Console je vragen om het Administrator wachtwoord voor je Windows systeem. Volg deze instructies alleen op als je het Administrator wachtwoord voor je systeem kent of als je er zeker van bent dat een Administator wachtwoord nooit is aangemaakt, zels niet door de computer fabrikant.
  1. Verwijder de Fedora partities
    1. Start je computer op in je Microsoft Windows omgeving.
    2. Click Start>Run..., type diskmgmt.msc and press Enter. The Disk Management tool opens.
      Het programma laat een grafische representatie van je schijf zien, met staven die elke partitie representeren. De eerste partitie heeft gewoonlijk het label NTFS en komt overeen met je C: apparaat. Er zullen tenminste twee Fedora partities zichtbaar zijn. Windows zal voor deze partities geen bestandssysteem type laten zien, maar kan aan sommige hiervan apparaat letters toekennen.
    3. Klik-rechts op een van de Fedora partities, klik daarna op Delete Partition en kllik op Yes om de verwijdering te bevestigen. Herhaal dit voor de andere Fedora partities op je systeem. Als je partities verwijdert, labelt Windows de ruimte op de harde schijf die eerst door die partities werd ingenomen als unallocated.
  2. Laat Windows de ruimte op de harde schijf gebruiken die Fedora achterlaat (optioneel)

    Opmerking

    This step is not required to remove Fedora from your computer. However, if you skip this step, you will leave part of your hard drive's storage capacity unusable by Windows. Depending on your configuration, this might be a a significant portion of the storage capacity of the drive.
    Beslis om een bestaande Windows partitie uit te breiden om de extra ruimte te gebruiken, of om een nieuwe Windows partitie in die ruimte te maken. Als je een nieuwe Windows partitie maakt, zal Windows er een nieuw apparaat letter aan toekennen en het zal er mee werken alsof het een aparte harde schijf is.
    Uitbreiden van bestaande Windows partitie

    Opmerking

    Het diskpart gebruikt in deze stap is geinstalleerd als onderdeel van de Windows XP en Windows 2003 operating systemen. Als je deze stap uitvoert op een computer met Windows 2000 of Windows Server 2000, kun je een versie van diskpart voor je operating system downloaden van de Microsoft website.
    1. Click Start>Run..., type diskpart and press Enter. A command window appears.
    2. Type list volume and press Enter. Diskpart displays a list of the partitions on your system with a volume number, its drive letter, volume label, filesystem type, and size. Identify the Windows partition that you would like to use to occupy the space vacated on your hard drive by Fedora and take note of its volume number (for example, your Windows C: drive might be "Volume 0").
    3. Type select volume N in (waarin Nhet volume nummer is van de Windows partitie die je wilt uitbreiden) en druk op Enter. Type nu extend en duw op Enter. Diskpart breidt nu je gekozen partitie uit om de overblijvende ruimte op de harde schijf te vullen. Het zal je berichten als dit klaar is.
    Toevoegen van een nieuwe Windows partitie
    1. In het Disk Management scherm, klik je rechts op de schijf ruimte die Windows labels als unallocated en je selecteert New Partition van het menu. De New Partition Wizard start op.
    2. Volg de prompts gepresenteert door de New Partition Wizard. Als je de standaard opties accepteert, zal het programma een nieuwe partitie aanmaken die alle beschikbare ruimte op de harde schijf vult, het de volgende beschikbare aparaat letter geven, en het formateren met het NTFS bestandssysteem.
  3. Herstel de Windows bootloader
    1. Breng de Windows installatie schijf aan en start je computer op. Als je computer opstart, verschijnt gedurende enkele seconden de volgende boodschap op je scherm:
      Press any key to boot from CD
      
      Druk op een willekeurige toets terwijl de boodschap nog zichtbaar is en de Windows installatie software zal geladen worden.
    2. Als het Welcome to Setup scherm verschijnt, kun je beginnen met de Windows Recovery Console. De procedure hangt een beetje af van de verschillende versies van Windows:
      • Met Windows 2000 en Windows Server 2000, druk je op de R toets, daarna de C toets.
      • Met Windows XP en Windows Server 2003, druk je op de R toets.
    3. De Windows Recovery Console zoekt je harde schijven af voor Windows installaties, en kent ieder van hen een nummer toe. Het laat een list van de Windows installaties zien en vraagt je er een te kiezen. Type het nummer in dat correspondeert met de Windows installatie die je wilt herstellen.
    4. De Windows Recovery Console vraagt je om het Administrator wachtwoord voor je Windows installatie. Type het Administrator wachtwoord in en druk op de Enter toets. Als er geen Administrator wachtwoord is voor dit systeem, duw je alleen op de Enter toets.
    5. Op de prompt type je het commando fixmbr en je duwt op Enter. Het fixmbr programma herstelt nu de Master Boot Record voor het systeem.
    6. Als de prompt weer verschijnt, type je exit in en je duwt op de Enter toets.
    7. Je computer zal opnieuw opstarten en je Windows operating systeem opstarten.

19.2.1.2. Windows Vista en Windows Server 2008

Waarschuwing

Zodra je met dit proces begint, kan je computer in een niet-opstartbare toestand blijven totdat je de gehele set van instructies hebt opgevolgd. Lees de onderstaande stappen zorgvuldig door voordat je begint met het verwijderings proces. Overweeg om deze instructies op een andere computer te openen of ze te printen zodat je er op elk moment van het proces toegang tot hebt.
This procedure relies on the Windows Recovery Environment that loads from the Windows installation disk and you will not be able to complete the procedure without access to this disk. If you start this procedure and do not complete it, you could leave your computer in a condition where you cannot boot it. The "system restore disk" supplied with some factory-built computers that are sold with Windows pre-installed on them might not include the Windows Recovery Environment.
  1. Verwijder de Fedora partities
    1. Start je computer op in je Microsoft Windows omgeving.
    2. Klik op Start en type daarna diskmgmt.msc in het Start Search veld en druk op Enter. Het Disk Management programma opent.
      Het programma laat een grafische representatie van je schijf zien, met staven die elke partitie representeren. De eerste partitie heeft gewoonlijk het label NTFS en komt overeen met je C: apparaat. Er zullen tenminste twee Fedora partities zichtbaar zijn. Windows zal voor deze partities geen bestandssysteem type laten zien, maar kan aan sommige hiervan apparaat letters toekennen.
    3. Klik-rechts op een van de Fedora partities, klik daarna op Delete Partition en kllik op Yes om de verwijdering te bevestigen. Herhaal dit voor de andere Fedora partities op je systeem. Als je partities verwijdert, labelt Windows de ruimte op de harde schijf die eerst door die partities werd ingenomen als unallocated.
  2. Laat Windows de ruimte op de harde schijf gebruiken die Fedora achterlaat (optioneel)

    Opmerking

    This step is not required to remove Fedora from your computer. However, if you skip this step, you will leave part of your hard drive's storage capacity unusable by Windows. Depending on your configuration, this might be a a significant portion of the storage capacity of the drive.
    Beslis om een bestaande Windows partitie uit te breiden om de extra ruimte te gebruiken, of om een nieuwe Windows partitie in die ruimte te maken. Als je een nieuwe Windows partitie maakt, zal Windows er een nieuw apparaat letter aan toekennen en het zal er mee werken alsof het een aparte harde schijf is.
    Uitbreiden van bestaande Windows partitie
    1. In het Disk Management scherm, klik je rechts op de Windows partitie die je wilt uitbreiden en je selecteert Extend Volume van het menu. De Extend Volume Wizard opent.
    2. Volg de prompt op die gepresenteerd worden door de Extend Volume Wizard. Als je de standaard waarden accepteert, zal het programma het geselecteerde volume uitbreiden om de beschikbare ruimte op de harde schijf te vullen.
    Toevoegen van een nieuwe Windows partitie
    1. In het Disk Management scherm, klik je rechts op de ruimte die Windows labelt met unallocated en je selecteert New Simple Volume van het menu. De New Simple Volume Wizard begint.
    2. Volg de prompts op gepresenteert door de New Simple Volume Wizard. Als je de standaard opties accepteert, zal het programma een nieuwe partitie aan maken die alle beschikbare ruimte op de schijf vult, er een volgende beschikbare letter aan toekennen, en het formatteren met het NTFS bestandssysteem.
  3. Herstel de Windows bootloader
    1. Breng de Windows installatie schijf aan en start je computer op. Als je computer opstart, verschijnt gedurende enkele seconden de volgende boodschap op je scherm:
      Press any key to boot from CD or DVD
      
      Druk op een willekeurige toets terwijl de boodschap nog zichtbaar is en de Windows installatie software zal geladen worden.
    2. In de Install Windows dialoog, selecteer je een taal, de tijd en valuta formaat, en het toetsenbord type. Klik op Next.
    3. Klik op Repair your computer.
    4. De Windows Recovery Environment (WRE) laat je de Windows installaties zien die het op je systeem kan ontdekken. Selecteer de installatie die je wilt herstellen, en klik dan op Next.
    5. Klik op Command prompt. Een commando scherm zal zich openen.
    6. Type bootrec /fixmbr in en druk op Enter.
    7. Als de prompt terugkomt, sluit je het commando venster, en daarna klik je op Restart.
    8. Je computer zal opnieuw opstarten en je Windows operating systeem opstarten.

19.2.2. Je computer is dual-boot voor Fedora en Mac OS X

De procedure om Fedora te verwijderen van een dual-boot systeem dat Fedora en Mac OS X kan draaien varieert afhankelijk het geinstalleerd hebben van Boot Camp op je computer:
Je gebruikt Boot Camp niet op je computer
  1. Open de Disk Utility in /Applications/Utilities.
  2. Selecteer de regel aan de linker kant voor de schijf volume die Fedora bevat.
  3. Klik op de Partition op de rechter kant van de dialoog.
  4. Selecteer de Fedora partities en klik op de min knop onder de partitie indeling diagram.
  5. Verander de grootte van je OS X partitie om de nieuw vrijgemaakte ruimte mee te nemen.
Je gebruikt Boot Camp op je computer
  1. Open de Boot Camp Assistant in /Applications/Utilities.
  2. Selecteer Create or remove a Windows partition en klik op Next.
  3. Als je computer een enkele interne schijf heeft, klik je op Restore.
  4. Als je computer meerdere interne schijven heeft, selecteer je de Linux schijf, en daarna selecteer je Restore to a single Mac OS partition. Klik op Continue.

19.2.3. Je computer is een dual-boot machine om Fedora en een andere Linux distributie op te starten.

Opmerking

Door de verschillen tussen de vele verschillende Linux distributies, zijn deze instructies alleen een algemene leidraad. Specifieke details zullen verschillen afhankelijk van je gekozen distributie en de configuratie van je computer. Dit voorbeeld gebruikt GParted als een partitie bewerker en gedit als een tekst verwerker, maar vele andere programma's zijn beschikbaar om deze taken uit te voeren. Om deze instructies naar de letter te volgen, installeer je GParted en gedit.
  1. Verwijder Fedora partities
    1. Start de Linux versie op die je op je computer wilt houden.
    2. Open GParted, either from a desktop menu or by typing gparted at the command line and pressing Enter.
    3. GParted laat de partities zien die het ontdekt op je computer, zowel in een grafiek als in een tabel.
      Kilk-rechts op de Fedora partites, en selecteer daarna Verwijderen.
  2. Verwijder Fedora regels in je bootloader

    Slechts een voorbeeld

    Deze instrucites veronderstellen dat je systeem de GRUB bootloader gebruikt. Als je een andere bootloader gebruikt (zoals LILO) raadpleeg je de documentatie voor die software om de Fedora regels te herkennen en te verwijderen van zijn lijst van opstart doelen en om er zeker van te zijn dat je standaard operating systeem correct is opgegeven.
    1. Op de commandoregel type je su - en duwt op Enter. Als het systeem je vraagt naar je root wachtwoord, type je het in en drukt op Enter.
    2. Type gedit /boot/grub/grub.conf in en druk op Enter. Dit opent het grub.conf bestand in de gedit tekst bewerker.
    3. A typical Fedora entry in the grub.conf file consists of four lines:
      title Fedora (2.6.27.19-170.2.35.fc10.i686)
      root (hd0,1)
      kernel /vmlinuz-2.6.27.19-170.2.35.fc10.i686 ro root=UUID=04a07c13-e6bf-6d5a-b207-002689545705 rhgb quiet
      initrd /initrd-2.6.27.19-170.2.35.fc10.i686.img
      Voorbeeld 19.1. Example Fedora entry in grub.conf

      Depending on the configuration of your system, there may be multiple Fedora entries in grub.conf, each corresponding to a different version of the Linux kernel. Delete each of the Fedora entries from the file.
    4. Grub.conf bevat een regel die het standaard operating systeem om op te starten specificeert, in de vorm default=N waarin N een getal is gelijk of groter dan 0. Als N 0 is, zal GRUB het eerste operating systeem in de lijst opstarten. Als N 1 is, zal het het tweede operating systeem opstarten, enzovoort.
      Herken de regel voor het operating systeem dat je standaard wilt opstarten met GRUB en bepaal zijn plaats in de volgorde in de lijst.
      Wees er zeker van dat de default= regel het getal bevat dat een lager is dan het nummer van het gekozen standaard oprating systeem in de lijst.
      Sla het veranderde grub.conf bestand op en verlaat gedit.
  3. Maak ruimte beschikbaar voor je operating systeem

    Opmerking

    This step is not required to remove Fedora from your computer. However, if you skip this step, you will leave part of your hard drive's storage capacity unusable by your other Linux operating system. Depending on your configuration, this might be a a significant portion of the storage capacity of the drive.

    Opmerking

    Om deze stap uit te voeren, heb je live media van een Linux distributie nodig, bijvoorbeeld, de Fedora Live CD of de Knoppix DVD.
    De methode om de ruimte, vrijgemaakt door het verwijderen van de Fedora partities, beschikbaar te maken voor je andere Linux operating systeem verschilt, afhankelijk van het wel of geen gebruik van Logical Volume Management (LVM) voor de schijf partities door je gekozen operating systeem.
    • Als je geen LVM gebruikt
      1. Start je computer op met Linux Live media, en installeer gparted als het niet aanwezig is.
      2. Open GParted, either from a desktop menu or by typing gparted at the command line and pressing Enter.
      3. GParted laat de partities op je systeem zien zowel in een grafiek als in een tabel. Klik op de partitie die je wilt uitbreiden om de ruimte te gebruiken die vrij is gekomen door het verwijderen van Fedora, en klik op de Resize/Move knop.
      4. Een dialoog opent, die je toestaat om een nieuwe grootte voor de partitie op te geven door het intypen van een getal, of door het slepen van de zijkanten van de grafische representatie van de partitie zodat het de beschikbare ruimte vult. Klik op de Resize/Move knop in deze dialoog om je keuze te bevestigen.
      5. Terug in het hoofd GParted scherm, klik je op Apply. Noteer de naam van de partitie die je in grootte hebt veranderd, bijvoorbeeld, /dev/sda3.
      6. Als GParted klaar is met het in grootte veranderen van de partitie, type je e2fsck partition op de commandoregel en duw op Enter, waarin partition de partitie is die je zojuist in grootte hebt veranderd. Bijvoorbeeld, als je zojuist /dev/sda3 in grootte hebt veranderd, type je in e2fsck /dev/sda3.
        Linux controleert nu het bestandssysteem van de nieuw veranderde partitie.
      7. Als de bestandssysteem controle klaar is, type je resize2fs partition op de commandoregel en duwt op Enter, waarin partition de partitie is die je zojuist in grootte hebt veranderd. Bijvoorbeeld, als je zojuist /dev/sda3 hebt veranderd in grootte, type je in resize2fs /dev/sda3.
        Linux verandert nu de grootte van je bestandssyteem om de nieuw veranderde partitie te vullen.
      8. Restart your computer. The extra space is now available to your Linux installation.
    • Als je LVM gebruikt
      1. Start je computer op met Linux Live media en installeer gparted en lvm2 als ze niet al aanwezig zijn.
      2. Maak een nieuwe partitie in de vrije ruimte op de schijf.
        1. Open GParted, either from a desktop menu or by typing gparted at the command line and pressing Enter.
        2. GParted laat de partities op je systeem zien zowel in een grafiek als in een tabel. De ruimte vrijgemaakt door het verwijderen van Fedora is aangegeven met unallocated. Klik-rechts in de niet toegekende ruimte en selecteer Nieuw. Accepteer de standaard waarden en GParted zal een nieuwe partitie maken die de beschikbare ruimte op de schijf vult.
        3. Klik Toepassen. GParted schrijft de veranderingen naar je harde schijf. Noteer de naam van de partitie die je zojuist gemaakt hebt, en de naam van het apparaat dat de partitie bevat. Bijvoorbeeld, je hebt misschien /dev/sda3 gemaakt op apparaat /dev/sda.
      3. Verander de partitie type
        1. Fdisk is een partitionerings gereedschap die partities kan voorbereiden voor LVM. Op de commandoregel type je fdisk apparaat en druk op Enter, waarin apparaat de naam van het apparaat is waarop je zojuist een partitie gemaakt hebt. Bijvoorbeeld, fdisk /dev/sda.
        2. Op de prompt Command (m for help):, type je T en Enter in om fdisk te gebruiken om een partitie type te veranderen.
        3. Op de prompt Partition number (1-4):, type het nummer van de partitie die je zojuist gemaakt hebt. Bijvoorbeeld, type het nummer 3 en druk op Enter. Dit identificeert de partitie waarvan fdisk het type zal gaan veranderen.
        4. Op de prompt Hex code (type L to list codes):, type je de code 8e en drukt op Enter. Dit is de code voor een Linux LVM partitie.
        5. Op de prompt Command (m for help):, druk je op W en Enter. Fdisk schrijft de nieuwe type code naar de partie en stopt.
      4. De volume groep uitbreiden
        1. Op de commando prompt, type je lvm en druk je op Enter om het lvm2 programma te starten.
        2. At the lvm> prompt, type pvcreate partition and press Enter, where partition is the partition that you recently created. For example, pvcreate /dev/sda3. This creates /dev/sda3 as a physical volume in LVM.
        3. At the lvm> prompt, type vgextend VolumeGroup partition and press Enter, where VolumeGroup is the LVM volume group on which Linux is installed and partition is the partition that you recently created. For example, if Linux is installed on /dev/VolumeGroup00, you would type vgextend /dev/VolumeGroup00 /dev/sda3 to extend that volume group to include the physical volume at /dev/sda3.
        4. At the lvm> prompt, type lvextend -l +100%FREE LogVol and press Enter, where LogVol is the logical volume that contains your Linux filesystem. For example, to extend LogVol00 to fill the newly-available space in its volume group, VolGroup00, type lvextend -l +100%FREE /dev/VolGroup00/LogVol00.
        5. At the lvm> prompt, type exit and press Enter to exit lvm2
      5. Type e2fsck LogVol op de commandoregel en druk op Enter, waarinLogVol de logische volume is die je zojuist in grootte hebt veranderd. Bijvoorbeeld, als je /dev/VolumeGroup00/LogVol00 zojuist in grootte hebt veranderd, zal je intypen e2fsck /dev/VolumeGroup00/LogVol00.
        Linux controleert nu het bestandssysteem op de pas veranderde logische volume.
      6. Als de bestandssysteem controle klaar is, type je resize2fs LogVol op de comaando regel en duwt op Enter, waarin LogVol de partitie is die je zojuist in grootte hebt veranderd. Bijvoorbeeld, als je zojuist /dev/VolumeGroup00/LogVol00 in grootte hebt veranderd, zal je intypen resize2fs /dev/VolumeGroup00/LogVol00.
        Linux verandert nu je bestandssysteem om de pas veranderde logische volume op te vullen.
      7. Restart your computer. The extra space is now available to your Linux installation.

19.3. Vervang Fedora met MS-DOS of eigendomsmatige versies van Microsoft Windows

In DOS en Windows gebruik je het Windows fdisk programma om een nieuwe MBR te maken met de niet-gedocumenteerde vlag /mbr. Dit herschrijft de MBR ALLEEN om de primaire DOS partitie op te starten. Het commando moet er ongeveer zo uitzien:
fdisk /mbr
Als je Linux van een harde schijf moet verwijderen en je hebt geprobeert dit te doen met het standaard DOS (Windows) fdisk, zul je het Partitie bestaat maar het bestaat niet probleem tegenkomen. De beste manier om niet-DOS partities te verwijderen is om een programma te gebruiken dat andere partities dan DOS ook begrijpt.
Om te beginnen, breng je de Fedora CD #1 aan in je computer en je start op. Zodra je opgestart bent met de CD, verschijnt een boot prompt. Op de boot prompt, type je: linux rescue. Dit start het reddings mode programma.
Je wordt gevraagd naar je toetsenbord en de taal. Vul die waarden in zoals je ook zou doen tijdens een Fedora installatie.
Vervolgens verschijnt een scherm dat je vertelt dat het programma gaat proberen om een Fedora installatie te vinden om te redden. Selecteer Overslaan op dit scherm.
Na het selecteren van Overslaan, krijg je een commando prompt waar je de partities kunt bereiken die je wilt verwijderen.
Eerst type je het commando list-harddrives in. Dit commando laat alle harde schijven op je systeem zien die herkent kunnen worden door het installatie programma, en ook hun grootte in megabytes.

Warning

Wees voorzichtig om alleen de noodzakelijke Fedora partities te verwijderen. Het verwijderen van andere partities kan resulteren in data verlies of een beschadigde systeem omgeving.
Om partities te verwijderen gebruik je het partitie programma parted. Start parted op, waarbij /dev/hda het apparaat is waarop de partitie verwijderd moet worden:
parted /dev/hda
Gebruik het toon commando om de huidige partitie tabel te zien, zodat je het nummer kunt bepalen van de te verwijderen partitie:
toon
The print command also displays the partition's type (such as linux-swap, ext2, ext3, ext4 and so on). Knowing the type of the partition helps you in determining whether to remove the partition.
Verwijder de partitie met het commando verwijder. Bijvoorbeeld, om de partitie met het nummer 3 te verwijderen:
verwijder 3

Important

De veranderingen nemen plaats zodra je op [Enter] duwt, dus bekijk het commando goed voordat je het uitvoert.
Na het verwijderen van de partitie, gebruik je het toon commando om te controleren of het van de partitie tabel verwijderd is.
Zodra je de Linux partities verwijdered hebt en alle benodigde veranderingen hebt gemaakt, type je einde om parted te verlaten.
Na het verlaten van parted, type je exit op de boot prompt om de reddings mode te verlaten en je systeem te herstarten, in plaats van verder te gaan met de installatie. Het systeem moet nu automatisch opstarten. Als dat niet gebeurt, kun je jouw computer herstarten met gebruik van de Control+Alt+Delete toetsen combinatie.

Deel V. Technische aanhangsels

De aanhangsels in dit gedeelte bevatten geen instructies die je vertellen hoe je Fedora moet installeren. In plaats daarvan geven ze technische achtergrond wat je misschien nuttig zult vinden om de opties te begrijpen die Fedora je aanbiedt op verschillende momenten in het installatie proces.

Inhoudsopgave

A. Een inleiding voor schijf partities
A.1. Harde schijf basis concepten
A.1.1. Het is niet wat je schrijft, maar hoe je het schrijft
A.1.2. Partities: verander een schijf in meerdere
A.1.3. Partities binnen partities — Een overzicht van extended partities
A.1.4. Maak plaats voor Fedora
A.1.5. Partitie naam schema
A.1.6. Schijf partities en andere operating systemen
A.1.7. Schijfpartities een koppelpunten
A.1.8. Hoeveel partities?
B. ISCSI schijven
B.1. iSCSI schijven in anaconda
B.2. iSCSI schijven tijdens opstarten
C. Schijfversleutelings gids
C.1. Wat is block apparaat versleuteling?
C.2. Block apparaten versleutelen met gebruik van dm-crypt/LUKS
C.2.1. Overzicht van LUKS
C.2.2. Hoe krijg ik toeganng tot versleutelde apparaten na de installatie? (Systeem opstart)
C.2.3. Een goede wachtzin kiezen
C.3. Het aanmaken van versleutelde block apparaten met Anaconda
C.3.1. Welke soorten block apparaten kunnen versleuteld worden?
C.3.2. Limitations of Anaconda's Block Device Encryption Support
C.4. Het maken van versleutelde block apparaten op geinstalleerde systemen na de installatie
C.4.1. Aanmaken van block apparaten
C.4.2. Optioneel: Vul het apparaat met random data
C.4.3. Formateer het apparaat als een dm-crypt/LUKS versleuteld apparaat
C.4.4. Create a mapping to allow access to the device's decrypted contents
C.4.5. Maak bestandssystemen op afgebeelde apparaten, of ga verder met het bouwen van complexe geheugen structuren met het gebruik van afgebeelde appraten
C.4.6. Voeg de afbeeldings informatie toe aan /etc/crypttab
C.4.7. Voeg een regel toe aan /etc/fstab
C.5. Algemene taken na de installatie
C.5.1. Stel een random gegenereerde sleutel in als een extra manier om toegang te krijgen tot een versleuteld blok apparaat.
C.5.2. Voeg een nieuwe wachtzin toe aan een bestaand apparaat
C.5.3. Een wachtzin of sleutel verwijderen van een apparaat
D. LVM begrijpen
E. De GRUB boot loader
E.1. GRUB
E.1.1. GRUB en het x86 opstart proces
E.1.2. Eigenschappen van GRUB
E.2. Installing GRUB
E.3. GRUB terminologie
E.3.1. Aparaat namen
E.3.2. Bestandsnamen en bloklijsten
E.3.3. Het root bestandssyteem en GRUB
E.4. GRUB interfaces
E.4.1. Interface laad volgorde
E.5. GRUB commando's
E.6. GRUB menu configuratie bestand
E.6.1. Configuratie bestandsstructuur
E.6.2. Configuratie bestand instructies
E.7. Changing Runlevels at Boot Time
E.8. Extra bronnen
E.8.1. Geinstalleerde documentatie
E.8.2. Nuttige websites
E.8.3. Gerelateerde boeken
F. Opstart proces, initialiseren, en afsluiten
F.1. Het opstart proces
F.2. Een gedetaileerde kijk naar het opstart proces
F.2.1. De BIOS
F.2.2. De boot loader
F.2.3. De kernel
F.2.4. Het /sbin/init programma
F.3. Extra programma's draaien tijdens het opstarten
F.4. SysV init runlevels
F.4.1. Runlevels
F.4.2. Runlevel gereedschappen
F.5. Uitzetten
G. Andere technische documentatie

Een inleiding voor schijf partities

Note

This appendix is not necessarily applicable to non-x86-based architectures. However, the general concepts mentioned here may apply.
This appendix is not necessarily applicable to non-x86-based architectures. However, the general concepts mentioned here may apply.
If you are reasonably comfortable with disk partitions, you could skip ahead to Paragraaf A.1.4, “Maak plaats voor Fedora”, for more information on the process of freeing up disk space to prepare for a Fedora installation. This section also discusses the partition naming scheme used by Linux systems, sharing disk space with other operating systems, and related topics.

A.1. Harde schijf basis concepten

Harde schijven hebben een erg eenvoudige functie — ze bewaten data en halen het betrouwbaar terug op commando.
When discussing issues such as disk partitioning, it is important to know a bit about the underlying hardware. Unfortunately, it is easy to become bogged down in details. Therefore, this appendix uses a simplified diagram of a disk drive to help explain what is really happening when a disk drive is partitioned. Figuur A.1, “Een ongebruikte harde schijf”, shows a brand-new, unused disk drive.
Een ongebruikte harde schijf
Image van een ongebruikt schijfstation
Figuur A.1. Een ongebruikte harde schijf

Niets om je druk over te maken, niet? Maar als we het hebben over harde schijven op een basis niveau, is het voldoende. Stel dat we data op deze schijf willen opslaan. Zoals het nu is, zal dat niet werken. Er is iets wat we eerst moeten doen.

A.1.1. Het is niet wat je schrijft, maar hoe je het schrijft

Experienced computer users probably got this one on the first try. We need to format the drive. Formatting (usually known as "making a file system") writes information to the drive, creating order out of the empty space in an unformatted drive.
Schijfstation met een bestandssysteem
Image van een geformateerd schijfstation.
Figuur A.2. Schijfstation met een bestandssysteem

As Figuur A.2, “Schijfstation met een bestandssysteem”, implies, the order imposed by a file system involves some trade-offs:
  • A small percentage of the drive's available space is used to store file system-related data and can be considered as overhead.
  • A file system splits the remaining space into small, consistently-sized segments. For Linux, these segments are known as blocks. [5]
Omdat bestandssystemen dingen zoals mappen en bestanden mogelijk maken, worden deze afwegingen gewoonlijk gezien als een heel klein bezwaar.
It is also worth noting that there is no single, universal file system. As Figuur A.3, “Harde schijf met een verschillend bestandssysteem”, shows, a disk drive may have one of many different file systems written on it. As you might guess, different file systems tend to be incompatible; that is, an operating system that supports one file system (or a handful of related file system types) may not support another. This last statement is not a hard-and-fast rule, however. For example, Fedora supports a wide variety of file systems (including many commonly used by other operating systems), making data interchange between different file systems easy.
Harde schijf met een verschillend bestandssysteem
Image van een schijfstation met een verschillend bestandssysteem.
Figuur A.3. Harde schijf met een verschillend bestandssysteem

Natuurlijk is het schrijven van het bestandssystem naar de schijf slechts het begin. Het doel van dit proces is in feite het bewaren en terug halen van data. Laten we eens naar onze schijf kijken als er een paar bestanden opgeschreven zijn.
Harde schijf waarop data geschreven is
Image van een schijfstation met geschreven data.
Figuur A.4. Harde schijf waarop data geschreven is

As Figuur A.4, “Harde schijf waarop data geschreven is”, shows, some of the previously-empty blocks are now holding data. However, by just looking at this picture, we cannot determine exactly how many files reside on this drive. There may only be one file or many, as all files use at least one block and some files use multiple blocks. Another important point to note is that the used blocks do not have to form a contiguous region; used and unused blocks may be interspersed. This is known as fragmentation. Fragmentation can play a part when attempting to resize an existing partition.
Zoals met de meeste computer technologieen, veranderen harde schijven in de tijd na hun introductie. In het bijzonder, ze werden groter. Niet groter in fysieke grootte, maar groter in hun capaciteit voor het bewaren van data. En deze extra capaciteit veroorzaakte een fundamentele verandering in de manier waarop harde schijven gebruikt werden.

A.1.2. Partities: verander een schijf in meerdere

Omdat de harde schijf grootte bleef stijgen, vroegen sommigen zich af of het wel zo'n goed idee was om al die geformateerde ruimte in een grote brok beschikbaar te hebben. Deze gedachtegang werd gedreven door een aantal zaken, sommige filosofisch, andere technisch.Aan de filosofische kant leek het dat boven een bepaalde grootte de extra ruimte geboden door een grotere schijf meer rommel veroorzaakte. Aan de technische kant waren sommige bestandssystemen helemaal niet ontworpen om iets boven een bepaalde grootte te ondersteunen. Of de bestandssystemen konden grotere schijven met een grotere capaciteit ondersteunen, maar werd de overhead veroorzaakt door het bestandssysteem om de bestanden bij te houden buitensporig hoog.
De oplossing voor dit probleem was om de schijf te verdelen in partities. Iedere partitie kan benaderd worden alsof het een aparte schijf was. Dit wordt gedaan door het toevoegen van een partitie tabel.

Note

Hoewel de schetsen in dit hoofdstuk de partitie tabel laten zien alsof ze los staan van de actulele harde schijf, is dit niet helemaal nauwkeurig. In werkelijkheid wordt de partitie tabel bewaard op het begin van de schijf, voor het bestandssysteem of gebruikers data. Maar voor de duidelijkheid zijn ze in onze schetsen gescheiden.
Harde schijf met een partitie tabel
Image van een ongebruikt schijfstation met een partitietabel.
Figuur A.5. Harde schijf met een partitie tabel

As Figuur A.5, “Harde schijf met een partitie tabel” shows, the partition table is divided into four sections or four primary partitions. A primary partition is a partition on a hard drive that can contain only one logical drive (or section). Each section can hold the information necessary to define a single partition, meaning that the partition table can define no more than four partitions.
Elke partitie tabel regel bevat verscheidene belangrijke karakteristieken van de partitie:
  • De punten op de schijf waar de partitie begint en eindigt
  • Whether the partition is "active"
  • The partition's type
Let us take a closer look at each of these characteristics. The starting and ending points actually define the partition's size and location on the disk. The "active" flag is used by some operating systems' boot loaders. In other words, the operating system in the partition that is marked "active" is booted.
The partition's type can be a bit confusing. The type is a number that identifies the partition's anticipated usage. If that statement sounds a bit vague, that is because the meaning of the partition type is a bit vague. Some operating systems use the partition type to denote a specific file system type, to flag the partition as being associated with a particular operating system, to indicate that the partition contains a bootable operating system, or some combination of the three.
By this point, you might be wondering how all this additional complexity is normally used. Refer to Figuur A.6, “Harde schijf met een enkele partitie”, for an example.
Harde schijf met een enkele partitie
Image van een schijfstation met een enkele partitie.
Figuur A.6. Harde schijf met een enkele partitie

In veel gevallen is er slechts een partitie die de gehele schijf omvat, in essentie gelijk aan de methode die gebruikt werd voor er partities waren. De partitie table heeft slechts een regel, en wijst naar het begin van de partitie.
We have labeled this partition as being of the "DOS" type. Although it is only one of several possible partition types listed in Tabel A.1, “Partitie types”, it is adequate for the purposes of this discussion.
Tabel A.1, “Partitie types”, contains a listing of some popular (and obscure) partition types, along with their hexadecimal numeric values.
Partitie type Waarde Partitie type Waarde
Leeg 00 Novell Netware 386 65
DOS 12-bit FAT 01 PIC/IX 75
XENIX root 02 Old MINIX 80
XENIX usr 03 Linux/MINUX 81
DOS 16-bit <=32M 04 Linux swap 82
Extended 05 Linux native 83
DOS 16-bit >=32 06 Linux extended 85
OS/2 HPFS 07 Amoeba 93
AIX 08 Amoeba BBT 94
AIX bootable 09 BSD/386 a5
OS/2 Boot Manager 0a OpenBSD a6
Win95 FAT32 0b NEXTSTEP a7
Win95 FAT32 (LBA) 0c BSDI fs b7
Win95 FAT16 (LBA) 0e BSDI swap b8
Win95 Extended (LBA) 0f Syrinx c7
Venix 80286 40 CP/M db
Novell 51 DOS access e1
PPC PReP Boot 41 DOS R/O e3
GNU HURD 63 DOS secondary f2
Novell Netware 286 64 BBT ff
Tabel A.1. Partitie types

A.1.3. Partities binnen partities — Een overzicht van extended partities

Na verloop van tijd werd het natuurlijk duidelijk dat vier partities niet genoeg zullen zijn. Omdat schijfstations in grootte bleven groeien, werd het steeds waarschijnlijker dat iemand vier partitie met een redelijke grootte ging instellen en nog steeds harde schijfruimte overhad.
Enter the extended partition. As you may have noticed in Tabel A.1, “Partitie types”, there is an "Extended" partition type. It is this partition type that is at the heart of extended partitions.
When a partition is created and its type is set to "Extended," an extended partition table is created. In essence, the extended partition is like a disk drive in its own right — it has a partition table that points to one or more partitions (now called logical partitions, as opposed to the four primary partitions) contained entirely within the extended partition itself. Figuur A.7, “Harde schijf met extended partitie”, shows a disk drive with one primary partition and one extended partition containing two logical partitions (along with some unpartitioned free space).
Harde schijf met extended partitie
Image van een schijstation met een extended partitie.
Figuur A.7. Harde schijf met extended partitie

Zoals deze afbeeding impliceert, is er een verschil tussen primaire en logische partities — er kunnen slechts vier primaire partities zijn, maar er is geen vaste grens voor het aantal logische partities die kunnen bestaan. Echter door de manier waarop partities benaderd worden in Linux, moet je niet meer dan 12 logische partities op een enkele harde schijf definieren.
Nu we partities in het algemeen hebben besproken, zullen we gaan kijken hoe we deze kennis kunnen gebruiken om Fedora te installeren.

A.1.4. Maak plaats voor Fedora

De volgende lijst geeft een aantal mogelijke scenario's die je kunt tegenkomen als je probeert je harde schijf te herpartitioneren:
  • Ongepartitioneerde ruimte is beschikbaar
  • Een ongebruikte partitie is beschikbaar
  • Vrije ruimte in een actief gebruikte partitie is beschikbaar
We gaan ieder scenario in volgorde bekijken.

Note

Denk eraan dat de volgende afbeeldingen voor de duidelijkheid vereenvoudigd zijn en niet overeen komen met precieze partitie indeling zoals je die tegenkomt als je Fedora in het echt gaat installeren.

A.1.4.1. Gebruik niet-gepartitioneerde vrije ruimte

In this situation, the partitions already defined do not span the entire hard disk, leaving unallocated space that is not part of any defined partition. Figuur A.8, “Harde schijf met niet-gepartioneerde vrije ruimte”, shows what this might look like.
Harde schijf met niet-gepartioneerde vrije ruimte
Image van een schijfstation met ongepartitioneerde vrije ruimte, waar 1 een ongedefinieerde partite met niet toegekende ruimte representeert en 2 een gedefinieerde partitie met toegekende ruimte representeert.
Figuur A.8. Harde schijf met niet-gepartioneerde vrije ruimte

In Figuur A.8, “Harde schijf met niet-gepartioneerde vrije ruimte”, 1 represents an undefined partition with unallocated space and 2 represents a defined partition with allocated space.
Als je er over nadenkt valt een ongebruikte harde schijf in deze categorie. Het enigste verschil is dat alle ruimte geen onderdeel van een gedefinieerde partitie is.
In any case, you can create the necessary partitions from the unused space. Unfortunately, this scenario, although very simple, is not very likely (unless you have just purchased a new disk just for Fedora). Most pre-installed operating systems are configured to take up all available space on a disk drive (refer to Paragraaf A.1.4.3, “Gebruik vrije ruimte van een actieve partitie”).
Vervolgens kijken we naar een iets vaker voorkomende situatie.

A.1.4.2. Gebruik ruimte van een niet gebruikte partitie

In this case, maybe you have one or more partitions that you do not use any longer. Perhaps you have dabbled with another operating system in the past, and the partition(s) you dedicated to it never seem to be used anymore. Figuur A.9, “Harde schijf met een ongebruikte partitie”, illustrates such a situation.
Harde schijf met een ongebruikte partitie
Image van een schijfstation met een ongebruikte partitie, waar 1 een ongebruikte partitie representeert en 2 herbenoemen van een ongebruikte partitie voor Linix representeert.
Figuur A.9. Harde schijf met een ongebruikte partitie

In Figuur A.9, “Harde schijf met een ongebruikte partitie”, 1 represents an unused partition and 2 represents reallocating an unused partition for Linux.
Als je in deze situatie bent, kun je de ruimte die toegekend is aan een ongebruikte partitie gebruiken. Je moet eerst de partitie verwijderen en daarna de juiste Linux partitie(s) in die ruimte aanmaken. Je kunt de ongebruikte partitie verwijderen en handmatig nieuwe partities aanmaken tijdens het installatie proces.

A.1.4.3. Gebruik vrije ruimte van een actieve partitie

Dit is de meest voorkomende situatie. Het is, helaas, ook de moeilijkst hanteerbare. Het hoofd probleem is dat, zelfs als je genoeg vrije ruimte hebt, het op dit moment is toegekend aan een partitie die al in gebruik is. Als je een computer koopt met voor-geinstalleerde software, heeft de harde schijf waarschijnlijk een grote partitie de het operating systeem en de data bevat.
Behalve het toevoegen van een nieuwe harde schijf aan je systeem, heb je twee keuzes:
Destructive Repartitioning
Eigenlijk verwijder je de enkele grote partitie en maak je meerdere kleine partities aan. Zoals je je kunt voorstellen, is alle data die je in de originele partitie had vernietigd. Dit betekent dat het maken van een complete backup noodzakelijk is. Voor de zekerheid maak je twee backups, gebruik je verificatie (als die beschikbaar is in je backup software), en probeer je data van je backup te lezen voordat je de partitie verwijdert.

Warning

Als er een ander operating systeem op die partitie was geinstalleerd, moet die ook opnieuw geinstalleerd worden. Let er op dat bij sommige computers die verkocht worden met een voor-geinstalleerd operating systemen niet altijd CD-ROM media meegeleverd wordt om het originele operating systeem te kunnen herinstalleren. Het beste moment om dit op te merken is voordat je de originele partitie en zijn operating systeem vernietigt.
After creating a smaller partition for your existing operating system, you can reinstall any software, restore your data, and start your Fedora installation. Figuur A.10, “Harde schijf wordt destructief hergepationeerd” shows this being done.
Harde schijf wordt destructief hergepationeerd
Image van een schijf die destructief gerepartitioneerd wordt, waarin 1 voor representeert en 2 erna representeert.
Figuur A.10. Harde schijf wordt destructief hergepationeerd

In Figuur A.10, “Harde schijf wordt destructief hergepationeerd”, 1 represents before and 2 represents after.

Warning

As Figuur A.10, “Harde schijf wordt destructief hergepationeerd”, shows, any data present in the original partition is lost without proper backup!
Non-Destructive Repartitioning
Hier draai je een programma dat het onmogelijke lijkt te doen: het verkleint een grote partitie zonder verlies van enig bestand die in die partitie bewaard werd. Velen vonden deze methode betrouwbaar en probleemloos. Welke software moet je gebruiken om deze prestatie te leveren? Er zijn verschillende schijf beheer software producten op de markt. Ga eens zoeken om er een te vinden die het best past bij jouw situatie.
Hoewel het proces van niet-destructief herpartitioneren redelijk ongecompliceerd is, zijn er een aantal stappen om uit te voeren:
  • Comprimeer bestaande data en maak een backup
  • Resize the existing partition
  • Create new partition(s)
Vervolgens zullen we in iets meer detail naar iedere stap kijken.
A.1.4.3.1. Comprimeer bestaande data
As Figuur A.11, “Harde schijf wordt gecomprimeerd”, shows, the first step is to compress the data in your existing partition. The reason for doing this is to rearrange the data such that it maximizes the available free space at the "end" of the partition.
Harde schijf wordt gecomprimeerd
De afbeelding van een harde schijf die gecomprimeerd wordt, waar 1de situatie voor de compressie voorstelt en 2 de situatie erna.
Figuur A.11. Harde schijf wordt gecomprimeerd

In Figuur A.11, “Harde schijf wordt gecomprimeerd”, 1 represents before and 2 represents after.
Deze stap is cruciaal. Zonder deze stap kan de locatie van je data voorkomen dat de partitie in grootte veranderd kan worden in de mate die je wenst. Merk ook op dat, om welke reden dan ook, sommige data niet verplaatst kan worden. Als dit het geval is (en het beperkt de grootte van je nieuwe partitie(s) serieus), wordt je misschien geforceerd om je schijf destructief te herpartitioneren.
A.1.4.3.2. Resize the existing partition
Figuur A.12, “Harde schijf met in grootte veranderde partitie”, shows the actual resizing process. While the actual result of the resizing operation varies depending on the software used, in most cases the newly freed space is used to create an unformatted partition of the same type as the original partition.
Harde schijf met in grootte veranderde partitie
Afbeelding van een harde schijf met een in grootte veranderde partitie, waar 1 de situatie vooraf voorstelt en 2 die erna.
Figuur A.12. Harde schijf met in grootte veranderde partitie

In Figuur A.12, “Harde schijf met in grootte veranderde partitie”, 1 represents before and 2 represents after.
Het is belangrijk om te begrijpen wat het programma voor het veranderen van de grootte doet met de nieuwe vrijgemaakte ruimte, zodat je de juiste stappen kunt nemen. In het geval die we lieten zien, zal het het beste zijn om de nieuwe DOS partitie te verwijderen en de juiste Linux partitie(s) aan te maken.
A.1.4.3.3. Create new partition(s)
As the previous step implied, it may or may not be necessary to create new partitions. However, unless your resizing software is Linux-aware, it is likely that you must delete the partition that was created during the resizing process. Figuur A.13, “Harde schijf met de uiteindelijke partitie configuratie”, shows this being done.
Harde schijf met de uiteindelijke partitie configuratie
Afbeelding van een harde schijf met de uiteindelijke partitiie configurstie, waar 1 de situatie ervoor en 2 de situatie erna voorstelt.
Figuur A.13. Harde schijf met de uiteindelijke partitie configuratie

In Figuur A.13, “Harde schijf met de uiteindelijke partitie configuratie”, 1 represents before and 2 represents after.

Note

De volgende informatie is specifiek voor alleen op x86 gebaseerde systemen.
Voor het gemak van onze gebruikers, bieden we het parted programma aan. Dit is een vrij beschikbaar programma dat partities in grootte kan veranderen.
Als je besluit om je harde schijf te herpartitioneren met parted, is het belangrijk dat je bekend bent met schijf opslag en dat je een backup maakt van de data van je computer. Je moet twee backups maken van alle belangrijke data op je computer. Deze backups moeten opgeslagen worden op verwijderbare media (zoals tape, CD-ROM, of diskettes), en je moet er zeker van zijn dat ze leesbaar zijn voordat je verder gaat.
Als je besluit om parted te gebruiken, let er dan op dat nadat parted heeft gedraaid je overblijft met twee partities: de ene waarvan je de grootte hebt veranderd, en diegene die parted aanmaakt van de nieuwe vrijgemaakte ruikte. Als het je bedoeling is om die ruimte te gebruiken om Fedora te installeren, moet je de nieuw aangemaakte partitie verwijderen, of door het gebruik van het partitionerings programma van je huidige operating systeem, of tijdens het instellen gedurende de installatie.

A.1.5. Partitie naam schema

Linux refers to disk partitions using a combination of letters and numbers which may be confusing, particularly if you are used to the "C drive" way of referring to hard disks and their partitions. In the DOS/Windows world, partitions are named using the following method:
  • Each partition's type is checked to determine if it can be read by DOS/Windows.
  • If the partition's type is compatible, it is assigned a "drive letter." The drive letters start with a "C" and move on to the following letters, depending on the number of partitions to be labeled.
  • De schijf letter kan daarna gebruikt worden om te refereren naar die partitie en ook naar het bestandssysteem op die partitie.
Fedora gebruikt een naam schema dat flexibeler is en meer informatie verstrekt dan de manier die door andere operating systemen wordt gebruikt. Het naam schema is gebaseerd op bestanden, met bestandsnamen in de vorm van /dev/xxyN.
Nu volgt hoe je het partitie naam schema kunt ontcijferen:
/dev/
Dit is de naam van de map die alle apparaat bestanden bevat. Omdat er partities op de harde schijf zijn, en harde schijven zijn apparaten, bevinden de bestanden die alle partities representeren zich in /dev/.
xx
De eerste twee letters van de partitienaam geven aan op welke type apparaat de partitie zich bevindt, gewoonlijk of hd (voor IDE schijven) of sd (voor SCSI schijven).
y
Deze letter geeft aan op welk apparaat de partitie is. Bijvoorbeeld, /dev/hda (de eerste IDE harde schijf) of /dev/sdb (de tweede SCSI schijf).
N
Het laatse nummer geeft de partitie aan. De eerste vier (primaire of extended) partities zijn 1tot en met4 genummerd. Logische partities beginnen met 5. Dus, bijvoorbeeld, /dev/hda3 is de derde primaire of extended partitie op de eerste IDE harde schijf, en /dev/sdb6 is de tweede logische partitie op de tweede SCSI harde schijf.

Note

Er is geen onderdeel van deze naam conventie die afhangt van de partitie type; in tegenstelling tot DOS/Windows, kunnen alle partities in Fedora geidentificeerd worden. Dat betekent natuurlijk niet dat Fedora toegang kan krijgen tot data op elk type partitie, maar in veel gevallen is het mogelijk om toegang te hebben tot data op een partitie die aan een ander operating systeem is toegekend.
Houd deze informatie in gedachte; het maakt het instellen van de partities die Fedora nodig heeft een stuk eenvoudiger.

A.1.6. Schijf partities en andere operating systemen

Als jouw partities van Fedora een harde schijf delen met partities die door een ander operating systeem gebruikt worden, zul je meestal geen problemen hebben. Er zijn echter bepaalde combinaties van Linux en andere operating systemen die extra aandacht vragen.

A.1.7. Schijfpartities een koppelpunten

One area that many people new to Linux find confusing is the matter of how partitions are used and accessed by the Linux operating system. In DOS/Windows, it is relatively simple: Each partition gets a "drive letter." You then use the correct drive letter to refer to files and directories on its corresponding partition.
Dat is helemaal anders dan de manier waarop Linux met partities omgaat en, wat dat betreft, met schijf opslag in het algemeen. Het belangrijkste verschil is dat elke partitie wordt gebruikt om deel te maken van de opslag benodigd om een enkele set van bestanden en mappen te ondersteunen. Dit wordt gedaan door een partitie te associeren met een map door middel van een proces bekend staat als aankoppelen. Een partitie aankoppelen maakt zijn opslagruimte beschikbaar te beginnen met de opgegeven map (bekend als aankoppelpunt).
Bijvoorbeeld, als partitie /dev/hda5 is aangekoppeld op /usr/, betekent dat dat alle bestanden en mappen in /usr/ zich fysiek bevinden op /dev/hda5. Dus het bestand /usr/share/doc/FAQ/txt/Linux-FAQ zal opgeslagen zijn op /dev/hda5, terwijl dat voor het bestand /etc/gdm/custom.conf niet het geval zal zijn.
Verdergaand met ons voorbeeld is het ook mogelijk dan een of meer mappen onder /usr/ aankoppelpunten kunnen zijn voor andere partities. Bijvoorbeeld, een partie (zeg, /dev/hda7) kan aangekoppeld zijn op /usr/local/, wat betekent dat /usr/local/man/whatis dan op /dev/hda7 zal zijn in plaats van op /dev/hda5.

A.1.8. Hoeveel partities?

At this point in the process of preparing to install Fedora, you must give some consideration to the number and size of the partitions to be used by your new operating system. The question of "how many partitions" continues to spark debate within the Linux community and, without any end to the debate in sight, it is safe to say that there are probably as many partition layouts as there are people debating the issue.
Dit in gedachte houdend, bevelen we je aan dat, behalve als je een reden hebt om het anders te doen, je tenminste de volgende partities moet maken: swap, /boot/ (of een /boot/efi/ partitie voor Itanium systemen), een /var/ partitie voor Itanium systemen, en / (root).


[5] Blocks really are consistently sized, unlike our illustrations. Keep in mind, also, that an average disk drive contains thousands of blocks. But for the purposes of this discussion, please ignore these minor discrepancies.

ISCSI schijven

Internet Small Computer System Interface (iSCSI) is een protocol dat computers toestaat om te communiceren met opslag aparaten met beulp van SCSI verzoeken en antwoorden vervoert met TCP/IP. Omdat ISCSI op de standaard SCSI protocollen gebaseerd is, gebruikt het een aantal SCSI begrippen. Het apparaat op de SCSI bus waarnaar een verzoek is gezonden (en welke dit verzoek beantwoordt) is bekend als het doel en het apparaat dat dat het verzoek doet is bekend als de initiator. Met andere woorden, een iSCSI schijf is een doel en de iSCSI software equivalent met een SCSI controller of SCSI Host Bus Adapter (HBA) is de initiator. Dit aanhangels behandelt alleen Linux als een iSCSI initiator: hoe gebruikt Linux iSCSI schijven, maar niet hoe biedt Linux iSCSI schijf faciliteiten aan.
Linux heeft een software iSCSI initiator in de kernel dat de plaats en vorm overneemt van een SCSI HBA apparaat en daarom Linux toestaat om iSCSI schijven te gebruiken. Echter omdat iSCSI een volledig netwerk gebaseerd protocol is, heeft iSCSI initiator ondersteuning meer nodig dan alleen maar in staat te zijn SCSI pakketten over het netwerk te versturen. Voordat Linux een iSCSI doel kan gebruiken, moet Linux eerst het doel op het netwerk vinden en er verbinding mee maken. In sommige gevallen moet Linux authenticatie informatie sturen om toegang te krijgen tot het doel. Linux moet ook een fout in de netwerkverbinding kunnen ontdekken en moet dan een nieuwe verbinding maken, inclusief opnieuw inloggen indien nodig.
Het ontdekken , de verbinding, en inloggen wordt in de gebruikersruimte gedaan door het iscsiadm programma, en de fout afhandeling wordt ook afgehandeld in de gebruikersruimte door iscsid.
Zowel iscsiadm als iscsid zijn onderdeel van het iscsi-initiator-utils van Fedora.

B.1. iSCSI schijven in anaconda

Anaconda kan iSCSI schijven ontdekken (en daarna er op inloggen) op twee manieren:
  1. Als anaconda opstart, kijkt het of de BIOS of toegevoegde opstart ROM's van het systeem ondersteuning hebben voor iSCSI Boot Firmware Table (iBFT), een BIOS uitbreiding voor systemen die van iSCSI kunnen opstarten. Als de BIOS iBFT ondersteunt, zal anaconda de iSCSI doel informatie lezen voor de geconfigureerde boot schijf vanaf de BIOS en op dit doel inloggen, waarmee het beschikbaar wordt als een installatie doel.
  2. The initial partitioning screen presents you with an Advanced storage configuration button that allows you to add iSCSI target information like the discovery IP-address. Anaconda will probe the given IP-address and log in to any targets that it finds. See Paragraaf 7.19, “ Advanced Storage Options ” for the details that you can specify for iSCSI targets.
Terwijl anaconda iscsiadm gebruikt om iSCSI doelen te vinden en er op in te loggen, zal iscsiadm automatisch alle informatie over deze doelen opslaan in de iSCSI database van iscsiadm. Anaconda copieert dan deze database naar het geinstalleerde systeem en markeert alle iSCSI doelen die niet gebruikt worden voor / zodat het systeem automatisch op deze zal inloggen als het opstart. Als / op een iSCSI doel geplaatst is, zal initrd op dit doel inloggen en anaconda voegt dit doel niet toe aan de opstart scrpits om meerdere inlogpogingen naar hetzelfde doel te vermijden.
Als / op een iSCSI doel geplaatst is, stelt anaconda NetworkManager in om alle netwerk interfaces te negeren die actief waren tijdens het installatie proces. Deze interfaces zullen ook door initrd geconfigureerd worden als het systeem opstart. Als NetworkManager deze interfaces zou herconfigureren, dan zou het systeem zijn verbinding met / verliezen.

B.2. iSCSI schijven tijdens opstarten

Er kunnen aan iSCSI gerelateerde zaken optreden op een aantal momenten terwijl het systeem opstart:
  1. Het init script in initrd zal inloggen op de iSCSI doelen die gebruikt worden voor / (als dat zo is). Dit wordt gedaan door het iscsistart programma te gebruiken (welke dit kan doen zonder dat het vereist is dat iscsid draait).
  2. Als het root bestandssysteem is aangekoppeld en de verschillende voorzieningen initscripts worden gedraaid, zal het iscsid initscript aangeroepen worden. Dit script zal dan iscsid starten als een iSCSI doel gebruikt wordt voor /, of als een doel in de iSCSI database gemarkeerd is om automatisch op in te loggen.
  3. Nadat het klassieke netwerk voorzieningen script is gedraaid ( of zou hebben gedraaid als het aangezet was) zullen de iscsi initscripts draaien. Als het netwerk bereikbaar is, zal deze inloggen op alle doelen die in de iSCSI database zijn gemarkeerd om automatisch op in te loggen. Als het netwerk niet bereikbaar is, zal dit script rustig verlaten worden.
  4. Als NetworkManager wordt gebruikt voor toegang tot het netwerk (inplaats van het klassieke netwerk voorzieningen script), zal NetworkManager de iscsi initscript aanroepen. Zie: /etc/NetworkManager/dispatcher.d/04-iscsi

    Belangrijk

    Omdat NetworkManager geinstalleerd is in /usr, kun je het niet gebruiken om netwerk toegang te configureren als /usr geplaatst is op opslag verbonden via het netwerk, zoals een iSCSI doel.
Als iscsid niet nodig is als het systeem opstart, zal het niet automatisch opgestart worden. Als je iscsiadm start, zal iscsiadm op zijn beurt iscsid opstarten.

Schijfversleutelings gids

C.1. Wat is block apparaat versleuteling?

Block device encryption protects the data on a block device by encrypting it. To access the device's decrypted contents, a user must provide a passphrase or key as authentication. This provides additional security beyond existing OS security mechanisms in that it protects the device's contents even if it has been physically removed from the system.

C.2. Block apparaten versleutelen met gebruik van dm-crypt/LUKS

LUKS (Linux Unified Key Setup) is een specificatie voor block apparaat versleuteling. Het beschrijft een formaat voor de data op de schijf en een wachtzin/sleutel beheer richtlijn.
LUKS uses the kernel device mapper subsystem via the dm-crypt module. This arrangement provides a low-level mapping that handles encryption and decryption of the device's data. User-level operations, such as creating and accessing encrypted devices, are accomplished through the use of the cryptsetup utility.

C.2.1. Overzicht van LUKS

  • Wat doet LUKS:
    • LUKS versleutelt het gehele block apparaat
      • LUKS is daardoor goed geschikt voor het beschermen van de inhoud van mobiele apparaten zoals:
        • Verwijderbare geheugen media
        • Laptop harde schijven
    • De onderliggende inhoud van het versleutelde blok apparaat is willekeurig.
      • Dit maakt het nuttig voor het versleutelen van swap apparaten.
      • Het is ook nuttig voor bepaalde databases die speciaal geformateerde blok apparaten gebruiken voor data opslag.
    • LUKS gebruikt het bestaande device mapper kernel subsysteem.
      • Het is hetzelfde subsysteem dat gebruikt wordt door LVM, dus het is goed gestest.
    • LUKS biedt een versterking van de wachtzin.
      • Dit beschermt het tegen een woordenboek aanval.
    • LUKS apparaten hebben meerdere sleutel ruimtes.
      • Dit staat gebruikers toe om backup sleutels/wachtzinnen toe te voegen.
  • What LUKS does not do:
    • LUKS is niet goed geschikt voor toepassingen die veel (meer dan acht) gebruikers toegang moeten geven tot hetzelfde apparaat met verschillende toegangs sleutels
    • LUKS is niet goed geschikt voor toepassingen die versleuteling op bestands niveau nodig hebben.

C.2.2. Hoe krijg ik toeganng tot versleutelde apparaten na de installatie? (Systeem opstart)

Gedurende het opstarten van het systeem wordt je een wachtzin prompt aangeboden. Nadat de juist wachtzin is opgegeven gaat het systeem verder met normaal op te starten. Als je verschillende wachtzinnen voor meerdere versleutelde apparaten gebruikt moet je tijdens het opstarten meer dan een wachtzin opgegeven.

Tip

Overweeg dezelfde wachtzin te gebruiken voor alle versleutelde block apparaten in een bepaald systeem. Dat zal het opstarten van het systeem vereenvoudigen en je hebt minder wachtzinnen om te onthouden. Ben er alleen zeker van om een goede wachtzin te kiezen.

C.2.3. Een goede wachtzin kiezen

Hooewel dm-crypt/LUKS zowel sleutels als wachtzinnen ondersteunt, ondersteunt de anaconda installer alleen het gebruik van wachtzinnen voor het aanmaken en toegang verkrijgen tot versleutelde block apparaten tijdens de installatie.
LUKS does provide passphrase strengthening but it is still a good idea to choose a good (meaning "difficult to guess") passphrase. Note the use of the term "passphrase", as opposed to the term "password". This is intentional. Providing a phrase containing multiple words to increase the security of your data is important.

C.3. Het aanmaken van versleutelde block apparaten met Anaconda

Je kunt versleutelde apparaten aanmaken gedurende de systeem installatie. Dit staat je toe om een systeem met versleutelde partities eenvoudig in te stellen.
To enable block device encryption, check the "Encrypt System" checkbox when selecting automatic partitioning or the "Encrypt" checkbox when creating an individual partition, software RAID array, or logical volume. After you finish partitioning, you will be prompted for an encryption passphrase. This passphrase will be required to access the encrypted devices. If you have pre-existing LUKS devices and provided correct passphrases for them earlier in the install process the passphrase entry dialog will also contain a checkbox. Checking this checkbox indicates that you would like the new passphrase to be added to an available slot in each of the pre-existing encrypted block devices.

Tip

Checking the "Encrypt System" checkbox on the "Automatic Partitioning" screen and then choosing "Create custom layout" does not cause any block devices to be encrypted automatically.

Tip

Je kunt kickstart gebruiken om een aparte wachtzin in te stellen voor ieder nieuw versleutelde block apparaat.

C.3.1. Welke soorten block apparaten kunnen versleuteld worden?

De meeste types block apparaten kunnen met LUKS versleuteld worden. Met anaconda kun je partities, LVM fysische volumes, LVM logische volumes, en software RAID opstellingen versleutelen.

C.3.2. Limitations of Anaconda's Block Device Encryption Support

This section is about Anaconda's Block Device Encryption Support

C.4. Het maken van versleutelde block apparaten op geinstalleerde systemen na de installatie

Versleutelde block apparaten kunnen gemaakt en aangepast worden na installatie.

C.4.1. Aanmaken van block apparaten

Maak het block apparaat dat je wilt versleutelen met parted, pvcreate, lvcreate en mdadm.

C.4.2. Optioneel: Vul het apparaat met random data

Filling <device> (eg: /dev/sda3) with random data before encrypting it greatly increases the strength of the encryption. The downside is that it can take a very long time.

Warning

Het commando hieronder zal alle bestaande data op de schijf vernielen.
  • De beste manier, welke een hoge kwaliteit random data geeft maar lang duurt (een aantal minuten per gigbyte op de meeste systemen):
    dd if=/dev/urandom of=<device>
    
  • De snelste manier, die een lagere kwaliteit random data geeft:
    badblocks -c 10240 -s -w -t random -v <device>
    

C.4.3. Formateer het apparaat als een dm-crypt/LUKS versleuteld apparaat

Warning

Het commando hieronder zal alle bestaande data op het apparaat vernielen.
cryptsetup luksFormat <device>

Tip

Voor meer informatie lees je de cryptsetup(8) manual pagina.
Na twee keer opgeven van de wachtzin zal het apparaat voor gebruik geformateerd worden. Om het te controleren, gebruik je het volgende commando:
cryptsetup isLuks <device> && echo Success
Om een samenvatting te zien van de versleutelings informatie voor het apparaat, gebruik je het volgende commando:
cryptsetup luksDump <device>

C.4.4. Create a mapping to allow access to the device's decrypted contents

To access the device's decrypted contents, a mapping must be established using the kernel device-mapper.
It is useful to choose a meaningful name for this mapping. LUKS provides a UUID (Universally Unique Identifier) for each device. This, unlike the device name (eg: /dev/sda3), is guaranteed to remain constant as long as the LUKS header remains intact. To find a LUKS device's UUID, run the following command:
cryptsetup luksUUID <device>
An example of a reliable, informative and unique mapping name would be luks-<uuid>, where <uuid> is replaced with the device's LUKS UUID (eg: luks-50ec957a-5b5a-47ee-85e6-f8085bbc97a8). This naming convention might seem unwieldy but is it not necessary to type it often.
cryptsetup luksOpen <device> <name>
There should now be a device node, /dev/mapper/<name>, which represents the decrypted device. This block device can be read from and written to like any other unencrypted block device.
Om informatie over het afgebeelde apparaat te zien, gebruik je het volgende commando:
dmsetup info <name>

Tip

Voor meer informatie, lees je de dmsetup(8) manual pagina.

C.4.5. Maak bestandssystemen op afgebeelde apparaten, of ga verder met het bouwen van complexe geheugen structuren met het gebruik van afgebeelde appraten

Use the mapped device node (/dev/mapper/<name>) as any other block device. To create an ext2 filesystem on the mapped device, use the following command:
mke2fs /dev/mapper/<name>
Om dit bestandssysteem aan te koppelen op /mnt/test, gebruik je het volgende commando:

Belangrijk

De map /mnt/test moet bestaan voordat je dit commando uitvoert.
mount /dev/mapper/<name> /mnt/test

C.4.6. Voeg de afbeeldings informatie toe aan /etc/crypttab

In order for the system to set up a mapping for the device, an entry must be present in the /etc/crypttab file. If the file doesn't exist, create it and change the owner and group to root (root:root) and change the mode to 0744. Add a line to the file with the following format:
<name>  <device>  none
The <device> field should be given in the form "UUID=<luks_uuid>", where <luks_uuid> is the LUKS uuid as given by the command cryptsetup luksUUID <device>. This ensures the correct device will be identified and used even if the device node (eg: /dev/sda5) changes.

Tip

Voor details over het formaat van het /etc/crypttab bestand, lees je de crypttab(5) manual pagina.

C.4.7. Voeg een regel toe aan /etc/fstab

Add an entry to /etc/fstab. This is only necessary if you want to establish a persistent association between the device and a mountpoint. Use the decrypted device, /dev/mapper/<name> in the /etc/fstab file.
In many cases it is desirable to list devices in /etc/fstab by UUID or by a filesystem label. The main purpose of this is to provide a constant identifier in the event that the device name (eg: /dev/sda4) changes. LUKS device names in the form of /dev/mapper/luks-<luks_uuid> are based only on the device's LUKS UUID, and are therefore guaranteed to remain constant. This fact makes them suitable for use in /etc/fstab.

Titel

Voor details van het formaat van het /etc/fstab bestand, lees je de fstab(5) manual pagina.

C.5. Algemene taken na de installatie

De volgende secties behandelen algemene taken die na de installatie uitgevoerd moeten worden.

C.5.1. Stel een random gegenereerde sleutel in als een extra manier om toegang te krijgen tot een versleuteld blok apparaat.

Deze sectie gaat over het aanmaken van sleutels en het toevoegen van sleutels.

C.5.1.1. Een sleutel aanmaken

Dit zal een 256-bit sleutel aanmaken in het bestand $HOME/keyfile.
		dd if=/dev/urandom of=$HOME/keyfile bs=32 count=1
		chmod 600 $HOME/keyfile

C.5.1.2. Voeg een sleutel toe aan een beschikbaar slot op het versleutelde apparaat

cryptsetup luksAddKey <device> ~/keyfile

C.5.2. Voeg een nieuwe wachtzin toe aan een bestaand apparaat

cryptsetup luksAddKey <device>
Na gevraagd te zijn voor een van de bestaande wachtzinnen voor authenticarie, zal je gevraagd worden de nieuwe wachtzin in te vullen.

C.5.3. Een wachtzin of sleutel verwijderen van een apparaat

cryptsetup luksRemoveKey <device>
Je wordt gevraagd naar de wachtzin die je wilt verwijderen en daarna naar een van de overblijvende wachtzinnen voor authenticatie.

LVM begrijpen

LVM (Logical Volume Management) partitions provide a number of advantages over standard partitions. LVM partitions are formatted as physical volumes. One or more physical volumes are combined to form a volume group. Each volume group's total storage is then divided into one or more logical volumes. The logical volumes function much like standard partitions. They have a file system type, such as ext4, and a mount point.

De /boot partitie en LVM

De bootloader kan geen LVM volumes lezen. Je moet een standaard, niet-LVM schijf partitie aanmaken voor je /boot partitie.
Om LVM beter te brgrijpen, veronderstel je het fysiche volume als een stapel blokken. Een blok is eenvoudig een opslag eenheid gebruikt om data te bewaren. Verscheidene stapels blokken kunnen gecombineerd worden tot een veel grotere stapel, precies zoals fysische volumes worden gecombineerd om een volume groep te maken. De resulterende stapel kan onderverdeeld worden in meerdere kleinere stapels van willekeurige grootte, precies zoals een volume groep wordt toegekend aan meerdere logische volumes.
Een beheerder kan logische volumes laten groeien of slinken zonder data te beschadigen, dit in tegenstelling tot gewone partities. Als de fysische volumes in een volume groep op aparte schijven of RAID opstellingen zijn dan kan de beheerder de logische volumes ook verspreiden over de opslag apparaten.
Je kunt data verliezen als je een logische volume laat slinken naar een kleinere capaciteit dan vereist voor de data op de volume. Om maximale flexibiliteit te verzekeren, maak je logische volumes om te voldoen aan je huidige behoefte, en laat je de overige opslag capaciteit niet toegekend. Je kunt veilig logische volumes laten groeien door de niet toegekende ruimte te gebruiken naar behoefte.

LVM en de standaard partitie indeling

Standaard maakt het installatie proces / en swap partities binnen LVM volumes, met een aparte /boot partitie.

De GRUB boot loader

When a computer running Linux is turned on, the operating system is loaded into memory by a special program called a boot loader. A boot loader usually exists on the system's primary hard drive (or other media device) and has the sole responsibility of loading the Linux kernel with its required files or (in some cases) other operating systems into memory.
Deze appendix behandelt commando's en configuratie opties voor de GRUB boot loader die zich in Fedora bevindt voor de x86 architectuur.

E.1. GRUB

De GNU GRand Unified Boot loader (GRUB) is een programma wat het mogelijk maakt om het geinstallerde operating systeem of kernel te kiezen om te laden tijdens het opstarten van het systeem. Het staat ook toe om argumenten door te geven aan de kernel.

E.1.1. GRUB en het x86 opstart proces

This section discusses the specific role GRUB plays when booting an x86 system. For a look at the overall boot process, refer to Paragraaf F.2, “Een gedetaileerde kijk naar het opstart proces”.
GRUB laadt zichzelf in het geheugen in de volgende stappen:
  1. The Stage 1 or primary boot loader is read into memory by the BIOS from the MBR [6]. The primary boot loader exists on less than 512 bytes of disk space within the MBR and is capable of loading either the Stage 1.5 or Stage 2 boot loader.
  2. De Stap 1.5 boot loader wordt in het geheugen gelezen door de Stap 1 boot loader, indien nodig. Sommige hardware vereist een tussenstap om naar de Stap 2 boot loader te gaan. Dit gebeurt soms als de /boot/ partitie zich boven de1024 cylinders van de harde schijf bevindt of als het de LBA mode gebruikt. De Stap 1.5 boot loader wordt gevonden of in de /boot/ partitie, of op een klein deel van de MBR en de /boot/ partitie.
  3. De Stap 2 of secundaire boot loader wordt in het geheugen gelezen. De secundaire boot loader laat de GRUB menu en commando omgeving zien. Deze interface staat de gebruiker toe om te selecteren welke kernel of operating systeem opgestart gaat worden, en om te kijken voor systeem parameters.
  4. De secundaire boot loader leest het operating systeem of kernel en de inhoud van /boot/sysroot/ in het geheugen. Zodra GRUB bepaalt heeft welk operating systeem of kernel gestart moet worden, laadt het deze in het geheugen en geeft de controle over de machine over aan dat operating systeem.
De methode die gebruikt wordt om Linux op te starten wordt direct laden genoemd omdat de boot loader het operating systeem direct inlaadt. Er is geen tussenstap tussen de boot loader en de kernel.
Het opstart proces gebruikt door andere operating systemen kan anders zijn. Bijvoorbeeld, het Microsoft® Windows® operating systeem, net als andere operating systemen, wordt geladen met behulp van keten laden. Met deze methode, wijst de MBR naar de eerste sector van de partitie die het operating systeem bevat, waar het de bestanden vindt die nodig zijn om dat operating systeem op te starten.
GRUB ondersteunt zowel direct als keten laden boot methodes, zodat het bijna elk operating systeem kan opstarten.

Warning

During installation, Microsoft's DOS and Windows installation programs completely overwrite the MBR, destroying any existing boot loaders. If creating a dual-boot system, it is best to install the Microsoft operating system first.

E.1.2. Eigenschappen van GRUB

GRUB bevat een aantal eigenschappen die maken dat het de voorkeur heeft vergeleken met andere boot loaders beschikbaar voor de x86 architectuur. Hieronder is een lijst van de belangrijkste eigenschappen:
  • GRUB biedt een echte op commando's gebaseerde omgeving los van de OS omgeving op x86 machines. Deze eigenschap staat de gebruiker maximale flexibiliteit toe in het laden van operating systemen met specifieke opties of verzamelen van gegevens over het systeem. Vele jaren hebben vele niet-x86 architecturen omgevingen los van het OS gebruikt die toestaan om systemen op te starten vanaf een commandoregel.
  • GRUB supports Logical Block Addressing (LBA) mode. LBA places the addressing conversion used to find files in the hard drive's firmware, and is used on many IDE and all SCSI hard devices. Before LBA, boot loaders could encounter the 1024-cylinder BIOS limitation, where the BIOS could not find a file after the 1024 cylinder head of the disk. LBA support allows GRUB to boot operating systems from partitions beyond the 1024-cylinder limit, so long as the system BIOS supports LBA mode. Most modern BIOS revisions support LBA mode.
  • GRUB can read ext2 partitions. This functionality allows GRUB to access its configuration file, /boot/grub/grub.conf, every time the system boots, eliminating the need for the user to write a new version of the first stage boot loader to the MBR when configuration changes are made. The only time a user needs to reinstall GRUB on the MBR is if the physical location of the /boot/ partition is moved on the disk. For details on installing GRUB to the MBR, refer to Paragraaf E.2, “Installing GRUB”.

E.2. Installing GRUB

Als GRUB niet geinstalleerd wordt tijdens het installatie proces, kan het later geinstalleerd worden. Als het eenmaal geinstalleerd is, wordt het automatisch de standaard boot loader.
Voordat je GRUB installeert, verzeker je ervan om het laatst beschikbare GRUB pakket te gebruiken of gebruik het GRUB pakket van de installatie CD-ROM's.
Once the GRUB package is installed, open a root shell prompt and run the command /sbin/grub-install <location>, where <location> is the location that the GRUB Stage 1 boot loader should be installed. For example, the following command installs GRUB to the MBR of the master IDE device on the primary IDE bus:
/sbin/grub-install /dev/hda
De volgende keer dat het systeem opstart, zal het GRUB grafische boot loader menu verschijnen voordat de kernel in het geheugen geladen wordt.

Important

Als GRUB is geinstalleerd op een RAID 1 opstelling, kan het systeem niet opstartbaar worden in het geval van een disk fout.

E.3. GRUB terminologie

Een van de belangrijkste dingen om te begrijpen voordat je GRUB gebruikt is hoe het programma naar apparaten, zoals harde schijven en partities, refereert. Deze informatie is in het bijzonder van belang als je GRUB configureert om meerdere operating systemen op te starten.

E.3.1. Aparaat namen

Als je met GRUB naar een specifiek apparaat refereert, doe dat dan met het volgende formaat (merk op dat de haakjes en komma's syntactisch erg belangrijk zijn):
(<type-of-device><bios-device-number>,<partition-number>)
The <type-of-device> specifies the type of device from which GRUB boots. The two most common options are hd for a hard disk or fd for a 3.5 diskette. A lesser used device type is also available called nd for a network disk. Instructions on configuring GRUB to boot over the network are available online at http://www.gnu.org/software/grub/manual/.
The <bios-device-number> is the BIOS device number. The primary IDE hard drive is numbered 0 and a secondary IDE hard drive is numbered 1. This syntax is roughly equivalent to that used for devices by the kernel. For example, the a in hda for the kernel is analogous to the 0 in hd0 for GRUB, the b in hdb is analogous to the 1 in hd1, and so on.
The <partition-number> specifies the number of a partition on a device. Like the <bios-device-number>, most types of partitions are numbered starting at 0. However, BSD partitions are specified using letters, with a corresponding to 0, b corresponding to 1, and so on.

Note

Het nummerings systeem voor apparaten onder GRUB begint altijd met 0, niet 1. Het vergeten van dit onderscheid is een van de meest voorkomende fouten gemaakt door nieuwe gebruikers.
Om een voorbeeld te geven, als een systeem meer dan een harde schijf heeft, refereert GRUB naar de eerste harde schijf met (hd0) en naar de tweede met (hd1). Op dezelfde manier refereert GRUB naar de eerste partitie op de eerste harde schijf met (hd0,0) en naar de derde partitie op de tweede harde schijf met (hd1,2).
In het algemeen gelden de volgende regels voor het naamgeven van apparaten en partities onder GRUB:
  • Het doet er niet toe of systeem harde schijven IDE of SCSI zijn, alle harde schijven beginnen met de letters hd. De letters fd worden gebruikt voor 3.5 diskettes.
  • Om een compleet aparaat op te geven zonder op partities te letten, laat je de komma en het partitie nummer weg. Dit is belangrijk om GRUB te vertellen om de MBR te configureren voor een bepaalde schijf. Bijvoorbeeld, (hd0) specificeert de MBR op het eerste apparaat en (hd3) specificeert de MBR op het vierde apparaat.
  • Als een systeem meerdere schijf apparaten heeft, is het erg belangrijk om te weten hoe de opstartvolgorde is ingesteld in de BIOS. Dit is een eenvoudige taak als het systeem alleen IDE of SCSI apparaten heeft, maar als er een mix van apparaten is, wordt het kritisch dat het apparaat type met de boot partitie als eerste benaderd wordt.

E.3.2. Bestandsnamen en bloklijsten

Als commando's voor GRUB ingetypt worden die naar een bestand refereren, zoals een menu lijst, is het noodzakelijk om een absoluut bestandspad op te geven direct na de apparaat en partitie nummers.
Het volgende illustreert de structuur van zo'n commando:
(<device-type><device-number>,<partition-number>)</path/to/file>
In this example, replace <device-type> with hd, fd, or nd. Replace <device-number> with the integer for the device. Replace </path/to/file> with an absolute path relative to the top-level of the device.
Het is ook mogelijk om bestanden voor GRUB te specificeren die niet echt in het bestandssysteem voorkomen, zoals een keten loader die in de eerste paar blokken van een partitie verschijnt. Om zulke bestanden te laden, biedt je een bloklijst aan die blok voor blok opgeeft waar het bestand zich in de partitie bevindt. Omdat een bestand vaak bestaat uit meerdere sets van blokken, gebruiken bloklijsten een speciale syntax. Elk blok dat het bestand bevat wordt opgegeven door een offset blok nummer, gevolgd door het aantal bloks vanaf dat offset blok. Blok offsets worden opgegeven achtereenvolgens gescheiden door komma's.
Het volgende is een voorbeeld van een bloklijst:
0+50,100+25,200+1
Deze voorbeeld bloklijst specificeert een bestand dat begint met het eerste blok op de partitie en gebruikt blokken 0 tot en met 49, 100 tot en met 124 en 200.
Te weten hoe je een bloklist maakt is nuttig als GRUB gebruikt wordt om operating systemen te laden die keten laden nodig hebben. Het is mogelijk om het offset nummer van blokken weg te laten als het begint met block 0. Als voorbeeld, het keten laden bestand in de eerste partitie van de eerste harde schijf zal de volgende naam hebben:
(hd0,0)+1
Het volgende laat het chainloader commando zien met een soortgelijke bloklijst benaming op de GRUB commandoregel na het instellen van het juiste apparaat en partitie als root:
chainloader +1

E.3.3. Het root bestandssyteem en GRUB

The use of the term root file system has a different meaning in regard to GRUB. It is important to remember that GRUB's root file system has nothing to do with the Linux root file system.
Het GRUB root bestandssysteem is het top niveau van het opgegeven apparaat. Bijvoorbeeld, het image bestand (hd0,0)/grub/splash.xpm.gz bevindt zich in de /grub/ map op het top-niveau (of root) van de (hd0,0) partitie (die in feite de /boot/ partitie van het systeem is).
Vervolgens wordt het kernel commando uitgevoerd met de locatie van het kernel bestand als optie. Zodra de Linux kernel opstart, wordt het root bestandssysteem ingesteld waarmee Linux gebruikers bekend zijn. Het originele GRUB root bestandssysteem en aankoppelpunten zijn vergeten, ze bestonden alleen om het kernel bestand op te starten.
Refer to the root and kernel commands in Paragraaf E.5, “GRUB commando's” for more information.

E.4. GRUB interfaces

GRUB biedt drie interfaces aan die verschillende niveaus van functionaliteit bieden. Ieder van deze interfaces staan gebruikers toe om de Linux kernel of een ander operating systeem op te starten.
De interfaces zijn als volgt:

Note

De volgende GRUB interfaces kunnen alleen bereikt worden door een willekeurige toets in te duwen binnen de drie seconden van het GRUB opstartscherm.
Menu Interface
Dit is de standaard interface die getoond wordt als GRUB ingesteld is door het installatie programma. Een menu van operating systemen of voor-geconfigureerde kernels wordt getoond als een lijst, in naam volgorde. Gebruik de pijltjes toetsen om een operating systeem of kernel versie te selecteren en druk op de Enter toets om het op te starten. Als je op dit scherm niets doet, zal GRUB na het verlopen van de time-out periode de standaard optie laden.
Druk op de e toets om de regel bewerkings interface of de c toets om een commandoregel interface te laden.
Refer to Paragraaf E.6, “GRUB menu configuratie bestand” for more information on configuring this interface.
Menu Entry Editor Interface
Om de menu regel bewerker te bereiken, druk je op de e toets in het boot loader menu. De GRUB commando's voor die regel worden hier getoond, en gebruikers kunnen deze commando regels veranderen voor het opstarten van het operating systeem door een commando regel toe te voegen (o voegt een nieuwe regel toe na de huidige regel en O voegt een regel toe voor de huidige), een commando regel te bewerken (e), of een verwijderen (d).
Nadat alle veranderingen gemaakt zijn, voert de b toets de commando's uit en start het operating systeem op. De Esc toets negeert alle veranderingen en laadt de stardaard menu interface opnieuw in. De c toets laadt de commanndoregel interface.

Note

For information about changing runlevels using the GRUB menu entry editor, refer to Paragraaf E.7, “Changing Runlevels at Boot Time”.
Command Line Interface
De commandoregel interface is de meest basis GRUB interface, maar is ook diegene die de meeste controle aanbiedt. De commandoregel maakt het mogelijk om elk relevant GRUB commando in te typen gevolgd door de Enter toets om het uit te voeren. Deze interface biedt enkele geavanceerde op shell gelijkende eigenschappen, inclusief Tab toets afmaken gebaseerd op context, en Ctrl toets combinaties tijdens het typen van commando's, zoals Ctrl+a om naar het begin van de regel te gaan en Ctrl+e om naar het eind van de regel te gaan. Bovendien werken de arrow, Home, End, en Delete toetsen net zoals ze doen in de standaard bash shell.
Refer to Paragraaf E.5, “GRUB commando's” for a list of common commands.

E.4.1. Interface laad volgorde

Als GRUB zijn tweede staps boot loader laadt, zoekt het eerst naar zijn configuratie bestand. Zodra dat gevonden is, wordt het meni interface maskerings scherm getoond. Als binnen drie seconden een toets wordt ingetikt, maakt GRUB een menu lijst en toont de menu interface. Als geen toets wordt ingeduwd, wordt de standaard kernel regel in het GRUB menu gebruikt.
Als het configuratie bestand niet gevonden kan worden, of het configuratie bestand is onleesbaar, laadt GRUB de commandoregel interface, om de gebruiker toe te staan commando's in te typen om het opstart proces af te maken.
Als het configuratie bestand niet geldig is, geeft GRUB een fout en vraagt om input. Dit helpt de gebruiker percies te zien waar het probleem optrad. Het drukken op een toets herlaadt de menu interface, waar het dan mogelijk is om de menu optie te bewerken om het probleem op te lossen gebaseerd op de foutmelding die door GRUB gegeven is. Als het herstellen faalt, rapporteert GRUB een fout en herlaadt het menu interface.

E.5. GRUB commando's

Grub staat een aantal nuttige commando's toe in zijn commandoregel interface. Sommige van deze commando's acepteren optirs achter hun naam, deze opties moeten gesheiden zijn van het comando en andere opties op die regel door spaties.
Hier volgt een lijst van bruikbare commando's:
  • boot — Boot het operating systeem of keten lader dat het laatst was geladen.
  • chainloader </path/to/file> — Loads the specified file as a chain loader. If the file is located on the first sector of the specified partition, use the blocklist notation, +1, instead of the file name.
    Het volgende is een voorbeeld chainloader commando:
    chainloader +1
    
  • displaymem — Laat het huidig gebruik van het geheugen zien, gebaseerd op informatie van de BIOS. Dit is nuttig om te bepalen hoeveel RAM een systeem heeft voordat het opstart.
  • initrd </path/to/initrd> — Enables users to specify an initial RAM disk to use when booting. An initrd is necessary when the kernel needs certain modules in order to boot properly, such as when the root partition is formatted with the ext3 or ext4 file system.
    Hier volgt een voorbeeld initrd commando:
    initrd /initrd-2.6.8-1.523.img
    
  • install <stage-1> <install-disk> <stage-2> p config-file — Installs GRUB to the system MBR.
    • <stage-1> — Signifies a device, partition, and file where the first boot loader image can be found, such as (hd0,0)/grub/stage1.
    • <install-disk> — Specifies the disk where the stage 1 boot loader should be installed, such as (hd0).
    • <stage-2> — Passes the stage 2 boot loader location to the stage 1 boot loader, such as (hd0,0)/grub/stage2.
    • p <config-file> — This option tells the install command to look for the menu configuration file specified by <config-file>, such as (hd0,0)/grub/grub.conf.

    Warning

    Het install commando overschrijft alle informatie die al op de MBR aanwezig is.
  • kernel </path/to/kernel> <option-1> <option-N> ... — Specifies the kernel file to load when booting the operating system. Replace </path/to/kernel> with an absolute path from the partition specified by the root command. Replace <option-1> with options for the Linux kernel, such as root=/dev/VolGroup00/LogVol00 to specify the device on which the root partition for the system is located. Multiple options can be passed to the kernel in a space separated list.
    Hier volgt een voorbeeld kernel commando:
    kernel /vmlinuz-2.6.8-1.523 ro root=/dev/VolGroup00/LogVol00
    
    De optie in het vorige voorbeeld specificeert dat het root bestandssyteen voor Linux zich bevindt in de hda5 partitie.
  • root (<device-type><device-number>,<partition>) — Configures the root partition for GRUB, such as (hd0,0), and mounts the partition.
    Hier volgt een voorbeeld root commando:
    root (hd0,0)
    
  • rootnoverify (<device-type><device-number>,<partition>) — Configures the root partition for GRUB, just like the root command, but does not mount the partition.
Andere commando's zijn ook beschikbaar; type help --all in voor een volledige lijst van commando's. Voor een beschrijving van alle GRUB commando's, refereer je naar de documentie online beschikbaar op http://www.gnu.org/software/grub/manual/.

E.6. GRUB menu configuratie bestand

The configuration file (/boot/grub/grub.conf), which is used to create the list of operating systems to boot in GRUB's menu interface, essentially allows the user to select a pre-set group of commands to execute. The commands given in Paragraaf E.5, “GRUB commando's” can be used, as well as some special commands that are only available in the configuration file.

E.6.1. Configuratie bestandsstructuur

Het GRUB menu interface configuratie bestand is /boot/grub/grub.conf. De commando's om de globale voorkeuren voor de menu interface te zetten zijn bovenin het bestand geplaatst, gevolgd door brokken voor iedere operating kernel of operating systeem in het menu getoond.
Hier volgt een eenvoudig GRUB menu configursatie bestand ontworpen om of Fedora of Microsoft Windows Vista op te starten:
default=0 
timeout=10 
splashimage=(hd0,0)/grub/splash.xpm.gz 
hiddenmenu 
title Fedora (2.6.27.19-170.2.35.fc10.i686)
root (hd0,1)
kernel /vmlinuz-2.6.27.19-170.2.35.fc10.i686 ro root=UUID=04a07c13-e6bf-6d5a-b207-002689545705 rhgb quiet
initrd /initrd-2.6.27.19-170.2.35.fc10.i686.img 

# section to load Windows 
title Windows         
rootnoverify (hd0,0)         
chainloader +1

Dit bestand configureert GRUB om een menu te maken met Fedora als het standaard operating systeem en de startvertraging op 10 seconden. Twee secties zijn gegeven, een voor ieder operating systeem, met commando's specifiek voor de systeem schijf partitie tabel.

Note

Merk op dat de standaard is opgegeven als een geheel getal. Dit refereert naar de eerste titel regel in het GRUB configuratie bestand. Om de Windows sectie als de standaard in te stellen in het vorige voorbeeld, verander je de default=0 naar default=1.
Configuring a GRUB menu configuration file to boot multiple operating systems is beyond the scope of this chapter. Consult Paragraaf E.8, “Extra bronnen” for a list of additional resources.

E.6.2. Configuratie bestand instructies

Hier volgen instructies die vaak gebruikt worden in het GRUB menu configuratie bestand:
  • chainloader </path/to/file> — Loads the specified file as a chain loader. Replace </path/to/file> with the absolute path to the chain loader. If the file is located on the first sector of the specified partition, use the blocklist notation, +1.
  • color <normal-color> <selected-color> — Allows specific colors to be used in the menu, where two colors are configured as the foreground and background. Use simple color names such as red/black. For example:
    color red/black green/blue
    
  • default=<integer> — Replace <integer> with the default entry title number to be loaded if the menu interface times out.
  • fallback=<integer> — Replace <integer> with the entry title number to try if the first attempt fails.
  • hiddenmenu — Verhindert om het het GRUB menu interface te laten zien, en laadt de default regel als de timeout periode is verstreken. De gebruiker kan het standaard GRUB menu zichtbaar maken door op de Esc toest te duwen.
  • initrd </path/to/initrd> — Enables users to specify an initial RAM disk to use when booting. Replace </path/to/initrd> with the absolute path to the initial RAM disk.
  • kernel </path/to/kernel> <option-1> <option-N> — Specifies the kernel file to load when booting the operating system. Replace </path/to/kernel> with an absolute path from the partition specified by the root directive. Multiple options can be passed to the kernel when it is loaded.
  • password=<password> — Prevents a user who does not know the password from editing the entries for this menu option.
    Optionally, it is possible to specify an alternate menu configuration file after the password=<password> directive. In this case, GRUB restarts the second stage boot loader and uses the specified alternate configuration file to build the menu. If an alternate menu configuration file is left out of the command, a user who knows the password is allowed to edit the current configuration file.
    Voor meer informatie over het beveiligen van GRUB, refereer je naar het hoofstuk Workstation Security in de Red Hat Enterprise Linux Deployment Guide.
  • root (<device-type><device-number>,<partition>) — Configures the root partition for GRUB, such as (hd0,0), and mounts the partition.
  • rootnoverify (<device-type><device-number>,<partition>) — Configures the root partition for GRUB, just like the root command, but does not mount the partition.
  • timeout=<integer> — Specifies the interval, in seconds, that GRUB waits before loading the entry designated in the default command.
  • splashimage=<path-to-image> — Specifies the location of the splash screen image to be used when GRUB boots.
  • title group-title — Specificeert een titel om te gebruiken voor een bepaalde groep van commando's die gebruikt worden om een kernel of operating systeem te laden.
Om leesbaar commentaar toe te voegen aan het configuratie bestand, begin je de regel met het (#) karakter.

E.7. Changing Runlevels at Boot Time

Met Fedora is het mogelijk om het standaard runlevel tijdens het opstarten te veranderen.
Om het runlevel van een enkele opstart sessie te veranderen, gebruik je de volgende instructies:
  • Als het GRUB menu opstart scherm tidens het opstarten verschijnt, druk je op een willekeurige toest om het GRUB menu te laten zien (dit binnen de eerste drie secondes).
  • Druk op de a toets om iets toe te voegen aan het kernel commando.
  • Add <space><runlevel> at the end of the boot options line to boot to the desired runlevel. For example, the following entry would initiate a boot process into runlevel 3:
    grub append> ro root=/dev/VolGroup00/LogVol00 rhgb quiet 3
    

E.8. Extra bronnen

Dit hoofdstuk is alleen bedoeld las een introductie voor GRUB. Raadpleeg de volgende bronnen om meer te weten te komen over de werking van GRUB.

E.8.1. Geinstalleerde documentatie

  • /usr/share/doc/grub-<version-number>/ — This directory contains good information about using and configuring GRUB, where <version-number> corresponds to the version of the GRUB package installed.
  • info grub — De GRUB info pagina bevat een handleiding, een gebruikers naslagwerk, een programmeurs naslagwerk, en een FAQ document over GRUB en zijn gebruik.

E.8.2. Nuttige websites



[6] For more on the system BIOS and the MBR, refer to Paragraaf F.2.1, “De BIOS”.

Opstart proces, initialiseren, en afsluiten

Een belangrijk en krachtig aspect van Fedora is de open, configureerbaar door gebruikers, methode die het gebruikt voor het opstarten van het operating systeem. Het staat gebruikers vrij om veel facetten van het opstart process in te stellen, inclusief het opgeven van de programma's die tijdens het boot proces opgestart worden. Op dezelfde manier, worden tijdens afsluiten processen elegant op een georganiseerde en configureerbare manier beeindigd, hoewel het aanpassen van dit proces zelden nodig is.
Het begrijpen van de manier waarop de opstart en afsluit processen werken staat niet alleen het aanpassen toe, maar maakt het ook eenvoudiger om problemen op te lossen die verwant zijn aan het opstarten of afsluiten van het systeem.

F.1. Het opstart proces

Hieronder staan de basis fases van het opstart proces voor een x86 systeem:
  1. De systeem BIOS controleert het systeem en lanceert de eerste traps boot loader op de MBR van de primaire harde schijf.
  2. De eerste traps boot loader laadt zichzelf in het geheugen en lanceert de tweede traps boot loader van de /boot/ partitie.
  3. De tweede traps boot loader laadt de kernel in het geheugen, welke op zijn beurt alle noodzakelijke modules laadt en de root partitie read-only aankoppelt.
  4. De kernel geeft de controle van het boot proces over aan het /sbin/init programma.
  5. Het /sbin/init programma laadt alle voorzieningen en gebruikers-ruimte gereedschappen, en koppelt alle partities aan die vermeld zijn in /etc/fstab.
  6. De gebruiker wordt een login scherm voor het vers opgestarte Linux systeem aangeboden.
Omdat het configureren van het opstart proces meer voorkomt dat de aanpassing van het afsluit proces, behandelt de rest van dit hoofdstuk in detail hoe het opstart proces werkt en hoe het aangepast kan worden om aan specifieke behoeften te voldoen.

F.2. Een gedetaileerde kijk naar het opstart proces

Het begin van het opstart proces varieert afhankelijk van het hardware platform dat wordt gebruikt. Echter, zodra de kernel is gevonden en geladen door de boot loader, is het standaard opstart proces identiek voor alle architecturen. Dit hoofdstuk richt zich hoofdzakelijk op de x86 architectuur.

F.2.1. De BIOS

Als een x86 computer opgestart wordt, kijkt de processor naar het eind van het systeem geheugen naar het Basic Input/Output System of BIOS programma en draait het. De BIOS controleert niet alleen de eerste stap van het opstart proces, maar het biedt ook het laagste niveau interface naar randapparaten. Om deze reden is het geschreven in read-only, permanent geheugen en is altijd beschikbaar voor gebruik.
Andere platforms gebruiken andere programma's om de laag-niveau taken uitvoeren die ruwweg gelijkwaardig zijn aan die van de BIOS op een x86 systeem. Bijvoorbeeld, computers gebaseerd op de Itanium gebruiken de Extensible Firmware Interface (EFI) Shell.
Once loaded, the BIOS tests the system, looks for and checks peripherals, and then locates a valid device with which to boot the system. Usually, it checks any diskette drives and CD-ROM drives present for bootable media, then, failing that, looks to the system's hard drives. In most cases, the order of the drives searched while booting is controlled with a setting in the BIOS, and it looks on the master IDE device on the primary IDE bus. The BIOS then loads into memory whatever program is residing in the first sector of this device, called the Master Boot Record or MBR. The MBR is only 512 bytes in size and contains machine code instructions for booting the machine, called a boot loader, along with the partition table. Once the BIOS finds and loads the boot loader program into memory, it yields control of the boot process to it.

F.2.2. De boot loader

This section looks at the default boot loader for the x86 platform, GRUB. For more information about configuring and using GRUB, see Bijlage E, De GRUB boot loader.
Een boot loader voor het x86 platform is verdeeld in ten minste twee fases. De eerste fase is een kleine machine code binair programma op de MBR. De enigste taak voor deze fase is het vinden van de tweede fase boot loader en het eerste deel hiervan in het geheugen laadt.
GRUB has the advantage of being able to read ext2 and ext3 [7] partitions and load its configuration file — /boot/grub/grub.conf — at boot time. Refer to Paragraaf E.6, “GRUB menu configuratie bestand” for information on how to edit this file.

ext4 and Btrfs

De GRUB bootloader ondersteunt de ext4 of Btrfs bestandssystemen niet.

Note

Met het upgraden van de kernel met gebruik van Red Hat Update Agent, wordt ook het configuratie bestand van de bootloader automatisch vernieuwd. Meer informatie over Red Hat Network kan online gevonden worden op de volgende URL: https://rhn.redhat.com/.
Zodra de tweede fase bootloader in het geheugen is, presenteert het de gebruiker een grafisch scherm wat de verschillende operating systemen of kernels laat zien waarvoor het is ingesteld om op te starten. Op dit scherm kan de gebruiker de pijl toetsen gebruiken om te kiezen welk operating systeem of kernel hij wil opstarten en daarna drukken Enter. Als geen toets wordt ingedrukt, laadt de boot loader de standaard selectie nadat een instelbare tijd is verstreken.
Once the second stage boot loader has determined which kernel to boot, it locates the corresponding kernel binary in the /boot/ directory. The kernel binary is named using the following format — /boot/vmlinuz-<kernel-version> file (where <kernel-version> corresponds to the kernel version specified in the boot loader's settings).
For instructions on using the boot loader to supply command line arguments to the kernel, refer to Bijlage E, De GRUB boot loader. For information on changing the runlevel at the boot loader prompt, refer Paragraaf E.7, “Changing Runlevels at Boot Time”.
De boot loader plaatst daarna een of meer toepasselijke initramfs images in het geheugen. Vervolgens decomprimeert de kernel deze images van het geheugen naar /sysroot/, een RAM-gebaseerd virueel bestandssysteem, met gebruik van cpio. De initramfs wordt gebruikt door de kernel om drivers en modules te laden die nodig zijn om het systeem op te starten. Dit is in het bijzonder belangrijk als er SCSI harde schijven aanwezig zijn of als systemen het ext3 of ext4 bestandssysteem gebruiken.
Zodra de kernel en de initramfs image(s) in het geheugen zijn geladen, geeft de boot loader de controle van het opstart proces over aan de kernel.
For a more detailed overview of the GRUB boot loader, refer to Bijlage E, De GRUB boot loader.

F.2.3. De kernel

When the kernel is loaded, it immediately initializes and configures the computer's memory and configures the various hardware attached to the system, including all processors, I/O subsystems, and storage devices. It then looks for the compressed initramfs image(s) in a predetermined location in memory, decompresses it directly to /sysroot/, and loads all necessary drivers. Next, it initializes virtual devices related to the file system, such as LVM or software RAID, before completing the initramfs processes and freeing up all the memory the disk image once occupied.
De kernel maakt dan een root device, koppelt de root partitie read-only aan, en geeft ongebruikt geheugen vrij.
Op dit punt aangekomen is de kernel in het geheugen geladen en operationeel. Echter, omdat er geen gebruikers toepassingen zijn die betekenisvolle input aan het systeem kunnen geven, kan er niet veel met het systeem gedaan worden.
Om de gebruikersomgeving in te stellen, voert de kernel het /sbin/init programma uit.

F.2.4. Het /sbin/init programma

Het /sbin/init programma (ook wel init genoemd) coordineert de rest van het opstart proces en configureert de omgeving voor de gebruiker.
Als het init commando start, wordt het de ouder of grootouder van alle processen die automatisch op het systeem opstarten. Het draait eerst het /etc/rc.d/rc.sysinit script, welke het omgevingspad zet, swap start, de bestandssystemen checkt, en alle andere stappen uitvoert die vereist zijn voor systeem initialisatie. Bijvoorbeeld, de meeste systemen gebruiken een klok, dus rc.sysinit leest het /etc/sysconfig/clock configuratie bestand om de hardware klok te initialiseren. Een ander voorbeeld is als er speciale seriele poort processen zijn die moeten worden geinitialiseerd, rc.sysinit voert het /etc/rc.serial bestand uit.
The init command then runs the /etc/inittab script, which describes how the system should be set up in each SysV init runlevel. Runlevels are a state, or mode, defined by the services listed in the SysV /etc/rc.d/rc<x>.d/ directory, where <x> is the number of the runlevel. For more information on SysV init runlevels, refer to Paragraaf F.4, “SysV init runlevels”.
Vervolgens stelt het init commando de bron functie bibliotheek, /etc/rc.d/init.d/functions, in voor het systeem, welke configureert hoe een programma te starten is, te soppen is, en hoe de PID van een programma bepaald is.
Het init programma start alle achtergrond processen door te kijken in de juiste rc map voor het runlevel dat als de standaard is gespecificeerd in /etc/inittab. De rc mappen zijn genummerd om overeen te komen met het runlevel dat ze representeren. Bijvoorbeeld, /etc/rc.d/rc5.d/ is de map voor runlevel 5.
Als opgestart wordt met runlevel 5, kijkt het init programma in de /etc/rc.d/rc5.d/ map om te bepalen welke processen het moet starten en stoppen.
Hieronder is een voorbeeld lijst van de /etc/rc.d/rc5.d/ map:
K05innd -> ../init.d/innd 
K05saslauthd -> ../init.d/saslauthd 
K10dc_server -> ../init.d/dc_server 
K10psacct -> ../init.d/psacct 
K10radiusd -> ../init.d/radiusd 
K12dc_client -> ../init.d/dc_client 
K12FreeWnn -> ../init.d/FreeWnn 
K12mailman -> ../init.d/mailman 
K12mysqld -> ../init.d/mysqld 
K15httpd -> ../init.d/httpd 
K20netdump-server -> ../init.d/netdump-server 
K20rstatd -> ../init.d/rstatd 
K20rusersd -> ../init.d/rusersd 
K20rwhod -> ../init.d/rwhod 
K24irda -> ../init.d/irda 
K25squid -> ../init.d/squid 
K28amd -> ../init.d/amd 
K30spamassassin -> ../init.d/spamassassin 
K34dhcrelay -> ../init.d/dhcrelay 
K34yppasswdd -> ../init.d/yppasswdd 
K35dhcpd -> ../init.d/dhcpd 
K35smb -> ../init.d/smb 
K35vncserver -> ../init.d/vncserver 
K36lisa -> ../init.d/lisa 
K45arpwatch -> ../init.d/arpwatch 
K45named -> ../init.d/named 
K46radvd -> ../init.d/radvd 
K50netdump -> ../init.d/netdump 
K50snmpd -> ../init.d/snmpd 
K50snmptrapd -> ../init.d/snmptrapd 
K50tux -> ../init.d/tux 
K50vsftpd -> ../init.d/vsftpd 
K54dovecot -> ../init.d/dovecot 
K61ldap -> ../init.d/ldap 
K65kadmin -> ../init.d/kadmin 
K65kprop -> ../init.d/kprop 
K65krb524 -> ../init.d/krb524 
K65krb5kdc -> ../init.d/krb5kdc 
K70aep1000 -> ../init.d/aep1000 
K70bcm5820 -> ../init.d/bcm5820 
K74ypserv -> ../init.d/ypserv 
K74ypxfrd -> ../init.d/ypxfrd 
K85mdmpd -> ../init.d/mdmpd 
K89netplugd -> ../init.d/netplugd 
K99microcode_ctl -> ../init.d/microcode_ctl 
S04readahead_early -> ../init.d/readahead_early 
S05kudzu -> ../init.d/kudzu 
S06cpuspeed -> ../init.d/cpuspeed 
S08ip6tables -> ../init.d/ip6tables 
S08iptables -> ../init.d/iptables 
S09isdn -> ../init.d/isdn 
S10network -> ../init.d/network 
S12syslog -> ../init.d/syslog 
S13irqbalance -> ../init.d/irqbalance 
S13portmap -> ../init.d/portmap 
S15mdmonitor -> ../init.d/mdmonitor 
S15zebra -> ../init.d/zebra 
S16bgpd -> ../init.d/bgpd 
S16ospf6d -> ../init.d/ospf6d 
S16ospfd -> ../init.d/ospfd 
S16ripd -> ../init.d/ripd 
S16ripngd -> ../init.d/ripngd 
S20random -> ../init.d/random 
S24pcmcia -> ../init.d/pcmcia 
S25netfs -> ../init.d/netfs 
S26apmd -> ../init.d/apmd 
S27ypbind -> ../init.d/ypbind 
S28autofs -> ../init.d/autofs 
S40smartd -> ../init.d/smartd 
S44acpid -> ../init.d/acpid 
S54hpoj -> ../init.d/hpoj 
S55cups -> ../init.d/cups 
S55sshd -> ../init.d/sshd 
S56rawdevices -> ../init.d/rawdevices 
S56xinetd -> ../init.d/xinetd 
S58ntpd -> ../init.d/ntpd 
S75postgresql -> ../init.d/postgresql 
S80sendmail -> ../init.d/sendmail 
S85gpm -> ../init.d/gpm 
S87iiim -> ../init.d/iiim 
S90canna -> ../init.d/canna 
S90crond -> ../init.d/crond 
S90xfs -> ../init.d/xfs 
S95atd -> ../init.d/atd 
S96readahead -> ../init.d/readahead 
S97messagebus -> ../init.d/messagebus 
S97rhnsd -> ../init.d/rhnsd 
S99local -> ../rc.local

Zoals getoond in deze lijst, bevindt geen van de scripts die de voorzieningen in feite start of stopt zich in de /etc/rc.d/rc5.d/ map. Beter gezegd, alle bestanden in /etc/rc.d/rc5.d/ zijn symbolische links die wijzen naar scripts die zich bevinden in de /etc/rc.d/init.d/ map. Symbolische links worden gebruikt in ieder van de rc mappen zodat de runlevels hergeconfigureerd kunnen worden door het maken, veranderen, en verwijderen van symbolische links zonder dat de actuele scripts waarnaar zij verwijzen verandered worden.
De naam van elke symbolische link begint met of een K of een S. De K links zijn processen die op dat runlevel gestopt worden, terwijl zij die met een S beginnen opgestart worden.
The init command first stops all of the K symbolic links in the directory by issuing the /etc/rc.d/init.d/<command> stop command, where <command> is the process to be killed. It then starts all of the S symbolic links by issuing /etc/rc.d/init.d/<command> start.

Note

Als het systeem klaar is met opstarten, is het mogelijk om als root in te loggen en deze zelfde scripts uit te voeren om voorzieningen te starten en te stoppen. Bijvoorbeeld, het commando /etc/rc.d/init.d/httpd stop stopt de Apache HTTP server.
Ieder van de symbolische links is genummerd om de start volgorde op te geven. De volgorde waarin voorzieningen gestart of gestopt worden kan veranderd worden door dit nummer te wijzigen. Hoe lager het nummer, hoe eerder het gestart wordt. Symbolische links met hetzelfde nummer worden alfabetisch gestart.

Note

One of the last things the init program executes is the /etc/rc.d/rc.local file. This file is useful for system customization. Refer to Paragraaf F.3, “Extra programma's draaien tijdens het opstarten” for more information about using the rc.local file.
After the init command has progressed through the appropriate rc directory for the runlevel, the /etc/inittab script forks an /sbin/mingetty process for each virtual console (login prompt) allocated to the runlevel. Runlevels 2 through 5 have all six virtual consoles, while runlevel 1 (single user mode) has one, and runlevels 0 and 6 have none. The /sbin/mingetty process opens communication pathways to tty devices[8], sets their modes, prints the login prompt, accepts the user's username and password, and initiates the login process.
In runlevel 5, draait /etc/inittab een script met de naam /etc/X11/prefdm. Het prefdm script voert de verkozen X display beheerder uit[9]gdm, kdm, of xdm, afhankelijk van de inhoud van het /etc/sysconfig/desktop bestand.
Als het systeen hiermee klaar is, draait het in runlevel 5 en laat een login scherm zien.

F.3. Extra programma's draaien tijdens het opstarten

Het /etc/rc.d/rc.local script wordt uitgevoerd door het init commando tijdens het opstarten of als het runlevel veranderd wordt. Het toevoegen van commando's onder in het script is een eenvoudige manier om noodzakelijke taken uit te voeren zoals het opstarten van speciale voorzieningen of het initialiseren van apparaten zonder dat er complexe initialisatie script gemaakt moeten worden voor de /etc/rc.d/init.d/ map en symbolische links hiernaar.
The /etc/rc.serial script is used if serial ports must be setup at boot time. This script runs setserial commands to configure the system's serial ports. Refer to the setserial man page for more information.

F.4. SysV init runlevels

Het SysV init runlevel systeem biedt een standaard proces voor het controleren van welke programma's init start of stopt als een runlevel ingesteld wordt. SysV werd gekozen omdat het eenvoudiger te gebruiken en flexibeler is dan het traditionene BSD-stijl proces.
De configuratie bestanden voor SysV bevinden zich in de /etc/rc.d/ map. Binnen deze map bevinden zich de rc, rc.local, rc.sysinit, en, optioneel, de rc.serial scripts te samen met de volgende mappen:
init.d/ rc0.d/ rc1.d/ rc2.d/ rc3.d/ rc4.d/ rc5.d/ rc6.d/
De init.d/ map bevat de scripts die door het /sbin/init commando gebruikt worden voor het controleren van de voorzieningen. Elke van de genummerde mappen representeert een van de zes runlevels zoals standaard ingesteld bij Fedora.

F.4.1. Runlevels

Het idee achter SysV init runlevels draait om het idee dat verschillende systemen op verschillende manieren gebruikt kunnen worden. Bijvoorbeeld, een server draait efficienter zonder de belemmeringen op systeem hulpbronnen veroorzaakt door het X windows systeem. Of er kan een moment zijn dat een systeembeheerder het systeem op een lager runlevel wil laten werken voor het uitvoeren van onderzoekende taken, zoals het repareren van schijf corruptie in runlevel 1.
De karakteristieken van een gegeven runlevel bepalen welke voorzieningen gestopt en gestart worden door init. Bijvoorbeeld, runlevel 1 (enkele gebruiker mode) stopt alle netwerk voorzieningen, terwijl runlevel 3 deze voorzieningen start. Door het toekennen van specifieke voorzieningen om gestopt of gestart te worden aan een gegeven runlevel, kan init de mode van een machine snel veranderen zonder dat de gebruiker voorzieningen handmatig moet stoppen of starten.
De volgende runlevels zijn standaard gedefinieerd bij Fedora:
  • 0 — Halt
  • 1 — Enkele-gebruiker tekst mode
  • 2 — Niet gebruikt (gebruiker-definieerbaar)
  • 3 — Volledige multi-gebruiker tekst mode
  • 4 — Niet gebruikt (gebruiker-definieerbaar)
  • 5 — Volledige multi-gebruiker grafische mode (met een op X gebaseerde login scherm)
  • 6 — Opnieuw opstarten
In het algemeen werken gebruikers van Fedora met runlevel 3 of runlevel 5 — beide volledige-gebruikers modes. Gebruikers passen soms runlevels 2 en 4 aan om te voldoen aan specifieke behoeftes, daar deze runlevels niet gebruikt worden.
De standaard runlevel voor het systeem is aangegeven in /etc/inittab. Om de standaard runlevel voor een systeem te ontdekken, kijk je naar de regel vergelijkbaar met de volgende boven in /etc/inittab:
id:5:initdefault:
De standaard runlevel in dit voorbeeld is 5, zoals het nummer achter de eerste dubbelepunt aangeeft. Om het te veranderen, bewerk je als root /etc/inittab.

Warning

Wees voorzichtig als je /etc/inittab bewerkt. Een eenvoudige typefout kan ervoor zorgen dat het systeem niet meer opstart. Als dit gebeurt, gebruik je een boot diskette, en start op in enkele-gebruiker mode, of je gaat naar de rescue mode om de computer op te starten en het bestand te repareren.
Voor meer informatie over enkele-gebruiker en rescue mode, refereer je naarhet hoofdstuk Basic System Recovery in de Red Hat Enterprise Linux Deployment Guide.
It is possible to change the default runlevel at boot time by modifying the arguments passed by the boot loader to the kernel. For information on changing the runlevel at boot time, refer to Paragraaf E.7, “Changing Runlevels at Boot Time”.

F.4.2. Runlevel gereedschappen

Een van de beste manieren om runlevels in te stellen is om een initscript gereedschap te gebruiken. Dit gereedschap is ontworpen om de taak van het onderhouden van bestanden in de SysV init map hierarchie te vereenvoudigen en ontlast systeembeheerders om direct de vele symboliscje links in de submappen van /etc/rc.d/ te moeten manipuleren.
Fedora biedt drie van zulke gereedschappen:
  • /sbin/chkconfig — Het /sbin/chkconfig gereedschap is een eenvoudig commando regel gereedschap voor het onderhouden van de /etc/rc.d/init.d/ map hierarchie.
  • /usr/sbin/ntsysv — Het ncurses-gebaseerd /sbin/ntsysv gereedschap biedt een interactieve tekst-gebaseerde interface, die sommigen eenvoudiger te gebruiken vinden dan chkconfig.
  • Voorzieningenconfiguratie gereedschap — Het grafische voorzieningenconfiguratie gereedschap (system-config-services) programma is een flexibel gerredschap om de runlevels in te stellen.
Refereer naar het hoofdstuk Controlling Access to Services in de Red Hat Enterprise Linux Deployment Guide voor meer informatie over deze gereedschappen.

F.5. Uitzetten

Om Fedora uit te zetten, kan de root gebruiker het commando /sbin/shutdown uitvoeren. De shutdown manual pagina heeft een complete lijst van opties, maar de twee meest gebruikte zijn:
/sbin/shutdown -h now /sbin/shutdown -r now
Na alles gestopt te hebben, zet de -h optie de machine uit, en de -r optie start het opnieuw op.
PAM console gebruikers kunnen de reboot en halt commando's gebruiken om de machine uit te zetten in runlevels 1 t.e.m. 5. Voor meer informatie over PAM console gebruikers, refereer je naar de Red Hat Enterprise Linux Deployment Guide.
Als de computer zichzelf niet uitzet, wees dan voorzichtig met de computer uit te zetten totdat een boodschap verschijnt wat aangeeft dat het systeem gestopt is.
Het niet op deze boodschap wachten kan beteken dat nog niet alle harde schijfpartities afgekoppeld zijn, wat kan leiden tot bestandssysteem beschadiging.


[7] GRUB reads ext3 file systems as ext2, disregarding the journal file. Refer to the chapter titled The ext3 File System in the Red Hat Enterprise Linux Deployment Guide for more information on the ext3 file system.

[8] Refer to the Red Hat Enterprise Linux Deployment Guide for more information about tty devices.

[9] Refereer naar de Red Hat Enterprise Linux Deployment Guide voor meer informatie over display beheerders.

Andere technische documentatie

This document provides a reference for using the Fedora installation software, known as anaconda. To learn more about anaconda, visit the project Web page: http://www.fedoraproject.org/wiki/Anaconda.
Zowel anaconda als Fedora systemen gebruiken een gemeenschappelijk aantal software onderdelen. Voor gedetaileerde informatie over sleutel onderdelen, refereer naar de Web pagina's hieronder aangegeven:
Boot Loader
Fedora uses the GRUB boot loader. Refer to http://www.gnu.org/software/grub/ for more information.
Partitioneren van de harde schijf
Fedora uses parted to partition disks. Refer to http://www.gnu.org/software/parted/ for more information.
Geheugen beheer
Logical Volume Management (LVM) provides administrators with a range of facilities to manage storage. By default, the Fedora installation process formats drives as LVM volumes. Refer to http://www.tldp.org/HOWTO/LVM-HOWTO/ for more information.
Geluids ondersteuning
The Linux kernel used by Fedora incorporates PulseAudio audio server. For more information about PulseAudio, refer to the project documentation: http://www.pulseaudio.org/wiki/Documentation.
Grafisch systeem
Both the installation system and Fedora use the Xorg suite to provide graphical capabilities. Components of Xorg manage the display, keyboard and mouse for the desktop environments that users interact with. Refer to http://www.x.org/ for more information.
Beeldschermen op afstand
Fedora and anaconda include VNC (Virtual Network Computing) software to enable remote access to graphical displays. For more information about VNC, refer to the documentation on the RealVNC Web site: http://www.realvnc.com/documentation.html.
Commando lijn interface
By default, Fedora uses the GNU bash shell to provide a command-line interface. The GNU Core Utilities complete the command-line environment. Refer to http://www.gnu.org/software/bash/bash.html for more information on bash. To learn more about the GNU Core Utilities, refer to http://www.gnu.org/software/coreutils/.
Systeem toegang op afstand
Fedora incorporates the OpenSSH suite to provide remote access to the system. The SSH service enables a number of functions, which include access to the command-line from other systems, remote command execution, and network file transfers. During the installation process anaconda may use the scp feature of OpenSSH to transfer crash reports to remote systems. Refer to the OpenSSH Web site for more information: http://www.openssh.com/.
Toegangs Controle
SELinux provides Mandatory Access Control (MAC) capabilities that supplement the standard Linux security features. Refer to the SELinux Project Pages for more information: http://docs.fedoraproject.org/selinux-guide.
Firewall
The Linux kernel used by Fedora incorporates the netfilter framework to provide firewall features. The Netfilter project website provides documentation for both netfilter, and the iptables administration facilities: http://netfilter.org/documentation/index.html.
Software Installatie
Fedora uses yum to manage the RPM packages that make up the system. Refer to http://docs.fedoraproject.org/yum/ for more information.
Virtualization
Virtualization provides the capability to simultaneously run multiple operating systems on the same computer. Fedora also includes tools to install and manage the secondary systems on a Fedora host. You may select virtualization support during the installation process, or at any time thereafter. Refer to http://www.fedoraproject.org/wiki/Tools/Virtualization for more information.

Medewerkers en productie methodes

H.1. Medewerkers

  • Fabian Affolter (vertaler - Duits)
  • Amanpreet Singh Alam (vertaler - Punjabi)
  • Jean-Paul Aubry (vertaler - Frans)
  • David Barzilay (vertaler - Braziliaans Portuguees)
  • Domingo Becker (vertaler - Spaans)
  • Subhransu Behera (vertaler - Oriya)
  • Michał Bentkowski (vertaler - Pools)
  • Rahul Bhalerao (vertaler - Marathi)
  • Runa Bhattacharjee (vertaler - Bengali (India))
  • Teta Bilianou (vertaler - Grieks)
  • Lucas Brausch (vertaler - Duits)
  • Hector Daniel Cabrera (vertaler - Spaans)
  • David Cantrell (schrijver - VNC installatie)
  • Guido Caruso (vertaler - Italiaans)
  • Guillaume Chardin (vertaler - Frans)
  • Nikos Charonitakis (vertaler - Grieks)
  • Chester Cheng (vertaler - Chinees (Traditioneel))
  • Glaucia Cintra (vertaler - Braziliaans Portuguees)
  • Fabien Decroux (vertaler - Frans)
  • Hans De Goede (schrijver - iSCSI)
  • Claudio Rodrigo Pereyra Diaz (vertaler - Spaans)
  • Piotr Drąg (vertaler - Pools)
  • Damien Durand (vertaler - Frans)
  • Stuart Ellis (schrijver, editor)
  • Ali Fakoor (vertaler - Persisch)
  • Felix I (vertaler -Tamil)
  • Tony Fu (vertaler - Chinees(Vereenvoudigd))
  • Paul W. Frields (schrijver, editor)
  • Paul Gampe (vertaler - Japans)
  • Sree Ganesh (vertaler - Telugu)
  • Dimitris Glezos (vertaler - Grieks)
  • Guillermo Gómez (vertaler - Spaans)
  • Rui Gouveia (vertaler - Portugees)
  • Kiyoto James Hashida (vertaler - Japans)
  • Severin Heiniger (vertaler - Duits)
  • Xi Huang (vertaler - Chinees(Vereenvoudigd))
  • Ryuichi Hyugabaru (vertaler - Japans)
  • Jayaradha N (vertaler - Tamil)
  • Chris Johnson (schrijver)
  • Eunju Kim (vertaler - Koreaans)
  • Michelle J Kim (vertaler - Koreaans)
  • Miloš Komarčević (vertaler - Servisch)
  • Alexey Kostyuk (vertaler - Russisch)
  • Daniela Kugelmann (vertaler - Duits)
  • Rüdiger Landmann (schrijver, editor)
  • Magnus Larsson (vertaler - Zweeds)
  • Christopherus Laurentius (vertaler - Indonesisch)
  • Florent Le Coz (vertaler - Frans)
  • Erick Lemon (schrijver)
  • Andy Liu (vertaler - Chinees(Traditioneel))
  • Wei Liu (vertaler - Chinees(vereenvoudigd))
  • Yelitza Louze (vertaler - Spaans)
  • Gan Lu (vertaler - Chinees(Vereenvoudigd))
  • Igor Miletić (vertaler - Servisch)
  • Noriko Mizumoto (vertaler - Japans)
  • Jeremy W. Mooney (schrijver)
  • Enikő Nagy (vertaler - Hongaars)
  • Igor Nestorović (vertaler - Servisch)
  • David Nalley (schrijver, editor)
  • John Nguyen (schrijver)
  • Manuel Ospina (vertaler - Spaans)
  • Janis Ozolins (vertaler - Lets)
  • Ankit Patel (vertaler - Gujarati)
  • Davidson Paulo (vertaler - Braziliaans Portugees)
  • Ani Peter (vertaler - Malayalam)
  • Amitakhya Phukan (vertaler - Assamese)
  • Silvio Pierro (vertaler - Italiaans)
  • Micha Pietsch (vertaler - Duits)
  • José Nuno Pires (vertaler - Portugees)
  • Piotr Podgórski (vertaler - Pools)
  • Yulia Poyarkova (vertaler - Russisch)
  • Shankar Prasad (vertaler - Kannada)
  • Rajesh Ranjan (vertaler - Hindi)
  • Tommy Reynolds (schrijver)
  • Tim Richert (vertaler - Duits)
  • Dominik Sandjaja (vertaler - Duits)
  • Sharuzzaman Ahmat Raslan (vertaler - Maleis)
  • Mohsen Saeedi (vertaler - Persisch)
  • Tian Shixiong (vertaler - Chinees (Vereenvoudigd))
  • Audrey Simons (vertaler - Frans)
  • Keld Simonsen (vertaler - Deens)
  • Jared K. Smith (schrijver, editor)
  • Espen Stefansen (vertaler - Noors Bokmål)
  • Sulyok Péter (vertaler - Hongaars)
  • Sümegi Zoltán (vertaler - Hongaars)
  • Francesco Tombolini (vertaler - Italiaans)
  • Timo Trinks (vertaler - Duits)
  • Dimitris Typaldos (vertaler - Grieks)
  • Göran Uddeborg (vertaler - Zweeds)
  • Michaël Ughetto (vertaler - Frans)
  • Francesco Valente (vertaler - Italiaans)
  • Karsten Wade (schrijver , editor, uitgever)
  • Sarah Saiying Wang (vertaler - Chinees (Vereenvoudigd))
  • Geert Warrink (vertaler - Nederlands)
  • Elizabeth Ann West (editor)
  • Tyronne Wickramarathne (vertaler - Sinhalese)
  • Ben Wu (vertaler - Chinees(Traditioneel))
  • Xiaofan Yang (vertaler - Chinees(Vereenvoudigd))
  • Yuan Yijun (vertaler - Chinees(Vereenvoudigd))
  • Diego Búrigo Zacarão (vertaler - Braziliaans Portugees)
  • Izaac Zavaleta (vertaler - Spaans)

H.2. Productie methodes

Schrijvers maken de Installatie Gids direct in DocBook XML in een versie controle repository. Zij werken samen met experts op specifieke gebieden gedurende de beta vrijgave fase van Fedora om het installatie proces uit te leggen. Het redactie team verzekert de consistentie en de kwaliteit van de voltooide gids. Op dat moment, maakt het team van vertalers versies voor andere talen van de installatie gids, en daarna komt het beschikbaar voor het gewone publiek als onderdeel van Fedora. Het publicatie team maakt ook de gids, en volgende errata, beschikbaar via het Web.

Herzienings geschiedenis

Wijzigingen
Herziening 11.0.0Wed Apr 01 2009Hans De Goede, Paul W. Frields, Ruediger Landmann, David Nalley, The anaconda team, Red Hat Engineering Content Services
Belangrijke vernieuwing, materiaal toegevoegd van de Red Hat Enterprise Linux Installation Guide en andere bronnen, plus reparaties voor talrijke bugs.
Herziening 10.0.1Mon Feb 16 2009Ruediger Landmann
Geconverteerd voor bouwen met Publican
Herziening 10.0.0Mon Nov 24 2008Karsten Wade
Bouw en publicatie Fedora 10 versie
Herziening 9.9.2Sat Oct 18 2008Jared K. Smith
Voorbereiden voor vrijgave van Fedora 10
Herziening 9.0.2Fri Jul 25 2008Paul W. Frields
Herstel onjuiste livecd-tool instructies
Herziening 9.0.1Sat Jun 28 2008Paul W. Frields
Een groot aantal verbeteringen
Herziening 9.0.0Tue May 13 2008Paul W. Frields
Voeg informatie toe voor het upgraden van een bestaande installatie

Register

Symbolen

/boot/ partition
recommended partitioning, Aanbevolen partitionerings schema
/root/install.log
install log file location, Voorbereiden voor het installeren
/var/ partition
recommended partitioning, Aanbevolen partitionerings schema

B

Basic Input/Output System (Zie BIOS)
BIOS
definition of, De BIOS
(Zie ook boot process)
BIOS (Basic Input/Output System), Hoe start ik het installatie programma?
BitTorrent, Met BitTorrent
seeding, Met BitTorrent
boot CD-ROM, Alternatieve opstart methodes
creating, Maken van een installatie opstart CD-ROM
boot loader, Bootloader configuratie upgraden, x86, AMD64, en Intel® 64 Boot loader configuratie
(Zie ook GRUB)
configuration, x86, AMD64, en Intel® 64 Boot loader configuratie
GRUB, x86, AMD64, en Intel® 64 Boot loader configuratie
installing on boot partition, Geavanceerde bootloader instellingen
MBR, Geavanceerde bootloader instellingen
password, x86, AMD64, en Intel® 64 Boot loader configuratie
upgrading, Bootloader configuratie upgraden
boot loader password, x86, AMD64, en Intel® 64 Boot loader configuratie
boot loaders, GRUB
(Zie ook GRUB)
definition of, De GRUB boot loader
boot methods
boot CD-ROM, Alternatieve opstart methodes
USB pen drive, Alternatieve opstart methodes
boot options, Extra opstart opties
boot.iso , Extra opstart opties
linux mediacheck , Voorbereiden voor een harde schijf installatie
mediacheck, Extra opstart opties
serial mode, Extra opstart opties
UTF-8, Extra opstart opties
text mode, Extra opstart opties
boot process, Opstart proces, initialiseren, en afsluiten, Een gedetaileerde kijk naar het opstart proces
(Zie ook boot loaders)
chain loading, GRUB en het x86 opstart proces
direct loading, GRUB en het x86 opstart proces
for x86, Een gedetaileerde kijk naar het opstart proces
stages of, Het opstart proces, Een gedetaileerde kijk naar het opstart proces
/sbin/init command, Het /sbin/init programma
BIOS, De BIOS
boot loader, De boot loader
EFI shell, De BIOS
kernel, De kernel
boot.iso, Maken van een installatie opstart CD-ROM, Extra opstart opties
booting
emergency mode, Opstarten in de noodsituatie mode
installation program
x86, AMD64 and Intel 64, Het opstarten van het installatie programma op x86, AMD64, en Intel® 64 systemen
rescue mode, Opstarten in de reddings mode
single-user mode, Opstarten in enkele-gebruiker mode

D

DHCP
diskless environment, De DHCP server configureren
PXE installations, De DHCP server configureren
DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol), Netwerk Configuratie
Disk Partitioner
adding partitions, Partities toevoegen
disk partitioning, Disk Partitioning Setup
disk space, Heb je genoeg schijf ruimte?
diskette
media, Driver media voor Intel® en AMD systemen
diskless environment
DHCP configuration, De DHCP server configureren
dmraid
installation, Advanced Storage Options
domain name, Netwerk Configuratie
driver diskette, Starten van het installatie programma
driver disks, Hardware ondersteuning toevoegen met driver schijven.
driver media, Driver media voor Intel® en AMD systemen
creating diskette from image, Maak een driver diskette van een image bestand
produced by others, Hoe krijg ik driver media?
produced by Red Hat, Hoe krijg ik driver media?
using a driver image, Gebruik van een driver image gedurende de installatie

E

Eerste keer opstarten, Firstboot
EFI shell
definition of, De BIOS
(Zie ook boot process)
emergency mode, Opstarten in de noodsituatie mode
ext2 (Zie file systems)
ext3 (Zie file systems)
ext4 (Zie file systems)
extended partitions, Partities binnen partities — Een overzicht van extended partities
Extensible Firmware Interface shell (Zie EFI shell)

G

GRUB, x86, AMD64, en Intel® 64 Boot loader configuratie, De boot loader
(Zie ook boot loaders)
additional resources, Extra bronnen
installed documentation, Geinstalleerde documentatie
related books, Gerelateerde boeken
useful websites, Nuttige websites
alternatives to, Alternative bootloaders
boot process, GRUB en het x86 opstart proces
Changing Runlevels at Boot Time, Changing Runlevels at Boot Time
changing runlevels with, GRUB interfaces
commands, GRUB commando's
configuration, x86, AMD64, en Intel® 64 Boot loader configuratie
configuration file
/boot/grub/grub.conf , Configuratie bestandsstructuur
structure, Configuratie bestandsstructuur
definition of, GRUB
documentation, Andere technische documentatie
features, Eigenschappen van GRUB
installing, Installing GRUB
interfaces, GRUB interfaces
command line, GRUB interfaces
menu, GRUB interfaces
menu entry editor, GRUB interfaces
order of, Interface laad volgorde
menu configuration file, GRUB menu configuratie bestand
directives, Configuratie bestand instructies
role in boot process, De boot loader
terminology, GRUB terminologie
devices, Aparaat namen
files, Bestandsnamen en bloklijsten
root file system, Het root bestandssyteem en GRUB
grub.conf , Configuratie bestandsstructuur
(Zie ook GRUB)

I

IDE CD-ROM
unrecognized, problems with, Wat te doen als de IDE CD-ROM niet werd gevonden?
init command, Het /sbin/init programma
(Zie ook boot process)
configuration files
/etc/inittab , SysV init runlevels
role in boot process, Het /sbin/init programma
(Zie ook boot process)
runlevels
directories for, SysV init runlevels
runlevels accessed by, Runlevels
SysV init
definition of, SysV init runlevels
install log file
/root/install.log , Voorbereiden voor het installeren
installation
aborting, Installeren van DVD/CD-ROM
can you install with a CD-ROM or DVD, Kun je installeren met gebruik van de CD-ROM of DVD?
CD-ROM, Installeren van DVD/CD-ROM
disk space, Heb je genoeg schijf ruimte?
FTP, Voorbereiden voor een netwerk installatie
GUI
CD-ROM, Installeren op Intel® en AMD systemen
hard drive, Voorbereiden voor een harde schijf installatie, Installeren van een harde schijf
HTTP, Voorbereiden voor een netwerk installatie, Installeren met FTP of HTTP
keyboard navigation, Gebruik het toetsenbord om te navigeren
kickstart (Zie kickstart installations)
mediacheck, Extra opstart opties
method
CD-ROM, Selecteren van een installatie methode
hard drive, Selecteren van een installatie methode
NFS image, Selecteren van een installatie methode
selecting, Selecteren van een installatie methode
URL, Selecteren van een installatie methode
network, Voorbereiden voor een netwerk installatie
NFS, Voorbereiden voor een netwerk installatie, Installeren met NFS
server information, Installeren met NFS
partitioning, Je systeem partitioneren
problems
IDE CD-ROM related, Wat te doen als de IDE CD-ROM niet werd gevonden?
program
graphical user interface, De grafische installatie programma gebruikers interface
starting, Starten van het installatie programma
text mode user interface, De tekst mode installatie programma gebruikers interface
virtual consoles, Een notitie over virtuele consoles
serial mode, Extra opstart opties
UTF-8, Extra opstart opties
starting, Installeren van DVD/CD-ROM
text mode, Extra opstart opties
installation media
testing, Voorbereiden voor een harde schijf installatie
installation program
x86, AMD64 and Intel 64
booting, Het opstarten van het installatie programma op x86, AMD64, en Intel® 64 systemen
installing packages, Package Group Selection
IPv4, Netwerk Configuratie
iscsi
installation, Advanced Storage Options
ISO images
downloading, Bestanden downloaden, Hoe download ik installatie bestanden?

K

kernel
role in boot process, De kernel
kernel options, Kernel opties
keyboard
configuration, Keyboard Configuration
navigating the installation program using, Gebruik het toetsenbord om te navigeren
keymap
selecting type of keyboard, Keyboard Configuration
Kickstart, De installatie automatiseren met Kickstart
kickstart
how the file is found, Opstarten van een kickstart installatie
Kickstart Configurator , Kickstart configurator
%post script, Post-installatie script
%pre script, Pre-installatie script
authentication options, Aanmeldingscontrole
basic options, Basic Configuration
boot loader, Boot Loader Options
boot loader options, Boot Loader Options
Display configuration, Beeldschermconfiguratie
firewall configuration, Firewall configuratie
installation method selection, Installatie methode
interactive, Basic Configuration
keyboard, Basic Configuration
language, Basic Configuration
network configuration, Netwerk Configuratie
package selection, Package Selection
partitioning, Partitie-informatie
software RAID, Aanmaken van software RAID partities
preview, Kickstart configurator
reboot, Basic Configuration
root password, Basic Configuration
encrypt, Basic Configuration
saving, Het bestand opslaan
SELinux configuration, SELinux configuratie
text mode installation, Basic Configuration
time zone, Basic Configuration
kickstart file
%include , Kickstart opties
%post, Post-installatie script
%pre, Pre-installatie script
auth , Kickstart opties
authconfig , Kickstart opties
autopart , Kickstart opties
autostep , Kickstart opties
bootloader , Kickstart opties
CD-ROM-based, Kickstart boot media maken
clearpart , Kickstart opties
cmdline , Kickstart opties
creating, Kickstart opties
device , Kickstart opties
diskette-based, Kickstart boot media maken
driverdisk , Kickstart opties
firewall , Kickstart opties
firstboot , Kickstart opties
flash-based, Kickstart boot media maken
format of, Het kickstart bestand maken
graphical , Kickstart opties
halt , Kickstart opties
ignoredisk , Kickstart opties
include contents of another file, Kickstart opties
install , Kickstart opties
installation methods, Kickstart opties
interactive , Kickstart opties
iscsi , Kickstart opties
key , Kickstart opties
keyboard , Kickstart opties
lang , Kickstart opties
langsupport , Kickstart opties
logging , Kickstart opties
logvol , Kickstart opties
mediacheck , Kickstart opties
mouse , Kickstart opties
multipath , Kickstart opties
network , Kickstart opties
network-based, Het kickstart bestand beschikbaar maken op het netwerk, Maak de installatie boom beschikbaar
options, Kickstart opties
partitioning examples, Geavanceerd partitionerings voorbeeld
package selection specification, Package Selection
part , Kickstart opties
partition , Kickstart opties
post-installation configuration, Post-installatie script
poweroff , Kickstart opties
pre-installation configuration, Pre-installatie script
raid , Kickstart opties
reboot , Kickstart opties
rootpw , Kickstart opties
selinux , Kickstart opties
services , Kickstart opties
shutdown , Kickstart opties
skipx , Kickstart opties
text , Kickstart opties
timezone , Kickstart opties
upgrade , Kickstart opties
user , Kickstart opties
vnc , Kickstart opties
volgroup , Kickstart opties
what it looks like, Het kickstart bestand maken
xconfig , Kickstart opties
zerombr , Kickstart opties
zfcp , Kickstart opties
kickstart installations, Kickstart installaties
CD-ROM-based, Kickstart boot media maken
diskette-based, Kickstart boot media maken
file format, Het kickstart bestand maken
file locations, Maak het kickstart bestand beschikbaar
flash-based, Kickstart boot media maken
installation tree, Maak de installatie boom beschikbaar
LVM, Kickstart opties
network-based, Het kickstart bestand beschikbaar maken op het netwerk, Maak de installatie boom beschikbaar
starting, Opstarten van een kickstart installatie
from a boot CD-ROM, Opstarten van een kickstart installatie
from CD-ROM #1 with a diskette, Opstarten van een kickstart installatie

L

language
selecting, Language Selection
LILO, De boot loader
(Zie ook boot loaders)
role in boot process, De boot loader
LVM
documentation, Andere technische documentatie
logical volume, LVM begrijpen
physical volume, LVM begrijpen
understanding, LVM begrijpen
volume group, LVM begrijpen
with kickstart, Kickstart opties

M

master boot record, x86, AMD64, en Intel® 64 Boot loader configuratie
Master Boot Record, Fedora start niet op (Zie MBR)
reinstalling, Herinstalleren van de bootloader
MBR
definition of, Een gedetaileerde kijk naar het opstart proces, De BIOS
(Zie ook boot loaders)
(Zie ook boot process)
installing boot loader on, Geavanceerde bootloader instellingen
memory testing mode, Laden van de geheugen (RAM) test mode
mirror, Van een Spiegel
modem, Netwerk Configuratie
mount points
partitions and, Schijfpartities een koppelpunten

N

network
installations
HTTP, Installeren met FTP of HTTP
NFS, Installeren met NFS
network installation
performing, Een netwerk installatie uitvoeren
preparing for, Voorbereiden voor een netwerk installatie
NFS
installation, Voorbereiden voor een netwerk installatie, Installeren met NFS
NFS (Network File System)
install from, Een netwerk installatie uitvoeren
NTFS partitions
resizing, De installatie voorbereiden
NTP (Network Time Protocol), Selecteren van de tijdzone, Datum en tijd
ntsysv , Runlevel gereedschappen
(Zie ook services)

P

package groups, Software selectie aanpassen
packages
groups, Package Group Selection
selecting, Package Group Selection
installing, Package Group Selection
selecting, Package Group Selection
parted partitioning utility, Create new partition(s)
partition
extended, Partities binnen partities — Een overzicht van extended partities
illegal, Het partitionerings scherm
root, Het partitionerings scherm
partitioning, Je systeem partitioneren
automatic, Create Default Layout
basic concepts, Een inleiding voor schijf partities
creating new, Partities toevoegen
file system type, Bestandssysteem types
deleting, Een partitie verwijderen
destructive, Gebruik vrije ruimte van een actieve partitie
editing, Bewerken van partities
extended partitions, Partities binnen partities — Een overzicht van extended partities
how many partitions, Partities: verander een schijf in meerdere, Hoeveel partities?
introduction to, Partities: verander een schijf in meerdere
making room for partitions, Maak plaats voor Fedora
mount points and, Schijfpartities een koppelpunten
naming partitions, Partitie naam schema
non-destructive, Gebruik vrije ruimte van een actieve partitie
numbering partitions, Partitie naam schema
other operating systems, Schijf partities en andere operating systemen
primary partitions, Partities: verander een schijf in meerdere
recommended, Aanbevolen partitionerings schema
types of partitions, Partities: verander een schijf in meerdere
using free space, Gebruik niet-gepartitioneerde vrije ruimte
using in-use partition, Gebruik vrije ruimte van een actieve partitie
using unused partition, Gebruik ruimte van een niet gebruikte partitie
Partitioning , Je systeem partitioneren
adding partitions
file system type, Bestandssysteem types
buttons, Het partitionerings scherm
deleting partitions, Een partitie verwijderen
editing partitions, Bewerken van partities
password
boot loader, x86, AMD64, en Intel® 64 Boot loader configuratie
setting root, Instellen van het root wachtwoord
programs
running at boot time, Extra programma's draaien tijdens het opstarten
PulseAudio, Andere technische documentatie
PXE (Pre-boot eXecution Environment), Opstarten van een netwerk met gebruik van PXE
PXE installations
adding hosts, PXE hosts toevoegen
boot message, custom, Voeg een aangepaste opstart boodschap toe
configuration, PXE boot configuratie
DHCP configuration, De DHCP server configureren
overview, Handmatig een PXE server instellen
performing, De PXE installatie uitvoeren
setting up the network server, Het opzetten van de netwerk server

R

RAID
creating a software RAID, Het partitionerings scherm
hardware, RAID en andere schijf apparaten
kickstart installations, Kickstart opties
Kickstart Configurator, Aanmaken van software RAID partities
partitioning a RAID, Het partitionerings scherm
software, RAID en andere schijf apparaten
system unbootable after disk failure, Installing GRUB
trouble booting from drive attached to RAID card, Kun je niet opstarten met je RAID kaart?
rc.local
modifying, Extra programma's draaien tijdens het opstarten
rc.serial , Extra programma's draaien tijdens het opstarten
(Zie ook setserial command)
re-installation, Bepalen om of te upgraden of te herinstalleren
removing
Fedora, Fedora verwijderen
rescue discs, Je computer opstarten met de reddings mode
rescue mode, Reddings Mode, Je computer opstarten met de reddings mode
definition of, Opstarten in de reddings mode
utilities available, Opstarten in de reddings mode
root / partition
recommended partitioning, Aanbevolen partitionerings schema
root password, Instellen van het root wachtwoord
runlevel 1, Opstarten in enkele-gebruiker mode
runlevels (Zie init command)
changing with GRUB, GRUB interfaces
configuration of, Runlevel gereedschappen
(Zie ook services)

S

scp, Andere technische documentatie
(Zie ook SSH)
selecting
packages, Package Group Selection
SELinux
documentation, Andere technische documentatie
serial console, Configuren van de interface
serial ports (Zie setserial command)
services
configuring with chkconfig , Runlevel gereedschappen
configuring with ntsysv , Runlevel gereedschappen
configuring with Services Configuration Tool , Runlevel gereedschappen
Services Configuration Tool , Runlevel gereedschappen
(Zie ook services)
setserial command
configuring, Extra programma's draaien tijdens het opstarten
Setup Agent
via Kickstart, Kickstart opties
shutdown, Uitzetten
(Zie ook halt)
single-user mode, Opstarten in enkele-gebruiker mode
SSH (Secure SHell)
documentation, Andere technische documentatie
starting
installation, Starten van het installatie programma, Installeren van DVD/CD-ROM
steps
disk space, Heb je genoeg schijf ruimte?
hardware compatibility, Is je hardware compatibel?
installing with CD-ROM or DVD, Kun je installeren met gebruik van de CD-ROM of DVD?
swap file
upgrade, Bepalen om of te upgraden of te herinstalleren
swap partition
recommended partitioning, Aanbevolen partitionerings schema
syslog, Inloggen op een systeem op afstand tijdens de installatie
system recovery, Basis systeemherstel
common problems, Algemene problemen
forgetting the root password, Root Password
hardware/software problems, Hardware/software problemen
reinstalling the boot loader, Herinstalleren van de bootloader
unable to boot into Fedora, Fedora start niet op
system-config-kickstart (Zie Kickstart Configurator )
SysV init (Zie init command)

T

TCP/IP configuration, Een netwerk installatie uitvoeren
Telnet, Toegang op afstand met Telnet toestaan
text interface, Configuren van de interface
tftp , De tftp server opstarten
time zone
configuration, Selecteren van de tijdzone
traceback messages
saving traceback messages without removeable media, Opslaan van traceback boodschappen zonder verwijderbare media
troubleshooting, Installatie foutzoeken op een Intel® of AMD systeem
after the installation, Problemen na installatie
Apache-based httpd service hangs during startup, Apache-gebaseerde httpd voorziening/Sendmail hangt tijdens het opstarten
booting into a graphical environment, Opstarten in een grafische omgeving
booting into GNOME or KDE, Opstarten in een grafische omgeving
booting into the X Window System, Opstarten in een grafische omgeving
graphical GRUB screen, Problemen met het grafische GRUB scherm op een x86 gebaseerd system?
logging in, Problemen als je probeert in te loggen
printers, Je printer werk niet
RAM not recognized, Wordt je RAM niet herkend?
Sendmail hangs during startup, Apache-gebaseerde httpd voorziening/Sendmail hangt tijdens het opstarten
sound configuration, Problemen met geluidsconfiguratie
X (X Window System), Problemen met het X windows systeem (GUI)
X server crashes, Problemen met de X server die crasht en niet-root gebruikers
beginning the installation, Problemen met het beginnen van de installatie
frame buffer, disabling, Problemen met opstarten in de grafische installatie
GUI installation method unavailable, Problemen met opstarten in de grafische installatie
booting, Je bent niet in staat om Fedora op te starten
RAID cards, Kun je niet opstarten met je RAID kaart?
signal 11 error, Laat je systeem signaal 11 fouten zien?
CD-ROM failure
CD-ROM verification, Voorbereiden voor een harde schijf installatie, Extra opstart opties
during the installation, Problemen tijdens de installatie
completing partitions, Andere partitionerings problemen
No devices found to install Fedora error message, No devices found to install Fedora fout boodschap
partition tables, Problemen met partitie tabellen
Python errors, Zie je Python fouten?
saving traceback messages without removeable media, Opslaan van traceback boodschappen zonder verwijderbare media
using remaining hard drive space, Overblijvende ruime gebruiken